fbpx


Politiek, Wetenschap

De West-Vlaamse kankerkabels Stevin en Ventilus (1)

Deel 1 over het politiek schouwspel rond het Stevin-project



De sluiting van de kerncentrales, de commerciële honger van de offshore energieboeren, de kabelgekte van Elia en de dogmatische groene dromen van klimaatgoeroes worden betaald met de gezondheid van de West-Vlaming. Door de sluiting van de kerncentrales zijn we in de toekomst aangewezen op massale invoer van stroom uit het buitenland.

Buitenland

Via de kabels Nemo en Nautilus (2028) komt in Zeebrugge stroom aan land vanuit het Verenigd Koninkrijk. Het project Triton (2030) moet dan weer stroom vanuit Denemarken via een onderzeese kabel naar onze kust aanvoeren. De bestaande windmolenparken in de zone Thortonbank, werden door de federale regering overbezet met onvoldoende rendabele windmolens.  Daardoor steeg samen met de stroomoutput ook de subsidie-input.

Elia moet kabels voorzien om de groene offshore energie en de geïmporteerde energie over België te verspreiden. De transmissienetbeheerder van het Belgische hoogspanningsnet wordt rijk van al die groene dromen. Elia is de ideale partner van de federale regering om het noorden van West-Vlaanderen zo goedkoop mogelijk te bekabelen.

De elektromagnetische straling van het Stevin-project en straks het Ventilus-project maken van het noordelijke gedeelte van West-Vlaanderen een kankerkweekpoel. Daar liggen ze bij Elia, de offshore bedrijven en de federale regering niet wakker van. Hopelijk ligt de Vlaamse regering, die de omgevingsvergunning moet toekennen, dat wel.

Het Stevin-project

Velen zijn het al vergeten, maar in 2009 werden de eerste plannen van het Stevin-project op de bevolking losgelaten. Het betrof het versterken van het hoogspanningsnet, en dus ook de elektromagnetische straling, van 150.000 volt naar 380.000 volt tussen Zomergem en Zeebrugge. Daarnaast werden vier nieuwe hoogspanningsstations voorzien in Zeebrugge, De Spie, Vivenkapelle en Zomergem.

Van in het begin kwam er furieus verzet tegen de originele plannen van Elia. Vooral om gezondheidsrisico’s aan te kaarten. De richtwaarde van de Vlaamse overheid bedraagt uit voorzorg voor kinderleukemie 0,4 microTesla, maar de te verwachten stralingswaarde zou maar liefst 30 maal groter zijn.

Zowat de eerste verzetsgroep was het Burger Initiatief Koolkerke (BIK). Huidig schepen van Brugge en nationaal ondervoorzitter van Open Vld, Jasper Pillen, was de initiatiefnemer en woordvoerder van BIK. Hij bouwde er zijn politieke carrière op. Jasper Pillen en het BIK haalden als enigen écht hun slag thuis, want in gans Koolkerke kwam nadien het tracé ondergronds. Daardoor verdubbelde de toen geraamde prijs van het project bijna (van +/- 160 miljoen naar 314 miljoen euro).

Mogen het we het opmerkelijk vinden dat de nummer twee van Open Vld, en de coming man van liberaal West-Vlaanderen, oorverdovend stil is als het in het Ventilus-dossier niet over inwoners gaat van zijn geboortedorp? Ik heb begrip voor zijn ‘chauvinistisch thuisgevoel’ of ‘eigen-volk-eerst-principe’, maar empathie met gelijkgezinden had ik toch enigszins verwacht.

Decreet op maat

Als de politiek echt iets wil, staat niets hen in de weg. In 2011 stelden het Grondwettelijk Hof en de Raad van State dat de gebrekkige inspraakprocedure (2009-2010) – enkel digitaal –, die onder meer bij de totstandkoming van het Stevin-project werd toegepast, ongrondwettelijk was.

Geen nood de regering zou dat fiksen met een decreet dat de procedure retroactief toelaat. In 2012 kwam de regering daarop met een ‘reparatiedecreet’, maar dat decreet werd ook vernietigd – Muyters maakte waarschijnlijk een telfout. In 2013 kwam er dan een opvolger die eufemistisch de naam ‘hersteldecreet’ meekreeg. Opnieuw kwam een negatief advies van de auditeur van de Raad van State en moest Muyters terug naar de tekentafel.

Het hersteldecreet werd hersteld en wonderbaarlijk op 22 mei 2014, drie dagen voor de verkiezingen van 25 mei 2014, trad het hersteldecreet in werking en werd de ongrondwettelijke inspraakprocedure uit 2009, vijf jaar later, retroactief goedgekeurd.

Politieke spelletjes met de gezondheid van de mensen

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 spraken de burgemeesters van Brugge, Maldegem, Damme, Eeklo, Zomergem en Sint-Laureins nog stoere taal. In een egelstelling tegen het Stevin-project trokken ze samen naar de Vlaamse ministers Jo Van Deurzen (Volksgezondheid, CD&V), Hilde Crevits (Openbare Werken, CD&V), Joke Schauvliege (Leefmilieu, CD&V) en Philippe Muyters (Ruimtelijke Ordening, N-VA) en in de aanloop naar de Europese, Vlaamse en federale verkiezingen van 2014 legden het merendeel van de burgemeesters ook klacht neer bij de Raad van State.

Maar toen in september van 2014 het electorale zweet en de rook van de verkiezing rond hun hoofd was verdwenen, sloten ze vlak voor de uitspraak van de Raad van State – welke nochtans een negatief advies kreeg van de auditeur – merkwaardig genoeg, een voor een dading af met Elia.

Na dat politieke spelletje rond electoraal profijt kon Elia de werken in 2015 aanvatten. Eind 2017 nam het bedrijf de nieuwe 380.000 volt hoogspanningsverbinding tussen Zeebrugge en Zomergem officieel in dienst. De bevolking werd door politici electoraal in het ootje genomen. De prijs? De gezondheid van de mensen.

Elia is een partner van Groen en Vivaldi

Waarom is de West-Vlaming kind van de rekening? Dat is uiteraard het gevolg van het energiebeleid van de federale regering. De eerste reden is duidelijk en makkelijk. Door kerncentrales te sluiten, moet er meer stroom ingevoerd worden via de kabels vanuit het Verenigd Koninkrijk Nemo (kostprijs 650 miljoen euro, operationeel), Nautilus (650 miljoen euro – 2028 ) en vanuit Denemarken (Triton, 1,2 miljard euro – 2030).

Iedereen weet als we naar 100% hernieuwbare energie willen in 2050 dat we dan noodgedwongen +/- 40% energie zullen moeten invoeren. Elia is daar een commerciële partner met gelijklopende belangen als de groene dromen van de federale regering. Alle invoer verloopt via hoogspanningskabels van Elia. Elke ingevoerde kilowatt doet de kassa bij Elia rinkelen.

Of zoals Raoul Hedebouw het zo eloquent zegt: ka-ching, ka-ching. Begrijp je nu waarom Tinne Van der Straeten ter verdediging van haar beleid altijd zwaait met studies van Elia en niet met deze van de CREG, VREG of een of andere belangeloze organisatie? De studies van Elia zijn niet belangeloos, noch onafhankelijk.

Onrendabele windmolens

Om maximaal rendabel te zijn moeten windturbines op zee op een bepaalde minimale afstand (minimum acht keer de diameter van de rotor – tussen 1000m en 1250m) van elkaar staan en moeten windmolenparken tussen de 10 à 30 km van elkaar gelegen zijn. Kleinere onderlinge afstanden hebben tot gevolg dat de windturbines niet optimaal profiteren van de wind: ze staan dan bij sommige windrichtingen in elkaars luwte.

Omdat de federale regering zo veel mogelijk windmolens op een zo klein mogelijk zeegebied wilde proppen, staan bij het gros van de Belgische windmolenparken de windmolens op een afstand van minimum 350m tot maximum 850m van elkaar en bij sommige parken staan ze zelfs netje op een rijtje in plaats van diagonaal achter elkaar. Dat resulteerde wel in een grotere output van geproduceerde hernieuwbare energie, maar in een daling tussen de 20 à 30 procent van de rentabiliteit van de windmolens. Maar dat zal de energieboeren een worst wezen, want zij krijgen rijkelijke subsidies op basis van de rentabiliteit.

Nederland

In Nederland moeten de windmolens verplicht minimum op 1000m afstand van elkaar geplaatst worden. Zo zijn ze maximaal rendabel. Onder meer daardoor worden de concessies voor windmolenparken in Nederland vanaf 2017 zonder subsidies gebouwd. Sterker nog, daar betalen de offshore windmolenbedrijven de Nederlandse overheid huurgeld om windmolenparken op zee te mogen uitbaten.

De federale regering kreeg wat ze wou: maximale output hernieuwbare energie, en de energieboeren kregen maximale subsidie. Iedereen gelukkig? Neen, want Jan Modaal betaalt dit beleid van dogmatisch schuindenken. Tegen het einde van de concessies van alle huidige windmolenparken op zee zullen we via onze elektriciteitsfactuur +/- 14 miljard euro federale subsidies betalen aan de windmolenboeren. 9 miljard euro daarvan wordt in Vlaanderen geïnd. Intussen krijgen de aandeelhouders van offshore windmolenbedrijven miljoenen euro’s dividenden uitbetaald. Ka-ching, Ka-ching.

Beleid op maat voor de Big Eco en Elia

En nu komt het! Had men de afstanden gerespecteerd tussen windmolens en windmolenparken dan was voor de windmolenparken wellicht het Stevin-project in zijn huidige vorm niet nodig geweest en was Ventilus zelfs overbodig. Vergeet ook niet dat wij de kabels en het vervoer via die kabels betalen via onze elektriciteitsfactuur. Altijd maar betalen, betalen, betalen. Zalig zijn de belastingbetalers, want tot hen behoort het Rijk der dwazen.

Een realistischer energiebeleid met behoud van kerncentrales en een offshore windbeleid binnen de normen van maximale rentabiliteit, had ons miljarden euro’s bespaard. Het had alle gezondheidsrisico’s geminimaliseerd en was sneller gerealiseerd.

In deel II belichten we het Ventilus-project en bespreken we enkele oplossingen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Ignace Vandewalle

Ignace Vandewalle (1966) was kabinetsmedewerker van minister Marc Verwilghen en staatssecretaris Vincent Van Quickenborne, parlementair medewerker van Boudewijn Bouckaert en sinds 2019 partij-onafhankelijk parlementair medewerker van Jean-Marie Dedecker. Sinds 2014 is hij zaakvoerder van het onafhankelijk politiek adviesbureau BFELT.