Politiek
particratie

De veelkoppige draak

Voorpublicatie uit 'Schone schijn' van Hendrik Vuye & Veerle Wouters

VOORPUBLICATIE — ‘Als het parlementsonderzoek over de jaren ook maar iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het de teloorgang van de parlementen’, schrijft Sam Depauw (Rebellen in het parlement, 2002). De cohesiecijfers van de fracties zijn zelfs zo goed als absoluut (K. Van Nieuwenhuyse, S. Fiers enF. Verleden, Res publica, 2018; F. Verleden, SamPol, 2009 en 2016). Dissidentie is nagenoeg onmeetbaar in de Belgische parlementen. Dat is al lang zo. In een studie over het stemgedrag in de Kamer voor de periode 1954-’65, gebruikt Etienne Langerwerf al het woord ‘kadaverdiscipline’ (Res publica, 1980).

Algemeen belang

Conservatieve politici dwepen graag met Edmund Burke. Waar ze in alle talen over zwijgen, zelfs in het Latijn, is de visie van Burke op de rol van een parlement. In zijn Speech to the electors of Bristol (1774) legt Burke uit dat een parlement geen vergadering is van tegengestelde en vijandige belangen, maar een overlegorgaan en een beslissingsorgaan van een natie, met een belang, namelijk het beste te willen voor het geheel. Het parlement zorgt voor ‘the general good, resulting from the general reason of the good’. Vandaar ook dat Burke stelt dat Bristol weliswaar een parlementslid kiest, maar eens verkozen, dient het parlementslid het algemeen belang. Parlementsleden zijn voor Burke notabelen die in alle onafhankelijkheid debatteren en op basis van het debat hun oordeel vormen. Ze worden verkozen om te oordelen op grond van hungeweten. Ze vertegenwoordigen geen partijen, geen zui- len, geen drukkingsgroepen, zelfs geen kiezers.

De Belgische Grondwet (1831) sluit nauw aan bij deze gedachte van Burke. Alle machten gaan uit van de Natie (art. 33). Er staat ook nog dat de parlementsleden de Natie vertegenwoordigen en niet enkel diegenen die hen hebben verkozen (art. 42).

Falanx

Net Bart De Wever, die graag dweept met Burke, omschrijft een politieke partij als ‘een falanx’. Dit is niet toevallig een militaire term. Een falanx is een gesloten geheel dat de buitenwereld als vijandig beschouwt en net daarom de rangen gesloten houdt. De falanx overlegt niet. De falanx beweegt zich in één richting, de richting bevolen door de militaire leider. Het belang van elk individueel lid bestaat maar in de mate dat het bijdraagt tot de falanx. De leden van de falanx moeten niets overleggen, moeten niets beslissen, ze zijn er alleen om de falanx in stand te houden. Ze vertegenwoordigen niet de Natie, al evenmin hun kiezers, ze vertegenwoordigen de falanx. Meer nog, ze zijn de falanx. Of zoals De Wever het ironisch uitdrukt de avond van de laatste gemeenteraadsverkiezingen: ‘mijn schild en vrienden’. De dag dat de N-VA-partijvoorzitter zijn partij vergeleek met een falanx, die dag heeft Edmund Burke zich gekeerd in zijn graf. De onafhankelijke notabelen van Burke zijn slaafse partijsoldaten geworden.

De werkelijkheid is even anders dan deze die Burke voor ogen had. Partijen zien en behandelen ‘hun’ parlementsleden als partijsoldaten. Het parlementair mandaat is eigendom van de partij, wat regelrecht indruist tegen de Grondwet. Parlementsleden zijn pionnen waar de partij vrij mee kan schuiven. De overgrote meerderheid van de parlementsleden laat begaan. Politiek is in essentie feodaliteit, schrijft ULB- socioloog Alain Eraly. Hij bedoelt dat men trouw moet zweren aan de leiders van de politieke clans binnen een partij. Feodaliteit, dat is echter net wat een democratie niet is en niet hoort te zijn. Sommigen hebben dit nog altijd niet begrepen. Voor politicoloog Stefaan Walgrave (UAntwerpen) is particratie zelfs ‘een essentiële voorwaarde voor de werking van de representatieve democratie zoals wij ze kennen’. Dat de particratie net de representatieve democratie onmogelijk maakt, ontgaat hem volkomen.

De volksvertegenwoordigers moeten de verzuchtingen en bezorgdheden van de burgers kenbaar maken, oordeelt het Mensenrechtenhof. Dit is de democratie. Het is de kiezer die vertegenwoordigd wordt, niet de partij. Dit is de wezenlijke rol van een parlementslid in een democratie. Doen parlementsleden dat niet, of mogen ze het niet doen, dan ontstaat de spreekwoordelijke kloof tussen burger en politiek. Over die kloof is de laatste vijftig jaar al veel inkt gevloeid. Tot de dag dat de kiezer nog eens foert zegt en de media en de politiek – nog maar eens – steen en been klagen over een ‘zwarte zondag’.

particratie

Eigen waarheid

De kiezer heeft de laatste jaren al vele middelvingers uitgestoken naar het systeem: in de Verenigde Staten met de verkiezing van Donald Trump, met de brexit, bij de verkiezingen in Frankrijk, Oostenrijk, Italië, Duitsland, Nederland… In 2019, ook bij ons, nogmaals. Politieke analisten zijn intussen zo vervreemd geraakt dat ze dit zelfs niet zien aankomen. Trump kon onmogelijk verkozen worden. Een vooraanstaand politicoloog en Amerika-kenner verkondigt zelfs urbi et orbi dat Trump nooit de republikeinse nominatie zou halen. Tot de dag voor de verkiezingen klinkt het uni sono: Trump maakt geen schijn van kans… Zo verging het ook de brexit. Zo verging het de peilingen en de analyses voor 26 mei 2019. Hoe komt dit? Politieke analisten leven onder de stolp van hun eigen communicatie en van de partijcommunicatie.

Woordvoerders van partijen gaan er prat op dat ze de waarheid ‘co-creëren’. Journalisten lezen en citeren journalisten. Alleen is hun ‘waarheid’ wel eens pure fictie. Dat blijkt dan de dag dat de kiezer spreekt.

Soms loopt de kiezer in de val van de loze beloften: ‘met die man wordt het anders’ (Tindemans), ‘de burgermanifesten’ (Verhofstadt), ‘soci lisme is gezellig’ (Stevaert), ‘wie gelooft die mensen nog’ (Leterme), ’de kracht van verandering’ (De Wever)… Maar alles blijft bij hetzelfde. Op een zoveelste zwarte zondag blijkt dan dat de kiezer de zaken even anders ziet. En dan zijn de politiek analisten niet fout, maar wel de kiezer. Op een zwarte zondag heeft de kiezer een moreel ongeoorloofde keuze gemaakt: de kiezer is zwart. Dat wil men ons toch doen geloven. De enigen die op een zwarte zondag zwart zijn, dat zijn de machthebbers en de analisten allerhande. Zij zijn er niet in geslaagd de verzuchtingen van de kiezer te vertolken.

Fatale aanpak

Maar dit mag niet gezegd worden. Kijk maar even naar de Verenigde Staten. President Barack Obama wordt nog steeds door de analisten op handen gedragen, een heilige, een moreel baken, Nobelprijswinnaar nog voor hij een beleidsdaad had gesteld. Maar dat net het beleid van Obama zorgt voor de verkiezing van Donald Trump, dat leest men zelden. VRT-correspondent Bjorn Soenens schrijft het wel: ‘President Obama had in 2008 de uitgelezen kans om de graaibankiers te straffen na de bankencrisis. Die kans liet hij evenwel grandioos uit de handen glippen (en hij niet alleen). De kleine man betaalde (overal ter wereld) het gelag… Daarom kon de haat tegen de elite blijven groeien, als een vuile, zwellende zweer die ooit moest uitbarsten. In Amerika kozen de Democraten ervoor om de banken te redden, de superrijken ongemoeid te laten en de ongelijkheid nog te laten toenemen… Een fatale aanpak’ (vrt.be, 18 augustus 2018). Het is dat soort van ‘fatale aanpak’ waartegen de kiezer op een zogenaamde zwarte zondag revolteert.

Ooit zal de Belgische particratie ook een ‘fatale aanpak’ blijken. De ondoorzichtige, elitaire besluitvorming kon worden gedoogd zolang velen er via allerlei verdelingsmechanismen baat bij hadden, schrijft Marc Reynebeau. Dat verandert in tijden van bezuinigingen en beperktere dienstverlening voor de burger, wanneer de perceptie ontstaat dat de particratie niet langer het algemeen belang dient, maar alleen nog de macht, het prestige en het inkomen van de politieke elite. Hij verwijst naar een internationale grondstroom die in veel klassieke democratieën de gevestigde politiek door elkaar schudt. Hij voorspelt dat deze grondstroom zich bij ons zal enten op de ondoorzichtigheid van de particratie (De Standaard, 1 december 2018).

Kan het ook anders? Onafhankelijk Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (ex-Groen) denkt van wel: ‘Ik heb niks tegen partijen op zich.Ik vind het alleen problematisch dat zij zoveel macht hebben. Dat maakt het parlementaire werk moeilijker. Het parlement zou een ont- moetingsplaats moeten zijn van politici die samen beslissingen nemen. Maar het is een plaats geworden waar de partijen hun standpunten laten horen in ideologische discussies’ (Het Nieuwsblad, 17 maart 2018).

Wat Sanctorum stelt, sluit nauw aan bij Burke: het parlement als overlegorgaan en beslissingsorgaan van een natie. Het verdict dat Sanctorum velt is hard, maar billijk: de particratie werkt niet meer. Er worden geen grote akkoorden meer gesloten. Dit land heeft nood aan grote hervormingen, maar ze komen er niet. Wie durft dit tegen te spreken?

Schone schijn is te koop in de webwinkel van Doorbraak!

Veerle Wouters en Hendrik Vuye

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Veerle Wouters en Hendrik Vuye?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans