Actualiteit, Communautair

De kracht van dit land

Laat ons beginnen met een kleine quiz. Van wie is het hierna volgende citaat?: ‘De kracht van dit land bestaat er juist in om de verscheidenheid te aanzien als een enorme verrijking. Het wordt daardoor een van de meest boeiende landen ter wereld. Indien wij hier op kleine schaal kunnen uitdokteren hoe je een verzoening maakt tussen verscheidenheid en eenheid, hoe je een verrijking van al die verschillen maakt, dan wordt het echt wel een indrukwekkend Europees en mondiaal experiment en avontuur’. Is dat (A) van Boudewijn, (B) van Albert of (C) van Filip? Gelieve nu af te drukken …

En het juiste antwoord is … B! Het citaat is inderdaad van Albert, (Al)bert Anciaux wel te verstaan. Het was dus eigenlijk een strikvraag. Maar het citaat had perfect uit een toespraak van de echte Albert kunnen komen. Wat Bert Anciaux hier schrijft (op zijn blog van 12 juli 2003) is haast een parafrase van wat Albert bijvoorbeeld zei in zijn 21 julitoespraak van 1996 ‘Als we daarentegen kunnen aantonen dat bevolkingsgroepen met een verschillende cultuur, binnen een federaal stelsel in harmonie samenleven, dan zijn wij deelachtig aan een pioniersproject voor Europa en de wereld. Het behoud van de culturele diversiteit is voor ons land zeer waardevol en kan Europa tot voorbeeld strekken.’

Uitgerekend op zaterdag 12 juli 2003, de dag waarop hij de eed aflegde als federaal minister, vond Bert Anciaux het inderdaad nodig om op zijn blog een Belgische geloofsbelijdenis neer te pennen. Zal vicepremier Jan Jambon eerlang op dezelfde wijze de lof zal zwaaien voor het Belgische model? Eerlijk gezegd, ik kan me dat vandaag absoluut niet voorstellen. Maar had men mij dezelfde vraag gesteld over Bert Anciaux in de jaren negentig, dan had ik net hetzelfde geantwoord. Dat een rebelse Vlaams-nationalist als Anciaux ooit een fan zou worden van België, kom nou!

Wie doorstoot tot de hoogste Belgische machtscenakels heeft de neiging om zich te conformeren aan de Belgische elitaire consensus. Jaak Gabriëls, Bart Somers, Bart Tommelein, André Geens, Jef Valkeniers, Sven Gatz … Er zijn talloze voorbeelden van politici die hun carrière begonnen zijn als overtuigd Vlaams-nationalist om daarna, misschien zonder dat ze het zelf goed en wel beseften, tot goede Belg te metamorfoseren.

De zuigkracht van het Belgische systeem kan bezwaarlijk worden onderschat. Het lijkt wel te werken als een zwart gat: een keer je de waarnemingshorizon overschrijdt en toetreedt tot de federale regering, dan kun je niet meer ontkomen aan de zwaartekracht van het systeem. Dat werd onlangs nog fijntjes opgemerkt door de Ierse politicoloog en nationalismekenner Peter Loughlin, in Le Vif van 19 september: ‘Si on étudie la trajectoire des mouvements qui participent aux institutions d’un Etat qu’il combattent, on voit que ça les conduit forcément à modérer leurs revendications. C’est très difficile d’être responsable d’un ministère et en même temps de saboter cette institution’.

 

Zou de N-VA daar resistenter voor zijn dan de Volksunie? Het tegendeel is misschien waar. De Volksunie was een ideologische krabbenmand, een samenraapsel van links tot rechts. Het enige cement was het Vlaams-nationalisme. Het overgrote deel van de Volksunie-militanten en -politici had een sterke emotionele band met de Vlaamse Beweging. Bij de N-VA daarentegen loopt er tegenwoordig veel volk rond dat geen enkele affiniteit heeft met het flamingantisme, maar zich vooral kan vinden in het liberale verhaal van de partij. Voor hoeveel deelnemers aan het N-VA-congres zou het de eerste keer geweest zijn dat ze de Vlaamse Leeuw hebben gezongen in de Lotto-arena (als ze dat lied al kunnen meezingen)?

Als een Vlaams-nationalist Belg wordt, dan merk je dat het eerst aan kleine dingen. Het zijn onopvallende symptomen die gemakkelijk aan de aandacht ontsnappen van een niet getrainde waarnemer. De Vlaams-nationalist begint het plots te hebben over ‘ons land’ als hij verwijst naar de Belgische entiteit. Het woord ‘Vlaanderen’ gaat hij geleidelijk aan minder gebruiken en hij begint de Franstalige gewoonte over te nemen om het te hebben over ‘het noorden’ en ‘het zuiden’. In een verder gevorderd stadium worden dat de ‘gefedereerde entiteiten’. Tegen dan zal de Vlaams-nationalist ook beginnen spreken over ‘onze jongens’ als hij de Rode Duivels bedoelt. Filip wordt ‘onze koning’. Dan heeft de metamorfose zich al grotendeels voltrokken en kan het proces nog maar moeilijk worden omgekeerd. De Vlaams-nationalist begint Belgisch te denken. Hij gaat zich gaandeweg ongemakkelijk voelen bij het label ‘Vlaams-nationalist’. ‘Noem me liever een regionalist’ zal hij zeggen. Beetje bij beetje smelt ook de inhibitie weg om de Brabançonne eerst mee te lippen en vervolgens zelfs voluit te zingen. Gaan rechtstaan voor dat lied wordt een normale reflex, hoe bizar het ook klinkt. De ‘regionalist’ voelt zich steeds onwenniger op Vlaamsgezinde bijeenkomsten. Hij gaat zich daarentegen alsmaar beter op zijn gemak voelen in hogere Belgische kringen. Hij is kinderlijk blij met de bemoedigende schouderklopjes die hij daar krijgt. Hij begint steeds laatdunkender te doen over de klassieke flaminganten. Over de Vlaamse staatsvorming ontwikkelt hij een relativerend tot zelfs lacherig discours. Haast onmerkbaar verglijdt dit naar een pleidooi voor het behoud van België: ‘Ach, de Belgische structuur is nooit ons geesteskind geweest, maar die krijgt door haar huidige vorm een grote meerwaarde’ (Bert Anciaux in Het Nieuwsblad van 30 augustus 2003). Op dat moment is de transformatie voltooid.

Ik moet hierbij onwillekeurig denken aan The Fly van David Cronenberg, die horrorfilm over een andere bijna even angstaanjagende metamorfose. Misschien moet iemand, bij wijze van waarschuwing, de poster van die film (‘Be afraid, be very afraid’) ophangen in het kantoor van Bart De Wever. Als burgemeester van Antwerpen is hij alert voor de eerste tekenen van radicalisering bij moslimjongeren. Als voorzitter van de N-VA moet hij even alert zijn voor de eerste tekenen van belgianisering bij zijn excellenties. Misschien kan het ook geen kwaad dat hij zichzelf even screent op mogelijke eerste symptomen. Een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn.

 

Foto: Jan Jambon op de dag van de eedaflegging voor koning Filip I. (c) Reporters

 

Bart Maddens

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Bart Maddens?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans