fbpx


Binnenland

Echte loonkostenhandicap bedraagt 24 procent




Di Rupo baseert zich voor zijn cijfers op berekeningen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). Volgens een artikel in De Standaard maakte Di Rupo de cijfers in het parlement bekend. Het wegwerken van de loonkostenhandicap zou het gevolg zijn van de maatregelen van de regering. Hij doelt op een reële loonstop zodat er enkel nog een automatische loonindexering zou mogen worden toegekend, een aanpassing van de indexkorf waardoor de automatische indexering in toom wordt gehoude, een lastenverlaging voor bedrijven en tenslotte allerlei loonsubsidies die worden toegekend. De som van die maatregelen zou de loonkostenhandicap aanzienlijk beperken.

Om twee reden zijn de vooruitzichten van Di Rupo echter totaal irrealistisch en ook gewoonweg fout.

Ten eerste bestaat er grote onenigheid of die loonsubsidies allerhande wel mogen worden meegeteld in de berekening van de loonkostenhandicap. De lastenverlaging die men in de berekening meeneemt, mag zeker worden toegepast. Maar het gaat hier om een lastenverlaging van 400 miljoen euro. Dat is amper 0,3 procent van de totale loonmassa. Ook gaat de regering ervan uit dat de reële loonstop de loonkostenhandicap zal verlagen omdat onze buurlanden geen loonmatiging toepassen. Dat is allesbehalve zeker.  Di Rupo trekt allerlei percentages af van de officiële loonkostenhandicap van 5,1 procent die de CRB hanteert. Maar er bestaat bij economen dus grote onenigheid of dit wel zomaar kan.

Tweede reden om de wenkbrauwen te fronsen bij de cijfers van Di Rupo en de CRB is dat ze ingaan tegen de officiële gegevens van het Europees statistisch bureau Eurostat. Volgens die analyses bedraagt de loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden van België 17 procent voor de industrie en 24 procent voor de hele private sector. Dat is een stuk meer dan de 5,1 procent die terug te vinden zijn in de verslagen van de CRB. Het probleem is te verklaren door het feit dat de CRB voor zijn berekening vertrekt van het jaar 1996, omdat toen de wet op het concurrentievermogen in werking trad. Eurostat telt de totale handicap, ook die van voor 1996.

Eurostat maakte recent nog nieuwe cijfers bekend (zie grafiek) die de voorgaande analyses bevestigen. Eén uur werken in de handelseconomie kost in België 40,5 euro. Daarmee zit België in de kopgroep. Enkel Noorwegen (48,2 euro) en Zweden (41,9 euro) – die niet tot de eurozone behoren – hebben hogere kosten. Bij de buurlanden zijn de loonkosten heel wat lager: gemiddeld 32,5 euro. De Belgische handicap in termen van loonkosten bedraagt 24,5% ten opzichte van het gemiddelde dat werd opgetekend in Frankrijk, Nederland en Duitsland.

 

Uurloonkosten van de arbeidskrachten in de handelseconomie in euro, 2012 (grafiek opgemaakt door VBO)

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Frederik Dekeyser

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Commentaar open
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.