fbpx


Geschiedenis
Lincoln

De onbedoelde emancipatiestrijd van Abraham Lincoln

De slavenbevrijder onder het vergrootglas



Een burgeroorlog wordt nooit echt gewonnen, toch niet door het land waarin hij woedt. Een natie die gebukt gaat onder interne broedertwisten kan niet winnen zonder tezelfdertijd te verliezen. De neergeschoten vijand, plundertocht en terreinwinst van de ene landgenoot zijn het gedode familielid, afgebrande ouderlijk huis en de vlucht over de landsgrenzen van de andere. Het gezegde dat oorlog geen winnaars maar enkel verliezers kent, sluit het meest aan bij de realiteit wanneer men het heeft over een oorlog waarin vrienden en buren de wapens tegen elkaar opnemen.

Slavernij als splijtzwam

In België mogen de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschappen dan wel niet bijzonder goed met elkaar opschieten. Maar de kans dat Vlaamse en Waalse bendes naar de hoofdstad trekken om elkaar af te knuppelen, is bijzonder klein. Niet dat politiek geweld volledig vreemd is aan de vaderlandse geschiedenis, maar grootschalige, langdurige en gewelddadige conflicten tussen beide gemeenschappen zijn onbestaande.

De Verenigde Staten kennen dan een bloederigere wordingsgeschiedenis. De verkiezingsoverwinning van een Republikeins politicus uit Illinois met de naam Abraham Lincoln leidde ertoe dat nog voor diens eedaflegging zeven zuidelijke staten zich afscheurden van de Unie. De economieën van deze staten waren erg afhankelijk van de landbouw, in het bijzonder katoen. En ze waren afhankelijk van een plantagesysteem dat draaiende werd gehouden door Afrikaanse slavenarbeid. Vier extra staten zouden zich later aansluiten en samen de ‘Geconfedereerde Staten van Amerika’ (of kortweg: de ‘Confederatie’) vormen.

Van 1861 tot en met 1865 bekampten Noord en Zuid elkaar over de toekomst van slavernij op het grondgebied van de jonge republiek. Lincoln en de zijnen zouden de slavenstaten uiteindelijk op de knieën krijgen, maar de prijs in mensenlevens was torenhoog. Meer dan 600 000 soldaten lieten het leven, aangevuld door een ongekend aantal burgerslachtoffers. President Lincoln zelf was een van de laatste slachtoffers van de oorlog. Een sympathisant van de ondertussen verslagen Confederatie doodde hem, vijf dagen na de overgave van de zuidelijke generaal Robert E. Lee.

Bevrijder

Abraham Lincoln wordt vandaag herinnerd als de man die miljoenen zwarte slaven van hun ketens bevrijdde en de Amerikaanse Unie bijeenhield. In rangschikkingen van de beste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis krijgt hij keer op keer een podiumplaats, vaak het goud. Lincoln wordt steevast voorgesteld als het ‘wit’ ten opzichte van het Geconfedereerde ‘zwart’. Deze voorstelling doet echter de tinten grijs, die Lincolns politieke loopbaan en visie kenmerkten, in de vergetelheid belanden.

Wat zijn titel van ‘slavenbevrijder’ betreft, wijzen historici erop dat Lincoln tijdens het eerste anderhalf jaar van de oorlog weigerde om van de noordelijke oorlogsinspanning een emancipatiestrijd te maken. Hoewel slavernij verboden was in het noorden van het land, begreep de president dat er onder heel wat Unie-gezinnen weinig animo bestond om hun zonen naar het front te sturen voor een potje moreel armworstelen.

Voor vele noorderlingen – noorderlingen wier politieke en militaire steun Lincoln nodig had – was slavernij inderdaad geen probleem van morele, maar van economische aard. Zo zagen de noordelijke concurrenten de gratis slavenarbeid, die de zuidelijke landbouwondernemingen aanstuwde, als een vorm van oneerlijke mededinging. Niet als een smet op het ethisch blazoen van het land. Deze burgers wilden wel degelijk de slavernij afgeschaft zien, maar dat maakte hen nog geen voorvechters van rassengelijkheid of Afro-Amerikaans burgerschap.

Balanceren

Lincoln was zich ook bewust van de noodzaak om de slavenstaten die de Unie trouw bleven, niet onnodig tegen de borst te stuiten. Niet zelden vergeten we dat niet elke staat waar slavernij toegelaten was de Unie de rug had toegekeerd. En Delaware, Missouri, Maryland en Kentucky kozen (soms na druk van buitenaf) de kant van Lincoln.

De president was dan ook niet van plan om deze staten in de loop van de oorlog alsnog in de armen van de Confederatie te duwen door hun substantiële slavenpopulaties plots de vrijheid te schenken. Een aan Lincoln toegeschreven uitspraak luidt dan ook: ‘Ik hoop God aan mijn zijde te hebben, maar ik moet Kentucky hebben.’

Meerdere historici stellen zich de vraag hoe de toekomst van de slavernij in de Verenigde Staten eruit had gezien indien de zuidelijke politieke en economische elite als reactie op Lincolns verkiezing niet gekozen had voor secessie, maar voor overleg.

Status quo

Lincoln had zich tijdens zijn (politieke) carrière herhaaldelijk negatief uitgelaten over het instituut van slavernij. Maar de nieuwe president promootte niet een op federaal niveau opgelegde, vanuit de top geïnitieerde afschaffing ervan. Zo beloofde Lincoln in zijn eerste inaugurele rede zich niet te bemoeien in staten waar slavernij reeds bestond. ‘Ik geloof niet dat ik het recht heb dat te doen, en het is ook niet mijn intentie om dat te doen’, aldus de nieuwe president. ‘In uw handen, mijn ontevreden landgenoten, en niet in de mijne, ligt de belangrijke kwestie van de burgeroorlog’, sprak hij de burgers van de nieuwe Confederatie toe.

De boodschap was duidelijk: de status quo, inclusief behoud van slavernij, was nog steeds mogelijk, zolang het Zuiden een einde maakte aan de rebellie tegen de federale overheid.

Paranoia

De Confederatie koos haar lot toen ze op 12 april 1861, een goede maand na Lincolns speech, het vuur opende op een federaal fort in South Carolina. Dit was het begin van een burgeroorlog die zou eindigen met de totale nederlaag van het Zuiden en de afschaffing van de slavernij. Op die manier was het de zuidelijke paranoia die een einde maakte aan de legale onderwerping van zwarte Amerikanen aan hun blanke meesters.

De angst voor Lincolns mogelijke acties tegen slavernij, niet diens acties zelf, waren de aanleiding voor de secessie en de burgeroorlog. En het is de nederlaag in deze burgeroorlog, en de daaropvolgende militaire bezetting van het Zuiden door Unietroepen, die een einde maakten aan de slavernij.

Slavernij en de grondwet

De overwinning van Abraham Lincoln maakte een einde aan een instituut dat al sinds het ontstaan van de jonge republiek als een zwaard van Damocles boven haar hoofd hing. Zo had founding father Thomas Jefferson in het originele ontwerp van de Onafhankelijkheidsverklaring een veroordeling van slavernij opgenomen. Uit vrees dat dit zou leiden tot verdeeldheid onder de nog maar net verenigde kolonies, schrapte men deze passage opnieuw.

In de federale grondwet die zes jaar na het einde van de Onafhankelijkheidsoorlog in werking trad, werd slavernij nog uitdrukkelijk toegestaan en gereguleerd. De meest beruchte clausule hield in dat een slaaf uit een slavenstaat niet vrij kon zijn louter door zijn ontsnapping naar een vrije staat, en dat de meester steeds het recht had om zijn ‘eigendom’ op te eisen, ook in staten waar slavernij verboden was. Het versterken van de banden tussen de staten van de Unie was belangrijker dan het verbeteren van het lot van de zwarte Amerikanen.

A house divided

Maar de tweedeling van vrije staat – slavenstaat bleek in 1861 onhoudbaar. Dat voorspelde Lincoln reeds in 1858, in zijn beroemde House Divided-toespraak: ‘Een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, kan niet blijven staan. Ik denk dat deze regering niet eeuwig als half slaaf en half vrij kan blijven bestaan. Ik verwacht niet dat de Unie zal worden ontbonden — ik verwacht niet dat het huis zal omvallen — maar ik verwacht wel dat het zal ophouden verdeeld te zijn.’

Dat zeven jaar later het huis rechtstond zonder slaven in haar kamers, had de nog steeds jonge natie aan de bebaarde politicus uit Illinois te danken. Met de afschaffing van slavernij bracht Lincoln het land zonder twijfel dichter bij zijn ideaalbeeld van de Amerikaanse republiek. En het leiderschap van de president bleek essentieel voor de goede afloop van het conflict. Maar dat het einde aan de slavernij in 1865 met een knal eindigde (in plaats van na een lange, decennia durende doodstrijd), had op zijn minst evenveel te maken met de zuidelijke hoogmoed en paranoia als met de visie van de ondertussen legendarische president.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Roan Asselman

Roan Asselman (1996) studeerde rechten (KUL) en vermogensbeheer (EMS). Voor Doorbraak schrijft hij overwegend over de Amerikaanse politiek. Omschrijft zichzelf als conservatief in temperament en dus in gedachtegoed.