Europa

De Visegrádgroep na de verkiezingen

In 2016 was alle aandacht gericht op Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië. Verenigd in de Visegrádgroep (V4) blokkeerden zij het EU-besluit tot verplichte opname van migranten van buiten de EU. Hun beleid komt voort uit de opvatting dat massa-immigratie en EU-overmacht hun nationale soevereiniteit en eigen denk- en leefwijzen bedreigen. In de recente verkiezingen voor het Europees Parlement konden de volkeren van de V4 zich over dit beleid uitspreken.

Euroscepticisme

De V4 was oorspronkelijk in 1991 opgericht om zijn lidstaten voor te bereiden op EU-toetreding. Maar na de EU-toetreding in 2003 werd hij steeds eurosceptischer. Zo heeft de V4 inmiddels voor zichzelf de EU-verdeelsleutel voor migranten verworpen en vormt de groep tegenwicht aan de groeiende macht van de hechter wordende neoliberale as Parijs-Berlijn. Staatshoofden weten de V4 nu te vinden: in februari kwam Merkel – berucht om haar Willkommenskultur – naar de V4 om een nieuw EU-migratiebeleid te ontwikkelen (waarbij de groep buiten schot bleef), en kwam Macron er vorige week lobbyen voor zijn Spitzenkandidat.
Voor hun euroscepticisme verwerven de V4-regeringen electoraal draagvlak door openlijk ervoor uit te komen dat het belang en de integriteit van het volk bedreigd worden door de steeds verder centraliserende EU. Daarenboven nemen Polen en Hongarije afscheid van Westerse, liberale waarden en bevorderen zij succesvol christelijke waarden, traditionele leefwijzen en, zoals Orbán het noemt, ‘illiberalisme’.

De uitslagen

De opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement was relatief hoog. Kopstukken als Timmermans en Verhofstadt danken dit aan de toegenomen populariteit van ‘Europa’. In werkelijkheid togen zowel in de V4 als elders meer kiezers ter stembus teneinde eurosceptisch en nationalistisch te stemmen. Ook in Polen en Hongarije was de opkomst zeer hoog en hebben juist daar de nationalisten grote winst geboekt.
In Hongarije heeft de nationaal-conservatieve partij Fidesz van premier Orbán meer dan de helft van de stemmen behaald: 52.33%. In 2014 was de opkomst 28,97%, nu is dit 43,37%. Andere partijen blijven ver achter (Momentum, van Verhofstadt en Macron, verwierf bijvoorbeeld 9.89% van de stemmen). In de verkiezingscampagne heeft Orbán succesvol geageerd tegen de EU en George Soros die de Hongaarse soevereiniteit zouden willen opheffen en de bevolking met immigranten zouden willen vervangen. Met dit nieuwe mandaat kan Orbán zijn beleid tegen immigratie, vóór het gezin, behoud van de natiestaten en bescherming van het christelijk Europa blijven voortzetten, én kan hij daarvoor grotere invloed verwerven in de EU.
In Polen heeft de conservatief-katholieke regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) van premier Mateusz Morawiecki ook grote winst behaald: 45.56% van de stemmen. In 2014 was de opkomst 23.83% en dit jaar 42.96%. Op de tweede plaats, met 38.30%, staat de Europese Coalitie; een gelegenheidscoalitie van zeer liberale partijen en enkele leden van de EVP. In eigen land kan ze echter moeilijk een eenheid vormen. In de campagne van Morawiecki draaide het om de strijd tussen de ‘twee Europa’s’, d.w.z. het Europa van de natiestaten, dat hij voorstaat, versus het Europa van steeds verdergaande integratie. En net als Orbán beloofde Morawiecki strenge grensbewaking en een migratiestop. De partij geniet groot vertrouwen, ondanks het feit dat deze onlangs bekritiseerd werd om zijn warme banden met de katholieke Kerk, waar net een pedofilieschandaal speelde.
In Slowakije was de opkomst 22.74%: dat is laag, maar hoger dan in 2014. De uitslag vertoont verdeeldheid. De pro-EU coalitie van Progressief Slowakije en Spolu heeft gewonnen met 20.11% van de stemmen. Dit kun je vertalen als een stem vóór verdere EU-centralisering, maar aannemelijker is dat men teleurgesteld is in regeringspartij Smer-SD van zittend premier Pellegrini. Deze behaalde 15.72% van de stemmen. Smer-SD heeft zich consequent verzet tegen het migratiepact en zocht naar alternatieven voor een liberaal staatsbestel, maar viel uit de gratie wegens corruptie onder politici en het vermoeden dat politici betrokken zijn bij de moord op de journalist Ján Kuciak. Verder is het opmerkelijk dat de extreme nationalisten van Marian Kotleba (Volkspartij Ons Slowakije) 12.7% van de stemmen vergaarden.
In Tsjechië was de opkomst ook laag (28.72%), maar hoger dan in 2014. Daar won de centrumpopulistische regeringspartij ANO van premier Andrej Babiš met 21% van de stemmen: meer dan in 2014, toen de liberalen wonnen. Officieel zit ANO met Verhofstadt en Macron in de liberale EU-fractie, maar door zich te verzetten tegen massa-immigratie, de euro en het Frans-Duitse machtsblok heeft ANO het mandaat van de bevolking gekregen en Tsjechië verder in lijn gebracht met het Hongaarse en Poolse rechtse euroscepticisme. De eurosceptische, centrumrechtse Democratische Volkspartij ODS (‘Bij de EU-toetreding in 2003 hebben de regerende socialisten het Tsjechische volk verraden’) verkreeg 14.54%. ANO en ODS eisen beiden dat de stem der volkeren beter gehoord moet worden in de EU.

Tot 2024

Met dit mandaat zal de V4 ook tot 2024 een groeiende factor van betekenis zijn. Zijn vermogen EU-besluiten te blokkeren en de nationale identiteit te behoeden voor uitholling is beloond. Gesterkt door een groter geworden aantal eurosceptische parlementariërs in het EU-parlement, zal de V4 waarschijnlijk voortgaan met anti-immigratie, euroscepticisme, afwijzing van liberale waarden (de zgn. ‘Europese waarden’) en het bieden van tegenwicht.

Marcel Bas

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Marcel Bas?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans