fbpx


Binnenland, Europa

De opvangcrisis: het plan voor de toekomst (deel 1)




De opvangcrisis stelt ons land op korte termijn voor grote uitdagingen. Er is een personeelstekort bij Fedasil en het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Er zijn niet genoeg opvangplaatsen en de achterstand in de te behandelen asielaanvragen blijft groeien.

Via extra personeel en extra opvangplaatsen wil staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole de Moor, aan de grootste nood voldoen. Dat loopt echter niet van een leien dakje. Half oktober werd door de federale regering beslist dat er 150 extra personeelsleden uit andere diensten naar Fedasil gedetacheerd zouden worden. Op heden zijn er naar verluidt nog maar weinig plaatsen ingevuld. De matching vraagt tijd, volgens Sieghild Lacoere, woordvoerder van de staatssecretaris.

Extra opvangplaatsen

Ook het creëren van extra opvangplaatsen blijkt geen sinecure. Het crisiscentrum moet voorzien in 1.500 extra plaatsen noodopvang om ervoor te zorgen dat mensen niet meer op straat moeten slapen. Jabbeke en Glons werden gekozen als snelst mogelijk operationaliseerbaar. Over de komst van een opvangcentrum in Jabbeke is echter al heel wat inkt gevloeid. Er komt al een terugkeercentrum in Jabbeke en dus ook nog een opvangcentrum, terwijl andere gemeenten geen asielzoekers opvangen.

Frank Casteleyn, burgemeester van Jabbeke, voelt zich vernederd door de manier waarop dat boven zijn hoofd beslist werd. ‘Waarom komt er geen verdelingsplan over alle gemeenten?’ vraagt Casteleyn zich af. Het is het aloude verhaal van Wetstraat tegen Dorpsstraat. Intussen laat Casteleyn onderzoeken hoe hoog het PFAS-gehalte op de site is en of het veilig is dat er kinderen zullen spelen. Of er werkelijk een noodopvangcentrum in Jabbeke komt, zal dus afhangen van een bodemonderzoek.

Minder instroom

Op korte termijn moet, volgens staatssecretaris De Moor, de instroom van asielzoekers verminderen en de uitstroom sneller verlopen. Een eerste manier om de instroom te beperken, zijn ontradingscampagnes. Zo trok de staatssecretaris onlangs naar Congo. Het aantal asielaanvragen door Congolezen is in de voorbije maanden sterk gestegen. Het gaat meestal om mensen die uit Kinshasa komen en dus niet uit conflictgebieden. Ontradingscampagnes moeten duidelijk maken aan mensen dat het geen zin heeft om naar België te komen.

Het Dublincentrum in Zaventem moet ook zo’n ontradend effect hebben. Het centrum fungeert als een hub waar asielzoekers met een Eurodac-hit type 1 (personen die in een andere lidstaat al een asielaanvraag hebben ingediend, nvdr) naartoe gebracht worden om hen van daaruit zo snel mogelijk naar het land terug te brengen waar ze asiel aangevraagd hebben. In 2021 waren er 10.952 hits, wat overeenkomt met 55,6 procent van het aantal aanvragen. Hoeveel van die bijna 11.000 hits Eurodac type 1 zijn, kon de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) niet zeggen.

Paulien Blondeel zegt dat DVZ veel personeel in Zaventem inzet en meewerkt aan de terugkeer, vrijwillig of, indien nodig, gedwongen. ‘Dit vraagt een inspanning op korte termijn. Verwacht wordt echter dat deze efficiënte aanpak van de Dublinprocedure een ontradend effect heeft op verzoekers die al elders een verzoek indienden en dat de instroom zal verlagen op lange termijn.’ Dat het effect al op korte termijn voelbaar zal zijn, verwacht men bij DVZ dus eerder niet.

Snellere uitstroom: alle hoop op Europa

Het Dublincentrum in Zaventem is, zoals gezegd, cruciaal inzake vrijwillige of gedwongen terugkeer en dus inzake een snellere uitstroom van mensen die onterecht asiel aanvroegen. Een aanzienlijk deel van de asielaanvragers zou eigenlijk in een ander Europees land door de asielprocedure moeten gaan. Een snelle terugkeer naar dat land zou logisch zijn en toch verloopt die terugkeer niet zonder slag of stoot. Europa vormt hierin geen eenheid. Momenteel is het door juridische problemen bijvoorbeeld niet mogelijk om mensen terug te sturen naar Griekenland, Bulgarije en Hongarije.

Dan is er nog de ongelijke verdeling van asielzoekers in Europa. ‘Waarom geen verdeelsleutel over alle gemeenten?’ De vraag die burgemeester Casteleyn van Jabbeke indirect aan staatssecretaris Nicole de Moor stelt, is in feite dezelfde vraag die De Moor aan Europa stelt. Ze kijkt naar Europa voor oplossingen en zegt al maanden dat België, Nederland en Oostenrijk disproportioneel veel aanvragen krijgen in vergelijking met andere Europese landen. Een betere verdeling zou de druk op de opvangcapaciteit in België verlichten.

Europese asielbeleid

Het Europese asielbeleid loopt echter vierkant. Er is weliswaar sinds juni van dit jaar een herverdelingsplan om bijvoorbeeld Italië en Griekenland te verlossen van een deel van hun disproportioneel aantal asielzoekers, maar ‘tot dusver zijn slechts 100 van de afgesproken 8.000 migranten in een ander land gehuisvest’. Op vrijdag 25 november kwam de Europese Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) in een buitengewone zitting bijeen om zich te buigen over de ‘migratiesituatie’, zo stelde de Tsjechische minister van Binnenlandse Zaken, Vít Rakušan het ietwat eufemistisch tijdens de persconferentie achteraf. Rakušan noemde een waslijst aan zaken waar op korte en lange termijn aan gewerkt moet worden. Op de korte termijn moet er bijvoorbeeld intenser samengewerkt worden met zogenaamde ‘derde landen’, moet er preventie zijn inzake aankomsten en betere bewaking aan de grens.

Volgens Rakušan heerste er een positieve sfeer en was het een vruchtbaar debat. De gesprekken worden verdergezet op 8 december. Op de voorlopige agenda staat: ‘Externe dimensie van migratie en de situatie langs de belangrijkste migratieroutes. Gedachtewisseling’. Een ‘gedachtewisseling’ klinkt mij anders in de oren dan een vergadering waar nagels met koppen geslagen zullen worden, maar goed. De vraag die op ieders lippen brandt is of nu wel zal lukken wat sinds 2016 nog niet gelukt is, namelijk of er een gecoördineerd Europees beleid komt.

Snellere uitstroom: een vacuüm

Een tweede aspect dat moet zorgen voor snellere uitstroom, is een kortere asielprocedure. Mensen die hier mogen blijven, verdwijnen dan sneller uit de asielcentra. Bij het zoeken naar een eigen woning dient zich echter de volgende bottleneck aan. Er zijn lange wachtlijsten voor sociale woningen en de mogelijkheid om te huren op de private huurmarkt is voor mensen met het statuut van erkend vluchteling of subsidiair beschermde erg klein. Dat wonen daarenboven een Vlaamse bevoegdheid is, maakt de zaak er niet gemakkelijker op. Er is een vacuüm.

Al jaren werken een resem kleine vzw’s in Vlaanderen aan huisvesting voor erkende vluchtelingen om te vermijden dat deze mensen op straat of bij huisjesmelkers terechtkomen. Snellere uitstroom uit de asielcentra richting de woningmarkt kan wel een wens zijn van de federale overheid, maar de Vlaamse overheid zal dan moeten volgen. De oplossingen die De Moor op de korte termijn voorstelt, zijn logisch en begrijpelijk, maar de vraag is hoe haalbaar ze zijn op korte termijn. Intussen tikt de klok en loopt de dossierachterstand op.

Aangeboden door het Horizon 2024 fonds


Dit artikel is deel van de artikelenreeks Horizon2024 en wordt gefinancierd door het Horizon 2024 fonds.

Ik steun het Horizon 2024 fonds.

Maarten Hertoghs

Maarten Hertoghs (1979) werkte jarenlang als godsdienstleerkracht en coördinator. Hij is masterstudent Gender en Diversiteit aan de UGent en schrijft graag over politiek, filosofie, religie en samenleven.