Binnenland, Economie

Doemdenken over onze maakindustrie onterecht

Itinera analyseert toekomst Belgische maakindustrie

Itinera-onderzoekers Ivan Van de Cloot (hoofdeconoom Itinera) en Stijn Ronsse (Visiting Fellow) schreven een rapport over de toekomst van de maakindustrie in België. Wat blijkt? ‘Het is een wijdverspreid misverstand dat de industriële sector een artefact is dat stilaan tot het verleden zal behoren’, concluderen ze. ‘Het tegendeel is waar. De maakindustrie is niet alleen een economische basis, maar ook een belangrijke voorwaarde voor innovatie.’

Zo bleek in de nasleep van de laatste crisis dat een stevige industriële basis belangrijk is voor de bestendiging van economische groei. Daarom wordt bijvoorbeeld op Europees niveau aangedrongen op een nationaal industrieel gewicht van 20% van het bbp, als ruggengraat voor een sterk economisch weefsel. ‘Overheden spelen hierop in met grootscheepse acties en initiatieven, maar deze blijven vaak dode letter’, betreuren de Itinera-onderzoekers.

Voor België, vroeger een industriële grootmacht, zakte het industrieaandeel in het bbp sinds 1995 van ongeveer 23% naar slechts 17%. Daarmee doet België het niet alleen slechter dan vele Europese landen, maar zakte het sinds 2005 ook onder het Europese gemiddelde. De meeste landen kennen een gelijkaardige negatieve evolutie. Toch zijn er enkele positieve uitschieters. Duitsland is het meest sprekende voorbeeld en ook Noorwegen, Zweden en Ierland pieken ver boven het Europese gemiddelde uit.

Zachte aanpak

De Belgische industrie bestaat vooral uit de chemische sector, de metaalnijverheid, de voedingsverwerking en productie van elektrische apparatuur. Anders dan vroeger is de maakindustrie veel breder geworden. Het betreft niet langer puur de verwerkende nijverheid, maar is een onderdeel van een brede internationale waardeketen die verweven is met de dienstensector.

België heeft verschillende troeven voor een maakindustriebiotoop maar er zijn werkpunten die dringend aandacht vereisen, stelde Itinera vast. Vooral de zachtere vormen van industrieel beleid zijn voor ons aangewezen, concludeerde Ivan Van de Cloot al in 2010. Hierbij denkt hij aan gecoördineerde acties om het potentieel van sommige sectoren te benutten en om het ondernemersklimaat te bevorderen.

Waarom industrie?

Door de centrale positie in de waardeketen draagt de verwerkende nijverheid in belangrijke mate bij tot de productieve prestaties van een land. De verwerkende nijverheid gebruikt veel input uit andere sectoren. De sector genereert zo een grote vraag naar andere goederen en diensten. Industrie draagt bovendien, zeker in een kleine en open economie als België, bij tot het exportpotentieel van een land.

Daarnaast laat de industrie ook een grotere productiviteitsgroei noteren in vergelijking met de dienstensector. Dat is goed voor de koopkracht en de internationale competitiviteit. Het zijn trouwens nijverheidsbedrijven die het meest investeren in onderzoek en ontwikkeling, wat cruciaal is voor economische innovatie. Ten slotte blijken bij een sterk ontwikkelde nijverheidsindustrie de economische dalen tijdens crisissen minder diep, wat een sneller herstel bevordert.

Biotoop voor een sterke industrie

België moet zeker rekening houden met de kostencompetitiviteit. Zo moet de loonkost verder omlaag. Maar een industrieland zoals België heeft volgens Itinera vooral veel te winnen bij maatregelen omtrent niet-kostencompetitiviteit. Denk aan een optimaal ondernemersklimaat, een beter wetgevend kader, goede financieringsmogelijkheden, en hoogopgeleid personeel met de juiste profielen.

Ook het aantal hoogtechnologische producenten moet omhoog. In België bepalen zij 7% van het gehele bbp, terwijl het Europese gemiddelde bijna 16% bedraagt. Op dat vlak kijkt Itinera naar het onderwijs: ‘Jongeren moeten gestimuleerd worden om technische en wiskundige richtingen te volgen.’

Economische groei combineren met maatschappelijke uitdagingen

Voor internationale voorbeelden kijkt de denktank naar Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen.

Wat we kunnen leren van Duitsland? Een daadkrachtige en duurzame politiek voeren. ‘België moet een industriepolitiek voeren die duidelijk maakt welke kaarten getrokken worden, wat de acties zullen zijn en wat de te verwachten resultaten zijn’, stelt Itinera. ‘Een transparant duurzaam beleid maakt het voor alle stakeholders mogelijk zich in de markt te positioneren met kennis van alle beschikbare informatie.’

Van een internationale topspeler als Zwitserland leren we dat een langdurige combinatie van elementen belangrijk is: een goed functionerende product- en arbeidsmarkt, excellentie in onderwijs en opleiding, en een volgehouden innovatieniveau. ‘Duaal leren is een sleutelelement van de onderwijsvoorsprong’, onthoudt Itinera ook. Daarnaast is Zwitserland leidinggevend op vlak van investeringen in R&D, vooral dankzij de rol die de industrie hierin speelt.

Ook de Scandinavische landen en in het bijzonder Denemarken tonen met enkele goede casestudies hoe een succesvol industriebeleid er kan uitzien. Daar slagen ze erin om economische groei te combineren met maatschappelijke uitdagingen zoals ecologische en sociale doelstellingen.

Marshallplan

Naast deze sterktes, zwaktes en opportuniteiten uit de SWOT-analyse die Itinera voor België maakte, zijn er ook enkele bedreigingen. ‘Het beleid bestaat al te vaak uit woorden, niet uit daden’, noteert Itinera. ‘Het ontbreekt niet aan plannen in Vlaanderen en Wallonië, maar wel aan consistente uitvoering ervan. Met zijn Marshallplan heeft Wallonië wel een meer consistente dynamiek tot stand gebracht.’ Een van de aanbevelingen luidt alvast om dringend de infrastructuur te verbeteren en maakbedrijven concreet te helpen om zich hier te vestigen.

Industrie 4.0

Itinera ziet vooral opportuniteit in de nieuwe, digitale revolutie die de naam Industrie 4.0 met zich meekrijgt. ‘Werkloosheidsgolven zoals in de jaren 70, het toneel van de overgang van Industrie 2.0 naar Industrie 3.0, lijken in de huidige context niet waarschijnlijk, zeker gezien de geleidelijke overgang en het naast elkaar bestaan van de traditionele industrie en de nieuwe mogelijkheden.’ Wat de digitale technologie betreft heeft België alle potentieel om een van de koplopers te worden, maar het mag deze trein niet missen. ‘Met voldoende zin voor flexibiliteit en beleidsaandacht kunnen veel jobs worden heruitgevonden en gevrijwaard.’

Over het onderzoek

Het rapport combineerde wetenschappelijke literatuur met informatie uit interviews met Belgische bedrijfsleiders (ze wensten anoniem te blijven om de aandacht niet op hun namen maar op hun inzichten te richten) vanuit een representatieve steekproef op vlak van globale of nationale ondernemingen, kleine of grote bedrijven, en regio of verschillende sectoren.

Het volledige rapport kan je hier raadplegen.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans