fbpx


Filosofie, Religie
Paul Cliteur en Mienke de Wilde

De seculiere religie van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster



Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Kun je werkelijk geloven in de superioriteit van een moreel systeem als seculariteit of secularisme? Kunnen deze opvattingen en moraal zo dierbaar voor je zijn dat je ze 'heilig' zou mogen noemen? Hoe heet het als je echt, echt, ECHT gelooft in seculariteit? Kun je geloven dat humor, ironie en speelsheid de meest geschikte of zelfs 'door God gegeven' middelen zijn om je opvattingen uit te dragen? Kun je geloven in een toevallig ontwerp, omdat juist dát het meest intelligente…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Kun je werkelijk geloven in de superioriteit van een moreel systeem als seculariteit of secularisme? Kunnen deze opvattingen en moraal zo dierbaar voor je zijn dat je ze ‘heilig’ zou mogen noemen? Hoe heet het als je echt, echt, ECHT gelooft in seculariteit? Kun je geloven dat humor, ironie en speelsheid de meest geschikte of zelfs ‘door God gegeven’ middelen zijn om je opvattingen uit te dragen? Kun je geloven in een toevallig ontwerp, omdat juist dát het meest intelligente ontwerp is? En als je vast gelooft in zo’n seculiere manier van denken, zou je dan toch die manier van denken ‘religieus’ of ‘een religie’ mogen noemen?

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is het antwoord op deze vragen: nee. Dat blijkt uit hun recente uitspraak in De Wilde vs. Nederland (2021).

Wat is Pastafarisme?

De Kerk van het Vliegend Spaghetti Monster (KVSM) (met als aanhangers Pastafari’s) is een nieuwe religie, die men kan zien als een parodie op de bestaande monotheïstische godsdiensten. De kerk is opgericht door de Amerikaanse student Bobby Henderson, als reactie op onderwijs in intelligent design op Amerikaanse scholen. Het ‘Heilig boek’ is The Gospel of the Flying Spaghetti Monster (2006). Allerlei onderdelen van de traditionele monotheïstische religies zijn herkenbaar, maar gepresenteerd in een meer humoristische en geparodieerde vorm. Geen Tien Geboden, maar ‘liever nietjes’.

De vraag is dan: kan een dergelijke nieuwe religie erkenning krijgen als ‘religie’ in de context van de vrijheid van gedachte, geweten en religie, zoals beschermd in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM)? Wij zouden niet weten waarom niet. Of liever gezegd: beter wel.

Gezien de lange geschiedenis van intolerantie, dogmatisme, uitsluiting en fanatisme is het ontstaan van nieuwe religies die humor, ruimdenkendheid, ironie en lichtvoetigheid als essentiële kenmerken hebben alleen maar toe te juichen. De erkenning van het pastafarisme als een gelijkwaardige religieuze positie aan die van andere, ligt dan ook voor de hand. Bovendien biedt het recht daarvoor allerlei aanknopingspunten.

Het Europese Hof in de Kokkinakis-zaak

Terug naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar nu een andere zaak. In 1993 deed het Hof in de zaak-Kokkinakis een belangrijke uitspraak. Die zaak ging over de vraag of een Jehovah’s Getuige (genaamd Minos Kokkinakis) niet onnodig in zijn recht om zijn godsdienst te belijden zou worden belemmerd door een Grieks verbod op proselitisme (= activisme tot het bekeren van een ander). Het Hof oordeelde dat dat het geval zou zijn. Met andere woorden: proselitisme valt onder de bescherming van de godsdienstvrijheid.

Maar veel interessanter voor het onderwerp van dit artikel is iets dat het Hof zei over de reikwijdte van het artikel in het EVRM dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst beschermt. ‘Zoals verankerd in artikel 9 (art. 9), is de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst een van de grondslagen van een “democratische samenleving” in de zin van het Verdrag. Het is, in zijn religieuze dimensie, een van de meest vitale elementen die de identiteit van gelovigen en hun levensopvatting uitmaken, maar het is ook een kostbaar goed voor atheïsten, agnostici, sceptici en onbekrompenen. Het pluralisme dat onlosmakelijk verbonden is met een democratische samenleving en dat in de loop der eeuwen duur bevochten is, hangt ervan af’.

Hier staat dus dat art. 9 niet alleen de positie beschermt van gelovigen in de traditionele zin, maar ook die van ‘atheists, agnostics, sceptics and the unconcerned’, waarbij dat laatste misschien nog wel het moeilijkste te vertalen is. Diegenen die onverschillig zijn? Diegenen die niet mee willen doen met het traditionele geloof?

Letterlijke tekst

Het is ook van belang de letterlijke tekst van artikel 9 te citeren. Die luidt als volgt:

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

2. De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Een belangrijk onderdeel van deze tekst is wat volgt op de eerste zin. Het deel dat volgt op de punt komma, namelijk de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen. Kennelijk beschermt art. 9 niet alleen de traditionele gelovigen, maar ook diegenen die moeite hebben met de traditionele geloofsinhoud. Het meest radicaal wordt daarmee gebroken door de atheïsten: die nemen afstand van het traditionele godsbeeld als zodanig. Iets minder ver gaan de agnosten: die geven aan over de god van het klassieke godsbeeld geen uitspraken te kunnen doen. De sceptici twijfelen daarover. En de ‘unconcerned’ lijken zich daarover niet te bekommeren.

Jurisprudentie en artikel 9

Deze combinatie van jurisprudentie van het Europese Hof (Kokkinakis) en de clausule uit art. 9 die aangeeft dat men ook van geloof mag veranderen, roept een keur van vragen op. De verklaring in art. 9. dat men van godsdienst of levensovertuiging kan veranderen, zou men ook de afvalligheidsclausule of apostasie-clausule (Cliteur 2021) kunnen noemen.

En hoewel eeuwenlang apostasie een enorm probleem is geweest voor machtige godsdiensten, valt het nu onder de expliciete bescherming van de vrijheid van godsdienst, zoals beschermd in het EVRM. Het is daarom helemaal juist dat het Hof in Kokkinakis spreekt van een ‘kostbaar goed voor atheïsten, agnosten, sceptici en onbekrompenen’.

Sinds Kokkinakis weten we dat de geloofsafvalclausule van toepassing is op wie van de ene godsdienst naar een andere godsdienst wil overstappen, maar ook op wie van een godsdienst naar een niet-godsdienst wil overstappen, dat wil zeggen naar atheïsme, agnosticisme, scepsis of gewoon ‘onverschilligheid’. De vrijheid van godsdienst, of, meer precies, de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, beschermt kennelijk ook de verwerping van alle godsdiensten en dus het recht om die verwerping vrij te belijden in onderwijs, praktijk en eredienst.

De emancipatie van fundamenteel ongeloof

De zaak-Kokkinakis was een enorm belangrijke stap in wat ‘de emancipatie van het fundamentele ongeloof’ zou genoemd kunnen worden. Voor Europese burgers wier regeringen waren toegetreden tot het EVRM, was het vanaf 1993 duidelijk dat hun levensbeschouwelijke positie expliciete bescherming vond onder art. 9 EVRM. Dus niet alleen als een ‘mening’ die bescherming geniet onder de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM: ‘Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting’), maar ook onder wat men de meer chiquere bepaling van de ‘vrijheid van geweten, gedachte en godsdienst’ zou kunnen noemen.

Vanaf 1993 werd het recht om atheïst te zijn in de praktijk en in de prediking, duidelijk bevestigd. Art. 9 EVRM beschermt de belangen en rechten van gelovigen die binnen de traditionele religieuze mal willen blijven, maar ook de belangen en rechten van hen die zich daarvan willen losmaken.

Sociale instellingen

De gevolgen van die uitspraak van het Hof zijn aanzienlijk en relevant voor een breed spectrum van sociale instellingen. Bijvoorbeeld voor het onderwijs. Atheïsten, agnosten, sceptici en onbekrompenen hebben ook een geweten. Zij hebben hun ‘gedachte’. Hun geweten en hun denken genieten in het Verdrag dezelfde bescherming als het klassieke religieuze geweten, het klassieke religieuze denken.

Wat betekent dat? Als atheïsten dezelfde rechten hebben, moeten ook zij hun geloof kunnen belijden door het te onderwijzen, te praktiseren, en na te leven op elke manier die zij nodig achten. En zou dat ook niet betekenen dat als een atheïst of agnost van mening is dat hij een ‘religie’ moet aannemen om zijn geloof adequaat te kunnen praktiseren, onderwijzen en manifesteren, hem zijn rechten niet worden ontzegd?

Immers, ‘de vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen kan slechts worden onderworpen aan beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’.

Apostasie-clausule

Wij denken dat de apostasie-clausule, in combinatie met de uitleg die het Hof daaraan gegeven heeft in Kokkinakis, onvermijdelijk moet leiden tot de erkenning van ook het pastafarisme als een te beschermen religieuze positie. De apostasie-clausule betekent namelijk niet alleen dat men het religieuze geloof geheel mag verlaten, maar men mag daaraan ook een andere interpretatie geven dan in de orthodoxe interpretatie gebruikelijk is.

Of, om het met een voorbeeld duidelijk te maken: de apostasie-clausule betekent niet alleen dat men van katholiek protestant mag worden, maar ook dat men een variant van katholicisme mag verdedigen, waarbij men op een andere manier aankijkt tegen de drie-eenheid dan gebeurt in de Catechismus van de katholieke kerk. En als dat mag, waarom zou men dan niet een vorm van monotheïsme kunnen bepleiten waarin humor, lichtvoetigheid, relativering, parodie en ironie een centrale rol spelen?

Dat alles is hoogst relevant voor onze tijd met dreigend fundamentalisme. Art. 9 EVRM, met name de combinatie met de geloofsafvalclausule en de interpretatie daarvan in Kokkinakis, kan ons helpen bij het ontwikkelen van meer liberale interpretaties van religieuze posities. In een tijd van toenemend fundamentalisme is dat geen geringe verdienste. En dat niet alleen, het kan ons ook helpen om het begrip religie zelf te ‘liberaliseren’.

De zaak De Wilde versus Nederland

Helaas heeft het EHRM in De Wilde versus Nederland de bevrijdende werking van de apostasie-clausule in combinatie met Kokkinakis ten aanzien van het begrip godsdienst zelf niet verder uitgewerkt. Laten we uitleggen wat we bedoelen.

Het Hof heeft herhaaldelijk benadrukt dat ‘godsdienst’ aan specifieke vereisten moet voldoen om bescherming te vinden onder art. 9 EVRM. En het heeft ook aangegeven wat deze vereisten zijn. Er is echter geen uitputtende definitie van godsdienst gegeven. De voorwaarden die het Hof stelt om van ‘godsdienst’ te kunnen spreken zijn dus noodzakelijke voorwaarden voor godsdienst. Geen voldoende voorwaarden.

Hoe luiden die voorwaarden? Laat het Hof voor zichzelf spreken. In Eweida v. UK (2013, par. 81) stelt het Hof: het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst impliceert opvattingen die een bepaald niveau van coherentie, ernst, samenhang en belang (‘cogency, seriousness, cohesion, importance’). Aldus beschermt Art. 9 EVRM niet zomaar elk willekeurig standpunt dat de klagers als religieus willen beschouwen, maar moet het ook de ’test’ doorstaan van:

1. Coherentie,

2. Ernst,

3. Samenhang en

4. Belang.

‘Coherentie-eisen’

We zouden dit de ‘coherentie-eisen’ kunnen noemen. Ernst bleek het fatale struikelblok voor de erkenning van de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster als ‘religie’. De KVSM gebruikt namelijk ironie en humor. En volgens de juridische instellingen in de lage landen en het Europese Hof in Straatsburg was dat onverenigbaar met ernst.

Maar is dat geen gemiste kans om de welkome ontwikkeling van de afvalligheidclausule in combinatie met Kokkinakis verder tot ontwikkeling te laten komen? Waarom zo’n Calvinistische interpretatie gegeven aan het religie-begrip?

De voorloper van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (1950) was de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. De opstellers van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) namen voor het eerst de apostasie-clausule op in de formulering van de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dat was een revolutie.

Draconische sancties

Eeuwenlang hadden met name de monotheïstische godsdiensten apostasie en blasfemie bestraft met de meest draconische sancties, zoals Haim H. Cohn beschrijft zijn artikel The Law of Religious Dissidents: A Comparative Historical Survey (2000). Ketterij, geloofsafval en godslastering (‘heresy, apostasy, blasphemy’) waren eeuwenlang enorme pijnpunten voor de religieuze orthodoxie. Zoals J.S. Spink beschrijft in French Freethought from Gassendi ito Voltaire (1960): in 1619 werd Vanini ter dood veroordeeld vanwege zijn ketterse en dissidente geloofspositie.

In 1622 werd Fontanier verbrand in Parijs vanwege een mystieke interpretatie aan het geloof. In 1624 volgde een verbod ‘nieuwe doctrines’ te onderwijzen die afweken van het orthodoxe katholicisme dat de staatsgodsdienst was en in 1600 werd in Italië Giordano Bruno verbrand vanwege geloofsafval, een lot dat vele anderen trof die probeerden religie op een meer vrijzinnige manier te interpreteren.

Essentieel onderdeel

Maar in 1948 wordt apostasie dus tot essentieel onderdeel van de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst geproclameerd en in art. 9 EVRM wordt deze benadering enkele jaren later overgenomen. In 1993 wordt in de Kokkinakis-zaak de consequenties van die ontwikkeling getrokken. De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst inclusief apostasie is ook een kostbaar goed voor atheïsten, agnostici, sceptici en onbekrompenen.

Men zou verwachten dat deze ontwikkeling door het Hof zou worden doorgetrokken naar ook een meer liberale interpretatie van de coherentie-eisen, zoals onder andere geformuleerd in de Eweida-zaak. Het Hof had kunnen zeggen: Waarom moet religie altijd somber zijn? Waarom humor en vreugde uitsluiten van het begrip godsdienst? En waarom is parodie onverenigbaar met godsdienst? Maar dat deed het Hof dus niet. Helaas.

Seculiere godsdienst

Wat merkwaardig genoeg door het Hof ook niet in overweging lijkt te zijn genomen, is de juridische erkenning van het begrip ‘seculiere godsdienst’. Religies maken ontwikkelingen door. Maar ook het idee van religie maakt een ontwikkeling door. In min of meer gesloten culturen hanteert men een godsdienstbegrip dat geheel geënt is op de eigen godsdienst. Op de religie van het eigen land. Of de eigen cultuur.

Voor de oude Grieken bijvoorbeeld moet het niet gemakkelijk zijn geweest zich een godsdienstbegrip voor te stellen dat niet polytheïstisch was. Maar voor de Joden daarentegen was het moeilijk zich een godsdienstvisie voor te stellen die niet monotheïstisch was. Vandaag de dag zal een rechter die het begrip godsdienst moet interpreteren, niet aarzelen om zowel de monotheïstische als de polytheïstische godsdienstbeelden erbij te betrekken.

Zelfs atheïstische godsdiensten, zoals bepaalde vormen van boeddhisme, vinden erkenning in het recht. Is het tegen deze achtergrond niet heel wenselijk dat het verzet dat zich nu tegen de humoristische godsdienst manifesteert, op een dag zal worden gebroken? Wij denken van wel. De tijd zal komen dat een religie die waarde hecht aan parodie, humor, lichtvoetigheid en vrolijkheid ook erkenning zal vinden als een mogelijke religieuze optie.

Misschien zou dat een ‘seculiere religie’ genoemd kunnen worden. Een religie die waarden die traditioneel met seculariteit en moderniteit worden geassocieerd, serieus neemt. Dat zal ook het moment zijn waarop de discriminatie van alternatieve godsdiensten, zoals de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster, wordt opgegeven

Paul Cliteur en Mienke de Wilde