JavaScript is required for this website to work.
post

Deurne en Molenbeek: twee maten en gewichten?

Tex Van berlaer3/5/2016Leestijd 3 minuten

Wie de voetbalrellen in Deurne-Noord vergelijkt met dansende moslimjongeren werkt met twee maten en gewichten.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Na de rellen in Deurne-Noord klinkt er kritiek op de beoordeling van dit geweld in verhouding tot dat in Molenbeek. De beschuldigingen van hypocrisie en hysterie zijn niet veraf. Maar stoelt deze mening wel op iets?

Het mocht wederom niet zijn voor voetbalclub Antwerp FC. De voetballers op het veld konden de hooggespannen verwachtingen van de gemeenschap – winst en promotie naar de eerste voetbalklasse – niet verwezenlijken. Tranen op en rond het veld volgden op het beëindigen van de match. Sommigen grepen hun kans om de treurnis om te zetten in baldadig geweld. Tegen de hooligans van tegenstander Eupen maar ook tegen de politie. Laat dat vooral nu een slechte beslissing zijn voor het imago van de club. De geweldloze toekijker van dit gebeuren vraagt zich af hoe men in deze tijden van terreurdreiging de moegetergde politie kan bestoken naar aanleiding van een triviaal iets als voetbal. Was agressie tegenover agenten niet iets uitsluitend Molenbeeks?  

Radicalisering

Voor enkele publieke personen was dit de aanleiding om onze blanke/Westerse/Vlaamse (schrap wat niet past) hypocrisie aan te kaarten. Yves Desmet, journalist en voormalig hoofdredacteur van De Morgen, retweette twee typerende boodschappen. De eerste was van Youssef Kobo. Die publiceerde enkele foto’s van de Antwerpse rellen met de boodschap: ‘Ze verwerpen onze normen en waarden. Ze keren zich tegen onze samenleving. #radicalisering’. Het opzet is duidelijk. Via deze combinatie van woord en beeld probeert hij de relativiteit van eerdere reacties op (onder andere) de Molenbeekse rellen te bewijzen. Waarom kan een Antwerp-hooligan relschoppen zonder maatschappelijke discussies te starten? Waar blijven de eisen van veroordeling vanuit de gemeenschap?

De tweede tweet is van de hand van VTM-journalist Jan De Meulemeester. Deze ging als volgt: ‘#Antwerp relschoppers. Ravage. Politiewagen in brand. 12 gewonde agenten. Hadden het moslims geweest, de hele natie stond op stelten.’ Wederom is de redenering: waar blijft onze verontwaardiging over deze geweldsdaad? Deze gedachtegang loopt parallel met sommige reacties op de aanslagen in Parijs vorig jaar: waarom onze tranen en afkeuring voor de Fransman en niet voor de Keniaan of Turk die ook bloedbaden kent in zijn land?

Criminelen

Zo zien we twee gelijkaardige situaties met (vermeende) verschillende reacties. In Brussel en Antwerpen gebruikten jonge mannen veel geweld in een opstandige oprisping waarvan vooral politie en buurtbewoners slachtoffer zijn. Maar zijn de (non-)reacties erop wel zo hypocriet als commentatoren zoals Desmet doen uitschijnen?

Wanneer we de eerste reacties onder de loep nemen, wordt het tegendeel duidelijk. Zo laat Jan Michel, voorzitter van Antwerp FC daags na de rellen optekenen dat het ‘criminelen, geen supporters’ betreft en eist daarom gepaste bestraffingen. Kort daarna laat Robert Vink, voorzitter van de supportersfederatie van de club, van zich horen. In zeker zin belichaamt hij de Antwerp-gemeenschap. Hij keurt de rellen af maar stelt helaas vast dat hooliganisme te sterk vervlochten is met het voetbal. Daarbij komt dat de baldadigheden – zeker in de Antwerpse omgeving – het gespreksonderwerp van de dag waren, waarbij de meeste mensen negatief reageerden. Vervolgens kon je ook op de Facebookpagina van aartsrivaal Beerschot-Wilrijk onthutste reacties lezen. Verrassend vaak kwam de belofte terug om niet ‘zoals gisteren’ tekeer te gaan tijdens de eigen kampioenenmatch op zondag. Positieve aanmoedigingen en een geweldloze afloop werden gepropageerd.

Distantiëring

We zien dus onmiddellijk na de Antwerp-rellen afkeuring van de voorzitter van het officiële bestuur van de voetbalclub, van de georganiseerde gemeenschap, van buurtbewoners en supporters. Is dat niet wat ‘rechtse’ politici vragen na rellen of aanslagen? Door middel van distantiëring en afkeuring kunnen niet-supporters weten dat niet alle supporters vandalisme goedkeuren. Wanneer ze daags na de feiten als vanzelf geopperd worden, bestaat er geen nood meer om het te eisen. Dat is de logische gevolgtrekking, niet de beschuldiging van hypocrisie en hysterie van Desmet en anderen.

Daarbij komt dat de drijfveren van de rellen sterk verschillend zijn. Onvrede met een sportuitslag is nog iets anders als onvrede met en woede op de maatschappij waarin je leeft. Maar wanneer het direct duidelijk wordt dat medesupporters afkeurend reageren op de rellen, is het niet onlogisch dat men een even directe afkeuring verwacht na rellen of bescherming van terroristen in naam van een religie of gemeenschap.

Uiteraard bestaan er verzuchtingen en frustraties en dienen deze gemeenschappelijk en politiek behandeld te worden. Natuurlijk moet iets als geweld collectief veroordeeld worden. Maar als het vanuit de hoek van een duidelijk aanwijsbare groep komt, moet men niet verbaasd zijn dat mensen verwachten dat deze veroordeling iets luider klinkt uit die bepaalde hoek. Na de veroordeling komt de positieve tegenreactie. ‘Laat het vandaag “voetbal” zijn en geen geweld en criminaliteit. Laat zien dat we beter en sportiever zijn dan die van gisteren’, schreef iemand op de Facebookpagina van Beerschot-Wilrijk bij aanvang van de wedstrijd zondag. Enkele uren later werd het kampioen.

Tex Van berlaer is freelance journalist voor o.a. Knack, Mondiaal nieuws en Periodista político.

Commentaren en reacties