fbpx


Geschiedenis
Zoejev

De republiek van Zoejev

Oudgelovigen onder de Duitse bezetting



De ‘republiek van Zoejev’ was een ‘autonoom’ gebied van oudgelovigen onder de Duitse bezetting. Het centrum ervan was het dorp Zaskarki bij Polatsk, in het noordoosten van het huidige Wit-Rusland.  De republiek telde bij zijn ontstaan ongeveer 3.000 inwoners. Hij werd genoemd naar de dorpsoudste Michail Jevsejevitsj Zoejev (omstreeks 1890 – onbekend). Het gezin Zoejev had als oudorthodoxe christenen zwaar geleden onder de repressies van de bolsjewieken.  De oudgelovigen of oudorthodoxen zijn traditionele christelijke groeperingen. Ze kwamen los te staan…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De ‘republiek van Zoejev’ was een ‘autonoom’ gebied van oudgelovigen onder de Duitse bezetting. Het centrum ervan was het dorp Zaskarki bij Polatsk, in het noordoosten van het huidige Wit-Rusland.  De republiek telde bij zijn ontstaan ongeveer 3.000 inwoners. Hij werd genoemd naar de dorpsoudste Michail Jevsejevitsj Zoejev (omstreeks 1890 – onbekend).

Het gezin Zoejev had als oudorthodoxe christenen zwaar geleden onder de repressies van de bolsjewieken.  De oudgelovigen of oudorthodoxen zijn traditionele christelijke groeperingen. Ze kwamen los te staan van de Russisch-orthodoxe staatskerk door hun afwijzing van de kerkelijke hervormingen van 1666-1667. Na een periode van rehabilitatie onder tsaar Nikolaas II nam de vervolging van de oudorthodoxen onder het Sovjetbestuur nieuwe dimensies aan. Michail Zoejev had wegens antisovjetactiviteiten gevangenisstraffen van respectievelijk 3 en 5 jaar achter de rug en komt net voor het begin van de oorlog vrij. In Siberië zitten zijn twee zonen nog steeds vast wegens verzet tegen het Sovjetbestuur.

Het ontstaan van de republiek

Na de inname van Polatsk door Duitse troepen in de herfst van 1941 wordt Michail Zoejev tot dorpsoudste van Zaskarki benoemd. Hij organiseert een zelfbestuur dat door de bezetter wordt erkend. De Duitsers ontvangen in ruil belasting in natura (melk, wild, brandhout en hooi). Bovendien stellen ze als voorwaarde dat de dorpsbewoners geen ondersteuning verlenen aan Sovjetpartizanen. In de oudorthodoxe republiek voert men het privé-eigendom en de handel opnieuw in. Ook de kerken gaan weer open. Het kolchozensysteem blijft op bevel van de Duitsers nog tot 1943 bestaan.

Het dorp Zaskarki dat ver van de bewoonde wereld te midden van bossen en moerassen ligt, wordt het centrum van de nieuwe republiek. De oudgelovigen leven hier gedurende de eerste maanden van de Duitse bezetting in betrekkelijke rust en vrede. Ze nemen geen deel aan de oorlog en verheugen zich erover dat hun leven van voor de Russische revolutie min of meer is teruggekeerd. In feite werken Zoejev en de zijnen in het begin nauwelijks samen met de Duitsers. Sovjetpartizanen die in het bezette gebied opereren, beschieten sporadisch de boeren bij hun werk op het land onder het stalinistische motto ‘wie oogst binnenhaalt voor de vijand, is ook onze vijand’. Van een serieuze bedreiging is echter nog geen sprake. Zoejev probeert zich zo goed als mogelijk afzijdig te houden. Maar in november 1941 luiden reeds de eerste alarmklokken voor de oudgelovigen.

Communistische partizanen

In Zaskarki arriveert een groep Sovjetpartizanen die de inwoners om proviand vragen. Michail Zoejev herkent in een van de gasten een NKVD-officier die bekend staat om zijn wreedheid tijdens verhoren (NKVD — Volkscommissariaat voor Binnenlandse Zaken, belast met het opsporen van binnen- en buitenlandse vijanden van het Sovjetbewind). Hierop besluit Zoejev het volgende: Hij stemt ermee in om de partizanen te helpen en beveelt ze naar een schuur te brengen en ze eten en drinken te geven. Snel verzamelt hij de raad van oudsten, waarmee hij de kwestie van de ongenode gasten bespreekt. De raad besluit eensgezind de bolsjewieken te doden. De lichamen worden verborgen, de wapens geconfisqueerd.

Maar al snel verschijnt er een nieuwe groep partizanen in het dorp. Deze keer geeft de dorpsoudste hun voedsel en beveelt ze onmiddellijk te vertrekken. De groep staat er echter op zich in het dorp te verschuilen. Om de ernst van zijn bedoelingen kracht bij te zetten, trommelt Zoejev een aantal gewapende boeren op om de bolsjewieken te verdrijven. In het besef dat ze bij het invallen van het duister zeker terugkeren, laat hij nu ook ’s nachts patrouilleren. Tot hun verbazing stuiten de partizanen aldus op georganiseerd verzet van de dorpelingen en moeten zich terugtrekken.

Het rustige leven van de oudorthodoxen is daarmee echter voorbij. Zoejev geeft alle dorpen die onder zijn controle staan de opdracht gewapende eenheden op te richten. Hun taak is het verdedigen van de bevolking en het opsporen van vijanden in de nabije bossen. De discipline in deze eenheden is zeer streng. Begaat iemand een overtreding, dan wordt hij direct bestraft. Het kan gaan van opsluiting en zweepslagen tot en met het doodvonnis dat de raad van oudsten uitspreekt.

Duitse hulp

In totaal hebben de gewapende eenheden tijdens de winter van 1941-1942 een vijftiental aanvallen van Sovjetpartizanen afgeslagen. Daarna raakt echter langzamerhand de buitgemaakte munitie op. In het besef dat een nieuwe aanval de laatste zou kunnen zijn, vraagt Michail Zoejev de Duitse veldcommandant om hulp. Deze Duitser van adellijke afkomst is de oudorthodoxen goed gezind en na meerdere verzoeken krijgen ze uiteindelijk vijftig geweren en munitie mee. Machinegeweren durven de bezetters niet ter beschikking te stellen uit angst dat deze tegen hen gebruikt zouden kunnen worden. Bovendien kunnen de boerendivisies die zich inmiddels tot 4 dorpen hebben uitgebreid een aantal machinegeweren en een mortier buitmaken.

Hilfspolizei

Al direct vanaf het ontstaan van de republiek worden de dorpen met regelmaat bezocht door Oekraïense vrijwilligers in Duitse dienst. Deze gedragen zich provocerend en brutaal. Voortdurend proberen de Oekraïners onder uiting van bedreigingen eten en zelfgestookte alcohol van de boeren af te troggelen. De door Zoejev in het leven geroepen bewapende eenheden maken duidelijk dat met de oudgelovigen niet meer te spotten valt. De Hilfspolizei mijdt de republiek meer en meer.

Een in de contreien verdwaalde Estse SS-divisie op jacht naar communistische partizanen wil zich in Zaskarki vestigen. Zoejev vertelt de bevelhebber dat er geen partizanen in het gebied zijn en de divisie er daarom niets te zoeken heeft. De Esten dringen aan, maar de dorpsoudste verklaart resoluut dat hij geweld gaat gebruiken als ze niet weggaan. Hierop verlaten de SS-vrijwilligers het dorp onverrichterzake. De Duitsers grijpen niet in. Ze laten Zoejev zijn gang gaan en oefenen geen invloed uit op het interne zelfbestuur van de republiek.

Opruiming in Polatsk

Een aanzienlijke groep NKVD-medewerkers bekleedt, onder het masker van loyaliteit aan de Duitse bezetter, invloedrijke posities bij politie, gemeentelijke instanties en handel van Polatsk. De dorpen van Zoejev zijn hen een doorn in het oog. Omdat de overvallen van de partizanen bijlange na niet het gewenste effect hebben, bedienen de communisten zich van een handigheidje. Via de Duitsers proberen ze een einde te maken aan de autonomie van de oudgelovigen. Ze lichten de Ortskommandantur in dat er bij een van Zoejevs dorpen een vermoorde Duitse soldaat is gevonden.

Volgens een ooggetuigenverslag zou het hierbij gaan om iemand van de plaatselijke bevolking. Die zou reeds elders gestorven zijn en in een te groot Wehrmachtsuniform gestoken bij het dorp zijn neergelegd. Het enige Duitse antwoord hierop kon de liquidatie van alle mannelijke dorpsinwoners zijn. De veldcommandant besluit echter eerst een onderzoek in te stellen. Hiervoor komt een speciale commissie naar Polatsk en de omliggende dorpen die alles op zijn kop zet. Daarbij vindt ze een enorme hoeveelheid belastend materiaal, van wapens, lijsten met anti-bolsjewieken, communistische propaganda tot identiteitskaarten van de NKVD uit Sint-Petersburg. Ongeveer 130 personen, waaronder twee tolken van de Ortskommandantur, de directeur van de plaatselijke bank en een groot aantal medewerkers van politie en gemeente worden gearresteerd, ter dood veroordeeld of als dwangarbeider naar Duitsland gestuurd.  De inwoners van het dorp waar de ‘Duitse soldaat’ is gevonden, gaan vrijuit.

Speciale protectie

Hoewel het geheel in lijn met de germanisering van Oost-Europa was complete nederzettingen in brand te steken en de lokale boerenbevolking voor het minste of geringste ‘vergrijp’, zoals het verlaten van het eigen dorp voor meer dan een etmaal, ter dood te veroordelen, geniet de republiek van Zoejev speciale protectie. De veldcommandant en zijn twee Sonderführer, Baltische Duitsers die het Russisch perfect beheersen, staan op vriendschappelijke voet met de oudorthodoxen. Doordat de veldcommandant in de loop van 1942 meer en meer aan regionale invloed wint ten koste van de Ortskommandantur in Polatsk, wordt het leven voor de inwoners van de republiek een stuk eenvoudiger. Vele verboden en beperkingen die elders aan de bevolking in de bezette gebieden worden opgelegd, gelden niet voor de oudorthodoxen onder Zoejev. Hierdoor sluiten zich steeds meer dorpen aan. Ook neemt de bevolking aanzienlijk toe door de aankomst van grote groepen vluchtelingen uit Smolensk en omstreken.

Toenadering tot andere ‘geestverwanten’

In 1943 lost een andere Duitse officier de veldcommandant af. Deze toont weinig interesse in de plaatselijke verhoudingen. Hij eist enkel meer belasting in natura en mensen voor tewerkstelling in Duitsland. Zoejev weet een groot deel van zijn dorpsgenoten voor transport te behoeden door voor te wenden dat ze absoluut onontbeerlijk zijn bij het binnenhalen van de oogst. Hij belooft ze op een later tijdstip te laten gaan. Alleen niet-oudorthodoxen en dan vooral die met een liederlijke levenswandel komen op de lijsten van ‘vrijwilligers’ voor de Duitse fabrieken.

Tegelijkertijd zoeken zowel het Russische Bevrijdingsleger (ROA) van generaal Andrej Vlasov, de antibolsjewistische emigrantenorganisatie NTS en de nationaalsocialist Kaminski met zijn Russische NS-staat van Lokotsk toenadering tot de republiek. De kennismaking met de beide eerstgenoemde groepen leidt tot een nauwe samenwerking. De leider van de ROA in Riga, Vladimir Pozdnjakov, bezoekt Zoejev in Zaskarki. En ook NTS-leden die in het kader van de Duitse propaganda anticommunistische radio-uitzendingen in het Russisch verzorgen, zijn kind aan huis. Kaminski wordt om diplomatieke redenen niet direct de deur gewezen, maar kan door zijn criminele reputatie en gruweldaden geen genade vinden in de ogen van de strenggelovige boeren.

Einde van de republiek

Als op 30 juni 1944 het Rode Leger voor de poorten van Polatsk staat, besluiten Michail Zoejev en zijn gezin samen met een groot aantal dorpelingen de omgeving te verlaten. Een groep van één tot tweeduizend personen slaagt er uiteindelijk in Polen en van daar uit Oost-Pruisen te bereiken. In Oost-Pruisen valt Zoejevs groep uiteen. Michail Zoejev zelf sluit zich met hulp van Pozdnjakov aan bij de tweede divisie van het Russische Bevrijdingsleger van Vlasov. Of hij zijn geboortegrond ooit weer heeft kunnen bereiken is onduidelijk. Zeker is dat enkele uitgedunde boerendivisies zich tot 1947 in de bossen rondom de voormalige republiek tegen de bolsjewieken hebben verzet. Maar verreweg de meesten hebben vanuit Hamburg de overtocht naar Zuid-Amerika en later onder andere naar Alaska in de Verenigde Staten gewaagd waar vandaag de dag nog steeds nederzettingen van oudgelovigen te vinden zijn.

[ARForms id=103]

Ardy Beld