Binnenland, Buitenland

Een Nederlandse uitweg uit de federale crisis?

Stilaan dringt het in alle uithoeken van de wereld door dat de vorming van een federale regering vastloopt op diepe politieke breuklijnen en het gebrek aan een gemeenschappelijke basis om het land te besturen. Is dit nu allemaal de schuld van Elio Di Rupo en Bart De Wever? Of gaan de wortels van de Belgische onbestuurbaarheid terug tot het Belgische separatisme van 1830 dat de Lage Landen nog maar eens uit elkaar rukte?

Hoeveel scenario’s zijn er inmiddels geschreven over de toekomst van België? Moet de oplossing voor de Belgische knoop enkel binnen de grenzen van 1830 worden gevonden of mag die ook in een breder geopolitiek perspectief worden gezocht? Eeuwenlang zijn de Latijnse termen Belgica, Belgium, Belgicus gebruikt om dat gebied aan de Noordzee aan te duiden dat niet tot een aanhangsel van het Franse koninkrijk noch van het Duitse rijk kon worden gereduceerd. Leidt ook in deze een terugblik tot een sprong voorwaarts? De eindeloze communautaire discussies tussen Vlamingen en Walen zouden een mens nog doen vergeten dat Vlaanderen en Wallonië niet alleen Belgische deelstaten zijn, maar ook deel uitmaken van de Nederlandse ruimte. Een greintje historisch of geopolitiek besef volstaat om ook eens over het muurtje van onze naaste buren te gaan kijken: Luxemburg en Nederland.

Over het muurtje

Met Nederland verbindt ons de geschiedenis van de Bourgondische Kreits en de Verenigde Provinciën in de 16de eeuw en met het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in de eerste helft van de 19de eeuw. In 1921 zag de Belgisch-Luxemburgse Economie Unie (Bleu) het licht. Deze muntunie creëerde lang voor de invoering van de Euro al een heimelijk gevoel van verbondenheid. De Benelux Economische Unie, die in 1948 startte als een douane-unie en in 1958 overging in een heuse economische unie, is in feite een erkenning van de voor de hand liggende verbondenheid van de drie betrokken staten in noordwest-Europa. De banden, de bindingen, ze zijn er. Maar toch zijn deze drie landen er nooit in geslaagd een duurzaam staatsverband te vormen. Behalve voor België waren en zijn er voor de drie landen samen verschillende scenario’s denkbaar en zelfs uitgedacht. De Belgische kwestie aanpakken door ons staatskader kleiner te maken, bereikt zijn limieten. Wordt het dan geen tijd om denksporen te verkennen naar samenwerking die misschien tegelijk een oplossing aanreiken voor de Belgische knoop? Wellicht kan wat onze oosterburen Länderneugliederung (letterlijk: nieuwe indeling van de deelstaten) noemen hierbij van nut zijn.

De landen van de Benelux kunnen hun rol van Europese motor weer volop spelen door resoluut de kaart te trekken van eenheid in verscheidenheid op taalkundig, geografisch, economisch en en sociaal vlak. Is het per definitie ondenkbaar dat Letzeburgers, Friezen, Vlamingen, Hollanders, Limburgers, Walen, Picardiërs, Brabanders … een staatsdragende constructie zouden omarmen die hen in staat stelt om hun rijke verscheidenheid te bewaren en vruchtbaar te maken?

Begin dit jaar raakte bekend dat heel wat inwoners van de provincie Luxemburg een aanvraag indienden om een tweede staatsburgerschap van het naburige Groothertogdom Luxemburg te verkrijgen. Vergeten we niet dat de jonge Belgische staat tot 1839 ook het huidige groothertogdom bestuurde in afwachting van een nieuw verdrag met Nederland. Over eigen individuele belangen en vergeten geschiedenis heen werkt hier een proces door dat de samenwerking tussen onze regio’s kan bevorderen. Je zou het kunnen vergelijken met de band tussen Belgisch en Nederlands Limburg. Trouwens Maastricht en ‘Limburg over de Maas’ vielen tot 1839 eveneens onder Belgisch bestuur. De oprichting in 2000 van de tUL (Stichting transnationale Universiteit Limburg) ligt helemaal in de lijn van de geschiedenis. Zeven jaar later omschreef de Vlaams-Nederlandse evaluatiecommissie de tUL als ‘een schitterende proeftuin in de open Europese hogeronderwijsruimte’.

Oog voor Vlaanderen

Pas met de federalisering van het Koninkrijk België zou Den Haag weer meer oog krijgen voor Vlaanderen. De ondertekening van de Waterverdragen in januari 1995 door de Nederlandse en de Vlaamse regering was het resultaat van die herontdekking. Ondertussen hebben zij een opmerkelijk verlengstuk gekregen met de vier Scheldeverdragen van 2005. Toch bleef Nederland altijd op zijn strepen staan als ‘grootste van de kleine Europese staten’. Stilaan groeit het besef onder Nederlandse denkers en beleidsmakers dat de eigen positie in een zich uitbreidende EU en in de stormen van de globalisering niet meer zo sterk is als voorheen.

Zelfkennis leidt tot bescheidenheid, maar vooral tot de wil om samen te werken, om zich te oriënteren op de buurstaten. Duitsland komt daarbij in beeld omdat het de belangrijkste handelspartner is van Nederland. Maar daarnaast gaat de blik ook richting België. ‘Ook daarmee heeft Nederland historisch hechte banden, niet in de laatste plaats in Benelux-verband’, schreef professor Jan Rood van het Clingendaelinstituut in Den Haag. Met het oog op de EU voegde Rood eraan toe: ‘Misschien is het dan toch goed ook eens vaker het bilaterale (en Benelux-)spoor naar Brussel te nemen.’ (Internationale Spectator, januari 2011)

Benelux

De Benelux ging van start met een economisch en mercantiel doel, maar begaf zich de voorbije halve eeuw ook op het terrein van leefmilieu, natuurbescherming, infrastructuur, ruimtelijke planning, energie, toerisme, justitie, binnenlandse aangelegenheden, drugs en veiligheid. Inzake politieke samenwerking en afstemming in Europese aangelegenheden liggen er nog heel wat kansen voor het grijpen.

Hoewel de Benelux Unie haar activiteitenterrein heeft verruimd, blijft ze zeer terughoudend op het terrein van taal, cultuur of onderwijs. Maar voor die domeinen zijn er ondertussen tussen Vlaanderen en Nederland andere succesvolle verbanden tot stand gekomen. De dominante speler op vlak van taal en cultuur is ongetwijfeld de Nederlandse Taalunie. Zij beoogt ‘de integratie van Nederland en de Nederlandstalige gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin’. Inmiddels tekenden de Taalunie en Suriname op 12 december 2003 een associatieovereenkomst zodat deze samenwerking de blik van de Vlamingen verruimt over de continenten heen. Elk apart zouden Vlaanderen en Nederland veel minder resultaten boeken met betrekking tot de ontwikkeling van de Nederlandse taal, de spelling, het Nederlands in digitale toepassingen, onderwijs in en van het Nederlands, literatuur en leesbevordering, vertalingen en de positie van het Nederlands in Europa en in de wereld.

Een andere belangrijke pijler van de Vlaams-Nederlandse samenwerking is het Cultureel verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) dat sedert 1995 het Belgisch-Nederlands Cultureel Verdrag van 1946 vervangt. Voor beide partners is het een instrument om intens samen te werken rond cultuur in de brede zin. Het slaat zowel op beeldende kunsten, muziek, theater, sociaal-cultureel werk als de media. Maar het CVN gaat ook over onderwijs, wetenschappen en welzijn.

Perspectieven

De samenwerking binnen het gebied van de Lage Landen verloopt niet via één kanaal of één instelling. Het is ook niet zo dat alle componenten bij elk samenwerkingsverband moeten worden betrokken. Soms ligt samenwerking tussen Wallonië en Luxemburg voor de hand, dan weer de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland. Maar er zijn ook dossiers zoals politionele samenwerking, leefmilieu of de verkeersfiscaliteit waarbij samenwerking binnen het hele Beneluxgebied ongetwijfeld voordelen oplevert. We kunnen er alleen maar bij winnen als de geesten in Nederland mee het pad effenen voor versterkte samenwerking tussen de ‘Low Countries’. Dat hoeft niet uit te draaien op de stichting van één staat. Staten staan onder druk. Regio’s, stadsgewesten en internationale organisaties zijn in opmars. Maar zoals er thans over België wordt gedacht en gesproken als een unitaire, federale, confederale of te ontbinden staat, zo mag er ook over de Nederlanden worden nagedacht in termen van een unie van staten, een confederatie of een federaal verband. Het gaat er niet om iets te forceren, maar wel om perspectieven te openen en werkbare modellen te vinden.

Wat telt, is de verdieping van de samenwerking. De uitdagingen moet je niet ver zoeken: een groot havengebied als poort naar Europa, verkeersfiscaliteit, voordrachten in internationale instellingen, de positie van het Nederlands in de EU en in de wereld. Op economisch en handelsvlak kunnen we als burgers van de drie genoemde staten de vruchten plukken van samenwerking. Goed om weten is dat ook de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen met zijn 18 miljoen inwoners veel voelt voor samenwerking met de Benelux.

 

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit de Internationale Spectator, maandblad voor internationale politiek, uitgegeven door de Koninklijke Van Gorcum in Assen namens het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael in Den Haag. Het werd gepubliceerd in het jubileumnummer ter gelegenheid van de 65ste jaargang van het maandblad. Thema van deze aflevering met vijftien artikelen was het Belgisch buitenlands beleid in het algemeen en de federalisering van dit beleid, de rol van Vlaanderen en de Benelux en de samenwerking met Nederland in het bijzonder. Zie www.internationalespectator.nl.

Doorbraak redactie

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Doorbraak redactie?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans