fbpx


Multicultuur & samenleven

De psychologie van het extreme extremisme



extremisme

Men zegt in een goedmoedige of sussende bui wel eens dat het er bij de Olympische spelen niet om gaat te winnen maar om deel te nemen. Niemand gelooft dat, en niemand neemt eraan deel om er zomaar aan deel te nemen, maar om te winnen: citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker). Het is de mens ingebakken, tenzij hij een heilige is, en dan nog: die heilige (mannelijk, vrouwelijk of genderbender) wil zich misschien wel onderscheiden door zijn/haar heiligheid. Hedendaagse…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Men zegt in een goedmoedige of sussende bui wel eens dat het er bij de Olympische spelen niet om gaat te winnen maar om deel te nemen. Niemand gelooft dat, en niemand neemt eraan deel om er zomaar aan deel te nemen, maar om te winnen: citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker). Het is de mens ingebakken, tenzij hij een heilige is, en dan nog: die heilige (mannelijk, vrouwelijk of genderbender) wil zich misschien wel onderscheiden door zijn/haar heiligheid.

Hedendaagse psychopaten

Hij wil dus eigenlijk winnen in het magisterium van de heiligheid, hij wil heiliger zijn dan de paus, zo zou Freud het uitleggen. En wij hebben die uitdrukking tot volkse proporties teruggebracht. De geslepen Franse diplomaat Talleyrand wist het al: ‘Tout ce qui est excessif est insignifiant’. Wisten de wokes dat maar!

Die tendens tot altijd maar weer beter en scherper en dogmatischer is een vorm van theologie die vaak een narcistisch-neurotisch karakter krijgt. Het is een teken van de tijd dat in 2003 door de Engelse auteur JG Ballard werd opgemerkt: ‘De geavanceerde maatschappijen van de toekomst zullen niet door de rede wordt geregeerd. Ze zullen door het irrationele worden aangejaagd, en wel door elkaar beconcurrerende psychopathologische systemen’. In deze ziekmakende toestand bevinden we ons vandaag. Helaas herkent men de hedendaagse psychopaten niet, ook al komen ze elke dag op tv.

De baard van Mo

Laat ik beginnen bij de baard van de profeet (nee, we zijn niet in een album van Kuifje beland). Het is volgens de soenna gebruikelijk dat een moslim een baard laat staan, dat is ‘waadjib’ (verplicht). In dit verband (en in veel ander verbanden) is het uiteraard alleen de man die telt, geen Conchita Wurst hier. Er bestaan daarover allerlei voorschriften in hadiths: ‘Knipt de snorren en laat de baarden staan’, want zo gaat de hadith verder, de baard behoort tot de natuurlijke aanleg van de mens (fitrah), enzovoort. Hier doet zich echter hetzelfde proces voor wat ik overal aan de gang zie: scherpslijpers die uit alle kieren en gaten komen gekropen.

Naast een vrome moslim (mag ik mijn baard verven met henna?), duikt een nog vromere op, en daarnaast een nog véél vromere, bijna ad infinitum. Zo oordeelden de Taliban dat een baard, vanaf de kin gemeten, minstens een handbreedte lang moet zijn. Maar de handbreedte van wie? Enzovoort. Kortom, het extreme lokt bijna automatisch het nog extremere uit, waarbij de neurose haast in een psychose verandert. In de islam is dat dan nog dodelijk op de koop toe. Wie deze ideologie belijdt, baadt in een psychose, want de vrome wordt voorbijgestoken door de jihadistische salafist. Er komt geen einde aan dat gekkenhuis.

Naast Mo de Chabad

Een tweede voorbeeld: de Chabad-beweging bij de Joden. Ik hou het kort en simpel: Chabad is een chassidische richting (ontstaan in de 18de eeuw) binnen het jodendom die nogal drammerig is en vooral in de VS talrijk aanwezig is (ook in Antwerpen). De Joden echter die vandaag in Dubai wonen zijn vaak culturele Joden die op een rustige manier hun specifieke vieringen houden. Dubai is daarin steeds vrij tolerant geweest en de nieuwe Trump-akkoorden hebben dat alleen maar versterkt. De Joden die er wonen en werken kunnen er hun jodendom dan ook vrij beleven. Dat is niet naar de zin van de Chabad of Lubavitcher Joden die er nu als ware messiassen naartoe komen en van oordeel zijn dat de Joden die er wonen hun specifieke manier van orthodoxie moeten aannemen.

Dat wordt dan drammen en reuren. Het is ook nooit genoeg voor de Chabad chassied, hij beseft niet dat hij extreem is. Maar ook binnen dat soort chassidisme zijn er dan weer die nog extremer zijn, de mesjichisten bijvoorbeeld. Enzovoort enzoverder. Op die manier wordt deze vorm van jodendom een vorm van zware neurose. De Duitse auteur Arnold Zweig schreef er in de jaren dertig een interessante roman over: De Vriendt keert terug, gebaseerd op de homofiele antizionistische chassidische Jood en dichter Jacob Israël de Haan (in 1924 vermoord door de Hagana).

De dysforisten

Een derde vorm van – ditmaal – modieuze en postmoderne neurose die in ondraaglijke extremiteiten vervalt, is de hele genderbender-beweging met haar larmoyante hypersensibiliteit, haar behaagziek lettrisme via tongbrekende lettercombinaties (LGBTQIAP), haar nuffig genderqueertaaltje, haar fluffe woke-hysterie en haar opgewonden hang naar genderdysforie. Kortom: we zijn beland in het collectieve idiolect en het Tesla-taaltje van de genderfluïde bobo’s en hun kongsi’s. Gay en Hetero zijn niet genoeg, er moeten pan- en a- en interseksuelen bij, een bizar rariteitenkabinet. Let wel: dit soort hybride mensen bestaan, maar de excessieve aandacht ervoor getuigt van een zeker voyeuristisch extremisme. We moeten vandaag ook in elke televisieserie of strip een exemplaar van deze menselijke soort in de verf zetten –  verf, inderdaad want extravagante en exhibitionistische pluimen zijn er altijd mee gemoeid.

Het is spijtig voor al deze wankelende geesten dat de internationale Endocrine Society net heeft geponeerd dat er biologisch gesproken echt maar twee seksen zijn: mannelijk en vrouwelijk. Het verrukkelijke is dat ook bij deze transmensen de verwarring compleet is. Transgender mannen die radicale feministes deplatformen (volgt u nog?); de Wild Women Writing Club die zijn (haar?) prijs voor beste vrouwelijke fictie niet wil toekennen aan de debuutroman van een transvrouwelijke auteur (Torrey Peters met Detransition Baby) omdat wat deze transvrouw schrijft ‘an extended male sexual fantasy’ is, en dat is een behoorlijk groot verwijt… Zo ziet men hoe het dogmatische extremisme vat krijgt op al die sektes. Naast een ‘trans’ staat immers een transextremist, die een gewone hetero bijna als vanzelf transfoob noemt, enzovoort. Men moet zich bijna in zelfhypnose brengen om het allemaal te kunnen bevatten.

Andrea Dworkin

Wie die transwokers een beetje volgt en leest wat iconen als Janice Raymond of Andrea Dworkin erover schrijven, krijgt er een transpunthoofd van. Het begon in de jaren zestig en naarmate de tijd vorderde en postmoderner werd, werd ook het dolhuis waarin deze ‘never grown ups’ speelden groter en groter, om uiteindelijk te belanden bij de krankzinnige sociaal-constructivistische orakels van de Amerikaanse feministe Judith Butler.

Samen met Dworkin behoort zij tot de rode gardistes die aan de basis liggen van de postmoderne maoïstische culturele revolutie waarin heteroseksualiteit haast in de ban wordt gedaan, niemand zijn mond nog open durft te trekken en mensen al direct aan de digitale schandpaal van racisme en fascisme worden genageld, de contemporaine vorm van de ‘grellige’ (oké, een dialectwoord af en toe mag) dazibao’s in het Mao-tijdperk. Dworkin en haar medezusters zijn de postmoderne enragés, de radical chic van het neocommunisme met zijn opbod in extreme deugdzaamheid.

Een nieuw complex

Dan is er het identitair-industriële complex dat al zijn eitjes legt in het soort mandje waarvan de kleur soms wel en dan soms weer niet mag worden genoemd, altijd verwarrend voor het gezond verstand. Soms zijn we allen kleurloos (we zitten allemaal dodelijk egalitaristisch op hetzelfde narrenschip), dan weer moet het kleurtje expliciet worden getoond, behalve het witte dan, want dat heeft volautomatisch met de perverse ‘white man’s burden’ te maken. Het extreme hier zit hem ook in de voorstelling van zaken. Dat er bijvoorbeeld nu en dan eens een neger opduikt in een reclamespot is fijn (zo drukken de Limburgers dat uit: fijn).

Maar dat er op den duur in zowat elke reclamespot een neger van dienst opduikt, terwijl die bevolkingsgroep nauwelijks één percent van de bevolking uitmaakt, is extreem en au fond racistisch. Via de culturele ziekte die ‘moralitis’ heet (extreme deugdzaamheid), gaan de media en de reclamebobo’s ‘over the edge’ (om in dat taalwereldje te blijven), ‘they want to rub the Right’s noses in diversity’ (Andrew Neather, adviseur van Labour destijds) – en bij velen werkt dat terecht contraproductief. Immers, héél zelden ziet men een Chinees of Vietnamees in reclames of advertenties (die hebben het immers te druk met écht werken).

Het drinkbus-incident

Laten we het nu even iets luchtiger houden alvorens de antifa-stormtroepen me van goor racisme beschuldigen. U herinnert zich hoe de steengoede Zwitserse wielrenner Michael Schär, die na ontzettend veel pech in het peloton terugkeerde, tijdens de Ronde van Vlaanderen op het verkeerde moment, althans volgens de Internationale Wielerunie UCI, zijn drinkbus weggooide, dat wil zeggen: buiten de daartoe bestemde zone. Hier heeft men een exempel van de letter en de geest van de extremistische wet. Milieuvervuiling is laakbaar en wetgeving om dat te beteugelen is wenselijk.

Maar ook nu weer ging de UCI berserk: Schär gooide zijn bijna lege drinkbus, zoals vaak gebeurt, naar een jongetje (kwam later op tv) dat het zielsgelukkig opving. Komt erbij dat de tekentafelopperhoofden van de UCI niet beseffen wat een koers van die omvang en zwaarte met lijf en geest doet. Het denken resoneert dan op een ander niveau en het hele lijf van zo’n coureur, geteisterd door helse reflexen en ijle mystiek, reageert niet zoals een opperpief van de UCI in zijn Zwitserse cocon in Aigle (restaurant aldaar open van maandag tot vrijdag van 8 uur tot 17.30 uur: ook UCI-piefen hebben recht op eten, zonder drinkbus).

De pomo-bouwmeester

Onlangs kwamen urbanologen en dat soort inpandige bouwmeesters op het idee dat een 15-minutenstad moest kunnen worden uitgedokterd, een gloednieuw concept dat ervan uitgaat dat iedere burger op 15 minuten afstand te voet of met de fiets alles moet kunnen vinden wat zijn hartje begeert (tram, bus, winkels, ontspanning – u noemt het). We kunnen ons een beetje vinden in dat idee, maar fijn (denk aan de Limburgers) is niet genoeg, alles kan beter. Dus vond men in Zweden (het land van de bandeloze immigratie, de verkrachtingen en de vele Somalische bendes) dat die 15 minuten best aangescherpt konden worden – en dus werd het de 1 minuut-stad.

U leest het goed: op één minuut, enzovoort. De Zweden zijn op multicultureel gebied waanzinnig politiek correct, maar volgens mij beschouwen ze hun landgenoten als half-kreupele burgers die niet langer dan één minuut kunnen stappen of fietsen. Ze zijn dus eigenlijk wel extreem multiculturalistisch en extreem zwevend, maar à la limite ook extreem puritanistisch. Het rigorisme en het theocratische karakter van de puriteinen sloop immers onopgemerkt binnen in het extremisme van de postmoderniteit met zijn diversity, unconscious bias– training en andere gekmakende speeltjes. Er valt daar niet veel te lachen.

Bij de baard van de profeet: ik wilde het nog hebben over de Zone 30 (ook extreem) en over de coronaboetes (nog extremer), maar mijn tijd is op en ik wil niet extreem veel lettertekens in beslag nemen.

[ARForms id=103]

Wim Van Rooy

Wim van Rooy (1947) is publicist en essayist. Hij is auteur van o.a. 'Waarover men niet spreekt'.