fbpx


Literatuur

Dostojewski en Nietzsche

Een psychologische analyse van de ‘deugmens’



De afschrikwekkendste geweldenaar in de filosofie bestempelde de meest profetische romanschrijver van de negentiende eeuw als de grootste psycholoog. Nietzsche was van oordeel dat Dostojewski afgrondelijk peilde in de krochten van de menselijke natuur en al voorzag hoe de twintigste eeuw van alle menselijkheid zou worden afgesneden, ondanks een hyperhumanistisch discours. Het is wat Chesterton later zou omschrijven als de christelijke deugden die met de mens op de loop zijn gegaan. Men kan inderdaad stellen dat de Rus in staat…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De afschrikwekkendste geweldenaar in de filosofie bestempelde de meest profetische romanschrijver van de negentiende eeuw als de grootste psycholoog. Nietzsche was van oordeel dat Dostojewski afgrondelijk peilde in de krochten van de menselijke natuur en al voorzag hoe de twintigste eeuw van alle menselijkheid zou worden afgesneden, ondanks een hyperhumanistisch discours. Het is wat Chesterton later zou omschrijven als de christelijke deugden die met de mens op de loop zijn gegaan. Men kan inderdaad stellen dat de Rus in staat was de westerse cultuur te zien op een wijze waartoe dat Westen zelf niet in staat was. Vandaag zitten we op de blaren van die blindheid.

Russische mystiek

Dostojewski boorde in het hart van de verlichting en zag gaten die velen zelfs vandaag nog niet waarnemen, al is de nihilistische stank die eruit walmt soms niet te harden. Hij zag scherp dat in zijn tijd vele Russische intellectuelen hun toestand ervoeren als afgesneden van het mensdom. De zogenaamde ‘occidentalisten’ wilden die kloof overbruggen, maar de intellectueel als afgevaardigde van de rede verminkte die rede omdat ze van de gewone mens werd afgesneden. We zien dat vandaag in de semi-intellectuele politiek correcte hocuspocus die op de modale sterveling wordt losgelaten. De mens wordt in de koude wind van een valse verlichting geworpen en wordt krankzinnig van de diversiteitslogorree die in geen enkel verband meer staat tot zijn gezond verstand.

In Rusland waren er ten tijde van Dostojewski verwarrend veel politiek-maatschappelijke tendensen die door elkaar liepen of radicaal antagonistisch waren. De slavofiel Dostojewski kan men onderbrengen bij de ‘potchvenniki’ (‘potchva’ betekent ‘grond’ en heeft connotaties met het Duitse ‘Boden’), de politieke en mystieke denkers die Rusland wilden transformeren in een organisch-religieuze antikapitalistische staat die gebaseerd zou zijn op de goddelijke gerechtigheid, die voor hen gelijkstond aan de Russische justitie. Daarom zijn velen begrijpelijkerwijs zo afkering van de auteur, maar dat verhindert niet dat zijn maatschappijbeeld treffende intuïties verkondigde en erin slaagde de mens van de toekomst vaak breedsprakig maar toch inzichtelijk te beschrijven. Of de remedie die hij aanbracht niet erger is dan de kwaal, is stof voor een eindeloos debat.

De rede van Aristoteles en de menselijke on-rede

De menselijke natuur is ambivalentie, tegenspraak en irrationaliteit. De aristotelische opvatting met haar definitie van de mens als redelijk levend wezen, kan volgens Dostojewski niet aan die overtuiging blijven vasthouden als die aristotelische mens zoals hijzelf zou worden blootgesteld aan de hel van een Siberische gevangenis. In zo’n inferno moest de auteur immers boeten voor zijn deelname aan een samenzwering tegen de tsaar. Het was dé beslissende periode uit zijn leven: op het laatste nippertje ontsnapte hij aan zijn executie, en dat leidde hem tot het dramatische inzicht dat zijn hele leven en filosofie zou bepalen. Zijn Herinnering uit een Dodenhuis is hiervan de eerste worp. Het boek schreeuwt uit dat een rationalist die het demonische uit het oog verliest, het menselijke wezen niet kan begrijpen.

Het doet me onwillekeurig denken aan wat de verlichte achttiende-eeuwse rationalist Baron d’Holbach over het Engelse politieke systeem schreef: ‘Het is een samenraapsel van irrationele gewoontes, versleten en ongerijmde gebruiken, waar geen enkel systeem in zit en geen enkel leidend principe’. En inderdaad, wie de romans van Dostojewski leest, zal er soms bijna alleen ongerijmdheden in vinden en emoties die voor de lezer erg bizar aandoen. De mens als een vat vol tegenstrijdigheden, zoals Multatuli het uitdrukte, maar dan op de spits gedreven. Daarom ook wordt hij door bepaalde critici of schrijvers, en niet van de minste, niet gesmaakt. Soms niet wegens zijn stijl (die haaks staat op de lesjes van de schrijversacademies), en zeker ook niet wegens de soms hysterische diepchristelijke inhoud.

Wittgenstein

Ik denk aan de nuchtere slavist Karel van het Reve, die vond dat Dostojewski veredelde keukenmeidenromans schreef, aan de romancier van Poolse afkomst Joseph Conrad en aan die andere Rus Vladimir Nabokov, die vooral de inconsequenties in Dostojewski’s romans citeert en diens vulgariteit die hij verwart met de Sitz im Leben van de auteur). En een gestaalde atheïst moet mee afdalen in wat voor hem op zijn best een wondere waanwereld is die bijna altijd vervreemdend aandoet, maar die toch ook immens veel zegt over de zwakke mens. Het komt neer op wat de Engelse filosoof C.E.M. Joad ooit schreef: ‘Ik zie nu dat het kwaad wezenlijk in de mens zit en dat de christelijke doctrine van de erfzonde een diep en belangrijk inzicht in de menselijke natuur uitdrukt’. Latere ethiek (de Amerikaanse conservatief William Buckley Jr., de Engelse romancier Evelyn Waugh) borduurde hierop voort door het christendom te beschouwen als beschermer tegen de ontwortelende invloed van progressieve krachten.

Tegenover de Dostojewski-bashers stond een idiosyncratische figuur als de atypische filosoof Wittgenstein (door velen te pas en te onpas geciteerd, maar niet gelezen) die na het lezen van De gebroeders Karamazov opmerkte dat het de grote kracht van de Rus was zich verre te houden van morele generalisaties. Hij, de merkwaardigste ‘autistische’ filosoof en logicus, leerde van het personage Zosima dat ‘degenen die gelukkig zijn het doel van het bestaan verwezenlijken’, een streven dat hij zelf nooit bereikte.

Kristalpaleis

Hét symbool van de verlichting was voor Dostojewski ‘het grote kristallen paleis’, het gebouw dat in 1851 de internationale tentoonstelling in Londen herbergde en dat figureert in Aantekeningen uit het ondergrondse (1864). Met het kristallen paleis feliciteerde, zoals William Barrett het treffend omschreef, de bourgeois-eeuw zichzelf. Dostojewski gebruikte het als metafoor: hij zag hierin het wezen van de westerse beschaving in haar meest geconcentreerde vorm, een plaats waarin de mens de demonen van het Westen vereert. Het stelde de immer bewegende geest van Europa voor, het kapitalisme als religie waarin altijd de daad centraal staat en waarbij geen enkele ontremming optreedt. In de woorden van de zeventiende-eeuwse ultrapuriteinse dictator Oliver Cromwell: ‘Nooit klimt een man hoger dan wanneer hij niet weet waar hij naartoe gaat’.

Reporters

Dostojewski, Fjodor (1821 – 1881)

Nietzsche had al opgemerkt dat de energie die vanaf het midden van de negentiende eeuw via allerlei ontwikkelingen van economische, technologische en culturele aard vrijkwam immens was. Die ontlaadde zich in de Eerste Wereldoorlog waarin de leiders zich dan misschien wel in rommelden (denk aan Christopher Clarks Sleepwalkers, 2012), maar waaraan de gewone man geestdriftig en vol energie wilde deelnemen. Het economische systeem wordt erdoor voortgedreven en leidt uiteindelijk tot zo’n prikkelrijke omgeving dat de mens uitgeput raakt: voortdurend op zoek naar en verslaafd aan nieuwe kicks. Het is Nietzsches ‘laatste mens’ die Dostojewski haarfijn aanvoelde en waartegen hij op een soms erg verward-emotionele wijze de archaïstische orthodoxie van de religie plaatste.

Faust

Het Westen bestaat bij de daad. Ook in Goethes Faust staat de daad ‘am Anfang’, en de titel van de roman van de ongeduldige Russische radicale revolutionair Tsjernysjevski is Wat te doen? (1863), een werk dat Dostojewski haatte omdat het alludeerde op de ‘nieuwe mens’, een concept dat door het leninisme werd aangescherpt en vandaag opnieuw opgeld doet op de permanente bouwwerf van de nieuwe diversiteitsideologie. Misdaad is bij de grote Rus het uit de weg ruimen van de weerstanden van de gewone mensen tegenover het nieuwe (Sloterdijk), tegenover het uitputtend-hyperkinetische en progressivisme van onze beschaving met haar permanente ‘inhaalverplichtingen’ en extreme dadendrang. Het komt tegelijk neer op de blinde verering van ‘innovatieve’ mensen en ‘de vernietiging van het bestaande uit naam van iets beters’, in de economie ‘creatieve destructie’ genoemd.

Bij Dostojewski zien we de profetische kritiek op en de voorafschaduwing van het sinistere messianistische leninisme met zijn faustische constructivisme dat als heilige opzet heeft de mens gelukkig te maken en te komen tot een posthistorie – waarin uiteindelijk de verveling de algemene norm is geworden en het optimisme de grondtoon. Dat alles wordt, kort door de bocht, allemaal beschreven in romans waarin de heftige en schreeuwerige melodramatiek tot grote kunst wordt verheven.

Veelkantige personages

Bij elke andere auteur zou de combinatie van roepen, tieren, het debiteren van rare grappen én tegelijk filosoferen, kitsch zijn. Ik zou het bijna ‘het mysterie’ Dostojewski willen noemen, want elke traditionele stijlanalyse schampt af op de soms wilde en mateloze taal en de nog extremistischer, vreemder personages die ons verbijsteren: halve heiligen en bruut gespuis, vrolijke dronkenlappen en bizarre mystici, grappige melancholici en verwarde misantropen, veelkantige personages waar vaak een steekje aan los zit, van wie een aantal toch ook of het intens goede of het intens slechte incarneren, op het dwaze, uitzinnige en onbegrijpelijke af.

Wat nog bevreemdender is: ook de atheïst zal moeten toegeven dat Dostojewski’s idiosyncratisch godsbeeld, ofschoon in zekere zin Russisch orthodox en antiwesters, een gênante aanspreekbaarheid heeft en dat zijn profetische gave in verband met een wereld zonder god ons ongemakkelijk achterlaat. Zijn ware religie, schreef de symbolist Meresjkowski, ligt aan gene zijde van het christendom. Niet voor niets was, zoals gezegd, Dostojewski dan ook een van Nietzsches favoriete schrijvers.

Psychologische analyse van de ‘deugmens’

De personages die bij Dostojewski de wereld (met zijn mogelijkheid tot genade, een terugkerend concept bij deze auteur) minachten, heten raskolniki: ze zijn eigenlijk van alles afgesneden en kunnen daardoor met hun verordonneerde menslievendheid alleen maar het destructieve genereren, waarbij de externe projectie van het kwaad in de ander wordt gelegd. Hun daden zijn die van haat en vernietiging — en dat was precies wat de negentiende-eeuwse radicaal revolutionairen en later de marxisten zouden doen: hatelijk vernietigen. Bij de materialistische revolutionairen was de leus ‘niemand heeft schuld’; bij de ambivalente personages van Dostojewski vindt men eerder het idee terug dat iedereen schuld heeft en dat de krachten der duisternis in ieder van ons te vinden zijn.

Dostojewski’s personages leven niet boven hun morele stand, ze aanbidden de maatstaven niet van rechtvaardigheid en menslievendheid. Ze zijn gematigd in hun oordeel over de mens en laten zien dat handelingen van schijnbare goedheid in feite uitdrukkingen zijn van minachting of haat. De hoogste idealen zijn dan in potentie het destructiefst. Herkennen we daarin niet onze contemporaine politiek correcte waanzin?  En was Dostojewski niet erg voorlijk in zijn psychologische analyse van de ‘deugmens’?

Wim Van Rooy

Wim van Rooy (1947) is publicist en essayist. Hij is auteur van o.a. 'Waarover men niet spreekt'.