fbpx


Cultuur, Ethiek

De mythe van de ethische as

Ethische kwesties zijn niet een pot nat


ethisch

Ethische discussies zijn niet weg te slaan uit het maatschappelijk debat. In dit kader wordt wel eens de politieke coalitievorming rond de zogenaamde ‘ethische as’ aangehaald. Ruwweg lijken de liberalen, socialisten, groenen en communisten aan beide kanten van de Belgische taalgrens elkaar steeds vaker te vinden rond verschillende thema’s met sterk moralistische ondertonen. Dat deze politieke families in Franstalig en Nederlandstalig België niet even sterk staan, geeft deze problematieken meteen een communautaire dimensie. Dat de regeringsimpasse lijkt te worden aangegrepen om ethische ballonnetjes op te laten en, zoals het geval is voor de abortuswetgeving, over te gaan tot verdere liberalisering van de meest gevoelige regelgeving, stoot op nogal wat verontwaardiging.

De kern van de klassiek drievoudige ethische splijtzwam bestaat uit het homohuwelijk, euthanasie en abortus. Vooral deze eerste lijkt vandaag uit het nieuws te zijn verdwenen. Dit betekent evenwel niet dat discussies omtrent (uitingen van) seksualiteit de gemoederen niet langer beroeren – van polyamorie over relaties op de werkvloer tot de, marginale, discussies over de aard van pedoseksualiteit: intieme relaties ontsnappen niet aan het publiek debat.

Mythe

Het probleem met deze ethische as is dat zij bij vele politici en burgers een gevolg lijkt te zijn van dogmatisch denken. Onder de noemer van ‘sociaal liberalisme’ of ‘ethisch progressivisme’ groeperen politici en opiniemakers de hierboven aangehaalde thema’s aan de ene kant van het debat. Dit is niet enkel een sluipweggetje om niet over ongemakkelijke vragen te hoeven nadenken, maar ook potentieel gevaarlijk.

Met de ‘mythe’ van de ethische as doel ik dan ook op de idee dat er een logische coherentie bestaat tussen de opinies over de verschillende ethische thema’s. Vandaag lijkt het ‘zelfbeschikkingsrecht’ de lijm te zijn die sociaal-liberalen aan een geheel aan opinies zou moeten binden. Met andere woorden: wanneer men de opvattingen van een persoon over thema X kent, zou men zijn of haar visies op thema’s Y en Z ook kennen. Deze thema’s zijn evenwel niet op een hoop te smijten

Ieder ethisch debat moet een antwoord bieden op specifieke vragen. In wat volgt zal ik pogen een aanzet te geven tot deze vragen, soms vanwege de actuele relevantie, soms vanwege een zekere verontwaardiging dat sommige antwoorden op deze vragen, mijns inziens onterecht, als kleingeestig worden weggezet. Om de nogal goedkope kritiek te weerleggen dat bepaalde opmerkingen religieus gemotiveerd zouden zijn, zal ik ze vanuit seculier perspectief toelichten en religieus taalgebruik schuwen. Het homohuwelijk, euthanasie en abortus komen in deze volgorde aan bod.

Homohuwelijk

Tegenstanders van homoseksuele relaties lijken vandaag gedegradeerd te zijn tot een kleine minderheid. Het opsommen van de positieve gevolgen hiervan lijkt me binnen het bestek van dit artikel overbodig, al is het maar omdat de liefde een van de weinige zaken is die ons allen verbindt. Alleen daarom al moet deze evolutie gekoesterd worden. Desalniettemin zijn er legitieme argumenten tegen het homohuwelijk zonder zich daarom in te laten met een homofoob publiek dat homoseksuele relaties als iets te bestrijden ziet.

Zo is er de vraag naar de wenselijkheid van het huwelijk als burgerrechtelijk instituut. Daarmee wordt gedoeld op de rol van de staat in de promotie van langdurige intieme banden tussen 2 personen door het huwelijk uit haar klassiek kerkelijke context te heffen en een seculiere draagwijdte toe te kennen. Sociaal afgedwongen monogamie is een historisch argument. Polygamie zou leiden tot een onderklasse van mannen met een tekort aan potentiële partners en de negatieve gevolgen die daarmee verbonden zijn. Daarnaast is er de primaire rol van het huwelijk: de verwekking van kinderen en – even belangrijk – de creatie van een stabiele twee-ouder thuissituatie. Dat klinkt weinig romantisch, maar deze taak behelst het voortbestaan van een soort. Niet min, dus.

Weg met het huwelijk

De vraag stelt zich bij de opportuniteit om de civielrechtelijke voordelen van het huwelijk toe te kennen aan koppels die deze laatste functie niet kunnen vervullen. Deze stelling mag niet verward worden met het verbod op homoseksuele relaties, noch als een stilzwijgende goedkeuring van geweld of discriminatie. Wat het wel is, is het in vraag stellen van de geschiktheid van het overnemen van een kerkelijk instituut als het huwelijk in een statelijke context.

Zelf heb ik steeds het verwijderen van het huwelijk uit het Burgerlijk Wetboek voorgestaan – voor homo -en heterokoppels. Een neutrale ‘civil union’ – zoals de reeds bestaande ‘wettelijke samenwoning’ – zou een uniform alternatief kunnen zijn. Het huwelijk zou opnieuw het sacrament worden dat het altijd geweest is. Hoe dan ook is het duidelijk dat deze discussie een bredere draagwijdte heeft dan een simpele tweestrijd tussen ‘bondgenoten’ en ‘vijanden’ van de LGTBQ gemeenschap. En de stropop argumentatie dat het louter stellen van deze vragen gelijkstaat aan het promoten van strafrechtelijke vervolging of intimidatie van de holebigemeenschap getuigt van intellectuele luiheid.

Euthanasie

In tegenstelling tot het homohuwelijk staan de voorwaarden voor euthanasie opnieuw centraal in het hedendaags maatschappelijk debat: van de discussie rond het ‘voltooid leven’ tot het vergemakkelijken van vrijwillige levensbeëindiging voor mensen met dementie, hier spelen overwegingen die weinig met ‘ethisch progressivisme’ te maken hebben maar die wel een antwoord proberen te formuleren op de vraag in welke mate een overheid in een uitzondering op haar rol als beschermer van de fysieke integriteit van haar burgers kan voorzien.

Deze exceptie op een kerntaak van iedere overheid gaat verder dan een simpel beroep op het ‘zelfbeschikkingsrecht’. Dat het levenseinde gewenst is, is een argument dat zeker in overweging dient te worden genomen. De vraag is of dit argument volstaat. Een consensus lijkt te bestaan voor patiënten die ondraagbaar lijden en wiens aandoening niet te behandelen valt. Een andere situatie is voorhanden wanneer de persoon wel verschrikkelijk afziet, maar er zicht is op verbetering. En wat als er geen sprake is van enig lijden, maar wel van levensmoeheid? Waar ligt de grens? Is er een grens?

Moeten we de mensen beschermen tegen iedere prijs, ook van zichzelf? Hier komt de paternalistische rol van de overheid ter discussie te staan. Is er een rol weggelegd voor familieleden en vrienden? En zo ja, moet er sprake zijn van een vetorecht, een recht op informatie of een adviesrecht? U ziet: veel vragen, geen antwoorden. Ik heb dan ook geen eenvoudige antwoorden voor u. Maar een parapluterm als ‘sociaal liberalisme’ vat wat op het spel staat allesbehalve samen en komt op schrijnende manier tekort om een gedegen antwoord te geven op de vraag wanneer menslievendheid omslaat in onverschilligheid.

Abortus

En dan is er misschien de meest controversiële ethische splijtzwam – en tevens die met de meest verregaande gevolgen. De abortuskwestie is er een die te simplistisch wordt gekaderd als een gevecht voor vrouwenrechten. Er zijn immers meerdere actoren die in een zwangerschapsafbreking iets te zeggen hebben – of zouden moeten hebben – dan enkel de moeder.

Zo is er natuurlijk het kind. Het beëindigen van het meest onschuldige leven is geen eenvoudige medische ingreep. De taak van een dokter is immers het genezen van de patiënt met een zeg in zijn of haar eigen behandeling. Het verschil met een abortusprocedure kan moeilijk scherper worden gesteld. Wat het zelfbeschikkingsrecht betreft kan dit eigenlijk volledig buitenspel worden gezet. Zelfbeschikking kan immers, met een boutade, worden samengevat als het principe dat u met uw vuisten zoveel in het rond mag slaan als u wilt, maar dit recht stopt wanneer u iemands gezicht raakt. Live and let live. Juist, ja.

De vragen over abortus zijn legio. Begint het menselijk leven bij conceptie? En als het leven niet bij conceptie begint, waar begint het dan wel? Begint het nu bij 12 weken of 18 weken? Of is het menselijk leven ondergeschikt aan het comfort van de moeder en is deze vraag dus irrelevant? Of speelt een ander onderscheidend criterium? Levensvatbaarheid bijvoorbeeld? Of waarnemingsvermogen misschien? Zelfredzaamheid? En wat doen we met het feit dat we deze criteria ook op reeds geboren personen kunnen toepassen, in het bijzonder ouderen en zieken? De politici wiens verantwoordelijkheid het is te stemmen over een abortusuitbreiding zullen zichzelf deze – misschien ongemakkelijke – vragen moeten stellen. Flauwe slogans als ‘baas in eigen buik’ zullen dan niet volstaan.

Valse dichotomie

Laat u niet verleiden tot de simplificatie van vraagstukken door het aanvaarden van antwoorden die u met de paplepel zijn meegegeven. Holle slogans zijn vaak niet meer dan dat. De valse dichotomie tussen ethisch conservatieven en ethisch progressieven is niet veel meer dan een ideologische shortcut  op dezelfde manier dat schermen met het verabsoluteerde zelfbeschikkingsrecht dit is.

Het is perfect mogelijk – en wenselijk – om voor de boven gehaalde thema’s de ‘een pot nat’ houding achterwege te laten. Dit is ook voor andere en soms nieuwere problematieken zoals polyamorie, de doodstraf of transgenderrechten het geval. Vraag u af wat de concrete vragen zijn waarop ieder specifiek debat de antwoorden moet formuleren. En verlaat voor de ethische thema’s het pad van de minste weerstand: het is een pad dat onze politici al voldoende hebben bewandeld.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Roan Asselman

Roan Asselman is master in de rechten (KU Leuven) en student vermogensbeheer (EMS). Voor Doorbraak volgt hij onder meer de Amerikaanse politiek en het Grondwettelijk Hof.