Dood in Venetië

'Dood in Venetië' van Toneelgroep Amsterdam

Thomas Mann leefde – en het verband ligt voor de hand – in een periode waarin de maatschappij niet alleen op sociaal en politiek vlak een enorme wasbeurt meemaakte, maar ook op cultureel en artistiek gebied.

Slapende homoseksualiteit

In het begin van de twintigste eeuw en aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog is de wasbeurt in volle gang en verschijnt in 1913 de publieksuitgave van Der Tod in Venedig.

Het verhaal gaat als volgt: auteur Gustav von Aschenbach beschouwt zijn talent als een roeping, zit met een schrijfkramp en om uit de impasse te geraken besluit hij rust te zoeken in het prestigieuze Grand Hotel des Bains van Venetië. Hij wordt er geconfronteerd met tiener Ladzio die hem overtuigt dat de mannelijke schoonheid bestaat. Dat elke andere kunstvorm er onderdanig aan is. In zulke mate dat het zijn slapende homoseksualiteit laat ontwaken.

Dat gegeven grijpt Mann aan om de roman te schrijven waarin de opperste schoonheid uitgebeeld wordt in proza.

Extra laag

Met de vele complexe lagen die elkaar beïnvloeden en de roman vorm en inhoud geven, ging regisseur Ivo van Hove aan de slag. Geen eenvoudige klus, want Ramsey Nasr transformeerde niet simpelweg de roman naar het toneel, maar gooide een extra laag op het gegeven. Hij confronteert de schrijver meermaals met het hoofdpersonage. Voorbeeld: kort voor het slot, terwijl de schrijver toekijkt, legt het hoofdpersonage zich te slapen in een glazen kist en droomt een tedere, haast intieme scène met Ladzio (tot de dood erop volgt).

Gelukkig heeft zowel Nasr als Van Hove er geen seksueel aspect aan toegevoegd. Het is kantje boord, maar de grens tussen aanraken en bezitten wordt niet overschreden. De schoonheid van de jongen wordt niet lichamelijk maar geestelijk geconsumeerd. In zulke hoge mate dat hij het gevaar op besmetting door een choleraepidemie aan zijn laars lapt, niet vertrekt maar blijft, om zo lang mogelijk van de schoonheid te kunnen genieten. De kwade ziekte is er door Thomas Mann aan toegevoegd om de nadruk op de consumptie van de schoonheid te versterken.

Verfijnde regie

Het decor, de projecties, de kostumering en de gestileerde motoriek zijn zo verfijnd geregisseerd dat het oog meer geniet dan het oor. De extra laag, zoals eerder aangestipt, is daar voor de helft verantwoordelijk voor. De andere helft valt ten laste van het orkest. Geen kwaad woord over het Koninklijk Concertgebouworkest. Helaas drukt de uitvoering van de muziek de dialogen. Niet zelden kijkt de toeschouwer naar de (Engelse) boventiteling om na te gaan of hij goed begrepen heeft wat hij hoorde. Of wat hij niet verstond van verlies te redden.

Muzikale aandeel

Nu het aandeel van het orkest en de muziek ter sprake komt, dient gewezen op de geraffineerde keuze van de gebrachte muziekstukken. Van J.S. Bach tot Nico Muhly. Belangrijkste muzikale aandeel staat echter op naam van Arnold Schönberg, Anton Webern en Richard Strauss. Door hen zijn muziek en verhaal twee handen op één buik. Het verbroederen van deze componisten met de vertoneelde roman van Thomas Mann verhoogt de weelde aan schoonheid van deze productie. Het hoogtepunt wordt bereikt met twee liederen van Richard Strauss uit de cyclus Vier Letzte Lieder. Vooral het lied Im Abendrot, gezongen door countertenor Yuriy Mynenko, laat een verpletterende indruk na.

Hogere beeldtaal

Hoewel de voorstelling een toneelbewerking van een roman is, haalt die zijn waarde vooral uit het beeld. De betere toneelminnaar is vertrouwd met de stilistische kwaliteiten van Ivo van Hove en scenograaf Jan Versweyveld. Toch blijven ze voor verrassingen zorgen. Elke nieuwe productie is een ontdekkingsreis naar het middelpunt van de beeldvorming van beide heren, die met elke productie aan waarde en diepgang wint.

Sublieme lichaamstaal

In dit schitterende beeldspel wordt minimalistisch geacteerd. Wat gevoelsmatig in de voorstelling gestoken is, moet de toeschouwer zelf ontdekken. De sublieme lichaamstaal van de acteurs is mathematische logica. Het vraagt concentratie van de toeschouwer en zo die er is vergeet hij tijd en plaats. De kijker belandt in het verhaal en vindt zichzelf weer als logé van het hotel, goed honderd jaar geleden. Dat mogelijk te maken is enkel de goden gegeven. Daar heeft zowel het Internationaal Theater Amsterdam als het Koninklijk Concertgebouworkest geen gebrek aan. De samenwerking van beide clubs maakt waar wat verwacht werd: een bovenzinnelijke ervaring.

__________________________

Dood in Venetië *****

naar Thomas Mann

tekst: Ramsey Nasr
regie: Ivo van Hove
scenografie, licht & video: Jan Versweyveld
dirigent: David Robertson
acteurs: Aus Greidanus jr., Marieke Hebbink, Achraf Koutet, Ramsey Nasr, Steven van Watermeulen
productie Internationaal Theater Amsterdam & Koninklijk Concertgebouworkest
tot 13 april Koninklijk Theater Carré
info en docu ita.nl & concertgebouworkest.nl

Guido Lauwaert :Guido Lauwaert (1945) is organisator, regisseur, acteur, auteur, columnist, recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Het Parool, VPRO-radio, Knack en Doorbraak. Hij richtte de Poëziewinkel op (later Poëziecentrum) en heeft een grote liefde voor Willem Elsschot en Paul van Ostaijen.