Buitenland, Geschiedenis
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Luc Rasson

De lijken van de generaals of danse macabre in Spanje

lijken

De socialistische regering in Madrid heeft besloten dat Francisco Franco wordt opgegraven. Dat is, zoals ik in een vorige bijdrageargumenteerde, een begrijpelijke beslissing. Hoe kan een democratie aanvaarden dat een dictator wordt geëerd in een mausoleum dat in zijn architecturale symboliek de nationaal-klerikale waarden van die dictatuur uitdrukt? Het argument dat de rechterzijde daartegenover plaatst is ook ontvankelijk: wie aan symboolpolitiek doet met het stoffelijk overschot van een dictator dreigt oude wonden te open te rijten en vergroot de kloof in een land dat sowieso al een lange geschiedenis van broederstrijd kent. Want de burgeroorlog in de geesten is niet voorbij en Franco is niet het enige lijk dat voor verhitte debatten zorgt.

Het regime heeft 40 jaar lang de kans gekregen zijn stempel te drukken op het land. Het staat dus bezaaid met monumenten die een hulde brengen aan de helden van wat de franquisten de ‘Kruistocht’ noemden. De Valle de los Caídos, waar Franco (voorlopig nog) rust, is het belangrijkste en meest indrukwekkende van die bouwwerken. Maar de aandacht die gaat naar het stoffelijk overschot van de dictator heeft personen en organisaties die ijveren voor de rehabilitatie van het republikeinse historisch geheugen op ideeën gebracht.

Moscardó

In het Alcázar van Toledo bijvoorbeeld, dat vandaag het vernieuwde legermuseum huisvest, rusten onder meer generaal José Moscardó, zijn vrouw en zijn twee zonen. Hij organiseerde de verdediging van het fort tegen de republikeinse omsingeling vanaf eind juli 1936. De opstandelingen weken niet en werden op 27 september ontzet door de troepen van generaal Varela die uit het zuiden oprukten. Het verhaal van het beleg groeide uit tot een van de mythes van de dictatuur en het Alcázar werd een van zijn belangrijkste lieux de mémoire.

Toen ik Toledo vorig jaar bezocht merkte ik een zekere gêne rond de crypte waar Moscardó rust. De plek is niet opgenomen in de voorgestelde trajecten van het museum. Je moet er dus zelf naar op zoek gaan en je kunt er niet binnen: je kunt enkel een blik werpen door het metalen hek. In september vroeg de extreemlinkse partij Podemosin het parlement van de regio Castilla-La Mancha dat Moscardó’s lijk zou worden verwijderd, net als dat van generaal Jaime Milans del Bosch, die als kadet deelnam aan het beleg, aan het oostfront vocht met de División Azul en zich op 23 februari 1981 aansloot bij de staatsgreep van kolonel Tejero. Podemos vindt het ‘een democratische schande’ dat ‘die verraders, vijanden van de democratie en van de vrijheid’ in het Alcázar zijn begraven en er het voorwerp kunnen zijn van eerbetuigingen. Maar door een onwaarschijnlijke alliantie van de conservatieve Partido Popular (PP) en de socialisten van de PSOE werd het voorstel van de extreemlinkse partij van de tafel geveegd.

Queipo

In Sevilla ligt generaal Gonzalo Queipo de Llano begraven in de Basiliek van de Macarena. De man was geen koorknaap: hij is verantwoordelijk voor de executie van 3028 inwoners van de Andaloesische stad in de eerste maanden na de staatsgreep. Het linkse stadsbestuur wil dat de generaal naar een andere plek wordt overgebracht maar, net als bij Franco, weigeren de kleinkinderen daarop in te gaan. Wanneer men kleindochter Genoveva, die hoogleraar geschiedenis is, wijst op de gruweldaden die op initiatief van haar grootvader zijn begaan kaatst ze de bal terug door te herinneren aan de ‘rode terreur’. Bovendien zijn alle franquistische symbolen op het graf uitgewist sinds 2009. Een andere kleindochter, Pilar, denkt er net zo over. Over de repressie die haar grootvader organiseerde zegt ze: ‘Oorlogen zijn oorlogen. Als mijn grootvader een moordenaar was, dan ook de communisten.’ Pilar vat in haar persoon de Spaanse gespletenheid samen: langs de kant van haar moeder is ze de kleindochter van de franquistische generaal, maar haar vader was de zoon van Niceto Alcalá Zamora, die president van de republiek was tussen 1931 en 1936…

Lijkenhandel

Het is niet eenvoudig lijken te verplaatsen. Dat blijkt uit het verhaal van het ‘Monument voor de gesneuvelden van de Kruistocht’ dat in het hart van Pamplona staat. Het werd gebouwd in 1942 als eerbetoon aan de 4500 soldaten van Navarra die vielen in de strijd tegen de republiek. Twee collega-generaals van Franco lagen er sinds 1962 begraven in de crypte: Eduardo Mola en José Sanjurjo die bij het begin van de burgeroorlog omkwamen. Op30 augustus 2016 besliste de gemeenteraad van Pamplona om de stoffelijke resten in de crypte op te graven en aan de respectievelijke families terug te geven – hoewel die daar niet om hadden gevraagd. Volgens de burgemeester had het initiatief niets te maken met historisch revanchisme. Hij wilde enkel de Ley de la memoria históricauit 2007 toepassen die voorschrijft dat franquistische symbolen uit het straatbeeld moeten verdwijnen. De twee generaals werden opgegraven en Sanjurjo werd bijgelegd in de militaire afdeling van het kerkhof van Melilla, de Spaanse enclave in Marokko. Maar net zoals in het geval van Franco en van Queipo de Llano waren de afstammelingen het niet eens met die beslissing. De dochter, Carlota Sanjurjo Prieto, verzette zich tegen de exhumatie omdat de Ley de la memoria históricaniet van toepassing zou zijn: het graf heeft namelijk geen franquistische symboliek. Een rechter heeft haar gelijk gegeven. Wat nu? Zal men Sanjurjo’s lijk terug overvliegen van Melilla naar Pamplona?

Deze voorbeelden tonen aan dat het poplitiek links menens is met de wil om de franquistische herinnering aan burgeroorlog en dictatuur uit de openbare ruimte te weren. Dit is een legitieme historische eis maar ik stel me toch een paar vragen. Is, eerst en vooral, respect voor de rustplaats van de doden geen elementair teken van menselijkheid – tenzij ze natuurlijk in onwaardige omstandigheden werden begraven? Ten tweede is er het argument van de geschiedenis: de burgeroorlog en de dictatuur zijn historische feiten. Geen enkele zuiveringsdrang kan beletten dat ze hebben plaatsgevonden, hoezeer ze vandaag eventueel onze morele opvattingen en ons politiek bewustzijn storen. Waarom de graven en monumenten niet laten staan als versteende uitingen van een verleden van onderdrukking en er duiding bij geven? Ten derde blijken de opgravingen vaak in te gaan tegen de wil van de families. De socialistische regering handelt dus op dezelfde manier als de franquisten toen ze, zonder de families te raadplegen, duizenden lijken van republikeinen liet overkomen naar het knekelhuis van de Valle de los Caídos.

De danse macabredie we op dit ogenblik in Spanje zien kent haar voorlopige hoogtepunt in El Ferrol, het stadje aan de kust van Galicië waar Francisco Franco werd geboren in 1892. Op het kerkhof van het stadje liggen Franco’s grootouders langs de kant van zijn vader, een tante en een zus die op vierjarige leeftijd stierf. In juli 2018 keurde de gemeenteraad, op initiatief van het Bloque nacionalista galego (BNG),een motie goed om het graf leeg te halen. Aanleiding was de ontdekking dat de familie nooit had betaald voor het graf. De stad schonk het namelijk aan de familie Franco in 1967, tijdens de dictatuur. Maar de echte reden is de schrik van het gemeentebestuur dat de kleinkinderen van de dictator, na de exhumatie in de Valle de los Caídos, hun grootvader zouden willen herbegraven in El Ferrol. Het gemeentebestuur van Franco’s geboortestad heeft niet de ambitie om een bedevaartsoord voor neofranquisten te worden. De burgemeester, Jorge Suárez, heeft ermee gedreigd de stoffelijke resten in een massagraf te dumpen. Francisco Franco Vietti, de grootvader, stierf in 1887. Tot in de hoeveelste generatie terug moeten de voorouders van een dictator worden gestraft voor de gruweldaden van hun nakomeling?

 

Luc Rasson

Luc Rasson is emeritus hoogleraar Franse literatuurgeschiedenis aan de UA en publiceert o.a. over 'zwart toerisme'.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans