fbpx


Actualiteit, Communautair

De vergrendelde fopspeen



Toegegeven, het was een gemakkelijke voorspelling. Maar dan nog is het altijd leuk als een voorspelling uitkomt. Op 13 maart 2012 schreef ik in De Standaard: ‘De institutionele manoeuvreerruimte van het federale parlement zal zeer beperkt zijn. Het laat zich immers gemakkelijk raden dat de Franstaligen in 2014 slechts een heel korte lijst van te herziene grondwetsartikelen zullen willen goedkeuren.’ Heel even heeft het er naar uit gezien dat die voorspelling er naast zat. Bij monde van Koen Geens (in De Zevende Dag van 9 februari) eiste CD&V immers met veel aplomb dat artikel 195 in elk geval voor herziening vatbaar moest worden verklaard, en daarmee meteen de hele Grondwet.

Veto

Maar CD&V had geen been om op te staan. Want voor een herzieningsverklaring moet er een consensus zijn in de regering. Elke regeringspartij heeft dus een vetorecht. Daarbij komt dat er ook niet per se een herzieningsverklaring moet worden goedgekeurd. Het parlement kan ook worden ontbonden na het ontslag van de regering. En zelfs dat hoefde dit keer wellicht niet. Want er is in het kader van de zesde staatshervorming een overgangsbepaling in de Grondwet opgenomen (in artikel 65) die stelt dat er hoe dan ook federale verkiezingen plaats vinden op de dag van de eerste verkiezing van het Europees Parlement na de herziening.

CD&V had met andere woorden geen enkele hefboom om haar eisen hard te maken. De Franstaligen konden rustig achteroverleunen in hun zetel, en nagenieten van de overwinning die ze in 2011 hebben behaald. Want toen bekwamen ze dat artikel 195 niet zou worden versoepeld, ook al was dat uitdrukkelijk de bedoeling. Op die manier kunnen de Franstaligen preventief een veto uitspreken over wat in het volgende parlement aan bod kan komen, nog vóór de kiezer heeft gesproken. Artikel 195 is met andere woorden een grendel-in-het-kwadraat. En grendels zijn er voor de Franstaligen om gebruikt te worden, dat weten we al langer.

Underdog

De algemene teneur is echter dat die grendel op een confederale staatshervorming een godsgeschenk is voor N-VA. De partij kan zich nu weer als underdog profileren en de absurditeit van de Belgische grendels aanklagen. Bovendien heeft de partij nu het perfecte alibi om na de verkiezingen prioriteit te geven aan het economische beleid.

Daar is zeker wat van aan. Maar anderzijds is er ook een keerzijde voor de N-VA. De partij kan het confederalisme moeilijk helemaal onder het tapijt vegen tijdens de campagne. Een vervelende vraag is dan in hoeverre de partij nog vasthoudt aan de Vuye-doctrine: Vlaanderen heeft, indien nodig, het recht om buiten de Grondwet te treden. Een doctrine die overigens ooit met veel vuur werd verdedigd door Bart De Wever en Siegfried Bracke (in De Standaard van 10 maart 2012). Als de partij die doctrine nu expliciet afvalt, dan strijkt ze de Vlaams-nationalisten tegen de haren in en lijkt ze zich neer te leggen bij de Belgische vergrendelde realiteit. Als ze vasthoudt aan die doctrine, dan verliest ze de centrumkiezer. Met artikel 195 in de herzieningsverklaring had dit probleem zich niet gesteld.

Mogelijkheden

En wat dan na de verkiezingen? Stel dat de N-VA inderdaad in een economische herstelregering stapt, dan zal er hoe dan ook een communautaire fopspeen gevonden moeten worden. Het fameuze A4-tje van Ben Weyts zal toch minstens een paar zinnen moeten bevatten. Maar veel opties zijn er niet. Je hoort al een tijdje waaien dat een intentieverklaring om artikel 35 van de Grondwet uit te voeren wel eens de mirakeloplossing zou kunnen zijn. De N-VA kan dit verkopen als de realisatie van het confederalisme, terwijl de andere partijen moeilijk tegen de uitvoering van een grondwetsartikel kunnen zijn. Alleen, door de beperkte herzieningsverklaring is de uitvoering van artikel 35 onmogelijk geworden. Ook die uitweg is dus geblokkeerd.

Er zijn nog heel wat bevoegdheidsoverdrachten mogelijk via de bijzondere wetten, hoor je nu zeggen. Je zou zelfs de sociale zekerheid kunnen splitsen. Dat klopt in theorie. Maar die bevoegdheidsoverdrachten moeten dan wel gebeuren binnen het bestaande constitutionele kader. Als men bijvoorbeeld zou beslissen om de ziekteverzekering te splitsen (maar dat is dan wel een zéér grote als), dan zou men die bevoegdheid moeilijk kunnen overhevelen naar de Vlaamse en de Franse Gemeenschap met een keuzemogelijkheid in Brussel. Want volgens de Grondwet zijn de gemeenschappen in Brussel enkel bevoegd ten aanzien van instellingen, en niet ten aanzien van personen. Het Brussels Gewest of de GGC bevoegd maken voor de ziekteverzekering is echter niet realistisch, en ook niet wenselijk. Hier en daar wat borrelnootjes overhevelen is altijd mogelijk (al worden die op de duur wel moeilijk te vinden). Maar als men het echte sloopwerk van de resterende Belgische kernbevoegdheden wil aanvatten, dan zal men snel op institutionele problemen botsen die niet op te lossen zijn zonder een grondwetsherziening.

Waar meer rek lijkt op te zitten is de financieringswet. In theorie kun je de fiscale autonomie van de gewesten fors uitbreiden zonder een grondwetsherziening. Het animo om opnieuw te gaan sleutelen aan de financieringswet zal echter zeer klein zijn bij de traditionele partijen. Stel dat men toch die richting uitgaat, dan zullen er allicht institutionele garanties moeten komen dat een verregaande overheveling van fiscale bevoegdheden de financiering van de federale kernbevoegdheden niet in het gedrang brengt. En dat zal wellicht weer een grondwetsherziening vergen. Maar hoe dan ook, in het regeerakkoord zou men een intentieverklaring kunnen opnemen om de financieringswet te herbekijken en de fiscale autonomie van de gewesten uit te breiden.

Communautaire praatclub

Dat wordt dan een van de thema’s die op tafel zullen komen in de institutionele praatclub die ongetwijfeld zal worden opgericht. Alleen zal het niet gemakkelijk zijn om een nieuwe naam te vinden voor het ding. Er zijn in het verleden al zoveel soortgelijke commissies gecreëerd (meestal zonder resultaat) dat de voor de hand liggende namen en afkortingen stilaan opgebruikt raken …

Bij de voorstelling van het nieuwe boek van Remi Vermeiren (op 18 maart; België: de onmogelijke opdracht) trok Siegfried Bracke zijn neus op voor het voorstel van Kris Peeters om in de nieuwe Senaat een institutionele palaver te beginnen. Maar opmerkelijk genoeg zag hij meer heil in het idee om dat institutionele debat in het Vlaams Parlement te voeren, onder Vlaamse partijen. De mythische vijf resoluties verlenen inderdaad enige glans aan dit idee. Maar de kans dat er in het Vlaams Parlement weer een brede consensus wordt gevonden over een nieuwe (confederale) staatshervorming is klein tot onbestaande. En zelfs mocht dat wel het geval zijn, dan duurt het misschien opnieuw twintig jaar voor die plannen worden uitgevoerd, en dan nog maar halvelings. Ik voorspelde eerder dat we pas in 2033 een nieuwe staatshervorming krijgen. Maar dat is een voorspelling waarvan ik zeker niet hoop dat ze uitkomt.


Foto © Reporters

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Bart Maddens

Bart Maddens is politicoloog en germanist.