fbpx


Multicultuur & samenleven
Derk Jan Eppink

De vloek van identiteitspolitiek



identiteitspolitiek

Nederland neemt makkelijk trends over uit Amerika, maar niet zelden de verkeerde. Het politiseren van identiteit lijkt een middel tot emancipatie. Maar wie denkt daarmee een ‘progressieve agenda’ te realiseren, komt bedrogen uit.

Enkele jaren geleden was ik op bezoek bij Google. Een florissant bedrijf met ongedwongen bedrijfscultuur. Koffiehoekjes voor gesprekken, zwembaden voor inspiratie en de fiets bij het bureau. Trefpunt voor het vrije debat, zou je denken.

Dat gold niet voor werknemer James Damore die vragen stelde bij het diversiteitbeleid. Hij vroeg zich af of ‘verschillen in belangstelling en vaardigheden tussen mannen en vrouwen’ niet een verklaring was voor ongelijke vertegenwoordiging van vrouwen in de technologiesector. Hij constateerde bij Google ‘intolerantie voor gedachten die niet in de ideologie’ passen. ‘Zie mensen als individuen, niet als leden van een groep’. Damore werd ontslagen. Google vervult een scharnierfunctie in het publieke, digitale debat. Het promoot diversiteit, maar niet inzake opinievorming.

Identiteitspolitiek

Identiteitspolitiek emancipeert niet. Wie in Amerika de geboorte van een kind aangeeft, moet het ‘ras’ invullen. Dat plaatst een kind in een hokje waaraan ik moest denken bij een recent artikel in de Groene Amsterdammer. Frank Mulder beschrijft de gevolgen van scheidingen voor kinderen in arme wijken. Wat hem opvalt: ‘ze hebben bijna allemaal geen vader’. Dat is in arme, vaak zwarte wijken in Amerikaanse steden al generaties het geval. Vrouwen raken jong zwanger; de vader ontbreekt. De jongere krijgt moeilijkheden op school, vindt geborgenheid bij jeugdbendes en loopt grote kans met de politie in aanraking te komen. Van de zwarte kinderen in Amerika wordt 72% buiten het huwelijk geboren. In 1965 was dat nog 24%.

Het aanspreken van vaders op hun verantwoordelijk is echter taboe. Het zwarte gezin als maatschappelijke instelling is ingestort, maar identiteitspolitici verplaatsen alle schuld naar de maatschappij, het verleden en discriminatie. Dat zijn ook oorzaken, maar een aanwezige vader is het begin van een tastbare ommekeer.

Identiteitsdebat

Het identiteitsdebat polariseert onmiddellijk raciale verhoudingen, cultiveert slachtofferschap met historische grieven en maakt eigenlijk meer slachtoffers. Meestal domineert de historische schuldvraag, zoals nu met een eigentijdse beeldenstorm, ruim 150 jaar na de Amerikaanse burgeroorlog. De Zuidelijke generaal Robert E. Lee moet weg; parken en straten van naam veranderd. Vooral Democraten dringen hierop aan. Hun electorale strategie bestaat grotendeels uit identiteitspolitiek: het politiseren van minderheden tot kiezersblok.

In de Chicago Tribune vroeg columnist John Kass zich onlangs af of de ‘Democratische Partij’ zelf niet van naam moet veranderen. Zij was de partij van slavernij, van generaal Lee, rassenscheiding en langdurig obstakel voor de goedkeuring van wetten voor gelijkberechtiging van zwarten. Bij herschrijving van geschiedenis kennen Democraten hun eigen geschiedenis niet.

Zijn culturele zuilen betere wegbereiders van emancipatie? Ooit pleitte premier Lubbers voor een ‘moslim zuil’. Wellicht dacht hij daarbij aan de katholieke zuil die katholiek Nederland in politiek Nederland integreerde. Ontzuiling daarna was het gevolg van secularisering, maar dat laatste is bij de islamitische gemeenschap bepaald niet het geval. Een ‘moslimzuil’ leidt niet tot integratie maar tot segregatie. De invoering van de sharia in het familierecht verdrukt vrijheidsrechten van individuen, vooral vrouwen.

Zonder dat Nederland het besefte, deed de meest manifeste vorm van identiteitspolitiek zich voor onder de ‘NederTurken’. President Erdogan kent de kneepjes van het vak. De overwinning bij het referendum voor zijn alleenheerschappij was mede te danken aan de ‘NederTurken’. Hij heeft er zelfs een ‘Turkse partij’ in de Tweede Kamer aan overgehouden.

Silo maatschappij

Identiteitspolitiek organiseert geen ‘samenleving’ maar een ‘silo maatschappij’. Contact tussen silo’s blijft beperkt; erbinnen worden burgerlijke vrijheden verdrukt door groepsdwang. Minderheden emanciperen niet; zij isoleren en stagneren.

De maatschappij raakt onder hoogdruk als ook binnen de meerderheid identiteitspolitiek groeit. Dat was een belangrijke factor in de verkiezing van Donald Trump. De blanke arbeidersklasse in de Midwest, ooit goed betaald maar nu verarmd, voelt zich ‘vergeten minderheid’. ‘Deplorables’, zo stigmatiseerde Hillary Clinton haar, van oorsprong, eigen kiezers. Hun kosten voor levensonderhoud stijgen; hun inkomsten dalen. Positieve discriminatie is er alleen voor minderheden. ‘Deplorables’ voelen zich miskende slachtoffers.

Identiteitspolitiek binnen de blanke meerderheid trekt het politieke krachtenveld vanzelf naar rechts. Dat gebeurt nu in Amerika onder Trump. Van een ‘progressieve agenda’ blijft weinig over. Van ‘progressieve partijen’ nog minder. Wie identiteitspolitiek in Nederland bepleit, denkt er beter nog eens goed over na.

 

Deze tekst verschijnt vandaag ook in De Volkskrant.

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Derk Jan Eppink

De auteur is senior fellow bij het London Policy Center in New York.