fbpx


Buitenland
Griekenland

De stallen van Augias



Als ik zin heb in inktvis of huisgemaakte tzatziki, ga ik naar Kafeneio Mimis in de Antwerpse Gierstraat. Altijd een wonderlijk gebeuren. De kok is de eigenaar, Dimitrios – Mimi – Lionakis. Hij werkt op zijn eigen tempo (soms tot afgrijzen van zijn vrouw). Zelfbewust, altijd in voor een drankje, een hazenslaapje, een kout. En daar hou ik van. Want Mimis is een beenharde communist. Een die partizanenverhalen opdist uit de Levka Ori, de witte bergen van Kreta, alsof hij er zelf bij was. ‘Ik was er bij,’ monkelt hij met een wijn die je absoluut moet proeven (‘but is better in the mountain, my wife, she knows nottink’). ‘Ik heb de laatste ondergedoken vrijheidsstrijders uit de bergen gehaald.’

Partizanen

Dat kan wel kloppen. In 1975 zijn na 26 jaar twee verzetslui uit hun schuilplaats afgedaald, Georgios Tzobanakis en Spiro Blazakis. Geen slachtoffer van de nazi’s, die hun tanden hadden stukgebeten op de spontane guerilla van de eilanders – en vreselijke oorlogsmisdaden begingen tegen  de dorpsbevolking – wel van de burgeroorlog die de communisten tussen 1945 en 1949 verloren. Door de afzijdigheid van de USSR, de inzet van het Britse leger, wapenleveringen door de VS aan aanhangers van de koning  (eerst Georgios II, dan Paul I) die de oorlog in ballingschap had doorgebracht in Egypte, door onderlinge verdeeldheid bij de communisten die afrekenden met trotskisten en anarchisten, en door agitatie van uiterst rechtse nationalisten rond Georgios ‘Digenis’ Grivas en zijn Organosis Chi (X), die een vuile rol speelde in de Witte Terreur (vervolging van roden en intellektuelen, 1945-1946).

Dat gebeurde op het vasteland, maar sloeg in volle hevigheid over naar de eilanden, en vooral Kreta, vanaf 1947. Een groepje linkse partizanen (‘andartes’) zocht zijn heil in de ruige bergen na een nederlaag tegen internationaal gesteunde royalisten in de befaamde Samariakloof. Onder hen Eleftherios Iliakis, die in 1950 gevangen werd en pas in 1964 amnestie kreeg, en groepsleider Nikos Kokovlis met zijn vrouw Argiro die met vier anderen de wijk nam naar Tasjkent (Oezbekistan) in 1962. Alle anderen vonden de dood, op twee na dus. Wellicht stond Mimi bij hun feestelijke terugkeer in 1975.

Communisten en kolonels

De communistenjacht tijdens de Koude Oorlog was niet nieuw in Griekenland. Al onder dictator Ioannis Metaxas, die in 1936 de noodtoestand had uitgeroepen en twee jaar later alle politieke partijen, persvrijheid en stakingen verbood, waren er al serieuze wrijvingen, ook al verwierf hij faam door een Italiaans ultimatum af te doen met zijn ‘Nuts’: ‘Nee, Oxi’. Oxidag wordt nog altijd gevierd op 28 oktober. De burgeroorlog maakte een eind aan de rol van het linkse Nationaal Bevrijdingsfront/Volksbevrijdingsleger EAM-ELAS dat na de nederlaag van Italië drie vijfde van het Griekse grondgebied beheerste (en voor de eerste keer verkiezingen hield mét stemrecht voor de vrouwen).

De Griekse communistische partij (KKE) werd daarna verboden, verschillende leiders terechtgesteld, de laatste in 1954. Onder een andere naam won ze wel de verkiezingen in 1958. Maar Paul I weigerde de uitslag te aanvaarden. Zelfs de socialistische eerste minister George Papandreou (senior) weigerde later het verbod op te heffen toen Constantijn II zijn oom Paul I opvolgde als koning. Het jaar daarop ontmantelden de veiligheidsdiensten een poging tot staatsgreep van linkse legereenheden, ‘Aspida’ (‘Schild’).

Rampzalig voor links en democratisch Griekenland was de staatsgreep van de kolonels (1967-1974). Het succes van 1958 heeft de KKE nooit meer gehaald – vorig jaar haalde ze nog 15 zetels op 300. De redenen zijn duidelijk. Pas bij de val van Papadopoulos en Pattakos mocht ze weer meedoen aan verkiezingen, daarna stortte het Oostblok in, Griekenland trad toe tot de EU, de NAVO (tijdelijk), de eurozone. De traditionele socialistische PASOK-partij verschrompelde, linkse stemmen gingen naar Syriza, dat met Alexis Tsipras twee regeringen zou leiden. Het Griekse kiessysteem, dat 50 zetels extra toekent aan de partij met de meeste stemmen, was daar niet vreemd aan.

Economische crisis

Dat succes kwam niet uit de lucht vallen. De toetreding tot de eurozone was een farce. Dat bleek maar toen eind 2007, begin 2008 een ongeziene financiële crisis banken en begrotingen uit hun voegen brak. Ik herinner me dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht de schouders ophaalde toen bleek dat Griekenland al jaren zijn begrotingen had vervalst. ‘Als we er niet in slagen om zo’n land erdoor te slepen, dat amper 0,4 % uitmaakt van de Europese productie, dan hoeft de Europese Unie wellicht zelfs niet.’ En jaren later erkende Didier Reynders (MR) ruiterlijk: ‘We wisten allemaal dat er geknoeid was. Maar de opname in de eurozone was een politieke beslissing, geen economische. Hechtheid was belangrijker dan discipline.’  Het waren de jaren dat de AKP in Turkije aan haar zegetocht door de instellingen begon.

Eerste minister Georgios Papandreou (junior) gaf de fouten grif toe. ‘His government discovered a huge, undeclared debt left by the previous administration, led by the main opposition New Democracy Party. He says the country’s deficit was more than double what New Democracy had reported.’ Verwonderlijk was dat niet. De rijkste ondernemers betaalden geen euro belasting, met name de reders (die hun zetel buiten het land hielden), de orthodoxe kerk (die de belangrijkste grootgrondbezitter is en geen belasting hoeft te betalen), de vastgoedmaffia (omdat er een wet was op braakliggend land, dat na tien jaar voor alle doeleinden mocht gebruikt worden; de grote bosbranden langs de kust of in de bergen waren zelden toeval).

Kwam daarbij het ingekankerd ‘dienstbetoon’, en de stelselmatige niet-betaling van belastingen, en de zwakheid van Athene was helemaal blootgelegd. Toen zich daarop nog de migratiecrisis entte en de onwelvoeglijke aanpak van die crisis door de Europese Unie, ‘begrotingsfetsisjisten tegen potverteerders’ (waarvan we net een nieuw doordrukje gezien hebben bij de coronacrisis), was het land veroordeeld tot de bedelstaf.

Ik heb ze gezien, de honderden en duizenden jongeren die wegtrokken uit Athene, terug naar Makedonië of Thracië. Konden ze ten minste bij de familie wat tomaten en olijven kweken, en fetakaas maken, hadden ze te eten. Ik kom ze tegen in Brussel en elders, de uitwijkelingen, de braindrain-hordes. Het is Syriza van Tsipras die de Augiasstal moest leegspuiten. Het is de conservatieve Nea Demokratia (ND) van Mitsotakis die na de verkiezingen de economie nieuwe impulsen moet geven. En dat scheen aardig te lukken, ten minste in de ogen van het bedrijfsleven en de geldschieters. De aandelenmarkt was helemaal opgeveerd in 2019, The Economist zag de beurswaarden met 50% klimmen.

Mistotakis heeft de ondernemingen meer zuurstof gegeven, vaak ten koste van de arbeiders: flexibelere arbeidsvoorwaarden, vereenvoudigde ontslagprocedure, vennootschapsbelasting naar omlaag, vrijere concurrentie, betere gegevensbescherming. Maar sommige mistoestanden blijven voortduren: het duurt tot zeven jaar voor een windmolenpark wordt goedgekeurd – allicht om de winsten te beschermen van de bruinkoolcentrales; Griekenland blijft zich uitverkopen aan China, voor twee maand werden alweer een achttal overeenkomsten ondertekend, nu krijgt de haven van Piraeus een bijkomende injectie van 600 miljoen euro – en ze is al volle eigendom van Beijing.

Coronacrisis

De uitbraak van corona heeft dat hele herstel weer op losse schroeven gezet. De regering verwacht een krimp van het bbp met 4%. Deskundigen ramen het op 7 tot 20%. De toeristische sector ligt plat. Nochtans staat die in voor de helft van de groei, en voor een kwart van de jobs. De lockout heeft een waterdichte grens getrokken met Italië, Spanje, en buurlanden Albanië en Noord-Macedonië. Het enige goeie nieuws is dat de Europese Centrale Bank bereid is voor 12 miljard overheidsobligaties op te kopen (binnen de voorziene 750 miljard).

Athene staat op een kantelpunt. Als corona de opvangkampen voor asielzoekers treft en uiterst rechts verrijst, dan is het hek van de dam. De tekenen zijn verontrustend. Op de eilanden Lesbos, Chios, Leros en Kos kookt het potje bijna over. De militaire afscherming van de zeegrens met Turkije heeft kwaad bloed gezet: bij Europa, dat nog altijd geen vinger uitsteekt om het aanvaarde spreidingsplan ook uit te voeren; bij Turkije, dat Griekenland wil aanklagen bij het Europees Hof, cynisch genoeg ‘voor zware inbreuken op de mensenrechten’ (één dode bij schermutselingen); bij de vluchtelingen, aangezien het gerecht geen onderscheid maakt tussen mensensmokkelaars en hulpvaardige vluchtelingen: zopas heeft de enige Engelstalige op een rubberboot die om bijstand vroeg, schrijft Der Spiegel, 288 jaar cel en 3,8 miljoen boete gekregen – het proces duurde twaalf minuten, er was geen tolk bij; en bij de eilandbewoners zelf, waar het fascistische Gouden Dageraad (CA) aan een comeback bezig is.

In maart is het aantal aanvallen op de kampen door burgerwachten fors gestegen. Net nu moet de uitspraak vallen, na zes jaar, over 68 ex-verkozenen en partijleiders van Chrysi Avni. Die staan niet als partij (dat is grondwettelijk onmogelijk) maar als misdaadorganisatie terecht voor moorden, afpersing en afdreiging. Net nu is er corona uitgebroken in een Romakamp bij Larissa. Bij Athene zijn de kampen van Malakasa (een Afghaan) en Ritsona (23 Afrikanen) besmet. Op Lesbos was de eerste een Griek. Maar in kamp Moria zitten wel 22.000 vluchtelingen opeengepakt, zeven keer meer dan begroot, en gedijen schurft, diarree en longontsteking. Herakles kan opnieuw beginnen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lukas de Vos

Lukas De Vos is senior journalist van de VRT.