Doodlopende sporen in het dossier-Herman Van den Reeck

De 19-jarige Vlaamsgezinde, communistische student Herman Van den Reeck op zijn doodsbed.

De Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx omschreef tijdens een herdenking op 10 juli 1960 de dood van zijn jeugdvriend Herman Van den Reeck als ‘moord’. Een uitspraak die, hoe sterk ook, illustratief was voor het pragmatisme waar de socialist om bekend stond. Hij zorgde er immers steeds voor om nooit zijn minder Vlaamsvoelende partijgenoten voor het hoofd te stoten. Dat is ook de reden waarom hij uitdrukkelijk weigerde met een beschuldigende vinger naar de Antwerpse politie te wijzen.

Was de dood van Herman Van den Reeck – op 11 juli 1920 getroffen door een politiekogel tijdens een uit de hand gelopen verboden 11 julimanifestatie in Antwerpen — een tragisch incident? Was het doodslag? Of moord? Het was één van de prangende vragen die mij bezighielden bij het schrijven van zijn biografie (net verschenen bij Doorbraak) maar ik moet eerlijk toegeven dat ik geen sluitend antwoord op deze vraag kan formuleren. De gerechtelijke én politiedossiers zijn spoorloos verdwenen. Het resterende materiaal duidelijk ‘gezuiverd’. Dit is op zich weliswaar een indicatie dat er iets loos is met dit dossier maar geen reëel bewijs.

Geviseerd

Werd Van den Reeck geviseerd door de politie- en veiligheidsdiensten? Het antwoord is ja… Uit de schaarse bewaard gebleven rapporten van de gerechtelijke politie blijkt dat hij door hen systematisch in de gaten werd gehouden als communistische agitator én Vlaams-nationalist.

Zijn uitgesproken antimilitaristisch engagement was dan weer een doorn in het oog van de Sûreté Militaire. Uit een getuigenis van Van den Reecks vriend Michel Seuphor blijkt dat in de ochtend van 12 juli 1920 de gerechtelijke politie, vergezeld door agenten van de Sûreté een huiszoeking heeft gedaan in de ouderlijke woning en dat de Sûreté wellicht onder één hoedje speelde met het Franse Deuxième Bureau, de geheime politie. Maar ook de Nederlandse én de Britse geheime dienst hielden Van den Reeck en zijn kompanen in de gaten. Het gaat wellicht te ver te suggereren dat één van deze diensten hem zou hebben geneutraliseerd maar hij kon wel op hun onverdeelde aandacht rekenen…

Verdacht

Stierf hij in verdachte omstandigheden ? Ook hier is het antwoord volmondig ja… Los van het te laat toedienen van medische hulp, blijkt uit  niets dat de these als zou agent Georges Dupuis uit zelfverdediging op Herman hebben geschoten, steek houdt.

In de ‘bekentenis’ die hem op zijn sterfbed was afgedwongen door adjunct-commissaris Léopold Draye beweerde Van den Reeck dat Dupuis al gewond was op het ogenblik dat hij hem met zijn wandelstok sloeg. Deze bekentenis was wellicht — zoals indertijd al vanuit verschillende hoeken werd gesuggereerd — een fabricatie van de hand van Draye. Had Herman deze verklaring gedicteerd of alleen maar ondertekend? Niemand die het kan weten want ze werd zonder getuigen afgenomen en is inmiddels spoorloos verdwenen…  Als Dupuis daadwerkelijk gewond was geweest dan was dit ongetwijfeld gerapporteerd en zou dit een aanmerking op zijn dienststaat hebben opgeleverd maar ook daar is niets van terug te vinden in de Antwerpse politiearchieven.

Verdwenen

Het staat evenwel vast dat enkele agenten op die bewuste 11de juli in het gewoel gewond werden. Ooggetuigen bevestigden dit. Merkwaardig is wel dat er nergens, maar dan ook nergens een lijst van deze gewonden terug te vinden is… Is deze lijst misschien verdwenen omdat Dupuis’ naam hier niet op voorkwam?

En er is nog wel meer vreemd aan de bekentenis waarmee Draye op de proppen kwam. Ze is immers ongewoon vaag. Er wordt, wat op zich al heel erg merkwaardig is, geen verband gelegd tussen het handgemeen en het revolverschot. De geslagen agent wordt niet positief geïdentificeerd. Was dit de schutter? Of niet? Er is enkel sprake van ‘den politie-opziener door u bedoeld’ – maar zijn naam wordt niet genoemd. Toch wel opmerkelijk in een officieel proces verbaal… In de verklaring wordt gesuggereerd dat Herman moet hebben gezien wie hem heeft neergeschoten, maar in realiteit en gelet op de specificiteit van zijn verwondingen was dit zo goed als onmogelijk.

De vraag moet bovendien gesteld worden hoe het kwam dat agent Dupuis met scherpe munitie heeft geschoten want alle andere schoten die op die dag werden afgevuurd waren losse flodders… Had Dupuis de bedoeling bewust op Herman of andere betogers te vuren? Indien het antwoord bevestigend is dan rijst de vraag waarom hij niet meer slachtoffers heeft gemaakt. Klemde zijn wapen misschien?

Verzet

Van zowel de agent Dupuis,  als van adjunct-commissaris Léopold Draye, is geweten dat ze niet hoog opliepen met flaminganten. Dupuis, wiens oudste zoon aan het IJzerfront was gesneuveld en die zelf bijna twee jaar wegens verzetsactiviteiten geïnterneerd werd in een strafinstelling in Duitsland, haatte alles wat naar Vlaamsgezindheid neigde. Hij leed als gevolg van zijn oorlogservaringen wellicht aan posttraumatisch stresssyndroom, kampte bovendien met een drankprobleem en was in feite ongeschikt om nog langer politiedienst te vervullen. Wat ook bleek uit het feit dat hij anderhalf jaar na de dood van Van den Reeck, na een psychiatrisch onderzoek, vervroegd op pensioen werd gesteld.

Toen Elza Van den Reeck, Hermans jongere zuster, op 5 december 1969 met een brief gericht aan burgemeester Craeybeckx inzage vroeg in onder meer het personeelsdossier van Dupuis, liet waarnemend hoofdcommissaris Koeklenberg weten dat ‘noch in politiearchieven, noch in stadsarchief stukken werden gevonden die in aanmerking komen voor de verlangde inzage’. En ook dit is op zijn minst vreemd te noemen.

In het Antwerpse stadsarchief liggen, keurig gecatalogeerd, twee goed bijgehouden personeelsdossiers van Georges Dupuis die de onderzoeker in staat stellen om, tot in de kleinste details, zijn carrière bij de Antwerpse politie in kaart te brengen. Idem dito voor de twee personeelsdossiers van Léopold Draye. In deze lijvige bundels is er — toeval of niet — niet één stuk uit 1920 terug te vinden. Uit niets in deze dossiers blijkt overigens dat er een intern onderzoek is gevoerd tegen Dupuis en Draye. Het ‘incident’ werd zelfs niet vermeld op de  nochtans erg gedetailleerde staat van dienst van Dupuis… Toch wel merkwaardig.

Vreemd

Nog opmerkelijker is de simpele vaststelling dat het imposante, ingebonden verslagboek dat alle processen-verbaal van de Eerste Wijk uit de woelige zomer van 1920 bevat, niet één PV met betrekking tot de incidenten op 11 juli 1920 telt. En dat is héél vreemd want uit een aantal getuigenverklaringen blijkt dat er wel degelijk PV’s werden opgemaakt tegen opgepakte manifestanten en dat deze PV’s zelfs de basis hebben gevormd voor gerechtelijke vervolging van deze demonstranten.

Waar zijn deze PV’s gebleven? Niemand bij het stadsarchief weet het en de Antwerpse politie vond het blijkbaar niet de moeite om op mijn vragen te reageren… Deze vaststelling ondersteunt alleen maar mijn these dat iemand het nuttig heeft gevonden om niet alleen de personeelsdossiers, maar écht alles dat met deze onverkwikkelijke zaak te maken had te ‘zuiveren’. Naar de motieven voor dergelijke vreemde handelswijze heb ik het raden, maar ik heb wel zo’n vermoeden….

Idem dito voor het dossier van de gerechtelijke politie. Het is flinterdun en bevat, naast enkele rapporten, vooral materiaal met betrekking tot de herdenkingen… Mijn  navragen, onder meer naar het wapen van Dupuis bij de Antwerpse politie en het Politiemuseum draaiden op niets uit. Drie infoverzoeken bleven gewoon onbeantwoord. Blijkbaar voelde niemand bij de Antwerpse politie — in tegenstelling tot de procureur-generaal — zich geroepen om een tip van de sluier te lichten.

Verdacht

Al het relevante materiaal met betrekking tot het onderzoek is  intussen verdwenen. Het zal wellicht nooit nog duidelijk worden waarom het parket deze zaak uiteindelijk zonder gevolg seponeerde. In opdracht van de procureur van Antwerpen werd, een paar uur na het overlijden, de Antwerpse politie van het onderzoek gehaald en kreeg de rijkswacht de opdracht om de zaak verder te behandelen.

Zo waren het rijkswachters van de brigade Antwerpen die op 13 juli in de voormiddag in het Sint-Elisabethgasthuis foto’s hebben gemaakt van het opgebaarde lijk. Het waren eveneens rijkswachters die, luidens een verklaring van Picard, de advocaat van de familie, op 14 juli Draye hebben ondervraagd over de wijze waarop Hermans’ ‘schuldbekentenis’ tot stand is gekomen. Er moest zelfs een stafofficier van de rijkswacht uit Brussel komen omdat er op dat ogenblik geen officier van gelijke of hogere rang ter beschikking kon worden gesteld in Antwerpen. Het klinkt stilaan afgezaagd, maar zowel het PV van het verhoor van Draye als het medische dossier dat werd opgemaakt bij aankomst in het hospitaal én het autopsieverslag zijn verdwenen…

Verontschuldigingen

Rest alleen de vraag of de huidige burgervader van de Scheldestad, historicus en Vlaams-nationalist Bart De Wever, bereid is wél datgene te doen wat Craeybeckx niet kon of wilde doen en 100 jaar na dato de stad in het reine laten komen met wat er zich op 11 juli 1920 in Antwerpen afgespeeld heeft… Het zou jammer zijn dat de herinnering aan die door idealisme gedreven jongeman die een eeuw geleden op de kasseien voor zijn stadhuis dood lag te bloeden, langzaam maar onverbiddelijk tussen de plooien van de geschiedenis dreigt te verdwijnen…

Misschien kan de huidige burgemeester als hoofd van de politie wél datgene doen wat Craeybeckx niet kon of wilde doen en, ter herinnering aan die jonge kerel die 100 jaar geleden op de kasseien voor zijn stadhuis lag dood te bloeden,  de stad in het reine laten komen met wat er zich op 11 juli 1920 in Antwerpen afgespeeld heeft…

Jan Huijbrechts :Jan Huijbrechts is master cultuurwetenschappen. Hij publiceerde alternatieve stadsgidsen en over de Eerste Wereldoorlog, Frontbeweging, Vlaams-nationalisme en Antwerpen tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.