Analyse, Politiek
Planbureau

Econometrie voor het Planbureau en politieke partijen nog steeds een mysterie

Puberale zoektocht naar inzicht in socio-economische kwesties

Wat was het weer een treurig schouwspel op 26 april. Het Planbureau kwam voor de eerste keer dit jaar met zijn doorrekening van de politieke verkiezingsprogramma’s. Op zich is dat merkwaardig voor een instelling die toch een 100-tal mensen op de payroll heeft.  Zowel wat dat Planbureau produceerde als ook de manier waarop politieke partijen met de resultaten omgingen was om van te janken. Hopelijk zijn het kinderziektes, maar ik vrees het ergste. En dan heb ik het nog niet over het gebrek aan betekenisvolle subtiliteit in de voorstellen van de partijen, gaande van dieprood links tot brutaal rechts. Verkiezingen worden duidelijk gewonnen op boutades en niet op inzichten. Maar laten we eens thematisch kijken wat daar allemaal gebeurd is.

Planbureau als ordinaire boekhouder

Toen het bericht enkele maanden geleden verscheen dat het Planbureau de politieke programma’s voor de verkiezingen zou doorrekenen had ik niet durven dromen dat ze dat begrip ‘doorrekenen’ letterlijk zou nemen. Dat gebeurde helaas wel. Het Planbureau toonde zich als een hybride tussen een leerling-boekhouder en een pas beginnende notaris. We kregen lijstjes met maatregelen en te verwachten kosten. Opbrengsten waren er blijkbaar niet. Open VLD had het nog gezegd: ‘Het Planbureau is vooral betrouwbaar in het berekenen van de kostprijs van maatregelen.’ Het Planbureau vond het overigens allemaal maar lastig want één en ander viel blijkbaar niet te berekenen: de opbrengsten van de migratiestop, het klimaatprogramma van Groen, de opbrengsten van een meerwaardebelasting op aandelen enzovoort. Een capaciteitskwestie noemde men het.

Volgens het Planbureau ontbreken de tijd en de expertise om meer radicale voorstellen correct door te rekenen. Dat is een flater om u tegen te zeggen. Hiermee positioneert het Planbureau zich precies in de hoek waar je als instituut voor economische en beleidsanalyse niet wil zitten. Daar waar de schijn bestaat dat je niet objectief bent en dat je analyses doorspekt zijn met de ‘status quo’. Dat je niet klinisch analyseert maar dat je een bestaand of dominant wereldbeeld als ‘default model’ gebruikt. Geert Wilders zou daarover zeggen dat het is ‘alsof een moslim in een slachthuis voor varkens gaat werken’.

Econometrie is niet kasboekhouden

De basis van beleidsposities is econometrische analyse. Die analyse gebruikt wiskundige modellen als basis en wil bepaalde aspecten verduidelijken. Aan welke knoppen kan je draaien om een probleem op te lossen (aantal variabelen)? Hoe hard kan of moet je draaien (intensiteit)? Op welke manier werken de verschillende variabelen op elkaar in (cross-interference)?  Hoe zijn die drie dimensies bepalend voor een (al dan niet) gewenst eindresultaat? Wat gebeurt er wanneer als je aan bepaalde knoppen draait? Welke variabele heeft meer invloed dan andere op het eindresultaat? Welke aannames maak je en welke tussenkomende invloeden kunnen leiden tot een afwijking? Het antwoord op die vragen is niet ééndimensioneel, het is meerdimensioneel. Daarom wordt zo’n typisch antwoord in ‘scenario’s’ gecommuniceerd.

Geen wiskundige zekerheid

Geeft dat wiskundige zekerheid? Natuurlijk niet. Het is ook niet de bedoeling de toekomst te voorspellen. De bedoeling is wel dat de analyse een landschap uittekent waarmee je kan interageren. Zo kan je weten wat je onderweg gaat tegenkomen of meemaken en hoe je daarmee moet omgaan. Het politieke gevecht der ideeën moet uiteindelijk doorslaggegevend zijn, niet de cijfermatige neerslag van een geïsoleerde denkoefening. Het is dus niet het eindresultaat maar de meanderende weg erheen.

Die gebruikte cijfers zijn zelf toch ook niet neutraal. Die zijn namelijk op bestaande cijfers over economie en maatschappij gebaseerd. Het vertrekpunt is dus al niet-neutraal. Je zou dat kunnen vergelijken met het schrijven van een algoritme om te voorspellen welke bevolkingsgroep het meeste misdaden pleegt, terwijl je weet dat bepaalde minderheden in de maatschappij meer in het vizier lopen van de ordediensten. Als je niet oplet bepaalt de status-quo de conclusie.

Neutrale cijfers?

Zelfs met neutrale cijfers hebben we toch nog een probleem. Beleid bestaat niet enkel uit cijfers. Zo kent het sociaal beleid (en eigenlijk de meeste beleidsdomeinen) een niet-quantificeerbare component. Laten we het kortweg het verschil noemen tussen effectief en efficiënt beleid. Het CPB in Nederland — de volwassen variant van het Planbureau — werd daar enkele jaren geleden reeds over bevraagd. Rudger Claassens, één van de toenmalige onderzoekers, schreef het volgende daarover: ‘[n]aar efficiëntie wordt bijvoorbeeld alleen gekeken als het gaat om de inzet van geld, maar je kunt sociale problemen ook meer of minder efficiënt aanpakken. Door die financiële bril staan de sociale aspecten van nieuw beleid meteen al met twee-nul achter.’

Claassens stelt verder nog: De economische kant wordt stevig neergezet met cijfers en percentages, terwijl de zachtere sociale kant het met woorden in de geschreven tekst moet doen. Daarbij staat de toelichting op het economische deel ook altijd voorop in de tekst, wat het verder op voorsprong zet.’ Scenario-feedback moet dat voor een stuk opvangen. Zo niet is het Planbureau niet meer dan ‘de ideologie van het macro-economische model’ of, nog erger,  ‘de neoliberale rattenvanger’. Het meer structurele beleidsmatige sloop- en breekwerk redt het dan ook nooit in de econometrische molen.

Econometrie in een bourgondisch land

Nu weten we allemaal wat er met die feedback van het Planbureau gaat gebeuren. Juist ja, weinig tot helemaal niets. We leven namelijk in een katholiek-bourgondisch land. We vertrouwen dingen toe aan het papier om ze dan simpelweg te negeren. Dat gebeurt in ons publieke beleid ook al voortdurend. Het doet me allemaal een beetje denken aan een vergelijkende reportage over hoe de Belgische NMBS en de Nederlandse NS met winterweer omgaan. Nederland heeft uitgewerkte plannen die tot in de details alles voorbereiden en allerlei variabelen weerspiegelen op basis waarvan ze kunnen sturen. De NMBS heeft haar protocol samengevat op de achterkant van een envelop en heeft in het beste geval ook nog ergens drie zakken strooizout in de kelder staan.

Het is typerend voor het verschil tussen het calvinistische Nederland waar niets aan het toeval over gelaten wordt, en België waar we problemen oplossen wanneer ze zich stellen. Dan kijken we wel weer verder. Dat laatste klinkt wat Dehaeniaans als je het mij vraagt. Ik denk dat we onder ogen moeten zien dat zo’n doorrekeningen eigenlijk kansloos zijn in een land als België. In een land waar alles uitonderhandeld wordt, zijn klimaat, onderwijs, migratie en sociale zekerheid geen problemen waar een cijfermatige onderbouw een hefboom naar ‘kwalitatievere beslissingen’ kan zijn. Cijfers zijn er alleen nog maar om over te kibbelen, ongeacht waar ze vandaan komen.

Politieke partijen reageren als puberende hangjongeren

De politieke partijen waren kibbelzuchtig toen de feedback van het Planbureau binnenkwam. Twee aspecten vielen daarbij op. Men leest die analyses van het Planbureau als een bijsluiter bij een geneesmiddel. Het gaat enkel over de details. Dat noemen ze in het Nederland het ‘vierkante millimeter zeiken’ (dixit de Volkskrant), de detailzucht die steeds de kop opduikt als er beleidsanalyses worden geformuleerd die niet aansluiten bij de partij-ideologie. Zo steigerde de N-VA over de conclusie dat de beperking van de werkloosheidsuitkeringen geen enkel effect zou hebben op de tewerkstellingsgraad. Dat zagen de N-VA-acolieten wel even anders en zwaaiden woest met een containertje buitenlandse studies.

De ideologische mestwagen

Ik verzet me al jaren tegen het ordinair spannen van het wetenschappelijke paard voor eender welke ideologische mestwagen. Het prostitueren van wetenschappelijke kennis door de politiek is soms stuitend. Het is dus perfect mogelijk dat buitenlandse studies iets anders aantonen, maar door er mee te zwaaien en je gelijk proberen te halen bewijs je je eigen onvermogen om de conclusies van het Planbureau naar waarde te schatten. Het Planbureau had hier echter kunnen verduidelijken welke elementen in haar conclusie een rol spelen en hoe die bepalend zijn voor het (gewenste) eindresultaat (een hogere tewerkstellingsgraad). Dat was beter geweest dan botweg iets te concluderen. En zo had iedereen wat te klagen indien de conclusies van het Planbureau niet in het ideologische kraam pasten.

Het leerde me ook dat dit soort oefeningen in België vooralsnog betekenisloos zijn. Ze zullen geen effect hebben op de keuzes. Daarvoor is er nood aan een meer gedisciplineerd mentaal denkkader binnen het politieke circus, aan een bereidheid het beleid intelligent bij te schaven. Dát hebben we nodig, eerder dan een bestuur-door-boutades waar we in België misschien gewend aan zijn geraakt. Op dit moment is daar geen enkele politieke partij in het spectrum klaar voor. En het Planbureau? Dat moet een kwaliteitssprong maken wil het relevant blijven.

Luc Nijs

Luc Nijs is CEO en bestuursvoorzitter van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceert o.a. ‘internationale kapitaalmarkten’ aan de Universiteit Leiden.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans