fbpx


Buitenland

De Vlaamse beweging mist een stel rebelse nonnen



Zo saai en voorspelbaar de Belgische en Vlaamse politiek is (Bart De Wever in New York: wereldnieuws!), zo boeiend is de Spaanse en meer bepaald de Catalaanse. Verdorie, wat broeit en bloeit er allemaal niet in die regio. En het gaat veelal om vrouwen. Sterke vrouwen, rebelse karakters, maar met een opmerkelijk charisma. Ik presenteer er twee.

De woede van Ada Colau

Met 25% van de stemmen werd de linkse alliantie Comú van boegbeeld Ada Colau, nu twee weken geleden, veruit de grootste partij in Barcelona, waar ze wellicht burgemeester wordt. Dat was even schrikken in Vlaams-nationalistische kringen waar men graag met de CiU van minister-president ­Artur Mas sympathiseert. Maar het is een signaal dat kan tellen: de Catalanen willen niet alleen uit de Spaanse centrale staat stappen, ze koppelen dat vooral ook aan een project rond sociale rechtvaardigheid en verzet tegen het bankenkapitalisme

De figuur van de nu 41-jarige Ada Colau is daarbij op zich een boeiend verhaal. In wezen is zij een amateurpolitica die vooral actief was in het verzet tegen de huisuitdrijvingen (zo heet dat in deurwaardersjargon) van mensen die hun hypotheekschuld niet meer kunnen betalen. Dat was schering en inslag geworden in Barcelona en elders. De banken laten beslag leggen op het eigendom en laten het vervolgens in vele gevallen leeg staan.

Haar programma is radicaal-sociaal maar niet populistisch, want ook de klassieke Catalaanse en Barcelonese paradepaardjes worden in vraag gesteld. Het organiseren van kostenverspillende formule 1-wedstrijden, het hoeft voor haar niet. De subsidies aan het roemrijke doch verlieslatende FC Barcelona worden ook in vraag gesteld: alleen een vrouw met ballen durft zoiets aan. De luxejachten aan de Port Vell, de haven waarop de Rambla uitkomt, vormen eveneens een doorn in haar oog. Colau vindt dat Barcelona dringend terug aan de bewoners moet gegeven worden. En zo komt de activiste die zich tegen de huisuitdrijvingen verzet, ook oog in oog met de toeristische exploitatie van haar stad. Dan pas wordt het echt boeiend.

Zo’n 14% van de stedelijke economie van Barcelona teert op het massatoerisme. Deze stad is de absolute topbestemming voor citytrips, maar ook voor congressen, sportmanifestaties allerhande, tot en met vrijgezellenfeestjes van aanstaande bruiden en bruidegoms.

Ach, we hebben bijna allemaal wel staan aanschuiven om ons te vergapen aan de Sagrada Família, en wie heeft er ooit niet mee staan drummen in de menigte op de welbekende Rambla. Mede dankzij promotiecampagnes zoals ‘Culturele hoofdstad van Europa’ ondervindt zo’n stad een enorm aanzuigeffect van gelegenheidsmigranten die de site als ‘collectief menselijk bezit’ beschouwen, en van daaruit ook doen alsof ze er thuis zijn. Dronken Britten, met een luidruchtige muziekspeler op de schouder, lopen er naakt over de straten en kotsen alles onder. Maar zelfs die excessen buiten beschouwing gelaten, is de stad één groot pretpark geworden waarin de bewoner verloren loopt. De omgekeerde wereld.

Het motto ‘Geef ons de Rambla terug’ is het antwoord. Dat is geen uiting van xenofobie, maar een innige behoefte om de ‘oikos’ te hervinden, het nest en de haard, en zo met zichzelf in het reine te komen. Waardoor bezoekers weer terug gasten kunnen worden in plaats van lastige insecten. Misschien is het toch wel een vrouwelijke kijk op de relatie tussen het eigene en het andere. Thuiskomen dus. Eindelijk, zou ik zeggen.

Daarmee heeft radicaal-links zich zowaar het thema ‘identiteit’ toegeëigend, dat klassiek aan rechts toebehoorde. En dat is wel degelijk een historisch feit. Nu kan het identitaire vraagstuk ‘wie zijn wij?’ convergeren met het sociaal-progressieve verhaal ‘wat voor een soort samenleving willen wij?’ Een huis om te delen. Zoals de naam zegt: ‘Barcelona en comú’.

Rebelse non

Nu blijkt ook de Benedictijner non Teresa Forcades zich op te werpen als politieke activiste aan de zijde van Colau, tot groot ongenoegen van de Spaanse Kerk en het Vaticaan. U moet begrijpen: in het katholieke Spanje zijn nonnen nog altijd de bruiden van Christus en Platonische slavinnen van de paus (‘totus tuus’). Madrid waakt over deze perceptie en steunt de kerkelijke hiërarchie voluit. Maar Forcades keerde zich resoluut tegen Rome en zijn ‘patriarchale misogynie’, beukt tegen allerlei heilige huisjes en pilaren van het establishment. Onder meer de farmaceutische industrie moet het regelmatig ontgelden.

Bij ons is ze niet zo bekend, doch alleen al het ongewone profiel moet tot de verbeelding spreken: een non, feministe, topintellectueel (een half dozijn internationale diploma’s in geneeskunde én theologie), linkse militante, en, jawel, Catalaans nationaliste. Vooral dat laatste intrigeert. In Catalonië is al wat sociaal, vooruitstrevend en republikeins is, de Catalaanse onafhankelijkheid genegen. Men ziet er autonomisme niet als een romantische utopie maar als een sociaal-politiek gemeenschapsproject.

In Vlaanderen is het nationalisme vooral het conservatieve geneuzel van De Wever, Dewinter en Annemans. Het sociaal project is nihil, het republikeinse vooruitgangsdenken onbestaande. Integendeel: Bart De Wever zweert bij verzuurde en/of anti-revolutionaire kniesoren zoals Edmund Burke en Theodore Dalrymple. De verklaring voor dat hemelsbreed verschil kan historisch gegeven worden: Catalonië is altijd anti-Franco geweest en omgekeerd, terwijl de Vlaamse beweging tijdens het interbellum voluit flirtte met het fascisme. Ik kom zelf uit het milieu van stamboekflaminganten, leer er me niets over.

Maar die uitleg volstaat niet. Want de vraag is ook waarom links in Vlaanderen het autonomisme niet omarmt. Antwoord: omdat het gewoon met zijn tijd niet mee is. En al evenzeer in de kramp van het historisch revanchisme gevangen zit.

Catch 22

Links betekent in Catalonië blijkbaar iets helemaal anders dan hier. Ginder is het een volkse mobiliserende kracht en maakt het zelfs nonnetjes tot rebelse activisten, tegen het conservatieve Madrid en het centralistische staatsmodel. Bij ons voelt het vooral verkalkt, star en zelfgenoegzaam aan. Zeer Belgicistisch dus ook, en krampachtig gericht op het status quo waarin dominerende krachten van het zgn. middenveld, met name de vakbonden, een sleutelrol spelen. Zelfs rond klein-links en groen hangt dezelfde muffe geur van het geloof in de 19de eeuwse Belgische natiestaat en het daarbij behorende politieke status-quo.

Links en rechts zijn in dat perspectief even steriel, en zijn in een catch 22-situatie verzeild geraakt van de wederzijdse politieke gijzeling en retorische kringloopeffecten: de ene trekt de Belgische kaart omdat de andere Vlaams-nationalistisch is, en omgekeerd. Zo kunnen we nog eeuwen doorgaan.

Conclusie: wij hebben een rebelse non nodig. Een dokteres die de straat op gaat, een feministe die nog over andere wapens beschikt dan haar borsten. Een anti-paapse religieuze. Een ondoctrinaire socialiste. Een flamingante die geen zangfeesten of bedevaarten nodig heeft om zich sterk te voelen. Wie geeft zich op? Geen onnozele piraterij of Bontinck-grappen of neostalinistische kretologie, geen literaire dwergen met politieke nevenagenda’s, maar een echte, uit Vlaamse klei opgetrokken Jeanne d’Arc.

Op dat moment zal hier, vanuit mijn werkkamer, een welgemeend ‘totus tuus’ weerklinken. Geheel de uwe.


Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.