fbpx


Cultuur
Uderzo

De lauwerkrans van Uderzo

Een groot tekenaar en inspirator is heengegaan


Ik gok dat ik ergens tussen mijn tiende en elfde levensjaar zweefde toen ik voor het eerst Asterix leerde kennen. Het was op een familiefeestje bij mijn tante Godelieve. De nonkels en de tantes gaven zich over aan met drank overgoten dubbelzinnigheden en voor de kinderen bleef er niets anders over dan zich mentaal af te sluiten met het voorhanden leesvoer. Tante Lieve had een krantenbak en daar zat een strip in, Asterix de Galliër.

Ik herinner me eerst nogal wantrouwig de strip ter hand te nemen. Ik was opgegroeid met Suske en Wiske en Jommeke en dit zag er helemaal anders uit. Maar o lieve God, wat was ik na drie pagina’s verkocht! Dit was andere koek! Ik begreep niet alles wat er in stond maar ik voelde dat het klopte van voor naar achter en terug. Het zal voor het eerst geweest zijn dat ik het begrip ‘meerwaarde’ ervoer.

Ik ben bij het thuiskomen beginnen bedelen om Asterix-strips en dra had ik zelf Asterix De Galliër en Het Gouden Snoeimes in huis, en daarna al de rest. Verslonden heb ik die strips! Ik herinner me nog dat ik tranen met tuiten gelachen heb met Asterix en het eerste legioen. Met De Ziener, waarin Obelix beslist dat hij niet corpulent is maar gewoon een roodharige krijger met vlechten. De onfortuinlijke piraten, Obelix met de slappe lach in De Goten

Ik zocht de Latijnse spreuken op, probeerde de talrijke referenties te vatten. Vele daarvan had ik pas door toen ik al een heel tijdje volwassen was. Zo snapte ik pas laat dat Assurancetourix kwam van Assurances Tous Risques. Menig leraar had in die tijd blijkbaar een bijbaantje als verzekeraar. En zo stond de stripreeks bol van fijnzinnige referenties. Mijn fascinatie werd zelfs zo erg dat ik op een bepaald moment kon zeggen welk plaatje op welke bladzijde stond en ik kon zonder haperen de hele tekstballon aframmelen.

Tekenplezier

Maar niet alleen het hele verhaal met alles er rond was fantastisch. De tekenstijl op zich was ook een feest. Die blikken, expressies, die mokerslagen van Obelix! Hoe ze getekend waren!  Uderzo kon als geen andere nationaliteiten tekenen. Op een of andere manier slaagde hij er telkens in om een synthese te maken van de fysieke kenmerken van een nationaliteit. Paëlla Y Peseta is dé Spanjaard. De Britten in Asterix en de Britten zijn onmiskenbaar Britten! Hij doet het zo goed dat hij, moest hij nu starten, waarschijnlijk daar kritiek voor zou krijgen. Ethnic profiling, en cultural appropriation en van die sneeuwvlokkerij, weet u wel.

Het tekenplezier van Uderzo was zo aanstekelijk dat ik zeker ben dat hij voor een groot deel verantwoordelijk is voor het feit dat ik cartoonist geworden ben. Of dat een goede of een slechte zaak is laat ik over aan de vrije interpretatie.

Mijn talent staat mijlenver onder dat van de meester en dat is niet eens een schande, want het staat daar niet alleen. Maar soms teken ik eens een oogje of een uitdrukking waarvan ik zeg ‘Wel wel wel, hier is de meester aanwezig, dit is Uderzo.’

Dat is een dag met een klein gelukske.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Erwin vanmol

Erwin Vanmol is de huiscartoonist van Doorbraak.