fbpx


Economie

Sonja Teughels (Voka) ‘De Vlaamse arbeidsmarkt zit gevangen in de Belgische constructiefout’

Regelgeving aanpassen aan Vlaamse activeringslogica



Eén op de vijf werkzoekenden komt niet opdagen op een afspraak met de VDAB. Het getal is Voka-bedrijfseconome Sonja Teughels niet vreemd. Dat onwilligen dan ook nog te traag worden doorgestuurd naar de controledienst, is een pertinent probleem. Net zoals de nog veel grotere groep langdurig zieken die buiten het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid valt. ‘De VDAB kan werkzoekenden enkel straffen op de manier die federaal is bepaald,’ zegt Teughels. ‘Slecht beleid wordt niet bestraft, goed beleid wordt evenmin beloond. Hoe langer die Belgische constructiefout blijft bestaan, hoe moeilijker het wordt om de vergrijzingsfactuur op te vangen.’ 

Vlaams parlementslid Tom Ongena (Open VLD) en zijn collega Robrecht Bothuyne (CD&V) legden tijdens de plenaire zitting van deze week Vlaams minister van werk Jo Brouns (CD&V) cijfers voor over het hoge aantal sancties bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB). Sinds de zesde staatshervorming is de controle op werkzoekenden immers een Vlaamse bevoegdheid.

Maar liefst twintig procent van de werkzoekenden komt niet opdagen op een afspraak met de VDAB, zo blijkt. En meer dan 15.000 dossiers worden overgeheveld naar de strengere controledienst van de VDAB.

Het vakgebied van Sonja Teughels, arbeidssociologe en bedrijfseconome verbonden aan het Vlaams netwerk van ondernemingen Voka, én bestuurder bij de VDAB.

Welke sancties kan de VDAB eigenlijk opleggen?

Sonja Teughels: ‘Sinds de zesde staatshervorming kan Vlaanderen werkzoekenden opvolgen, controleren en straffen als ze onvoldoende op zoek gaan naar werk. Het probleem is dat de regels nog altijd federaal worden bepaald. Vlaanderen controleert dan wel de inbreuken, maar kan zelf niet bepalen wat een inbreuk is, laat staan of bepaalde inbreuken zwaar of licht kunnen worden bestraft.’

‘De federale wetgeving gaat nog altijd uit van twee archaïsche manieren waarop een werkzoekende een inbreuk kan plegen: actief of passief. Passieve beschikbaarheid als inbreuk betekent dat iemand zelf niet op zoek gaat naar werk, maar wacht tot hij of zij wordt opgeroepen door de arbeidsdienst of door een potentiële werkgever, maar dat weigert of afhoudt. Daar tegenover staat de actieve beschikbaarheid als inbreuk, wat betekent dat iemand geacht wordt om zelf werk te zoeken, maar het niet doet.’

‘De VDAB moet dat federale onderscheid respecteren als zij een inbreuk vaststelt. Een actieve inbreuk wordt nauwelijks nog vastgesteld. De VDAB moet de werkzoekende in de praktijk sowieso eerst zelf contacteren om te evalueren wat hij of zij concreet heeft ondernomen. Dus bestaat het onderscheid tussen beide types inbreuken in feite niet.’

‘Het onderscheid tussen actief en passief is een erfenis van de manier van werken van de Belgische RVA – de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling. Voor de gewesten werkzoekenden konden controleren, controleerde de RVA of werkzoekenden moeite deden om werk te zoeken. Toen moest je met een dikke map naar de RVA. Vond de RVA dat je voldoende je best had gedaan, dan was daarmee meestal de kous af.’

‘Toen de VDAB de controle kreeg, veranderde de aanpak naar een gradueel opvolg- en sanctiesysteem. De VDAB werkt op basis van mondeling vertrouwen. Bij elke consultatie worden er afspraken gemaakt. Over sollicitaties of opleidingen, bijvoorbeeld. Als iemand één keer afspraken niet nakomt, dan volgt een verwittiging. Dat is een eerste type sanctie. Iedereen weet dat een verwittiging in strikte zin natuurlijk geen sanctie is, laat staan een passieve of actieve inbreuk, dus daar loopt het systeem al mank. Opnieuw: dat is federaal zo vastgelegd, de VDAB kan daar niets aan veranderen. Dat zet de cijfers over sancties bij werkzoekenden in perspectief. Want een groot deel bestaat immers uit louter ’verwittigingen’

 ‘Worden de afspraken niet nageleefd, dan worden er formele afspraken gemaakt. De werkzoekende moet die ondertekenen. Als de werkzoekende die formele afspraak niet naleeft, wordt het een ultieme en laatste afspraak. Pas als er dan nog geen schot in de zaak komt, verschuift de VDAB het dossier door naar de controledienst en kan men overgaan tot sanctie. In een kleiner aantal gevallen, gaat het dossier rechtstreeks naar de controledienst. Die dienst is onderdeel van de VDAB, maar werkt er onafhankelijk van. Eer een dossier echt naar de controledienst gaat, is er vaak al een heel traject van eerste, tweede en derde kansen aan vooraf gegaan, zoals u nu leert.’

Het is pas op het niveau van de controledienst dat er effectief in de uitkering kan worden ingegrepen. Vlaams parlementslid Ilse Malfroot van het Vlaams Belang heeft daar cijfers over opgevraagd: tijdens het eerste semester van 2022 zijn er op 15.000 overdrachten naar de controledienst van de VDAB, twee uitkeringen stopgezet. Dat zet het arsenaal om te straffen in perspectief, niet?

‘Ach. We zagen dit al aankomen toen, onmiddellijk na de zesde staatshervorming in 2014, toenmalig VDAB-directeur Fons Leroy in De Morgen zei dat “de VDAB vooral moet bemiddelen, niet straffen”. Niet alleen Leroy was die mening toegedaan, ook voormalig Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA), die toen samen met Leroy werd geïnterviewd. Die attitude typeert tot op vandaag de werkwijze.’

Toch is het raar dat een Vlaams minister en een directeur van een arbeidsdienst, op het moment dat ze een flink deel van de controle krijgen, onmiddellijk op de rem gaan staan. Daarmee geef je de indruk dat Vlaanderen vooral niet te radicaal wil veranderen. En dat is vreemd. Jarenlang al zijn er in Vlaanderen immens veel vacatures die niet ingevuld raken. Er zijn kansen bij de vleet: opleidingen, trajecten, begeleidingen, enzovoort. De werkgevers staan te springen om die vacatures ingevuld te krijgen, en investeren zelf massaal in opleidingen. Kortom: er is werk zat! Is iemand niet voldoende geschoold? Prima, dan helpen we hem of haar. En toch zijn de sancties beperkt.’

Tom Ongena sprak in het Vlaams parlement over een attitudeprobleem bij de VDAB. Hij heeft een mail van een voormalige bemiddelaar van de VDAB, die beweert dat het gros van de bemiddelaars te soft is en werkzoekenden niet durft door te sturen naar de controledienst. Ervaart u dat ook?

‘Dat klopt voor een deel. Een deel van de bemiddelaars komt uit het maatschappelijk werk en is meer gericht op de werkloze helpen dan op vacatures inplannen. Bovendien is het begrijpelijk dat een bemiddelaar zijn tijd liever investeert in een gesprek met iemand die wel wil werken, dan dat hij een dossier van iemand die niet komt opdagen doorstuurt.’

De huidige cijfers zijn dus een logisch gevolg van het systeem dat we nu hebben. Moet de werkloosheidsuitkering dan maar beperkt worden in de tijd?

‘Absoluut. Laat ons stoppen met alle mitsen en maren, passieve of actieve beschikbaarheden, en transmissies. Pak langdurige werkloosheid aan de wortel aan. De uitkering, dus. De meeste werkzoekenden kunnen werken. Ook de langdurige. Beperk dus de uitkering tot enkele jaren maximaal. Het inzicht dat iedereen van 20 tot 65 die kan werken, werkt, eventueel met ondersteuning, moet de leidraad zijn van Vlaams beleid. Bovendien tonen andere landen aan dat het kan. België is echt de uitzondering.’

Moet werk een volledige Vlaamse bevoegdheid worden, of gelooft u in Belgische afspraken?

‘Er moet een staatshervorming komen die uitgaat van een zo groot mogelijke bevoegdheidsoverdracht. De werkzoekenden bij de VDAB zijn één groep van 180.000 Vlamingen. Een nog veel omvangrijkere groep zijn de langdurig zieken. Als we praten over activeringsbeleid, dan praten we ook over hen. Vlaanderen investeert nu in een goede activering van werkzoekenden, maar de opbrengsten daarvan gaan naar de sociale zekerheid, van waaruit de langdurige zieken worden betoelaagd. Vlaanderen heeft niets te zeggen over de uitkeringen in de sociale zekerheid. Er is met andere woorden een gebrek aan responsabilisering. Wat je vooral ziet in Wallonië en Brussel. Slecht beleid wordt niet bestraft, goed beleid wordt evenmin beloond. De Vlaamse arbeidsmarkt zit zo gevangen in een Belgische constructiefout. Hoe langer die fout blijft bestaan, hoe moeilijker het wordt om de vergrijzingsfactuur op te vangen.’

Het kan ook geen kwaad om in eigen boezem te kijken. De achilleshiel van de Vlaamse arbeidsmarkt is dat oudere werknemers nog altijd gemakkelijk verleid kunnen worden tot een soort vervroegd pensioen dankzij het SWT-stelsel.

‘Het meest perverse aan het Stelsel van werkloosheidstoeslag (SWT), waarbij een bedrijf oudere werknemers ontslaat en hun werkloosheidsuitkering van de gemeenschap extra betoelaagt om het verlies van levensstandaard te compenseren, is dat zowel werkgevers als vakbonden zich er makkelijk van bedienen. SWT is voor werkgevers een gemakkelijke manier om sociale vrede te kopen bij herstructureringen.’

‘Een van de eerste wapenfeiten van Charles Michel (MR) als premier, was dat hij het SWT-stelsel wou koppelen aan onmiddellijk beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, vanaf dag één. Dat zou mensen tweemaal hebben doen nadenken alvorens in te stappen. Michel wou verstrengen maar een akkoord onder de federale sociale partners stak daar een stokje voor.’

‘Het gevolg is het compromis dat oudere werkzoekenden dan wel beschikbaar moeten zijn, maar “aangepast beschikbaar”. Herinner u: we hadden al actieve en passieve beschikbaarheid, en sinds SWT hebben we nu dus ook het statuut van “aangepast beschikbaar”. In de praktijk is dit voor de bemiddelaar gewoonweg onwerkbaar.’

Die “gratie” voor oudere werknemers is een Belgische constante: de degressiviteit van de uitkering is niet van toepassing voor werkzoekenden vanaf 55 jaar. Ook mensen die pleiten voor het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd, willen vaak een uitzondering voor oudere werknemers. Gaat u akkoord met een zachtere aanpak van oudere werkzoekenden?

‘Neen. 55 jaar is nog jong. Mensen gaan later aan de slag, zijn beter geschoold, en gezonder. Onze uitkeringen en pensioenen zijn niet hoog, net omdat we in België met te veel niet lang genoeg werken. We komen uit een samenleving waarin er vier werkenden voor één niet-werkende waren. Tegenwoordig zitten we bij nog maar twee werkenden voor één niet-werkende. Mathematisch gezien betekent dat dat je ofwel de ene kapot belast, ofwel de andere slechts een zeer lage uitkering kan bieden.’

Een politieke vraag om mee te eindigen: zijn er coalities die jullie a priori vooropstellen of uitsluiten in 2024?

‘Voka doet niet aan partijpolitiek. Ruim voor de verkiezingen zullen wij een memorandum opstellen met onze bezorgdheden en verwachtingen. Welke coalitie rekening houdt met dit memorandum, maakt ons niet uit. Al is het natuurlijk zo dat wat ik in dit interview geschetst heb, moeilijk zal liggen bij de PVDA, om maar een partij te noemen.’

‘Of het Vlaams Belang in een coalitie moet treden, daarover doen wij geen uitspraken. Als wij politieke debatten organiseren, dan nodigen we hen ook uit. Hoe het VB zich tot de anderen verhoudt, en welke coalities er al dan niet met hen kunnen gesloten worden, dat zijn politieke vraagstukken. Al moet ik wel zeggen dat ikzelf flink wat van hun sociaaleconomische voorstellen erg links vind.’

Aangeboden door het Horizon 2024 fonds


Dit artikel is deel van de artikelenreeks Horizon2024 en wordt gefinancierd door het Horizon 2024 fonds.

Ik steun het Horizon 2024 fonds.

Christophe Degreef