fbpx


Buitenland
Armeniërs

De laatste Armeniërs van Nagorno-Karabach?




De oorlog in Nagorno-Karabach is uit de media verdwenen. De gevechten zijn beëindigd en met het Russische akkoord wordt het conflict weer voor vijf jaar bevroren. Daarmee lijkt ook de aandacht voor het lot van de Armeniërs in deze betwiste regio te verdwijnen. Totaal onterecht: ook al zijn de gevechten voorbij, voor hen is de oorlog nog niet afgelopen. Zij zullen de komende vijf jaar meer dan ooit moeten bewijzen dat deze regio ook van hen is. En dat daarenboven…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De oorlog in Nagorno-Karabach is uit de media verdwenen. De gevechten zijn beëindigd en met het Russische akkoord wordt het conflict weer voor vijf jaar bevroren. Daarmee lijkt ook de aandacht voor het lot van de Armeniërs in deze betwiste regio te verdwijnen.

Totaal onterecht: ook al zijn de gevechten voorbij, voor hen is de oorlog nog niet afgelopen. Zij zullen de komende vijf jaar meer dan ooit moeten bewijzen dat deze regio ook van hen is. En dat daarenboven de Russische aanwezigheid noodzakelijk is om hun veiligheid te garanderen. Bakoe blijft erop gebrand de hele regio volledig terug onder hun autoriteit te brengen. Maar daarmee bedoelen ze enkel het grondgebied dat zij volledig vrij willen zien van de door hen gehate Armeniërs. Deze vergeten oorlog dreigt een genegeerde etnische zuivering te worden.

De verloren generatie

Tijdens  de hevigste momenten van de strijd sprak ik met mijn collega-journalist Avedis Hadjian over het lot van de Armeniërs in Nagorno-Karabach. Avedis benoemde de gelijkenissen die hij zag met de Armeense genocide van 1915. Dat er zoveel jonge mannen stierven aan het front riep de herinnering op aan hoe de Ottomanen destijds eerst de mannen ontwapenden en liquideerden, om daarna de rest van de Armeense gemeenschap in Anatolië te kunnen laten verdwijnen. Als ik op de militaire begraafplaats van Jerevan sta en de eindeloze rijen van graven zie kan ik zijn gedachtegang begrijpen.

Terwijl we wandelen langs de net gevulde graven met gesneuvelde Armeense soldaten — waarop telkens een overvloed van bloemen ligt, zoals op de coverfoto van dit artikel te zien is — zijn bouwvoertuigen druk bezig om nieuwe graven in de grond te maken. Ouders, vrienden en familie rouwen aan de verschillende graven. Het graafwerk van de machines overstemt de huilende vrouwen, maar dan ook enkel terwijl de motoren van de machines draaien. De Armeniërs betreuren volgens verschillende bronnen meer dan tweeduizend doden. En als ik de geboortedatums op de grafstenen lees, zie ik enkel jonge mannen. Het panorama op het steeds uitbreidende kerkhof toont aan dat dit voor de Armeniërs een verloren generatie van jongeren is.

Littekens

Zij die het wel overleefden dragen vaak voor de rest van hun leven de littekens van deze oorlog. In het ziekenhuis van Jerevan spreek ik met dokter Haroutioun Davtyan. Hij behandelt de Armeense slachtoffers die van Nagorno-Karabach naar de Armeense hoofdstad worden overgebracht. De dokter neemt ons op een kleine rondleiding en we ontmoeten verschillende slachtoffers van het oorlogsgeweld. Over de oorlog valt er weinig te praten, maar het leed in de slachtoffers van velen ogen spreekt boekdelen.

ArmeniërsJens De Rycke

Davtyan: ‘Tijdens de oorlog werden we overweldigd door de vele duizenden slachtoffers. Onder onze patiënten hebben we slachtoffers van clustermunitie en brandwondenpatiënten die in gespecialiseerde opvang worden verzorgd voor hun brandwonden veroorzaakt door onder andere witte fosfor.’

‘De aanval van Azerbeidzjan veroorzaakte ook meer coronadoden doordat vluchtelingen elkaar besmetten en  de oorlogssituatie voor verslechterde hygiënische omstandigheden zorgde. Het is jammer dat het Westen heeft besloten om net zoals in 1915 weg te kijken van het leed van de Armeniërs.’

De laatste generatie Armeniërs in Nagorno-Karabach?

Het aanzicht van Stepanakert is totaal anders dan bij mijn laatste bezoek. De grauwheid van de Kaukasus die ik de laatste keer niet voelde is nu wel duidelijk voelbaar en aanwezig. Tegenover mijn hotel staat een uitgebrand gebouw waar iemand met graffiti ‘Recognize Artsakh’ heeft geschreven. Het gebouw symboliseert ironisch genoeg nu de verdwenen hoop van de Armeniërs in Nagorno-Karabach die hun droom van een eigen onafhankelijke republiek ‘Artsach’ letterlijk in rook en vlammen zagen opgaan.

De littekens van de oorlog zijn nog duidelijk te zien. Maar het gevaar is helaas ook nog niet geweken. Regelmatig zijn er nog ontploffingen te horen in de stad, maar deze hebben meer te maken met de resten van oorlogstuig dan met actieve strijd. Volgens de humanitaire ontmijningsorganisatie ‘HALO’ ligt de stad nog steeds vol met niet ontplofte (cluster)munitie. Deze vormen een groot gevaar voor de burgers en vluchtelingen die terugkeren.

Vooral de clustermunitie met de felrode lintjes blijken een groot gevaar voor kinderen die er een stuk speelgoed in zien. De organisatie was al na de eerste oorlog in de jaren 90 bezig met ontmijnen. Ze kunnen hun zwaarbevochten werk nu weer helemaal opnieuw beginnen. Het feit dat net deze illegale munitie is gebruikt is ook een bewuste tactiek om de stad en de regio onleefbaar te maken voor de Armeense inwoners. (Het gebruik van clustermunitie is verboden door de Conventie over Clustermunitie. Azerbaijan, Armenië, Rusland en Turkije hebben de Conventie niet ondertekend, nvdr).

ArmeniërsJens De Rycke

De materniteitsafdeling van het ziekenhuis in Stepanakert.

Ook andere bewijzen dat Azerbeidzjan deze oorlog meedogenloos en met oorlogsmisdaden voerde zijn nog steeds zichtbaar in Stepanakert en daarbuiten. Burgerdoelwitten zoals scholen en ziekenhuizen werden meermaals – doelbewust – beschoten.

Voor ‘school nummer 10’ ontmoet ik Gagik, een jongetje van 11 jaar die net zoals ik de ruïnes van zijn school aanschouwt. De school werd driemaal beschoten en naast de inslagen in het schoolgebouw aanschouwen we ook de grote krater in het plein achter het gebouw. Wanneer hij naar school zal kunnen gaan weet hij niet. Of en wanneer de school zal worden hersteld is voor niemand duidelijk. Ook het ziekenhuis in Stepanakert werd geraakt, waarbij de materniteit helemaal werd verwoest. Dat juist deze doelwitten werden geraakt getuigt niet van vergissingen, maar van een campagne om de Armeniërs hun toekomst in deze regio te ontzeggen. Door deze doelwitten te vernietigen wordt duidelijk gemaakt aan de Armeniërs dat als het van de Azerbeidzjaanse president Alijev afhangt zij de laatste generatie Armeniërs in Nagorno-Karabach zullen zijn.

Demografische oorlog

Voor de eerste oorlog in Nagorno-Karabach in de jaren 90 had de regio een gemengde bevolking van Armeniërs en Azeri’s. Door immigratie van Armeniërs uit het Ottomaanse Rijk en Iran en emigratie van Azeri’s veranderde de demografie van de regio door de eeuwen heen. Tijdens de periode van de Sovjet-Unie – toen Nagorno-Karabach een oblast binnen de Azerbeidzjaanse Sovjetrepubliek was – waren de Armeniërs een meerderheid in de regio. Demografisch beleid vanuit Bakoe en lage Armeense geboortecijfers dreigden destijds de verhoudingen te veranderen. Eén van de redenen van de Armeniërs om destijds de wapens op te nemen was de angst om op termijn door de Azeri’s te worden weggedrukt uit Nagorno-Karabach. Uiteindelijk zorgde deze angst — aangewakkerd door de anti-Armeense pogroms in Bakoe en Sumgait — ervoor dat de Armeniërs zelf daders van etnische zuivering werden. Na de verovering van Nagorno-Karabach en de omliggende gebieden verdreven ze de Azeri’s die er woonden.

De stad Shushi die voor de oorlog voor de meerderheid uit Azeri’s bestond en de (spookstad) Agdam zijn daar helaas de meest trieste voorbeelden van. Daarom dan ook dat de herovering voor Shushi zo symbolisch belangrijk was voor president Aliyev en er pas daarna een akkoord kon worden gesloten over een staakt-het-vuren. Vandaag is de stad Shushi opnieuw etnisch gezuiverd, maar dan deze keer van Armeense inwoners. De stad is ook een strategisch bolwerk: gelegen op de rand van een kloof torent het uit boven het nabijgelegen Stepanakert. Tijdens de eerste oorlog werden vanuit deze stad willekeurige ‘Grad-raketten’ op het lager gelegen Stepanakert afgevuurd. Dat de stad terug in de handen van de Azeri’s is, wakkert de angst voor toekomstige bombardementen bij de Armeniërs weer aan.

Angst is nu een wapen dat wordt gebruikt om de Armeniërs te verhinderen terug te keren. Want om de Russische aanwezigheid van vredestroepen in de regio te verantwoorden moeten er uiteraard wel Armeniërs wonen. Voor een kleine populatie van Armeniërs zal de Russische vredesmissie niet aanwezig blijven. Dan zullen de Russische militaire middelen voor andere belangen in de regio ontplooid worden. President Alijev zal daarom dan ook het leven van de Armeniërs in de regio zo moeilijk mogelijk proberen te maken om er zo voor te zorgen dat er zo min mogelijk Armeniërs terug naar hun huizen keren. Met de aanwezigheid van Azerbeidzjaanse troepen, de vestiging van Syrische extremisten en hun families wordt Artsach een Armeense exclave omgeven door vijanden. Geïsoleerder van de rest van de wereld dan ooit voorheen.

De toekomst lijkt dan ook somber voor de Armeniërs. Sommigen zien begrijpelijk af van een terugkeer. Als de Russische troepen zouden verdwijnen, lijkt voor de Armeniërs samenleven met de Azeri’s — zoals tijdens de Sovjettijd — onmogelijk. Het oorlogstrauma bij beide partijen is te groot.

Nergens staat er een vredesfiguur op die tot een akkoord wil komen. Er wacht de Armeniërs dan een confrontatie met een generatie Azeri’s die zijn opgegroeid met Armenofobie gevoed door de trauma’s uit het verleden. En afgaande uit de vele mensenrechtenschendingen tijdens en na het conflict deinzen zij er niet voor terug om zelfs weerloze Armeense bejaarden te onthoofden.

[ARForms id=103]

Jens De Rycke

Jens De Rycke is onderzoeksjournalist en auteur van ‘Dagboek van granaten in Damascus’