fbpx


Economie
werken

De transformatie van de werkethiek en de feminisering van de economie




Waarschijnlijk maak ik mezelf complete undateable én unloveable door dit te schrijven. Maar het probleem is zo’n enorme olifant in de kamer geworden, dat elke sociaal-economische analyse voortaan volledig misleidend is als dit probleem er onbesproken blijft. Het kernprobleem is namelijk de feminisering van de economie. En hoewel vrouwen de trendsetters zijn, gaan inmiddels ook mannen hierin mee. Sommigen vrijwillig, sommigen noodgedwongen omdat ze compleet zijn gedemoraliseerd. Ook blijkt dat Karl Marx alsnog een punt scoort. Het belooft wat.

Allereerst stellen we het karakter van de huidige samenleving vast — iedereen die rondkijkt, herkent dit. We leven in een maatschappij van navelstaren en diagnosticeren. Zelfanalyses, mensen labelen met psychische stoornissen en daar als verdienmodel therapeutische sessies uittrekken, emoties uitmelken, snel op de teentjes getrapt zijn. Mensen gedragen zich als unieke sneeuwvlokjes die overal ‘gekwetst’ door zijn en ‘veilige ruimten’ (‘safe spaces‘) eisen.

De laatste vrije geesten stammen uit een wat oudere generatie. Die liggen continu onder vuur en worden stapsgewijs vervangen door ‘woke’ millennials. Veel jongeren zijn door hun ouders verwend en hebben torenhoge verwachtingen — mensen leven in de veronderstelling dat iedereen zich moet conformeren aan de persoonlijke gevoelswereld.

Post-weberiaanse werkethiek

Nederland is groot geworden met de ‘niet klagen maar dragen’-mentaliteit van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, plus de protestants-weberiaanse werkethiek. Mijn vader was hier nog een voorbeeld van: steevast om vijf uur op, om zeven uur op de bouwplaats, ’s avonds op tijd thuis want moeder de vrouw had dan gekookt. Minimaal vijf dagen per week en regelmatig zelfs zes dagen. Totdat tien jaar geleden de economische crisis kwam, die veel zekerheden wegvaagde. Dit tekent niet alleen een economische, maar vooral een mentale ontwikkeling die Nederland heeft doorgemaakt. Trouw ga je jarenlang bij weer en wind naar de baas. En op een dag blijkt de wereld totáál anders in elkaar te zitten dan je veronderstelde.

Een Brit vatte de teneur ooit krachtig samen: ‘Uitslapen tot het middaguur is decadent, maar beslists niet zo decadent als opstaan bij het krieken van de dag om voor een decadente overheid te werken.’

De partnerband als economisch fundament

Er kunnen onvoldoende mensen worden gevonden voor zwaar en uitputtend, doch economisch noodzakelijk werk. Denk aan loodgieters, zorgpersoneel, timmerlieden en fabrieksarbeiders. En nu komt ie: wat is de voornaamste reden om als man de arbeidsmarkt op te gaan en voltijds te arbeiden? Het binden van een partner die je liefdevolle affectie geeft en het onderhouden van een gezin.

Vrouwen, echter, zijn opgevoed met torenhoge verwachtingen en doen alsof ze moeilijk te bemachtigen zijn. Velen zijn in de ban van onbegrensde opties en ‘omhoog ruilen’ (hypergamie). Zelfs met een voltijdse baan ben je als man niet goed genoeg. Vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen en zeer statusgevoelig: een lager opgeleide partner kiezen (‘downdating‘) is voor vrouwen nog steeds taboe.

Ook nemen vrouwen — meer dan mannen — genoegen met deeltijdbanen. Dit zijn meestal banen bij de overheid of semi-overheid. Zoals adviseur ‘duurzame ruimte’ bij een gemeente. Lockdowns of geen lockdowns, het geld blijft stromen. Een vaste partner vinden is niet economisch noodzakelijk.

Dit type baan is niet van vitaal economisch belang , maar wordt wél door de overheid in stand gehouden. In plaats van erop te bezuinigen — dat zou zielig zijn voor al die mondige feministen — gaan de geldpersen aan bij de Europese Centrale Bank. We betalen dus voor al deze fopbaantjes via geldontwaarding en toenemende belastingdruk, wat werken nóg minder lonend maakt. Het omkeren van deze trend zou een volledige geestelijke breuk met het gevestigde denkraam vergen. Dat gaat niet gebeuren: zoals ik al eens opmerkte komen er in de maatschappelijke beeldvorming slechts links-liberale cultuurpratertjes bij. De ineenstorting van de Nederlandse economie is onherroepelijk.

Ineenstorting

Dit zegt een wiskundedocent erover:

‘Er werken ook veel vrouwen in de schoonmaak, bijvoorbeeld, maar in de kern klopt je argument. En het gaat zeker erger worden. Want het is inderdaad onaantrekkelijk om fulltime te werken. Ook ik verlaat Nederland. Ik werk fulltime en het levert me nauwelijks iets op. En voor alle overblijvers: zij moeten nu iets harder werken. Het onderwijs gaat echt imploderen. Het is gedaan met onze welvaart. Nederland gaat echt met zevenmijlslaarzen achteruit. Ik word ook liever YouTuber die miljonair wordt met domme filmpjes maken.’

Deze leraar legt een verband met de verabsolutering van emoties binnen het onderwijs: ‘Wij hadden een toets in klas 6. Die was pittig en het resultaat was dramatisch. Maar een groot deel van de leerlingen heeft geen fluit gedaan. Leerlingen klaagden bij de teamleiding en krijgen een gratis herkansing. Het is typerend voor het niveau en de insteek: dit gebeurt jaar in, jaar uit. Elke keer wordt het niveau een beetje omlaag bijgesteld. Over tien jaar bezien is dit een catastrofale niveaudaling.’

Iemand die in de techniekbranche werkt, zegt: ‘Deze groeiende beweging naar onafhankelijkheid is een millennialdingetje: 32-urige werkweek, tiny houses, zelfvoorzienend leven. Ik ga ook veel eerder stoppen met werk of drastisch minderen zodra ik genoeg heb. Of m’n huis inruilen voor iets kleiners en nóg eerder stoppen. Want wat voor ervaringen en levenslessen doe je nu op kantoor op? Veel werk is als het afpellen van een ui: iedere laag is hetzelfde en uiteindelijk springen de tranen je in de ogen.’

Vervreemding in de werksfeer

Veel werk komt neer op het robotmatig uitvoeren van geestdodende protocollen. Je hebt er weinig zelfstandige bewegingsruimte en bent een anoniem radertje in het systeem. Het is wat Karl Marx in het kapitalisme herkende als vervreemding. Zelfontplooiing, arbeidsvreugde en de vervulling van een ambachtelijke bekwaamheid zijn ver te zoeken. Het standaardiseren van alle arbeid is weliswaar efficiënt, maar buitengewoon onbevredigend voor de menselijke geest.

Om de zaak weer op de rit te krijgen, zou het vizier op die vervreemding en standaardisering gericht moeten zijn. En dus tegelijkertijd op dat aspect van de relatievorming. Immers, de zorg voor een partner die je daarvoor beloont met emotionele affectie, draagt de arbeidsparticipatie van veel mannen. Hiermee breek ik veel harten, maar een mens leeft óf in de waarheid, óf in leugens.

Zacht en lief loont zich meestal niet

De waarheid is dat westerse mannen wordt geleerd dat ze zacht en lief moeten zijn — ze raken gefeminiseerd. Dat lieve, zachte element is leuk voor een vrouw die een kostwinner zoekt. Maar zoals gezegd weten de meeste vrouwen hun eigen inkomsten wel te regelen, dikwijls gesteund door de staat. Dit leidt tot de Tinder-cultuur van kortstondige verbanden waarin enkele ‘alfa’-mannen, polyamoureus kunnen kiezen uit vele seksueel gewillige partners. De mannen die overblijven denken ‘Fuck it’ — zij gaan écht niet werken voor dit decadente stelsel. Een huis kopen zit er voor hen ook niet in. Zij vullen hun dagen met het spelen van Fortnight of League of Legends en kijken anime.

In tijden van economische krapte keert de samenleving terug naar rauwe overlevingsdrift. Hier komen we op de aantrekkelijkheid van het macho-element. Dat is evolutionair bepaald en beantwoordt aan het archetype van de ruige, harde alfaman. ‘Goede genen’, denkt het onderbewustzijn van de vrouw, ‘die harde individualist redt het wel als de maatschappij instort, dat wil ik mijn kinderen meegeven… Maar, ik wil ook een zachte, zorgzame man die mij op mijn wenken bedient. Met die man voel ik mij veilig op de momenten dat ik zelf kwetsbaar ben, zoals tijdens de zwangerschap en de ongesteldheid.’

Tegenstrijdige impulsen

In de vrouwelijke gerichtheid op mannen, schijnen tegenstrijdige biologische impulsen door. Vrouwen willen én een dominante onafhankelijke alfaman, én een zachte zorgzame lieverd. Het is onmogelijk voor één man om aan alle afwisselende vrouwelijke verlangens te voldoen. Daarom bestonden vroeger instituties zoals kerk, huwelijk en sociale controle. Die konden die wisselvalligheid indammen en voor de man een relationele continuïteit garanderen. Dit was de draagsteen van de moderne arbeidscultuur die de stijgende welvaart mogelijk maakte.

Als we de islam erbij slepen wordt het helemaal mooi. Machogedrag van moslimmannen wordt namelijk op cultuurrelativistische gronden gedoogd, geaccepteerd of zelfs aangemoedigd, terwijl westerse mannen ervoor worden berispt. Dit raakt aan de cognitieve dissonantie van de mainstream-cultuur. Dikwijls voelen vrouwen zich tot die macho-elementen aangetrokken terwijl ze zelf niet begrijpen waarom. En voor blanke mannen geldt dat ze het óók niet begrijpen, tijdens hun dates linkse praatjes houden en dan uit afgunst stiekem stemmen op het Vlaams Belang.

Woke praatjes vullen geen gaatjes

De mentaliteit van de wederopbouw — bezit opbouwen via een volledige werkweek — is afgebrokkeld. In deze nieuwe situatie is het belangrijk om jezelf niet afhankelijk te maken van wat niet afhankelijk is van jou.

Ook moet je beseffen dat de kracht van de instituties berust op de onverschilligheid van de massa. Vrouwen zijn gemiddeld genomen meer vatbaar voor het oordeel van het collectief dan mannen. Des te belangrijker dus om onze eigen Zuil te bouwen, waarin ons denken gangbaar is.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.