fbpx


Media

De pennenvriendjes reconstrueren gesprekken Jambon-Mahdi en ontvoering Vinnie van Quickie

Alternatieve feiten voor de minderwaardezoekers



Het principe is simpel. Men neme enige opvallende artikels van de voorbije week. Men mailt enige mijmeringen hieromtrent heen en weer en kruidt deze goed af met wat hyperbolen en slinkse spelingen van het woord. En ziedaar: een nieuwe aflevering van de rubriek van Durnez en Vanmol, alias de Pennenvriendjes. 

Hey Sterke Erwin,

Ik had hier nog een leuk verhaaltje liggen. Misschien kan je het voorlezen aan vrouw, kind of huisdier voor het slapengaan. Hier gaan we.

Die ochtend in de maand december van het jaar des heren 2022 opende Jan Jambon nogmaals de gesprekken over de gerateerde septemberverklaring van drie maanden eerder, met de woorden: ‘Allez, en hoe moet meneerke Mahdi vandaag zijn goesting krijgen?’ Daarop floot gewiekste Sammy op zijn vingers en kwamen twee cheerleaders de vergaderzaal in dansen. Ze riepen: ‘Geef me een K, geef me een I geef me een N, geef me DERGELD! K-I-N-DERGELD!’

Het moet gezegd, ondanks haar ziekte zag Hilde Crevits er niet onsmakelijk uit met die bikini en die pomponnetjes. En hoe Sammy de gedesavoueerde Joke Schauvliege zo ver had gekregen om hier alsnog aan mee te doen, niemand van de aanwezigen die het snapte.

‘Goeie grap, Mahdi’, zei Jambon bars. ‘Maar dat is hier niet ‘Belgium’s got talent’. Wat denk je: we verhogen het kindergeld enkel voor de lagere middenklasse en daaronder?’

‘Dikke puh! Ik ga voor algemene verhoging van het kindergeld of anders niks.’ En Sammy stak zijn tong uit.

Toen, na al die tergende maanden van weerstand, gebeurde er iets bij Jambon. Zijn kleren scheurden, zijn huid werd groen en hij groeide zeker 2 meter. Plots stond Sammy Mahdi oog in oog met Sterke Jan!

‘Roest, Mahdi. Sterke Jan kleine Sam lesje leren!’  En hij klopte met de vuist op tafel zoals er in heel de Belgische politiek nog nooit iemand met de vuist op tafel had geklopt.

‘Haha’, lachte Sammy pesterig. ‘Je hebt alleen maar je vuist pijn gedaan.’

‘Tafel nog niet beseffen: Sterke Jan hard geklopt!’, zei Sterke Jan. En zijn woorden waren nog niet koud of de tafel viel in duizend gruzelementen uit mekaar als was ze een kibbelkabinet. Dreigend stapte Sterke Jan op Mahdi af. ‘Niet slagen!’ riep Sammy bang. ‘Niet slagen. Ik draag een bril.’ Dat laatste was niet waar, maar dat maakt niet uit in de politiek.

‘En wat kleine Sam zeggen over kindergeld?’, brieste Sterke Jan.

‘Dat het zeker niet algemeen moet verhoogd worden’, huilde Sammy.

‘Kleine Sam geluk hebben. Sterke Jan pas volgende keer van hem gehakt maken.’

Daarop stapte Sterke Jan naar een speciaal daarvoor geplaatste telefooncel, waar hij terug uitkwam met een cape en zijn onderbroek boven zijn broek. En net als Superman vloog hij tegen de klok in terug naar donderdag 29 september om met een triomfantelijke speech de mooiste septemberverklaring ooit af te leggen. Mannen juichten, vrouwen en kinderen huilden van blijdschap, vogels zongen hun mooiste lied. En zelfs Joël De Ceulaer schreef: ‘Hij is de slechtste nog niet.’

Beste Stef,

Politiek is zelden een gracieus ballet maar de kaduuke volgeltjesdans die we heden zagen, sloeg toch wel alles. Je kan Sammy Mahdi van alles verdenken. Dat heeft hij tegen. Maar toch wil ik die man enig krediet geven. Al was het maar omdat we anders naar Hilde Crevits moeten luisteren. Een vrouw zo seutig dat zelfs de Amish er schrik van hebben. Stel u voor dat zo’n Crevits premier wordt. Iedereen voor negen uur in zijn bed en wie flink gewerkt heeft krijgt twee snoepen.

Ik weet het niet Stef. Waar gaan ze met ons naartoe? Weten ze het zelf? Zijn we niet de speelbal van de stuiterbal der jokari-spelers? Eindeloos gestuiter tot we murw gebotst zijn? Ik weet dat ik wat doordram goede vriend maar zoals Paul Severs zei: ‘Dram dram dram, dram dramme doebiedoebie dram dram dram.’

Plato wist in zijn grot dat wij slechts schaduwen zijn. Schaduwen lijden geen pijn. Dat hebben ze voor op mensen.

Hey, leipe Vanmol,

Heb ik hier toch wel wéér een mooi verhaaltje zeker?

Op een late donderdagavond reden twee agenten door de straten van een wufte Kortrijkse buitenwijk, wanneer er eentje plots schrok: ‘Mo how zeh!’

‘Wuk es ’t er, wih?’ vroeg zijn collega.

‘Kiektekido, vint! E voiture mee e ollandse plakke!’

‘Da meentjini’, zei de andere. ‘Ollanders? Hier bi oes in Kortrike? Wa komm’n die iere doën, ten?’

‘Niët’n, da deugt’, besloot agent 1. ‘Kom we haan ter e kere e klapstje mee haan haan doën.’ De agenten stapten op de wagen af en schrokken. Er zaten drie mannen in en een vierde kwam op de auto af en wuifde vriendelijk naar de agenten.

‘Hoi oom agent, fijne avond’, sprak die luid en stapte in.

‘Die spreekt-ie hem Ollands!’ mompelde agent 2 verbaasd. Agent 1 klopte op het autoraampje.

‘Wuk zi wid’r iër aan ’t doën, miskiens?’

‘Nou, wij euh… zei de chauffeur. ‘Wij euh… zoeken de Oosjan. He jongens?’

‘Ja, precies’, zei de andere. ‘Nu je ’t zegt, ja, zeker. De dinges ja. Die.’

‘Moh hast’n’, lachte Agent 2. ‘Den Auchan is al ier ni. Da situeert hem over de skreve in Roncq. En ’t is ’t hij hem al lange heslot’n. Je ha morh’n moë’n were kommen, wih.’

‘Maarre, zou dat astublief mo’helijk zin da wider binst julder identiteit moh’n controleren als ’t ni heeft, alstublief’? zei agent. 1

Zo gezegd, zo gesproken. De agenten stelden vast dat de heren een identiteit hebben en zagen verder niks mis. Met een ‘elks noh e hoeienavond en veurzihtih op de boane, wih’, lieten ze de Nederlanders vertrekken.

‘Zo Joep, begon één van de Nederlanders. Knap dat je die wouten begreep. Dat taaltje, man.’

‘Ja, Eppie’, zei Joep. ‘Maar nou hebben we ’n probleem. Die bromsnorren waren zo oliedom dat ze ons niet eens verdacht vonden. Nou mislukt het hele plannetje van onze baas.’

‘Ik weet het goed gemaakt, Joep,’ zei Eppie. ‘Als we nou onze tweede auto, de vluchtauto, opzettelijk fout parkeren, hier zo vlak voor een garagepoort, en we leggen de wapens en het materiaal er goed zichtbaar in, dan verwittigt die bewoner morgenochtend de polietsie. Dan denken ze alsnog dat we die Quackenboemel komen kidnéppen.’ ‘

‘Ja, néppen, zeg dat wel’, lachte Eppie. ‘Strak plan, jongens, doen we!’

Beste maat,

Behalve van Quickenborne zelf en zijn vrouw is er niemand die ooit geloofde in de ontvoering van Van Quickenborne. Stel jezelf in de plaats van zo’n ontvoerder. Als je ‘hij-wiens-ego-een-eigen-dampkring-heeft’ moet huisvesten, dat wil ook zeggen dat je daar 24/7 moet op kijken. Er zijn geharde mensen, en ontvoerders zijn dat meestal, maar het moet een beetje menselijk blijven.
Er zijn ooit zwerfkatten geweest die drie poten ontbraken, en toch meer gewenst waren dan de korte gestuikte van Kortrijk.
En dan moet je zijn programma zien. Villa politica met zichzelf op eindeloze loop ‘Kijk eens, vrouw, hoe ik hier ‘hevoarlijk’ zeg!’
Van Quickenborne is minister van Justitie maar ook van de Noordzee. Moordzee volgens meeuwen.
De vlerken!

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Erwin Vanmol en Stef Durnez