Politiek
Kretschmann

Eco-conservatisme

Groene minister-president schrijft een conservatief manifest

Polarisering en de opkomst van radicalere partijen zetten sommige politici aan om uit de loopgraven te komen. De eerste groene Duitse minister-president Winfried Kretschmann— een oude mei 68’er — schreef een boek over de noodzaak van conservatisme: Worauf wir uns verlassen wollen. Een pleidooi voor een conservatisme in moderne tijden. Dat boek doet in Duitsland heel wat stof opwaaien. De conservatieve liefdesverklaring van Kretschmann belandde vorige week zelfs in de top twintig van meest verkochte boeken van Der Spiegel.

Groen én conservatief?

Kretschmann is niet de eerste beste. Na een links-radicale mei 68-tijd die hij nu als ‘vergissing’ afwijst, werd hij in 1979 medestichter van de groene partij in Baden-Württemberg en voor vele jaren parlementslid. Vanaf 2011 was hij in de regio Baden-Württemberg zelfs de eerste Duitse groene regionale minister-president. De zeventigjarige Kretschmann is pionier en kopstuk van de vaak woelige Duitse groene partij. Dat maakt van zijn conservatief manifest een belangrijk teken des tijds.

Dat groene natuurbewaarders conservatieve wortels hebben, zou niet verwonderlijk mogen zijn, ook al profileren de meeste groene partijen zich als tegenbeeld van het ‘conservatieve’. En vergeet men graag dat in Vlaanderen priesters aan de basis lagen van de Anders Gaan Leven-beweging. Het is vooral verwonderlijk hoe krampachtig groenen hun conservatieve wortels verdrongen en daardoor vervreemdden van een groot deel van de samenleving.

De mens is uit krom hout gesneden

Met zijn conservatief manifest zoekt de groene minister-president, die ook openlijk kerkelijk is, aansluiting bij het politieke midden (niet voor niks regeerde hij jarenlang met de Duitse christendemocraten). Zijn boek is tegelijk een zoektocht naar een nieuwe ‘verbinding’ tegen het destructieve polariseren van links en rechts. In de traditie van Edmund Burke (1729-1779) zoekt hij naar een ‘modern’ conservatisme dat allesbehalve ‘reactionair’ mag zijn.

Fundamenteel in zijn conservatief manifest, is zijn realistisch mensbeeld. Kretschmann wil uitgaan van een mens ‘wie er geht und steht, und nicht so, wie er sein soll’ (zoals hij gaat en staat, niet zoals hij zou horen te zijn). Een uit krom hout gesneden mens die niet ‘maakbaar’ is. Zeker niet de ‘nobele wilde’ van Jean-Jacques Rousseau die vooral door de samenleving tot slechtheid zou worden aangezet. Kretschmanns niet al te optimistische mensbeeld onderscheidt hem sterk van vele linkse tovenaarsleerlingen en hun maatschappelijke maakbaarheidsideeën. Heel expliciet stelt hij dat links zich in het verleden te veel op ‘moraliseren’ heeft gericht en te weinig op ‘verbinden’ vanuit de harde realiteit.

Voorzichtigheid geboden

Dat maakt dat de groene minister-president op alle vlakken pleit voor een voorzichtige politiek gebaseerd op het voorzorgsprincipe. Niet alleen op vlak van de digitale roboteconomie, maar ook op het vlak van de migratiepolitiek. De bescherming van politieke vluchtelingen is voor hem een niet-onderhandelbaar mensenrecht.

Maar Kretschmann erkent dat links te lang naïef geweest is op het vlak van de economische massamigratie en hij is — net als Sahra Wagenknecht van Die Linke — een tegenstander van de Willkommenskultur. Hij pleit in zijn boek voor een duidelijke en selectieve migratiewetgeving en vooral op een duidelijke onvermurwbare houding wat de fundamentele grondrechten betreft. Want voor hem is het duidelijk: linkse partijen zijn veel te laks geweest voor onverdraagzame elementen (zoals het islamisme) die de open samenleving bedreigen. Geen revolutionaire inzichten, maar een opmerkelijke analyse uit de pen van een voortrekker van de traditioneel erg dogmatische Duitse groenen.

Worsteling met de ‘Leitkultur’

Over de vraag hoe de integratie van de verschillende gemeenschappen in de samenleving moet verlopen, hinkt Kretschmann op twee benen. In sommige delen van het boek schrijft hij over een ‘Duitse identiteit’, een collectief verhaal dat ook op Erinnerungskultur  is gebaseerd. Vooral het morele kader van de ‘holocaust’ is daarbij voor hem essentieel om een ethisch kader voor een open en verdraagzaam burgerschap te creëren. Op die pagina’s neigt Kretschmann naar de ‘communitaristische’ school van filosofen als Alasdair MacIntyre. Die laatste benadrukt dat burgers niet alleen individuen zijn, maar ook deel van maatschappelijk verhaal. Een verhaal dat vele generaties omspant en mede zingeving en ethische kapstokken biedt. Kretschmann beseft echter dat dit collectief verhaal en het historisch belang van de ‘holocaust’ in het immigratieland dat Duitsland vandaag geworden is, niet door iedereen wordt gedeeld. Jodenhaat is weer deel van het Duitse leven geworden, niet zelden onder ‘nieuwe Duitsers’.

Kretschmann omzeilt deze moeilijke discussie over botsende collectieve verhalen door veelvuldig terug te vallen op taal en grondwet als enige fundamentele rode draden van de samenleving. ‘Liberaal conservatisme’ noemt hij dat. Kretschmann verwerpt dan ietwat schizofreen de idee van een Leitkultur. Op die momenten lijkt hij dan weer te kiezen voor  het Amerikaanse samenlevingsmodel van het lappendeken van gemeenschappen die alleen door de ‘constitution’ worden samengehouden — een traditie van Angelsaksische filosofen zoals John Rawls.

Tjeverij?

Dit hinken op twee gedachten, doet het ‘conservatieve manifest’ met de nadruk op het juiste midden en het ‘en-en-verhaal’ vaak lijken op christendemocratische manifesten. In gedachten zie ik CD&V-voorzitter Wouter Beke instemmend glimlachen, zeker waar het gaat over het ‘kostbare weefsel’ van het middenveld en het grote belang van godsdienstige verenigingen voor een ‘solidaire’ samenleving.

Het is echter te makkelijk om Kretschmanns boek af te doen als een late coming out van een groene ‘tjeef’ of als een sluwe politieke zet van een groene politicus die een groen-conservatieve leemte in het middenveld bespeurt. Hoe onvolkomen ook, Kretschmanns manifest is een moedige zoektocht naar verbinding tussen links en rechts in tijden van polarisatie. De moed om de nek uit te steken voor het ‘juiste midden’, wetende dat er geen mirakeloplossingen voor maatschappelijke problemen bestaan zoals men blijkbaar met het ‘grote verbindingsbestuur’ ook in Antwerpen heeft ontdekt.

Heimat: voor Kretschmann geen links taboe

Vooral: het is een belangrijk signaal dat groen-linkse politici weer het woord ‘heimat’ of ‘conservatief’ ook als iets positiefs durven naar voren schuiven — mits op een niet-exclusieve manier gebezigd. Het is een teken dat het besef doordringt dat mensen niet ‘maakbaar’ zijn en dat een eenzijdig ‘kosmopolitisch’ verhaal haaks staat op wat en wie de mens is. Net zoals een mens ook niet alleen ‘lokaal’ is. In Baden-Württemberg zorgde dit voor nieuwe maatschappelijke coalities zoals tussen de groenen en de christendemocraten (CDU).

Als deze ideologische openheid in andere landen en regio’s doordringt, zou dit de volgende jaren tot boeiende nieuwe politieke verbanden kunnen leiden zoals in Denemarken waar de linkse sociaal-democraten een vergaand integratieplan van de rechts-liberale regering steunen. Het alternatief is een verdere polarisering tussen links en rechts. De vraag is echter wie daarbij garen zal spinnen.

Chris Ceustermans

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Chris Ceustermans?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans