fbpx


Economie
deflatie

Demografische ommekeer luidt einde in van deflationaire decennia

Bevindingen uit het boek 'The Great Demographic Reversal'



Het boek van Charles Goodhart en Manoj Pradhan, getiteld The Great Demographic Reversal (260 blz.) en uitgegeven in 2020 bij Palgrave Macmillan, geeft erg interessante inzichten over de evolutie van de economie op de lange termijn. Het zijn verrijkende inzichten, die we u dan ook niet willen onthouden. Wel bestaat er (nog) geen Nederlandse vertaling van het boek. De beschouwingen die beide auteurs geven kwamen tot dusver niet veel voor in de algemene macro-economische analyses. Dit is toe te schrijven…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Het boek van Charles Goodhart en Manoj Pradhan, getiteld The Great Demographic Reversal (260 blz.) en uitgegeven in 2020 bij Palgrave Macmillan, geeft erg interessante inzichten over de evolutie van de economie op de lange termijn. Het zijn verrijkende inzichten, die we u dan ook niet willen onthouden. Wel bestaat er (nog) geen Nederlandse vertaling van het boek.

De beschouwingen die beide auteurs geven kwamen tot dusver niet veel voor in de algemene macro-economische analyses. Dit is toe te schrijven aan het feit dat de meeste economische analyses zich concentreren op de volgende twee tot drie jaar. In die korte tijdspanne evolueren zich de onderliggende langetermijntrends met betrekking tot de demografie en de globalisatie echter te traag om de cyclische vooruitzichten op korte termijn te beïnvloeden.

Verdubbeling actieve beroepsbevolking

Op wereldvlak heeft van 1991 tot 2018, in de vrije economische wereld, de bevolking tussen 15 en 64 jaar zich verdubbeld. Dit gebeurde onder invloed van de volgende factoren:

  • De belangrijkste economische ontwikkeling van 1990 tot 2018 was de opkomst van China. Dit is een gevolg van de economische hervormingen van Deng Xiaoping die het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ invoerden. China trad toe tot de Wereldhandelsorganisatie, en het beschikbare arbeidsaanbod voor de productie van goederen ten gunste van de geavanceerde economieën nam toe met 240 miljoen. Dit, tegenover een toename in die periode van slechts 60 miljoen arbeidskrachten in Europa en de VS;
  • In 1989 viel ook de Berlijnse Muur, wat het einde van de Sovjet-Unie betekende. Daardoor trad gans Oost-Europa, van de Baltische Staten tot Bulgarije, toe tot het handelssysteem van de wereld. De bevolking op arbeidsleeftijd schommelt daar rond de 200 miljoen mensen;
  • In de westerse wereld steeg het aantal mensen tussen 15 en 64 jaar als gevolg van de naoorlogse babyboom, waardoor de afhankelijkheidsratio van de gepensioneerden verbeterde. Tegelijkertijd namen de vrouwen nog meer deel aan de arbeidsmarkt.

 

Deflatieklimaat

Door deze aanbodschok van arbeid verzwakte de onderhandelingspositie van de vakbonden, en dan vooral in de geavanceerde economieën. De vakbonden verloren veel leden. Als gevolg daarvan daalden de reële lonen van de ongeschoolde werknemers, in het voordeel van de kapitaalinbrengers, de winsten en de hooggeschoolde werknemers.

Daardoor waren de deflatiekrachten erg sterk. De prijzen van de duurzame industriële producten daalden regelmatig in de westerse wereld, alhoewel dit de laatste jaren minder het geval is. De inflatie bij de diensten stabiliseerde in de jaren ’80 rond twee procent, maar leek de afgelopen jaren te dalen. De krachten rond deflatie waren zo sterk dat de inflatie gemakkelijk onder het doel bleef dat de centrale banken vanaf 1990 op twee procent hadden gesteld. Zelfs de massale expansionistische monetaire en fiscale politiek, die leidde tot een continue stijging van de publiekeschuldratio’s, had weinig succes om de inflatie omhoog te duwen. In Japan steeg de openbare schuld van 64% van het bruto binnenlands product (bbp) in 1990 tot 238% in 2020!

Lage rentes

Ook de financiële wereld ondervond hiervan de gevolgen. De nominale rentevoeten daalden langzaam, ten minste tot 2017-2018. De reële rentevoeten daalden ook, na aftrek van de lage inflatie. De lage rentes leidden wel tot stijgende prijzen van allerlei activa. Dan denken we in de eerste plaats aan de aandelen en vooral de immobiliën: dit werd enkel onderbroken door de grote recessie in 2008-2009.

Winnaars en verliezers

De winnaars van deze spectaculaire evolutie van de laatste 30 jaar zijn enerzijds de kapitaalbezitters, en anderzijds de werknemers uit China en Oost-Europa:

Ten eerste kwam er in de geavanceerde economieën een toename van de ongelijkheid in inkomen en vermogen. Tien procent van de hoogste inkomens nam steeds een groter aandeel tegenover de resterende 90%. Samen met een trage groei van de reële lonen voor de minder geschoolde werknemers, die zelfs daalden na 2009, leidde dit tot een groeiend aandeel van stemmers, die hun geloof in de politieke instellingen verloren en geloofden dat de elite was opgehouden voor hen te zorgen.

Ze zagen voor de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog geen verbetering in hun economische welvaart voor de volgende decennia. Dit geldt ook voor hun kinderen. Deze mensen geven hiervoor de schuld aan de globalisering en de concurrentie vanuit het buitenland, en dan meer bepaald de delokalisatie van de productievestigingen naar, bijvoorbeeld, Oost-Europa en China. Ook de immigranten kregen het verwijt de laaggeschoolde jobs in te palmen. Het resultaat was een sterke opkomst van het populisme (zie Trump in de VS), en een crisis van het economisch liberalisme.

En ten tweede zijn de verschillen tussen het loon van de werknemers in de westerse economieën, en die uit China en Oost-Europa, sterk gedaald. In 2000 verdiende een Franse arbeider bijna vier keer zo veel als een Poolse, maar in 2020 was dit gedaald tot 2,9 keer. Het verschil in loon tussen de VS en China bedroeg zelfs een factor van 35 in 2020, maar dit was gedaald tot een factor vijf in 2020. Terwijl binnen de geavanceerde economieën de ongelijkheid toenam, daalde ze echter tussen diverse landen onderling.

Demografische ommekeer

De drie tot vier volgende decennia zal echter de groeiende daling van de geboortes, die vanaf de jaren ’50 begonnen is in de geavanceerde economieën — en dan vooral in Europa — leiden tot een sterke reductie in de groei van de arbeidskrachten in vele landen. Er zal zelfs een absolute daling van de beroepsbevolking zijn in verschillende landen. Denk dan Japan, China (gevolg van de eenkindpolitiek van 1979 tot 2015) en het grootste deel van Noord-Azië; Duitsland, Italië, Spanje en Polen in Europa.

Tegelijkertijd stijgt de levensverwachting verder, met als gevolg een verbetering van de mortaliteitscijfers. Dat komt door de vooruitgang in de medische wetenschappen bij de behandeling van kanker en hartkwalen. Dit zal leiden tot een snelle groei van de gepensioneerden boven de 65 jaar. Naar men verwacht is er nog weinig progressie bij de behandeling van dementie, die nog sterk zal toenemen met de veroudering. Dit kan de medische kosten sterk doen stijgen.

Globalisatie vertraagd

De globalisatie zal vertragen doordat China, naast een sterke daling van nieuwe arbeidskrachten, ook geconfronteerd wordt met een einde aan de interne migratie vanuit de landbouwsector in de westelijke provincies naar de industrie in het oosten.

De politieke rem op globalisatie zal ook toenemen door het verder oprukkende nationalisme overal in de wereld.Terwijl de productie van goederen gemakkelijk gedelokaliseerd kan worden, is dit minder het geval voor de zorgen aan de ouderen. Daarvoor zal men in de wereld meer een beroep moeten doen op de eigen arbeidskrachten, die reeds verminderen.

Andere economische gevolgen van de ommekeer

Het dalende groeiritme van de actieve beroepsbevolking zal de reële productieoutput doen dalen, tenzij er onverwacht een opmerkelijke stijging van de productiviteit komt.

Vervolgens komt er een verschuiving van een deflatoir klimaat naar een van inflatie. De afgelopen 30 jaar waren er relatief veel arbeiders die meer produceren dan consumeren, terwijl de ouderen niet produceren. De huidige toename van de afhankelijkheidsratio impliceert dat er meer ouderen zijn die steunen op het werk van relatief minder actieven. Dat zal onvermijdelijk inflatie met zich meebrengen. Maar de onderhandelingspositie van de arbeiders zal nu ook wel toenemen, met als gevolg hogere lonen. Dit zal de ongelijkheid in het Westen doen afnemen.

De reële rentes, na aftrek van de inflatie, gaan ook toenemen. De ouderen zullen minder sparen, maar de wil om te investeren zal sterk blijven. De vraag naar huizen zal relatief stabiel blijven omdat de ouderen in hun woning blijven, en de jonge gezinnen willen bouwen. Ook de bedrijven zullen verder investeren om de productiviteit te doen opkrikken.

Hoe de vergrijzing het hoofd te bieden?

Hoe zullen de ouderen in staat zijn te consumeren na hun pensioen? Er zijn enkele alternatieven:

  • De pensioenleeftijd moet fors opgetrokken worden. Mensen moeten in de toekomst tot boven hun 70ste levensjaar blijven werken. Dit is een moeilijk proces, zoals de Belgische ervaring aantoont. Daarbij zijn er beroepen met fysieke inspanningen waarbij dit minder logisch lijkt (zoals onder andere bij brandweer, politie en bouwnijverheid);
  • De werkzaamheidsgraad van de mensen tussen 15 en 64 jaar moet opgetrokken worden. In België streeft men naar 80%. Volgens de Studiecommissie van de Vergrijzing zou dit in 2026 circa 77% bedragen en in 2050 circa 81%;
  • Een andere oplossing is dat de werknemers zelf hun eigen pensioen financieren door meer te sparen. Dit hangt af van de generositeit van de diverse staatspensioensystemen. Want hoe minder genereus en hoe langer de levensverwachting, hoe meer de spaarquotes van de individuen zullen stijgen;
  • Tot slot kan men op de bestaande lonen van arbeiders meer belastingen heffen, en de opbrengsten transfereren naar de oudere mensen om hun medische kosten en pensioenen te financieren.

Monetaire politiek

De centrale banken waren de afgelopen decennia goede vriendjes van de ministers van Financiën. Door de jaarlijkse begrotingstekorten liepen de publieke schulden op. De rentelast werd echter laag gehouden door de lage rentes. Maar als de inflatie oploopt, zullen de rentes omhoog moeten. Het zal een goede test zijn om te zien of de centrale banken onafhankelijk genoeg zijn van de regeringen.

Besluit

Het boek van Goodhart en Pradhan toont goed aan dat door de reductie van de beroepsbevolking, en daaraan gekoppeld de veroudering, de wereldeconomie voor belangrijke veranderingen staat. Lagere groei, inflatie en hogere rentes zijn de toekomst.

De vraag stelt zich wanneer de ommekeer zich zal voordoen, als hij al niet bezig is. De coronapandemie zal de bovengeschetste trends wel doen versnellen.

Paul Becue

Paul Becue is lic. Rechten, TEW en Diplomatieke Wetenschappen. Hij heeft een lange ervaring in de financiële sector. Zijn boeken over kredietverzekering gelden als de referentie.