fbpx


Actualiteit, Binnenland

De Nationale Veiligheidsraad, in hemelsnaam

Dekt de vlag de lading?


Toegegeven:  in deze ongewone en ongeziene tijden zijn er zwaarwichtiger zaken en nijpender kwesties. Toch kwelt ons de vraag waarom de Nationale Veiligheidsraad plotsklaps op het toneel van de coronacrisis is verschenen – een vraag waarop we nog nergens een antwoord hoorden of lazen.

Overlegcomité

Een korte chronologie om te beginnen.

Toen duidelijk werd dat de opmars van het SARS-CoV-2-virus niet zou stilvallen aan de grenzen van het Koninkrijk België, kwam op zondag 1 maart het kernkabinet een eerste keer bijeen om het onderwerp te bespreken. Na de vergadering deelde eerste minister Sophie Wilmès mee, dat het kernkabinet en het Overlegcomité voortaan minstens één keer per week over de kwestie zouden vergaderen.

Al daags nadien zat het Overlegcomité samen om over de Covid-19-epidemie te beraadslagen. Omdat ze te paard zit op de federale en de deelstatelijke bevoegdheden, was het daar het perfecte forum voor.  In het Overlegcomité hebben zowel de belangrijkste ministers van de federale regering als de minister-presidenten van de deelstaten zitting. Zijn taak lijkt op maat van de coronacrisis gesneden: het is het ‘centraal punt voor overleg, samenwerking en coördinatie tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, om met naleving van eenieders bevoegdheden, individuele of gezamenlijke doelstellingen te verwezenlijken’.

Op 4 en 9 maart vergaderde het Overlegcomité opnieuw over de verspreiding van het coronavirus. Na die laatste vergadering deelde premier Wilmès mee dat op 10 maart de Nationale Veiligheidsraad zich over bijkomende maatregelen zou buigen. Waarom de Nationale Veiligheidsraad (NVR) in de plaats van het Overlegcomité kwam, werd niet gezegd en heeft kennelijk nog niemand gevraagd.

‘Speciaal orgaan’

Met de NVR wisten de kranten niet meteen raad. Volgens De Morgen van 12 maart is het ‘een speciaal orgaan om belangrijke veiligheidskwesties te bespreken’. Daags nadien schreef dezelfde krant dat Wilmès de NVR had bijeengeroepen, ‘met daarin onder meer de vicepremiers, maar ook de ministers-presidenten van de deelstaten en verschillende experts ter zake’. De Standaard had het op 5 mei over ‘de Nationale Veiligheidsraad – met daarin de bevoegde federale ministers, de ministers-presidenten van de deelstaten, aangevuld met de GEES-expertengroep’.

Het Belgisch Staatsblad helpt ons wat verder. De Nationale Veiligheidsraad is opgericht bij koninklijk besluit van 28 januari 2015, twee weken na de verijdeling van een terreuraanslag in Verviers (15 januari) en twee maanden na de aanslagen in Parijs.

Helemaal nieuw was hij niet. Onder eerste minister Jean-Luc Dehaene was al een Ministerieel Comité voor Inlichting en Veiligheid in het leven geroepen (KB van 21 juni 1996), ter – vrij late – uitvoering van het ‘Pinksterplan’ uit 1990, een pakket maatregelen die de toenmalige regering-Martens  had genomen op basis van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie over de Bende van Nijvel. Het is opgedoekt bij de oprichting van de NVR.

Samenstelling

De NVR bestaat uit de eerste minister, als voorzitter, de ministers die Justitie, Landsverdediging, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken onder hun bevoegdheid hebben, en de vicepremiers die geen van die bevoegdheden hebben. De andere federale ministers kunnen door de premier uitgenodigd worden aan de vergaderingen deel te nemen ‘voor het onderzoek van zaken die hen in het bijzonder aanbelangen’.

Nieuw in vergelijking met het Ministerieel Comité is dat ‘de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat, de chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, de commissaris-generaal van de Federale Politie, de directeur van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, de voorzitter van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken, een vertegenwoordiger van het College van procureurs-generaal en de federale procureur’ de vergaderingen van de NVR bijwonen ‘wanneer de agenda hun aanwezigheid vereist’.

In het KB van 28 januari 2015 staat niet dat de minister-presidenten deel uitmaken van de NVR. Volgens een letterlijke lezing van het besluit kunnen ze de vergaderingen ervan zelfs niet bijwonen. Waarom is er dan sprake van vergaderingen en beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad?

Massavernietigingswapens

En wat heeft de NVR met een epidemie of pandemie te maken? Volgens het KB van 28 januari 2015 is dit zijn opdracht: ‘De Raad bepaalt het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid, verzekert zijn coördinatie en bepaalt de prioriteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De Raad is eveneens bevoegd voor de coördinatie van de strijd tegen de financiering van het terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens. De Raad bepaalt bovendien het beleid inzake de bescherming van gevoelige informatie.’

Het coronavirus lijkt niet meteen een ‘massavernietigingswapen’ of ‘gevoelige informatie’ te zijn. Er lijkt ook niet meteen een bedreiging van uit te gaan voor ‘de veiligheid van de staat’  van dezelfde orde als terrorisme en extremisme, spionage, de dreiging van het wetenschappelijk en economisch potentieel, inmenging in beslissingsprocessen, proliferatie van, georganiseerde misdaad en schadelijke sekten (zoals het werkveld van de Staatsveiligheid omschreven wordt).

Geen beslissingen

De NVR kan algemeen beleid bepalen, coördineren en prioriteiten stellen, maar in elk geval geen concrete, afdwingbare beslissingen nemen. Een krantenkop als ‘De Veiligheidsraad heeft beslist’ (De Standaard, 7 mei) kan misschien door de journalistieke beugel, niet door de juridische. Daarom is het vreemd dat de Vlaamse regering in enkele besluiten, onder meer dat van 10 april over steun aan ondernemingen, expliciet verwijst naar ‘de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus’.

Toch kunnen we u geruststellen: de rechtsstaat is niet in gevaar. Wat er na de vergaderingen van de NVR ook aangekondigd en meegedeeld werd, het was en het is minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem die met simpele ministeriële besluiten onze grondwettelijke rechten en vrijheden drastisch inperkt en grote delen van onze samenleving geheel of gedeeltelijk lamlegt (we schreven eerder al dat die besluiten een smalle wettelijke basis hebben).

Dat de federale regering en de deelstaatregeringen, samen met experts, voorafgaandelijk en grondig overleggen over de besluiten van minister De Crem, is uitstekend en noodzakelijk. Maar waarom boven die vergaderingen van wat in de feiten een ad hoc coronacrisiscomité is, de vlag van de Nationale Veiligheidsraad hangt, is een vraag die misschien wel een antwoord verdient.

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.