fbpx


Cultuur, Filosofie

De prijs van de liberale hoogmoed



hybris

De oude Grieken veroordeelden boven alles de hybris (Oudgrieks: βρις, spreek uit: hubris). Ze hadden er zelfs een specifieke wraakgodin voor, Nemesis, die het meedogenloos bestrafte. In het Nederlands kunnen we hybris vertalen als hoogmoed, overmoed of grootheidswaan. Het begrip betekende in de Griekse mythologie personages die de goddelijke wereldorde (of de eigen lotsbestemming) niet respecteerden.

Op de vlucht voor koning Minos stortte zo Icarus tijdens zijn ontsnappingspoging neer in de Egeïsche Zee toen hij, tegen de wijze raad in van zijn vader Daedalus, te dicht bij de zon vloog. Prometheus stal dan weer het vuur bij de Olympische goden en gaf het aan de mensheid, waarna hij als straf aan de bergketen Kaukasus werd vastgekluisterd terwijl de adelaar Ethon elke dag zijn lever kwam opeten. Met hoogmoed  viel reeds bij de oude Grieken duidelijk niet te spotten.

Superbia

De hybris-gedachte was niet alleen een veelvoorkomend thema in het Griekse denken, maar ook in het christelijke leer is het een zeer belangrijk element. Superbia, de Latijnse benaming voor hoogmoed of ijdelheid, wordt beschouwd als de ergste van de zeven hoofdzonden, en alle andere zonden komen eruit voort.

Laat die liefde voor zichzelf en narcisme nu net een plaag zijn die, volgens de Amerikaanse cultuurhistoricus Christopher Lasch (The Culture of Narcissism en The Minimal Self), het westerse geestelijke leven steeds heviger teistert sinds de negentiende eeuw.

Het bekendste joods-christelijke verhaal over hybris en ijdelheid is dat van de gevallen aartsengel Lucifer. Zijn ongehoorzaamheid aan God veroorzaakte zijn verbanning uit de hemel en zijn transformatie in Satan of de Duivel (Oudgrieks: Diabolos). Als leider van de rebellerende gevallen engelen of demonen staat hij nog steeds symbool voor het kwaad.

Onttovering van de wereld

Maar met het verstrijken van de eeuwen verdween de angst voor de ‘goddelijke’ wereldorde, en daarmee ook de cultuur-historische morele limieten aan het menselijk handelen die daaruit waren gegroeid.

De cultuur-historische waarheid, uitgedrukt in de gedichten van Homerus of de dialogen van Plato, in het Oude en Nieuwe Testament, werd langzaamaan vergeten, en vanaf de Verlichting steeds meer vervangen door een ethiek op basis van rationele en abstracte fundamenten zoals gelijkheid, vrijheid, sociale contracten en het  schadebeginsel.

Terwijl hoogmoed, voortkomend uit zelfgenoegzaamheid, nog honderd jaar geleden als zondig werd aanzien, is de hedendaagse mens alleen nog maar rekenschap verschuldigd aan zichzelf. Mensen die niet erkennen dat zij zelf zondig zijn, verblind door trots, denken tevens geen behoefte te hebben aan God of ‘goddelijke overlevering’, geen nood te hebben aan genade of vergeving, en dat iedereen hen maar moet aanvaarden zoals ze zijn.

Overschrijdingsdrang

Elke limiet moet vandaag kunnen worden overschreden en elke angst moet worden overwonnen in naam van die utopische absolute individuele vrijheid. Wie of wat stopt of begrenst vandaag de mens, verstrikt en verblind door het eigen ego, nu er geen goddelijke overlevering meer is die zijn hybris begrenst?

Nemesis bestaat dan wel niet meer in ons collectief bewustzijn, maar de Griekse godin van de geestelijke verblinding en verdwazing Até lijkt mij nog steeds actief.  We willen steeds verder voorbij de limieten gaan, waar we kunnen fantaseren over onze grenzeloze zijn, zonder iets en niemand die ons beperkt.

En toch, de utopische liberalen en progressieven vergeten dat maat, wetgeving, verboden en grenzen de vrijheid bepalen. Regels zijn voor vrijheid wat zuurstof is voor vuur. God zei tegen Adam dat hij van de boom van de kennis van goed en kwaad niet mocht eten.

Dit verbod maakte Adam bang omdat het hem de mogelijkheid gaf tot de vrije keuze, en dus tevens voor hybris. Maar zonder dat verbod was de mensheid zich nooit bewust geweest van de eigen vrijheid, van de keuze tot goed en kwaad. Totale vrijheid betekent ironisch genoeg een terugkeer naar een onbewust instinctief dierlijk bestaan, die slechts kan doen waarvoor het genetisch is geprogrammeerd, zonder keuzevrijheid.

Antropocentrisme

De menselijke wereldorde heeft vandaag alleen nog zichzelf, de mens, als maatstaf. Toch is deze hoogmoedige gedachte niet nieuw. Protagoras van Abdera, een van de eerste Griekse sofisten en agnosten, verklaarde reeds in de 5e eeuw VC dat hij niet zeker wist of er wel een god bestond:

‘Voor wat betreft de goden kan ik niet weten of zij bestaan of niet. […] Aangezien het al dan niet bestaan van Goden niet voor het menselijk verstand toegankelijk is, kunnen zij beter vertrouwen op hun eigen oordeel dat tot stand komt op basis van het zintuiglijk waarneembare.’

De mens werd voor hem dus de maat van alle dingen, en besliste wat bestond en niet bestond. Deze ‘goddeloosheid’ nam niet iedereen in Athene Protagoras in dank af. Kort na de dood van zijn beschermheer Pericles vluchtte hij uit de stad en ‘bekocht’ zijn hybris met de verdrinkingsdood.

Nietzsche

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche hernam deze antropocentrische en relativistische visie van Protagoras in zijn pleidooi voor een Herrenmoral (heren- of heersersmoraal), geïnspireerd op de Hellenistische en Romeinse deugden en in strijd met de Joods-christelijke Sklavenmoral. Alles wat niet assertief, edel of nuttig was, waren ondeugden en dus slecht.

De aristocraten die leefden naar de Herrenmoral, de übermenschen, namen nog enkel zichzelf en niet het algemeen belang of de overlevering als maatstaf voor de morele oordelen die zij maakten. Deze nihilistische visie, waarbij de waarheid wisselend is, nooit definitief, altijd partijdig en persoonlijk, staat lijnrecht tegenover de christelijke, met absolute waarden als nederigheid, medelijden en vergeving.

Een objectieve moraal bestond voor Nietzsche niet, deze werd verzonnen overeenkomstig de behoeften van het subject, en diende als dekmantel voor machtshonger. Ook deze moderne denker ‘betaalde’ zijn hybris en werd elf jaar voor zijn dood waanzinnig. (Hij ondertekende ook enkele van zijn beroemd geworden ‘Wahnbriefe’ met ‘de gekruisigde’.)

Technologie als nieuwe God

Vandaag is het doel van de radicale liberale en progressieve mens om niet alleen die eigen limiet te bereiken, maar ook voorbij die limiet te gaan. Daar zal men echte vitaliteit en vrijheid vinden. Het gaat hier niet over eventjes uit uw comfortzone te treden, maar wel de natuurlijke limieten onherstelbaar te verzetten.

De snelheid waarmee men over leven en dood beslist, toont aan dat men niet langer bang is voor de hybris. Men mag dan wel het tegendeel beweren, maar in de praktijk heerst niet de moraal over de toepassing van technologische vooruitgang, maar omgekeerd. Nieuwe technieken in diverse sectoren verleggen steeds sneller en fundamenteler morele grenzen of limieten waarover men vroeger nooit kon, mocht of durfde stappen.

Bevrijding

Genetische selectie bij ongeboren leven, geslachtsverandering, huurbaarmoederschap voor LGBT-koppels, plastische chirurgie omwille van esthetische redenen, etcetera zijn een gevolg van een maatschappelijke orde met steeds minder ethische, sociale noch culturele regels of normen. Het vrije individu is alleen verantwoordelijkheid verschuldigd aan het eigen ego.

Het is dan ook geen toeval dat de mensenrechten de laatste decennia zo breed mogelijk worden geïnterpreteerd, met naast politieke rechten en burgerrechten, steeds uitgebreidere economische, sociale en culturele rechten.

Ze zijn een radicaal progressief en liberaal en deconstructief wapen tegen alles wat een gemeenschap, volk of natie  gemeenschappelijk heeft  en ‘begrensd’, waaronder gedeelde waarden en normen, identiteit, overlevering, geschiedenis  en cultuur. Ook de recentere biologische deconstructie van de mens, waaronder de genderkeuze, moet het individu ‘bevrijden’ van de laatste mentale en fysieke ketens.

Verarmd Vlaanderen

Inmiddels bestaat ​​de goddelijke wereldorde in Vlaanderen niet meer. Toch leeft de nostalgie naar de ‘goden’ verder in de samenleving: in de nostalgie naar een lotsbestemming, naar de traditie of overlevering, naar de gemeenschap.  Deze nostalgie is geen romantisch gevoel dat een ‘gouden tijd’ of de verloren wereld betreurt, zoals progressieven wel eens opperen. Het is de gedachte die teruggaat naar de oorspronkelijke vormen, bronnen en archetypen van ons cultuur-filosofisch zijn.

Deze eeuwigdurende ‘goden’ herinneren er ons langsheen de overlevering aan om maat te houden, onze limieten te kennen, en vooral angst te hebben voor hybris. Ze vormen echter ook een gemeenschappelijke identiteit, verbonden aan een cultureel vaderland, met zowel morele als fysische grenzen.

Grenzen die de liberale en progressieve elite vandaag, zoals in het verleden, op radicale wijze bestrijdt, omdat zij de utopische individuele zelfbeschikking of vrijheid in de weg staan van een nieuw soort  ‘übermensch’: een autoreferentiële kosmopolitische narcistische genetisch-perfecte mens, losgemaakt van enig sociale, biologische culturele, economische, staatkundige of religieuze limieten, verblind door (pseudo)wetenschappelijke en technologische hoogmoed.

Illusoire vrijheid

Maar ontdaan van alle traditionele sociale banden is de westerse ‘bevrijde’ mens steeds eenzamer. Terwijl enerzijds de overheid deze natuurlijke solidariteitsbanden overnam via de sociale welvaartsstaat, moet zij anderzijds ook de gevolgen van deze individuele ‘bevrijding’ oplossen.

De liberale ‘übermensch‘ eindigt vandaag als eenzame bejaarde in een rusthuis, ver van familie en vrienden, waar hij of zij dan voor  euthanasie kan kiezen als laatste teken van ‘vitaliteit’ of  rebellie tegen de lotsbestemming. In een oppervlakkige liberale cultuur, geobsedeerd met alles wat gezond, nieuw en jong is, spreekt men van de  ‘goede dood’ voor ouderen, en van de ‘slechte dood’ bij jongeren.

De zelfbeschikking over de eigen sterfdatum groeit blijkbaar naarmate de leeftijd vordert. De  afbraak van de religieuze en vooral culturele ‘goden’ maakte het individu op zichzelf gericht maar niet gelukkiger. Nooit zaten zoveel mensen aan de antidepressiva en nooit zijn zoveel mensen met psychologische stoornissen gediagnosticeerd.

Vrijheid zonder grenzen, zonder culturele  houvast en zonder overgeleverde zingeving geeft de mens de illusie vrij te zijn, maar is in werkelijkheid een fata morgana voor een dorstige reiziger in een  existentiële woestijn.

De prijs

De ethische afbraak bracht tevens de seksuele bevrijding tegen een jaarlijkse prijs van 20.000 abortussen. Om het eigen geweten te sussen is niet alleen voor het eerst het tijdstip van de mens-wording  van het ongeboren leven wetenschappelijk vastgelegd, maar ook werd de levenskwaliteit gekwantificeerd.

Sommigen, waaronder radicale feministen, eigenden zich  onder de noemer van de ‘bevrijding’ het recht toe te beslissen over leven en dood, maakten van het moederschap een vloek in plaats van een zegen, en transformeerden het leven van een mirakel in een (ongewenste) medische toestand.

God is dan wel voor velen dood en de Griekse goden zijn tevens vergeten, maar zoals toen de ijdele Narcissus de nimf  Echo afwees, en zij zich daarna vol verdriet afzonderde in een grot tot enkel nog haar stem overbleef, zal ook de ‘goddelijke’ waarheid blijven weerklinken.

De hybris van de ijdele Narcissus werd daarna door – wie anders – Nemesis zwaar gestraft. De individuele en maatschappelijke prijs van de liberale hoogmoed  wordt vandaag ook  steeds duidelijker.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Philip Roose