De parabel van de zachte heelmeesters

De boutade van federaal Gezondheidsminister/Vicepremier Frank Vandenbroucke in het VRT-praatprogramma De Zevende Dag ‘Wie is Bart De Wever?’ zorgde voor heel wat commotie in de N-VA-gelederen. De Wever had een wisselmeerderheid aangeboden om de kernuitstap weg te stemmen, een al te doorzichtige poging om de federale meerderheid uit elkaar te spelen.

Bij wijze van repliek vroegen velen zich af: wie is Frank Vandenbroucke? Op Twitter werd er overvloedig aan herinnerd dat de N-VA-voorzitter bij de jongste verkiezingen voor het Vlaams Parlement 242.386 voorkeurstemmen had behaald, en Vandenbroucke nul, wegens sinds 2010 niet meer aan een verkiezing deelgenomen. Dat was toen voor de Senaat, toch ook met 177.663 bolletjes achter zijn naam. Maar doet dat er eigenlijk wel toe? Zijn stemmenkanonnen per definitie ook goede bestuurders? Ik vrees ervoor.

Ik wil in dat opzicht even refereren naar twee populaire politici die ik in een kort radio-interview heb voorgedragen als hoofdbeschuldigden in een toekomstig corona-assisenproces: Maggie De Block en Wouter Beke. Die passage werd geknipt, ik wil het hier daarom nog eens herhalen: De Block en Beke moeten terecht staan wegens wanbeleid, schuldig verzuim en onopzettelijke doodslag.

Pensenkermissen

Ontreddering in de woonzorgcentra: de politieke eindverantwoordelijke blijft buiten schot. (VRT NWS)

Maggie De Block (Open Vld) was drie jaar lang de populairste politica van Vlaanderen, twee jaar lang zelfs van het hele land. Pas in 2017 zakte ze wat weg. Waarom was Maggie al die tijd zo populair als minister van Volksgezondheid? Simpelweg: omdat het volk gezond was, en zij zich alleen diende bezig te houden met puur technische kwesties als de financiering van de ziekenhuizen – een hervorming die al tien jaar in de oven suddert–, of de terugbetaalbaarheid van geneesmiddelen.

Voor de rest had ze haar fysiek mee: in het historisch door honger en nooddruft geteisterde Vlaanderen is zwaarlijvigheid nog altijd een teken van welstand, en een driedubbele kin het bewijs van een Boergondische levensstijl die we elkaar allemaal toewensen. Pensenkermissen en pannenkoekenfeesten zijn haar politieke biotoop. Deze vrouwelijke uitgave van de lachende Boeddha bleef als vanzelf altijd bovendrijven in de min of meer permanente machtsstrijd tussen linksliberalen en donkerblauwen die haar partij kenmerkt.

De immer goedlachse Maggie

De ware bestuurscapaciteiten van De Block kwamen pas aan het licht in maart van dit jaar, toen bleek dat ze al drie jaar een strategische stock van 27 miljoen mondmaskers aan het opstoken was, gewoon omdat ze in de weg lagen. Zelfs in januari, toen het virus in China al was uitgebroken, dacht de minister nog niet aan nieuwe bestellingen, en werden klokkenluiders als ‘drama queens’ weggehoond. Niemand heeft het motto ‘besturen is vooruitzien’ minder in de praktijk gebracht dan de immer goedlachse Maggie.

Dat geldt zo mogelijk nog meer voor die andere minister die steeds te laat kwam, Wouter Beke (CD&V). Wereldberoemd in Leopoldsburg waar hij burgemeester is, in 2019 goed voor 44.600 voorkeurstemmen, en partijvoorzitter die het tsjevisme een nieuwe invulling gaf. Tot hij in dat jaar de post van welzijnsminister in de kersverse regering Jambon letterlijk weggriste voor de neus van zijn partijgenoten. Dé flater van zijn carrière, zou achteraf blijken.

Toen midden maart diezelfde Vlaamse woonzorgcentra, waarvoor hij bevoegd is, alarm sloegen wegens ontbrekend test- en beschermingsmateriaal, gaf Beke niet thuis. De ontreddering was compleet. Twee derde van de Vlaamse coronadoden vielen in die rusthuizen. Ook de contactopsporing nadien blonk uit in gestuntel, inclusief het idee om de bevriende doch helaas al even traag denkende topambenaar Karine Moykens aan het hoofd te zetten van een task force. In de coronacommissie van midden juli dit jaar moest de Vlaamse welzijnsminister spitsroeden lopen, waarna hem de absolutie werd geschonken door alle regeringspartijen, de N-VA incluis. Ondanks een striemende getuigenis van de Vlaamse ombudsdienst.

De scheiding der machten

Volksvertegenwoordigers moeten pitbulls zijn, geen knopjesdrukkers (Radio 1)

Corona betekent een weergaloze stresstest voor het democratisch systeem, waarin middelmatige bewindvoerders met hun billen bloot staan. Met dank aan het virus. De Block en Beke sluiten -hopelijk – een tijdperk af waarin je minister kon worden als je maar genoeg stemmen haalde. Dat geldt ook voor hun bestuurlijke superieuren: respectievelijk Sophie Wilmès en Jan Jambon. Gewoon een paar maatjes te licht. Goed om in tijden van vrede en voorspoed de winkel open te houden, maar niets meer.

Dat populaire politici op een ministerstoel belanden, is een neveneffect van de particratie, dé kanker van het democratisch bestel, waardoor het stelsel van de scheiding der machten onder druk komt te staan, ooit bedacht door de Franse verlichtingsfilosoof Charles de Montesquieu (1689-1755).

Het peper en zout van de democratie

Dat stelsel is in zijn geniale eenvoud nog altijd onovertroffen: de regering moet regeren, het parlement controleren en de wetten stemmen, het gerecht arbitreren tussen de twee en de wetten uitvoeren. Die taakverdeling vereist sterke tussenschotten, ook op persoonlijk vlak. Een verkozene des volks moet een pitbullmentaliteit hebben, tegengas durven geven, ook echt de stem van het volk durven vertolken, in plaats van zich te laten degraderen tot knopjesdrukker in dienst van de partij. Filip Dewinter (VB) en Björn Rzoska (Groen) zijn de prototypes van zo’n parlementaire pitbull: het peper en zout van de democratie.

Topbestuurders dienen uit een ander hout gesneden: stressbestendig, vooruitziend, intellectueel sterk, helder communicerend, daadkrachtig maar ook zoekend naar het vergelijk. Ministers dienen de kwaliteiten van een CEO te hebben, aangesteld en bewaakt door de aandeelhouders, in casu het parlement. Zo iemand hoeft helemaal niet populair te zijn en dient ook afgeschermd te worden van electorale besognes.

Wit konijn met bazooka

Arrogant en eigengereid, maar wel bekwaam en doortastend (VRT NWS)

Het systeem van Montesquieu dient dus heruitgevonden te worden: parlementaire populisten aan de ene kant, bekwame managers aan de andere kant. Ze door mekaar mixen is een vergissing. Daarom zou het beter zijn dat partijen bestuurders gaan zoeken buiten hun eigen cenakels, weg van de kieslijsten, en als headhunters de samenleving en het middenveld afschuimen op zoek naar expertise en leidinggevend talent.

Zo’n wit konijn hoeft zelfs geen partijkaart te hebben al kan er wel een ideologische affiniteit spelen. Men had bijvoorbeeld Jean-Pierre Rondas al lang Vlaams cultuurminister kunnen maken, in de plaats van Jan Jambon die het er zo nog even bij nam, als was het Minister-Presidentschap geen full time job.

Intellectuele superioriteit

Dat brengt ons weer bij de figuur van de actuele federale gezondheidsminister. De switch van Maggie De Block naar Frank Vandenbroucke is alleen al qua stijl een verademing, dat moet men vaststellen buiten elke partijpolitieke consideratie om: onwankelbaar inzake dossierkennis, een bazooka gericht op de problemen, heldere communicatie. Zijn toegedichte ‘arrogantie’ is het gevolg van een intellectuele superioriteit die hem ook binnen de eigen partij in het verleden niet in dank werd afgenomen.

In 2009 werd hij afgeserveerd door toenmalig voorzitster Caroline Gennez, zelf een verstandelijk theelicht en als tennis-BV ooit door Stevaert in de partij gedropt. Een stommiteit want Vandenbroucke is gewoon een geboren manager die door zijn analytisch vermogen heel snel weet waar de klepel hangt. En die, belangrijk: weinig last heeft van de politiek correcte blindheid waar zijn linkse compagnons zo door geteisterd worden.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’, aldus VDB, een nuttig devies dat in verschillende contexten kan toegepast worden. In Frankrijk schijnt Emmanuel Macron dat inzake de gedoogcultuur tegenover de islam ook begrepen te hebben. Bij ons is het met de Quickies nog even wachten.

Een straf statement

Hét groot examen voor deze federale regering is, hoe dan ook, de verdeling van het vaccin vanaf begin 2021. Gebeurt dit snel, ordentelijk en efficiënt, dan zal de federale gezondheidsminister een grote pluim op zijn hoed mogen steken. Vandenbroucke heeft al gezegd dat ze hem ‘mogen afschieten’ als het in de soep loopt. Letterlijk of figuurlijk, maar geef toe: een straf statement in Vlaamse middens waar de sossenhaat nog levendig is.

Voorlopig doet Vlaanderen het evenwel niet beter, integendeel zelfs, het maandenlang getouwtrek rond de opslag voor de zorgsector was wansmakelijk. Jambon en C° hebben nooit iets anders gedaan dan het federaal niveau achterna gelopen. Ik word er als republikein niet vrolijk van, maar om het op zijn Maggie’s te zeggen: ‘Het is wat het is’.

Of waarom niet-mainstream media broodnodig zijn. We blijven het steentje in de schoen van de bewindvoerders, u mag me afschieten als ik er de brui aan geef.

Johan Sanctorum :Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent, uitgever/hoofdredacteur van het filosofisch tijdschrift «O», theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. www.visionair-belgie.be