fbpx


Multicultuur & samenleven

De profeet en het Europese manna: twee handen op één buik

Hoe Europese subsidies het islamistische gedachtegoed dienen



Dit artikel verscheen eerder in Doorbraak Magazine van juni 2022. Vier keer per jaar verschijnt Doorbraak namelijk ook op papier met uitgebreide interviews, reportages en columns. De recentste Doorbraak Magazine ligt nu in de krantenwinkel. Vraag ernaar. 

Een Europese affichecampagne waarin gesluierde vrouwen symbool staan voor de vrijheid? Te gek voor woorden, zou je denken, maar pas na zwaar protest vanuit Frankrijk verdwenen de affiches. De campagne was niet zomaar een Europees accident de parcours, zo blijkt uit nader onderzoek. Onder het mom van de strijd tegen discriminatie of islamofobie, rijven lobbygroepen, ngo’s en activistische verenigingen met een soms onverbloemd islamistische agenda, jaarlijks voor miljoenen euro’s aan Europese subsidies binnen.

Raad van Europa

‘Echte schoonheid vind je enkel terug in verscheidenheid, net zoals je de vrijheid terugvindt in de hijab.’ De slogan zou zo uit de koker van een reclamebureau in pakweg Koeweit of Qatar kunnen komen, maar niet is minder waar: het was de Raad van Europa die er in november 2021 mee uitpakte. De slogan maakte deel uit van een campagne tegen de discriminatie van moslims én voor de vrijheid om een hoofddoek te dragen. Die Raad van Europa is een mensenrechtenorganisatie die vanuit Straatsburg rond integratie en antidiscriminatie werkt en waarvan zowat alle Europese landen lid zijn.

Terwijl het in de rest van Europa aanvankelijk oorverdovend stil bleef, schoten heel wat Franse politici prompt in een Franse colère. Hoe was het mogelijk dat er in Europa een hoofddoek werd opgevoerd in een campagne voor de vrijheid, terwijl die hijab in heel wat landen net symbool staat voor de onderdrukking van vrouwen? Kort nadien nam de Raad van Europa zelf ook uitdrukkelijk afstand van de campagne, en werd ze offline gehaald.

‘De mate waarin het islamistische gedachtengoed effectief geïnfiltreerd is in de coulissen van de Brusselse en de Europese politiek valt moeilijk precies af te meten’, erkent Florence Bergeaud-Blackler. De Franse onderzoekster is al jarenlang actief bij het befaamde Franse onderzoeksinstituut CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique) en schreef onder meer een boek over de spectaculaire opgang van de halal-cultuur en van de islamitische normen de voorbije jaren. ‘Op basis van eigen onderzoek bij onder meer verenigingen, politieke partijen en in het economische weefsel, kan ik alleen maar vaststellen dat er absoluut sprake is van almaar meer en almaar strengere eisen en voorschriften die puur religieus geïnspireerd zijn. Die trend blijft uiteraard niet beperkt tot Brussel, maar de massale aanwezigheid van heel wat Europese instellingen en lobbygroepen blijkt ook een ideale voedingsbodem voor een klimaat waarin het communautarisme en het religieuze fundamentalisme steeds beter gedijen.’

Observatorium

Mede om die reden was Bergeaud-Blackler vorig jaar in Brussel ook betrokken bij de oprichting van het Observatoire des Fondamentalismes. Een soort waakhond tegen verschillende vormen van religieus fundamentalisme, zeg maar. ‘Dat observatorium hebben we in het leven geroepen vanuit de vaststelling dat een open debat over de groei van het islamisme in Brussel, toch de hoofdstad van Europa, blijkbaar niet langer mogelijk is’, legt directrice Fadila Maaroufi uit. Als gewezen straathoekwerkster en antropologe spreekt zij ook uit eigen ervaring: ze werd al meermaals met de dood bedreigd. ‘We wilden de burger beter informeren over het verschil tussen moslims, islamisten en jihadisten, zodat niet iedereen over eenzelfde kam wordt geschoren.’

Maaroufi ontkent niet dat het observatorium zich vooral op het islamisme focust, maar dat is ook niet onlogisch, vindt ze. ‘Als we het over de gevaren van godsdienstig fundamentalisme hebben, vormt het islamisme anno 2022 veruit de grootste bedreiging. Mensen met islamistische ideeën zijn hier vandaag geïnfiltreerd in zowat alle lagen van het verenigingsleven én in zowat alle politiek partijen. Wanneer we bijvoorbeeld politieke partijen hier in Brussel onze expertise willen aanbieden, wordt dat aanbod ook systematisch afgeslagen. De moslimstem is electoraal zo belangrijk geworden dat haast geen enkele partij het islamisme nog openlijk durft te veroordelen.’

Moslimbroeders

Dé spin in het web van streng religieuze en vaak ronduit islamistische verenigingen en lobbygroepen in Europa zijn de Moslimbroeders. Deze transnationale organisatie werd bijna honderd jaar geleden in Egypte opgericht. Vooral in de jaren ’80 en ’90 won de beweging sterk aan invloed, onder meer dankzij financiële steun vanuit Qatar. Toen steeds meer Arabische landen de organisatie in het vizier namen, niet in het minst omwille van haar groeiende politieke invloed, focusten de Moslimbroeders ook steeds meer op de grote moslimgemeenschappen in Europa. Hierbij genoten ze ook de steun van de Turkse regering.

De Moslimbroeders werpen zich op als voortrekkers in de sociale en intellectuele emancipatie van de moslims in Europa, en zitten vaak diep vertakt in het verenigingsleven en niet zelden ook in de politiek en in het onderwijs. Tegelijk houden ze intern vast aan een onverbloemd fundamentalistische agenda en zijn ze voorstander van de invoering van de sharia.

Florence Bergeaud-Blackler: ‘Allerlei onderzoeksinstellingen en zelfs universiteiten spelen een sleutelrol in de opgang van het zogenaamde frérisme (de ideologie van les frères musulmans, nvdr). Ze maken daarbij dankbaar gebruik van de woke-ideologie en het dekolonialisme, die in deze kringen doorgaans ook behoorlijk wijdverspreid en populair zijn. Onder het mom van de strijd tegen racisme en discriminatie slagen ze er moeiteloos in om heel wat geld en subsidies los te weken voor zogenaamd onderzoek of voor projecten die de “oprukkende islamofobie” moeten aanpakken. Een rechtstreekse link met de Moslimbroeders is vaak moeilijk aan te tonen, maar hun invloed reikt bijzonder ver, ook hier in Brussel. Ze kunnen daarbij ook terugvallen op een zeer gedegen kennis van het Europese recht en van de Brusselse én Europese politieke structuren.’

ENAR

Een van de speerpunten in de lobbymachine tegen de zogenaamde islamofobie en het racisme op het niveau van de Europese instellingen is het ENAR (European Network Against Racism). Dit netwerk verenigt een honderdtal Europese ngo’s en noemt zichzelf ‘het enige pan-Europese netwerk tegen racisme’. In ons land vallen 13 verenigingen onder de ENAR-koepel, onder meer KifKif, Hand in Hand tegen Racisme, LEVL (het vroegere Minderhedenforum), de vzw Orbit en BePax. ENAR steekt niet onder stoelen of banken dat het financieel gesteund wordt door het Europese Rights, Equality and Citizenship-programma, dat onder de bevoegdheid van Europees Commissaris Helena Dalli valt. Het heeft tot doel ‘de in de EU-Verdragen verankerde rechten en waarden te beschermen en te bevorderen’. Met name door steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau. Gesneden koek dus voor verenigingen en lobby-organisaties die de strijd tegen discriminatie en racisme hoog in het vaandel beweren te voeren.

In de periode 2014-2020 ging er in totaal zomaar eventjes 426,8 miljoen euro naar dat programma. 35 procent van dat budget, 149,6 miljoen euro, was bestemd voor projecten die specifiek mikten op de strijd tegen discriminatie en op de bestrijding van racisme en vreemdelinghaat. ENAR is een schoolvoorbeeld van een lobbymachine die de weg naar het Europese manna moeiteloos wist te vinden. Zomaar eventjes 69,3 procent van hun totale jaarbudget is afkomstig van het Europese Rights, Equality and Citizenship-programma, zo blijkt uit het meest recente jaarverslag. Ook Open Society Foundations (OSF), de stichting die in het leven werd geroepen door de Hongaarse miljardair George Soros, is al sinds 2002 een finananciële partner van het ENAR. In 2008 werd Open Society Foundations ook een structurele financier (‘core-founder’). Dat is ook bittere noodzaak: de Europese Commissie financiert immers enkel verenigingen die ook elders aanspraak kunnen maken op subsidies. Anders gesteld: zonder die Europese subsidies zou het ENAR geen dag kunnen overleven.

Wat online-speurwerk toont evenwel aan dat de strijd tegen racisme en discriminatie door ENAR nogal voluntaristisch en eenzijdig wordt ingevuld. Wie de zoektermen ‘ENAR en ‘islamophobia’ intikt, krijgt al meteen 24.100 resultaten voorgeschoteld. Gaande van een ENAR-rapport dat schetst hoe de Europese strijd tegen terrorisme tot vooroordelen tegen moslims leidt (over de impact van het islamitisch geïnspireerde terrorisme op niet-moslims waren wellicht geen cijfers te vinden) tot een rapport dat moet aantonen hoe zelfs Covid19 bijdroeg tot nog meer discriminatie van moslims.

Franse presidentsverkiezingen

Duiken we wat dieper in de twintig ‘anti-racistische organisaties’ die volgens een persbericht van 11 mei 2020 op hun beurt samen 200.000 euro kregen toegekend van de aanverwante ENAR Foundation, dan blijken er zomaar eventjes negen daarvan zich te focussen op de discriminatie van moslims. Al minstens even veelzeggend is dat het ENAR in de periode 2014-2020 in de figuur van Michael Privot een algemeen directeur had van wie de geloofsbrieven toch stevig in vraag kunnen worden gesteld. Niet in het minst voor een organisatie die beweert alle vormen van discriminatie te willen bestrijden. Privot is een bekende academicus aan de overkant van de taalgrens, die zich jaren geleden al tot de islam bekeerde. Daarna was hij ook enkele jaren lid van, jawel, de Moslimbroeders, iets wat hijzelf overigens ook grif toegeeft. Naar eigen zeggen zou hij die vereniging evenwel al jaren geleden de rug hebben toegekeerd. Sindsdien zet hij zichzelf graag in de etalage als een fervent voorvechter van de ‘verlichte islam’. Toch blijft het hoogst merkwaardig dat een man die ooit deel uitmaakte van een vereniging die al openlijk pleitte voor het vermoorden van homoseksuelen, het blijkbaar zomaar tot directeur kan schoppen van een groot pan-Europees netwerk dat opkomt tegen discriminatie.

Ook in de aanloop naar de recente Franse presidentsverkiezingen liet ENAR zich allerminst onbetuigd. Zo was Julie Pascoet, senior advocacy officer bij ENAR, op maandag 9 mei te gast in de ontbijtshow van de Britse zender Voice of Islam. Ze mocht daar haar licht laten schijnen over islamofobie, in het bijzonder over de kwesties van genderdiscriminatie en de zogenaamde voortdurende stigmatisering van moslimvrouwen die de hijab dragen in Frankrijk. Eind vorig jaar had ENAR zich, samen met enkele tientallen andere burgerrechtenorganisties, al openlijk solidair verklaard met Femyso. Deze pan-Europese ngo, die enkele tientallen Europese jongerenorganisaties vertegenwoordigt, had zich immers uitgesproken tegen de ‘islamofobe heksenjacht’ bij onze zuiderburen. ‘De afgelopen maanden heeft de Franse regering talloze administratieve procedures opgestart om door moslims geleide organisaties, moskeeën, scholen en zelfs door moslims gerunde snackbars te sluiten’, schreef Femyso in november 2021 in een persbericht. ‘Ondanks een totaal gebrek aan bewijs of gerechtelijke procedures heeft zij dit gedaan door zich te beroepen op banden met de Moslimbroederschap.’

Die focus op Frankrijk is allerminst toevallig: door strikt vast te houden aan de scheiding tussen kerk en staat, heeft Frankrijk zich de voorbije jaren niet alleen ontpopt tot het favoriete doelwit van islamitisch geïnspireerd terrorisme. Ook allerlei ngo’s en moslimorganisaties viseren de Franse overheid, vanuit het besef dat het Franse voorbeeld om de islam zoveel mogelijk uit het openbare leven te weren, elders in Europa wel eens navolging zou kunnen krijgen.

Wijdvertakt netwerk

‘Wanneer we nader onderzoek doen naar verenigingen die tegen islamofobie strijden, dan belanden we haast altijd bij de Moslimbroeders’, bevestigt ook Florence Bergeaud-Blackler. ‘Zij zijn er de voorbije jaren in geslaagd om geruisloos een voet tussen de deur te krijgen bij de meest uiteenlopende verenigingen en lobbygroepen, vooral dan in Brussel. Die groepen pleiten dan bijvoorbeeld voor het toelaten van een burkini in openbare zwembaden, zoals onlangs in Grenoble. Of ze spannen gerechtelijke procedures aan tegen het hoofddoekenverbod op school.’

‘Maar we moeten dit in een breder kader zien dan de Moslimbroeders zelf’, vervolgt Bergeaud-Blackler. ‘Le frérisme, zoals ik het omschrijf, is een ideologie die zich perfect heeft ingepast in de Europese politiek en sociale context. We maken in het Westen nog te vaak de fout om in hiërarchische structuren te blijven denken, zoals de meeste politieke partijen bij ons nog altijd zijn opgebouwd. Het gaat in dit geval veeleer om een zeer breed en wijdvertakt netwerk, met als centrale drijvende kracht de islam. Die islam is veel meer dan een ideologie, het is een dagdagelijkse praktijk en manier van leven. Dat aspect, en de invloed die daarvan uitgaat, onderschatten wij hier in Europa.’

‘Het netwerk onder de ideologie is er de voorbije jaren ook meesterlijk in geslaagd om de moslims in Europa in de rol van slachtoffer te wringen. Ze hebben een identitair slachtofferdiscours gefabriceerd dat bijzonder goed aanslaat.’ Last but not least, zo onderstreept Bergeaud-Blackler, komt daar het electorale belang van de moslimstem bovenop. In een stad als Brussel kan geen enkele politieke partij het zich vandaag nog veroorloven om de ‘moslimstem’ links te laten liggen. ‘De MR is wellicht nog de enige uitzondering, maar de demografische evolutie in Brussel draagt er almaar sterker toe bij dat je niet meer aan de macht raakt als je niet minstens op de steun van een deel van de moslimbevolking kan rekenen. Het probleem is dat deze bevolking almaar meer wordt gecontroleerd door een relatief kleine minderheid van harde islamisten en activisten, die voor hun wervende communautaristische projecten ook flink wat financiële steun vanuit het buitenland, denk maar aan Qatar en Turijke, ontvangen. Ook daar komen de Moslimbroeders opnieuw in beeld.’

‘Waardevolle partners van Europese instellingen’

Hamvraag is dan uiteraard: hoe is het mogelijk dat een militante organisatie zoals de Moslimbroeders, die in een aantal Arabische landen maar ook in Oostenrijk als terroristische organiatie werd bestempeld, blijkbaar moeiteloos kan infiltreren in tal van ngo’s en zelfverklaarde burgerrechtenorganisaties? Vragen in die zin stelde onder meer Europees parlementslid Filip De Man (Vlaams Belang) al enkele keren aan de Europese Commissie. Zo legde hij eind vorig jaar, samen met een aantal andere Europese parlementsleden, Europees commissaris Ylva Johansson, bevoegd voor Binnenlandse Aangelegenheden, de vraag voor naar de aanwezigheid van Femyso op het Europees Jongerenevenement in Straatsburg. Die organisatie zou volgens de betrokken parlementsleden immers ook nauwe banden onderhouden met het Collectif contre l’islamophobie Belgique, dat op zijn beurt weer gelieerd is aan het Collectif contre l’islamophobie France. Die organisatie werd in Frankrijk ontbonden na de gruwelijke moord op Samuel Paty.

Het antwoord van Johansson riep meer vragen op dan het antwoorden opleverde. Volgens haar zijn niet-gouvernementele organisaties waardevolle partners van de Europese instellingen bij hun inspanningen om jongeren te bereiken en sociale uitsluiting, marginalisering en alle vormen van discriminatie tegen te gaan. ‘In dat verband is het mogelijk dat Femyso werd uitgenodigd op een evenement dat antiracisme, antidiscriminatie en uitsluiting promoot, zoals het Europees Jongerenevenement’, klonk het. Johansson erkende ook dat Femyso eerder al partner was voor twee projecten binnen het Europese “We can for human rights speech”-programma. ‘Die projecten gingen respectievelijk in 2013 en 2019 van start en ontvingen in totaal een EU-bijdrage van bijna 45.000 euro. Daarnaast ontving het ook nog eens ongeveer 125.000 euro financiering uit EU-onderwijsprogramma’s.’

Dat Femyso net gelinkt wordt aan religieus extremisme was daarbij blijkbaar geen punt. Onder de Femyso-paraplu valt bijvoorbeeld ook Milli Görüs. Deze van oorsprong Turkse vereniging die in heel Europa actief is, wordt door sommige westerse inlichtingendiensten als antidemocratisch en staatsgevaarlijk gekwalificeerd. Een van de doelstellingen van Femyso is, zo blijkt uit de statuten, het aanmoedigen van de verdere ontwikkeling van een Europese moslimidentiteit. Een aantal Franse onderzoekers geven ook aan dat het niet meer is dan de jonge en transnationale uitloper van de Unie van Islamitische Organisaties in Europa. Die structuur leunt op zijn beurt dan weer nauw aan bij de Moslimbroederschap.

Hoofdstad van vooroordelen

Begin november vorig jaar, na het zware Franse protest tegen de hijab-campagne, haalde Femyso-topvrouw Hande Taner, zelf gewezen voorzitster van de studentenafdeling van Milli Görüs, op haar Twitter-account nog zwaar uit naar Frankrijk. ‘Parijs is momenteel de hoofdstad van de westerse vooroordelen, en racisme is het belangrijkste exportproduct van Frankrijk’, klonk het. U leest het goed, dit uit de mond van een organisatie die gefinancierd wordt met EU-subsidies.

Haar uithaal illustreerde beter dan wat ook hoe de Moslimbroeders vandaag zowel het officieuze woke-jargon als de officiële Europese instellingen feilloos voor hun kar weten te spannen in een soft power-strategie die er op gericht is om de weerstand in Europa tegen islamisme weg te nemen. Ook financieel plukken allerlei min of meer aanverwante organisaties daar de vruchten van. Specifiek rond de financiering van ENAR bevestigde Europees commissaris Didier Reynders in maart vorig jaar dan weer aan Filip De Man dat die organisatie in de periode 2015-2017 en de periode 2018-2021in totaal zomaar eventjes 4,1 miljoen aan Europese financiering ontving. Hoofdzakelijk in de vorm van exploitatiesubsidies in het kader van het programma Rechten, Gelijkheid en Burgerschap.

Op een nieuwe vraag van De Man aan de Europese Commissie welke controlemechanismen ze dan precies hanteert om te voorkomen dat EU-belastinggeld naar organisaties gaat die de islamisering van Europa voorstaan, volgde een al even administratief als ontwijkend antwoord. ‘Om de financiële belangen van de unie te beschermen, past de commissie de mechanismen toe waarin het financieel regelement en contractuele documenten voorzien (…). Bij de ontvangers van EU-financiering moet elke uitsluitingsgrond zoals omschreven in het financieel reglement ontbreken. De controles op de uitsluitingscriteria zijn gebaseerd op een verklaring op erewoord van de entiteit, aangevuld met relevante bewijsstukken.’ Of zo’n verklaring op erewoord veel indruk maakt op organisaties met dubieuze connecties én een uitdrukkelijk activistische agenda kan sterk worden betwijfeld.

Ecolo-lijst

Ook in eigen land lijken de tentakels van de Moslimbroeders almaar verder te reiken. Op 23 en 24 juni 2018 organiseerde het Collectif Contre l’Islamophobie en Belgique (CCIB) een online-infosessie over het respect voor de mensenrechten. ‘In het kader van onze permanente educatie en in de strijd tegen de onverdraagzaamheid en islamofobie’, klonk het in de uitnodiging. Deze activiteit kreeg de financiële steun van de Fédération Wallonie-Bruxelles binnen een project ‘om de interculturaliteit en het burgerschap te ondersteunen’.

Het CCIB werd in 2014 opgericht, en stelt zich op de eigen website voor als een ‘anti-racistische, pluralistische en niet-confessionele organisatie’. Hoe dit te rijmen valt met een voorzitter als Mustapha Chairi is een meer dan terechte vraag. Van Chairi, die ooit nog op een Ecolo-lijst figureerde, circuleren er op sociale media tal van foto’s waarop hij fier het Rabia-handgebaar maakte. Dit gebaar – vier vingers opgestoken en de duim tegen de handpalm geklemd – symboliseert al jarenlang de verbondenheid met de Moslimbroeders. Datzelfde CCIB was overigens ook betrokken bij een project waar ook het gelijkekansencentrum Unia mee de schouders onder zette, ter gelegenheid van de Brusselse Week van de Acties tegen Haat en Islamofobie in het najaar van 2020. Unia hield toen mee de pen vast voor de ontwikkeling van 25 aanbevelingen ter bestrijding van islamofobie jegens moslimmeisjes en -vrouwen, in het kader van alweer een Europees project: MEET, More Equal Europe Together. Een van de partners daarbij was het CCIB. Of hoe dus ook een onafhankelijke openbare instelling zich al dan niet onbewust voor de kar laat spannen van initiatieven waar ook organisaties met een ronduit islamistische agenda bij betrokken zijn

Strijd tegen terrorisme

‘Het probleem is dat Europa geen vragen stelt bij bepaalde geldstromen, zolang de begunstigde verenigingen geen rechtstreekse steun verlenen aan terroristische of jihadistische activiteiten’, geeft Bergeaud-Blackler aan. ‘Dat doen ze uiteraard niet: ze kennen perfect de Europese wetgeving en kleuren altijd netjes binnen de lijntjes. Ze beperken zich tot het beïnvloeden van de moslimbevolking in Europa. Ze houden hen voor dat ze superieur zijn aan de verderfelijke Europese cultuur en proberen hen er tegelijk van te overtuigen dat ze net omwille van hun geloof constant gediscrimineerd en achtergesteld worden. Zo voeden ze wel gevoelens van wrok bij een gedeelte van de moslimbevolking én creëren ze een vruchtbare voedingsbodem voor hun discours en hun acties, maar dit is uiteraard niet strafbaar.

Tegelijk spelen ze ook perfect in op het schuldgevoel van heel wat Europeanen: kijk eens wat jullie kolonisatie heeft veroorzaakt! Sterker nog: nadat uitgerekend het moslimterrorisme de voorbije jaren honderden slachtoffers maakte in Europa draaien zij de zaak nu om. Ze laten uitschijnen dat de strijd tegen het terrorisme in de EU ook tot meer discriminatie van moslims leidt. En dus wordt de jihadistische strijd eigenlijk een gevolg van de Europese onverdraagzaamheid en van het discours van radicaal-rechts in Europa.’

‘Het is een pervers mechanisme: het islamisme ten dienste van de emancipatie. Maar het werkt perfect. En het maakt al decennialang deel uit van de strategie van onder meer de Moslimbroeders. In de meeste Europese grootsteden zijn de moslimvrouwen almaar vaker gesluierd. Persoonlijk beschouw ik een hoofddoek of een lang kleed bij 28 graden niet bepaald als een teken van emancipatie, maar zo stellen zij het wel voor. En helaas vinden ze daarvoor dus steeds vlotter gehoor voor bij allerlei Europese én nationale instellingen.’

Volgens Bergeaud-Blackler moeten we ook de hand in eigen boezem steken. Enerzijds omdat heel wat Europese comités en instellingen die vandaag de criteria voor nieuwe projectoproepen of subsidieregelingen bepalen, de voorbije jaren succesvol geïnfiltreerd zijn door academici, lobbyisten en onderzoekers die dit discours en deze ideologie genegen zijn. ‘Deze evolutie is al minstens twintig jaar bezig’, klinkt het. Het is een ons-kent-ons-clubje, dat elkaars onderzoeken legitimeert én financiert. Anderzijds kunnen we ook niet om de vaststelling heen dat heel wat politici van rechtse signatuur een heilige schrik hebben om het etiket “extreemrechts” of “racistisch” opgekleefd te krijgen. Willen we het tij keren, dan zie ik maar één oplossing: we moeten ophouden de strijd tegen de zogenaamde islamofobie te financieren, en net veel meer inzetten op onderzoek naar de sluipende voortgang van het islamisme in Europa. Maar het huidige woke-klimaat op heel wat Europese universiteiten maakt dit soort onderzoek vandaag bijna onmogelijk. Ikzelf heb het grote geluk dat ik in Parijs echt voltijds met onderzoekswerk kan bezig zijn. Maar hierover ook nog les geven, is anno 2022 haast een utopie geworden.’ 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.