Buitenland, Europa
Een onaantastbare unie

De spoken van de andere unie

George Soros is lang niet de eerste die voorspelt dat de Europese Unie op het punt staat te eindigen als de Sovjet-Unie. Nu, als uitgerekend de man in kwestie zoiets voorspelt, is het natuurlijk de vraag of hij daar oprecht bezorgd voor is dan wel of hij daarnaar uitkijkt. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie leverde aanvankelijke immers een ganse reeks jonge, onzekere staten op met ontredderde samenlevingen die een prima proeftuin waren voor ultra-liberale recepten en voor de idee van de ‘open samenleving’ – terzijde, een eufemisme voor gedweeë samenleving.

Zijn er inderdaad gelijkenissen tussen beide unies?

Hun instellingen en samenlevingen in detail gaan vergelijken heeft minder zin dan te kijken welke mechanismen de Sovjet-Unie hebben ondergraven. Want dan duiken, weliswaar in andere omstandigheden een aantal actualiteitsrelevante situaties en waarschuwingen op. De Sovjet-Unie is niet uit elkaar gevallen door een gebrek aan politieke en economische integratie. Integendeel. Ze ontstond niet als een samenwerkingsverband tussen soevereine staten zoals de EU en zijn EEG-voorganger, maar door een radicale her-organisatie door de leninistische en stalinistische regimes – die sterk geïnspireerd waren door het Franse jacobinisme – van gebieden en samenlevingen die voordien al vijftig tot vierhonderd jaar bij elkaar zaten in het oude tsarenrijk. Tussen de jaren dertig en het einde van de jaren tachtig was de Sovjet-Unie bestuurlijk en economisch één van de meest gecentraliseerde en gestandaardiseerde staten in de menselijke geschiedenis.

Patriottische onderstroom

En hoewel dat in zekere zin het voordeel had van herkenbaarheid en voorspelbaarheid, van de Baltische Zee tot Kamtsjatka, was dat meteen een kanjer van een zwakke plek. Een zware crisis, of een kortsluiting in het centrum en aan de top besmette en verlamde immers snel het geheel. Een grote kwetsbaarheid door over-centralisatie en over-verbinding dus. Aan het gebrek aan legitimiteit onder de bevolking zal het ook niet gelegen hebben. De bevolking identificeerde zich veel sterker met haar unie, dan de EU-burgers vandaag met de hunne doen. Een grote meerderheid van de sovjet-burgers, zo’n 286 miljoen in 1989, ook onder de niet-Russische minderheden en onder mensen die geen overtuigde marxisten waren of leden van de communistische partij, zag de Sovjet-Unie oprecht als het moederland. Er was ook waardering voor de verwezenlijkingen die het sovjet-systeem toch ook had gebracht, vooral op het vlak van sociale voorzieningen.

Weinigen steunden dus de opheffing van de Sovjet-Unie. Bij de volksraadpleging van maart 1991 over de toekomst van de unie die in negen deelstaten gehouden werd, stemde 78 procent voor het behoud ervan. Tegelijkertijd was er een groeiend scepticisme en cynisme tegenover een planeconomie en een bureaucratie waarvan de mankementen, ondanks de hoera-partijslogans en de ronkende officiële rapporten, steeds voelbaarder werden in het dagelijkse leven van de bevolking. Er kwam een steeds scherper contrast tussen een virtuele economie, de beleids-pr en de dagelijkse realiteit aan de basis. Er waren natuurlijk ook gebieden waar men zich nooit echt met de unie identificeerde, zeker in de Baltische contreien, maar ook in de West-Oekraïense regio’s Galicië en Wolynië en de etnisch-Poolse regio’s in Wit-Rusland. Die zijn historisch-cultureel niet alleen veel sterker georiënteerd op Centraal- en West-Europa, ze waren ook onafhankelijk of deel van Polen voor ze tussen 1939 en 1944 bij de stalinistische Sovjet-Unie werden ingelijfd.

De Sovjet-Unie had niet te maken met een migratiecrisis, noch met talrijke economische asielmigranten uit Afrika en de Arabisch regio. Er was vanaf de jaren tachtig, toen het openlijker bespreekbaar werd, echter wel een kwestie die bijna een even grote splijtzwam was in het maatschappelijk klimaat, de straatopinie en het bestuur, als migratie vandaag in de EU is. Dat waren de aanzienlijke financiële transfers, subsidies en sociale voorzieningen vanuit het centrum naar de armere zuidelijke sovjet-republieken als Tadzjikistan, Turkmenistan of Karakalpakië. De overdrachten naar de zuidelijke gewesten met hun inheemse partijfunctionarissen die de reputatie hadden inhalig en onbetrouwbaar te zijn – vooral nadat in 1983 uitkwam dat de communistische partijbonzen in Oezbekistan jarenlang teveel centrale subsidies hadden binnengerijfd met getrukeerde katoenstatistieken – zorgde voor groeiend ongenoegen in de Slavische republieken en het geïndustrialiseerde noorden van Kazachstan, die het gros van de sovjet-bnp voortbrachten.

Uitputtingsslag

In de topéchelons van de Sovjet-Unie was vanaf de jaren zeventig een partij-nomenklatoera en een erfelijke bureaucratische kaste ontstaan die achter de schermen – of zelfs steeds openlijker – cynisch en ongelovig stonden tegenover het eigen ideologische project, en meer begaan waren met persoonlijke carrières en het behoud en uitbreiden van privileges dan met het land en met een samenleving waar ze op gingen neerkijken. Uiteindelijk wilden ze gaan leven zoals de Amerikaanse en West-Europese middenklassen en elites. Kortom, een situatie waarin bestuurlijke, economische en intellectuele elites compleet losgeweekt raakten van de maatschappij, zelfs tot op het punt dat deze laatste uit zelfbehoud werd opgeofferd en extern uitverkocht. Maar wat de Sovjet-Unie uiteindelijk deed kapseizen waren de praktische gevolgen van de koude oorlog.

In de late jaren vijftig en zestig – het hoogtepunt van de Sovjet-Unie – gingen de machthebbers er verkeerdelijk van uit dat ze de VS en West-Europa konden vloeren in hun eigen spel, met de wapenwedloop, het opvoeren van economische productie en versnelde modernisering . Dat sleet het sovjet-systeem uit. Ook de militaire bezetting van Oost-Europa en Oost-Duitsland, het schragen van hun socialistische regimes, en een reeks militaire interventies in de toenmalige ‘Derde Wereld’ om er (soms weinig loyale) bondgenoten en marxistische bewegingen te steunen, begonnen na verloop van tijd te zwaar te wegen. Wat sommigen ook mogen beweren, een koude-oorlogstoestand zoals toen hebben we nu niet. Wat wel nazindert, is dat buitenlands interventionisme en meegaan in een mondiale concurrentie-uitputtingsslag, na verloop een zware financiële en maatschappelijke tol op het thuisfront eisen.

Bruno De Cordier

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium