fbpx


Binnenland

Een prof met een mening, een politicus met een overtuiging

François Périn overleden


François Perin was een Waals regionalist, ooit actief in het Waals regionalistische  Rassemblement Wallon en de Franstalige liberale PRL. Hij stond bekend om zijn soms boude uitspraken. Zo veroorzaakt hij nogal wat commotie wanneer hij op 18 november 1961, tijdens het eerste congres van de Mouvement Populaire Wallon (MPW), verklaart dat er in 2000 ‘il n’y aura plus que cinq monarques: le roi de coeur, le roi de trèfle, le roi de carreau, le roi de pique et le roi d’Angleterre’. Hij voegt er zelfs aan toe: ‘Le roi des Belges n’était pas mentionné. Je m’étonnerais qu’il ne soit pas bientôt mis en disponibilité, avec pension, pour suppression d’emploi.’

La démocratie enrayée

François Perin was een begenadigd professor die zijn studenten kon boeien. Mijn Franstalige schoonmoeder was eertijds één van zijn eerste studenten. Waals minister-president Jean-Maurice Dehousse (PS), zat ik hetzelfde jaar. Wat weinigen nog weten is dat de benoeming van Perin in 1958 enigszins omstreden was. Studenten staakten zelfs, want Perin werd ervaren als een politieke benoeming vanwege socialistisch minister Leo Collard. Zijn benoeming werd zelfs aangevochten voor de Raad van State. In een mum van tijd wist de briljante lesgever echter de studenten te overtuigen. Perin werd een boegbeeld van de Luikse universiteit en van de academische wereld. Hij werd toegelaten tot het emeritaat – zo noemt men ‘het pensioen’ in academische kringen – in 1986.

Perin was een prof met een mening. Eigenlijk moeten alle proffen een mening hebben, want er bestaat – of moet ik schrijven bestond? – zoiets als academische vrijheid. Toch is de ene prof veel ‘academisch vrijer’ dan de andere. François Perin behoorde tot de categorie van de meest vrije professoren. En geloof me, vrijheid aan de universiteit is iets dat men moet verwerven; het is niet gratis, noch vanzelfsprekend.

In 1960 schreef hij een spraakmakend werk ‘La democratie enrayée’. Een prachtig boek waarin hij pleit voor meer politieke stabiliteit. In dat boek stelt hij echter ook een essentiële vraag over de democratisering van België. België werd een democratie in drie stappen. In 1893 komt er het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen, in 1919 het algemeen enkelvoudig stemrecht, nog steeds voor mannen, en pas in 1948 verwerven vrouwen het stemrecht.

Perin merkt op dat de Belgische grondwetgever blijkbaar dacht dat het voldoende was om alleen maar het kiesstelsel te wijzigen. Niemand stelt de nochtans evidente vraag: is het politieke systeem ontworpen in 1830/31 wel verenigbaar met de moderne democratie? De opmerking is fundamenteel, want de Belgische federale instellingen werden uitgedacht op een ogenblik dat België geen democratie was, in een tijd waar minder dan 1% van de Belgen stemgerechtigd was. Zijn die instellingen wel verzoenbaar met de democratie? Moest men de monarchie niet herijken? Waarom werden de bevoegdheden van de koning niet gewijzigd? Waarom bleven ook de verhouding tussen uitvoerende en wetgevende macht ongewijzigd?

Il n’existe plus de nation

François Perin heeft zelfs een plaats verworven in de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Vermoedelijk omdat hij in 1973, onder meer met Jan Verroken, pleitte voor een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap. In 1974 werd hij minister voor het Rassemblement Wallon (RW) in de regering-Tindemans. Hij was bevoegd voor de hervorming van de instellingen. Perin was een creatieve geest. Toen de gewestvorming spaak liep, bedacht hij de zogenaamd voorlopige gewestvorming.

In 1976 breekt Perin met het RW. Een belangrijke groep RW-politici – waaronder ook Jean Gol – stichten samen met de liberalen de Parti Réformateur Libéral (PRL), omgevormd tot Mouvement Réformateur (MR) in 2002.

Op 26 maart 1980 neemt Perin ontslag tijdens een plenaire zitting van de senaat. ‘Il est difficile de rester parlementaire d’un Etat auquel on ne croit plus et dont le système politique paraît absurde, et représentant d’une nation – selon les termes de la Constitution – qui n’existe plus’. Perin somt vervolgens op wat hij ziet als de drie ongeneeslijke kwalen van de Belgische Staat: het Vlaams nationalisme, de particratie en de georganiseerde syndicaten. Hij besluit: ‘Dans ce pays, il n’existe plus de nation’, overhandigt zijn ontslagbrief aan de voorzitter en verlaat het parlementair halfrond.

In 2006 zal hij nog eens kandidaat zijn, voor het partijtje Rassemblement Wallonie-France (RWF), een partij die ijvert voor het aansluiten van Wallonië bij Frankrijk.

Perin blijft echter smaakmakende interviews geven. Zo bijvoorbeeld het ‘Et si les flamands proclamaient leur indépendance?’ in Pourquoi Pas? van 9 maart 1983. Perin beschrijft er alle mogelijke scenario’s van het bye bye Belgium. Een artikel dat nauwelijks aan actualiteit heeft ingeboet. Perin was visionair, maar zoals dit wel vaker het geval is met visionairen, willen velen – uit angst – hun boodschap niet aanhoren.

(Toen ik op de nieuwjaarsreceptie 2013 van de Vlaamse Volksbeweging herinnerde aan dit artikel van Perin kreeg ik onmiddellijk een vlijmscherp hoofdartikel in Le Vif onder de titel ‘Hendrik Vuye, le faux pas de trop’. ‘Verslaggever’ Pierre Havaux meldt er wat ik ‘die avond te Gent’ (‘ce soir-là à Gand’) zou hebben verteld … alleen worden de nieuwjaarsrecepties van de VVB op de middag georganiseerd. We leven blijkbaar niet alleen in twee democratieën, maar zelfs in twee verschillende tijdszones. Of hoe politieke verslaggeving en science fiction soms meer met elkaar gemeen hebben dan men doorgaans denkt.)

On va hurler!

In augustus 2011 gaf François Perin nog een interview aan David Coppi van Le Soir. Het werd gepubliceerd onder de titel ‘Finissions-en!’. Zoals steeds heeft Perin een mening. De stelling van CDH-politicus en emeritus UCL-professor staatsrecht Francis Delpérée om in geval van het uiteenvallen van dit land een Franstalig ‘Belgique résiduaire’ te vormen, noemt Perin ‘de la folie’. Hij wijst op het artificiële karakter van België en pleit, zonder omwegen, voor de aansluiting van Wallonië bij Frankrijk. Op de vraag ‘wat met Brussel?’ antwoordt Perin: ‘Bruxelles est une ville internationale. Point. Les Bruxellois, d’ailleurs, sont francophones mais francophobes. Je souhaite donc le scénario suivant: la proclamation de l’indépendance de la Flandre, une négociation pacifique de la séparation et du sort de Bruxelles, et la Wallonie en France’.

En dan stelt Perin: ‘C’est mon opinion. On va hurler! Mais enfin …’. Ik heb Perin niet persoonlijk gekend maar denk dat hij het liefst op deze manier wil herinnerd worden: als een prof met een mening, als een politicus met een overtuiging en als een voorvechter van de vrije meningsuiting.

Voor wie meer wil weten over deze boeiende figuur: Jules Gheude, François Perin, écrits et mémoires, 1998 en van dezelfde auteur, L’incurable mal belge sous le scalpel de François Perin, 2007. De auteur is gewezen kabinetsmedewerker van Perin, bijzonder actief in de beweging ‘Groupe d’Études pour la Wallonie intégrée à la France’ en een dichte vriend van de overledene.

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Hendrik Vuye

Hendrik Vuye is hoogleraar aan de Universiteit Namen en V-Kamerlid voor de V&W-fractie