fbpx


Politiek
politiek

Een politiek van bijzaken

Zal Covid-19 de burgers opnieuw doen focussen op de hoofdzaken?


Het overheidsbeslag in België bedroeg in 2019 zo’n 52% van het bruto binnenlands product (bbp). Dit betekent dat de overheid de helft van alle goederen en diensten die het land het voorbije jaar produceerde, betaalt. Die uitgaven worden gefinancierd met de zwaarste belastingdruk van de EU — op Frankrijk na. Voor de kwaliteit van het geleverde overheidsbeleid bengelt ons land echter op de zeventiende plaats in het Europese klassement.

Maar liefst dertien lidstaten slagen erin een beter overheidsbeleid aan te bieden met lagere overheidsuitgaven. Ze zijn met andere woorden efficiënter. In België wordt daarentegen zo’n veertig procent van de actieve bevolking betaald door de overheid. Het personeel van autonome overheidsbedrijven als de NMBS en Infrabel is in dat cijfer niet eens inbegrepen. Die kunnen zonder overheidsgeld gewoon niet overleven.

Productiviteitsgroei

Met een economie en een beroepsbevolking die voor de helft gefinancierd worden door een inefficiënte overheid, is een daling van de productiviteit van de Belgische economie niet verwonderlijk. Indien men de gemiddelde productiviteitsgroei van de periode 1980-2000 had kunnen aanhouden, dan lag de Belgische welvaart vandaag ruim een kwart, of 120 miljard, hoger. In tijden van digitalisering en robotisering zou men eerder een omgekeerde evolutie verwachten.

Als kers op de taart is er de onoverzichtelijke federale staatsstructuur. Die genereert een hoge financiële en bureaucratische last voor burgers en bedrijven. Los van het feit of men nu voor een confederale of unitaire structuur is, lijkt een zevende ‘verhelderende’ staatshervorming zonder taboes noodzakelijk. Het politieke schouwspel van de laatste maanden bij de vorming van de regering-Wilmes I, met die haast fysieke afkeer voor de N-VA-vertegenwoordigers van Franstalige ecologisten en socialisten, doet vermoeden dat men ook in de legislatuur grondige hervormingen zal uitstellen.

Financiële gevolgen van Covid-19

Een democratisch land is misschien niet bedoeld om volledig efficiënt te zijn. Het moet in de eerste plaats de burger beschermen tegen machtsmisbruik. Toch kan en moet het wel degelijk veel beter. De kosten van de coronacrisis zijn een veelvoud van het reeds hoge begrotingstekort. Men schat bovendien dat het bbp in 2020 zo’n tien procent zal zakken. België torst ook nog eens een hoge staatsschuld en stijgende structurele en sociale uitgaven. Daar komt bij dat de activiteitsgraad van de Belgische beroepsbevolking de zesde laagste van de Europese Unie is.

De financiële gevolgen van de Covid-19-pandemie zullen iedereen verplichten om terug de hoofdzaken te scheiden van de bijzaken. De eerste moeten daarbij een prioritaire behandeling krijgen. De burger zal dus bereid moeten zijn om ook de eigen niet-fundamentele sociale rechten, uitkeringen, subsidieregelingen of fiscale uitzonderingssituatie, eens kritisch onder de loep te nemen. Terwijl men in vette jaren moet sparen voor de magere jaren, deed men in België het omgekeerde. Zo stegen de overheidsuitgaves tussen 1990 en 2010 met bijna vijftien procent van het bbp, terwijl de economie van het land in diezelfde periode meer dan verdubbelde.

Van nachtwakerstaat tot verzorgingsstaat

De democratische vertegenwoordiging is de spiegel van de samenleving. De verantwoordelijkheid voor de huidige sociaaleconomische situatie ligt dus eerst en vooral bij de kiezer zelf. De meerderheid van de burgers verkiest al decennialang politici zonder een langetermijnvisie over de te besteden middelen. Ze zijn het namelijk afgeleerd vooruitziend te zijn. Men verwacht immers dat de overheid steeds meer individuele en collectieve problemen oplost. De nachtwakerstaat uit het verleden, waarbij de overheid zich relatief weinig bemoeide met de burgers en zich concentreerde op de kerntaken, veranderde zo in een dure, allesomvattende en reglementerende (en dus meer autoritaire) verzorgingsstaat.

Dit houdt echter ook risico’s in. De Oostenrijkse econoom en politiek filosoof Friedrich Hayek (1899-1992) waarschuwt in zijn boek The Road to Serfdom (De weg naar slavernij) voor een planeconomie. Die zal volgens hem onvermijdelijk leiden tot tirannie. Ten eerste is de correcte verdeling en de toewijzing van de middelen in een planeconomie, of vandaag de verzorgingsstaat, onmogelijk. Men kan namelijk geen rekening houden met alle beschikbare informatie. Ten tweede leidt het ontbreken van oplossingen voor collectieve of individuele problemen, zoals bijvoorbeeld bij deze Covid-19-pandemie, niet tot wantrouwen ten opzichte van die planeconomie of verzorgingsstaat zelf, maar wel ten opzichte van het politiek systeem.

Slaven van de verzorgingsstaat

De mislukking van de allesomvattende welvaartsutopie heeft volgens Hayek tot gevolg dat het volk niet de utopie zelf zal contesteren, maar integendeel steeds meer macht aan de staat zal willen afstaan. In extremis komt er uiteindelijk de vraag naar een ‘sterke man’ die in staat moet zijn ‘de klus te klaren’. Anderen pleiten dan weer voor epistocratische of technocratische machtsgrepen. Deze politieke ontwikkelingen kan een land op een relatief snelle manier doen afglijden in totalitarisme. Volgens Hayek eindigt deze autoritaire evolutie uiteindelijk in het volledig afbreken van de individuele economische en persoonlijke vrijheid. Zo worden mensen gereduceerd tot slaven van de planeconomie of verzorgingsstaat.

Reeds in 1941 verkondigde de Amerikaanse politiek filosoof en conservatief James Burnham (1905-1987) in zijn boek The managerial revolution dat in deze planeconomie of verzorgingsstaat een nieuwe klasse steeds meer macht naar zich toe wist te trekken: die van de planologen, experten en managers. Het verwees daarmee naar de New Deal-politiek in de Verenigde Staten, het nationaalsocialisme in nazi-Duitsland, het fascisme in Italië en het stalinisme in de Sovjet-Unie. Het was tevens de inspiratiebron voor George Orwells roman 1984 (gepubliceerd in 1949). Of de experten en managers er nu linkse of rechtse ideeën op na houden, doet er nauwelijks toe. Allen willen ze graag beslissen met zo weinig mogelijk democratische controle.

Vergissen is menselijk

Sinds de jaren negentig en de overwinning van het democratische politieke model op het communisme, kiest men steeds minder langetermijn/cultuur-ideologisch en steeds meer kortetermijn/individueel-particulier. Eigen persoonlijk belang eerst. Echter, de economische gevolgen van deze Covid-19-pandemie zullen de burger en de politiek opnieuw verplichten om te kiezen tussen hoofd- en bijzaken, tussen kerntaken en hamstercoördinators of boscoaches. De verzorgingsstaat van gelijke burgers met weinig vrijheden zal willens nillens opschuiven naar de nachtwakerstaat van vrije burgers met gelijke rechten.

Geen enkele van de hierboven genoemde fundamentele problemen werd de voorbije twee decennia op een doortastende wijze en met visie op de toekomst aangepakt. Zonder dat men het beseft, voert de Belgische regering al twintig jaar een beleid van (op)lopende zaken. Ook Vlaanderen lijdt trouwens aan dezelfde ziekte. Het heeft echter niet het excuus van communautaire blokkeringen. Zoals reeds geschreven is de politiek de spiegel van de samenleving. De burger moet eerst zelf veranderen om de politiek en het beleid te veranderen. Errare humanum est. Perseverare diabolicum. Zich vergissen is menselijk, volharden is des duivels.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Philip Roose