Een Vlaams economisch actieplan

Na een plotse gezondheidscrisis komt een langdurige economische storm op ons af. Na de overlijdensberichten volgen de faillissementsberichten. De anderhalvemetersamenleving zal onze maatschappelijke structuur ingrijpend veranderen. Activiteiten die tot voor kort rendabel waren zullen dat in het vervolg niet meer zijn. Andere toepassingen zullen net een boost krijgen en kunnen de vruchten plukken van de gewijzigde omstandigheden. Vlaanderen mag deze economische lift niet missen wanneer ze eerder vroeg dan laat voorbijkomt.

Federaal moeras

Het kan niet genoeg benadrukt worden dat een snelle en volledig succesvolle doorstart van productie en consumptie vooral in het belang van Vlaanderen speelt. Het noordelijke landsgedeelte kent een fijnmazig maar ook breekbaar economisch weefsel. En aangezien men geen sociaal paradijs op een economisch kerkhof kan bouwen, mogen we dit kostbaar goed niet verloren laten gaan. Alle ogen zijn daarvoor nu op de beleidsmakers gericht: de Vlaamse politieke partijen moeten resoluut het voortouw nemen om de bedrijfsactiviteiten opnieuw helpen op gang te trekken. Dat het economische leven op een andere manier zal verdergaan dan in het verleden is duidelijk. Maar het is wel in ons aller belang dat die relance met spoed op gang wordt gebracht.

De komende weken geldt het adagium: time is money. Wie als laatste in de rij de economische activiteiten terug herneemt dreigt belangrijke marktaandelen te verliezen aan de buitenlandse concurrentie. Op korte termijn was een maatschappelijke afsluiting als sanitaire rem de meest raadzame beslissing. Maar op middellange termijn moeten we opletten om niet het slachtoffer te worden van bestuurlijke verlamming. Een ‘lockdown’ is een kunstgreep die slechts enkele weken vol te houden is. Vergelijk met het afsluiten van de ademhaling bij de mens: als we te lang talmen is er binnenkort überhaupt geen economie om terug op te starten.

Er schuilt reëel gevaar in de reflex om de sleutels voor de exit-oplossing te gaan zoeken in het federale moeras. Dan dreigen we echter verstrikt te geraken in het kleverige web van de Belgische politieke besluitvorming en bouwen we weer een handicap op tegenover het buitenland. Ditmaal geen achterstand op vlak van verloning maar wel in het behoud van internationale afzetmarkten, de afscherming van onze strategische sectoren en de doorbraak van nieuwe lucratieve technologieën.

Klein tijdsvenster

Als er iets positiefs is aan de huidige deprimerende situatie, dan is het wel de wijsheid dat crises alles in beweging brengen. Wat jarenlang onhaalbaar leek wordt nu de nieuwe realiteit. Trends die al jarenlang sluimerden op de achtergrond breken nu op grote schaal definitief door. Economisch slecht weer levert niet enkel verliezers op maar ook duidelijke winnaars. Fietskoeriers doen de handel op afstand meerdere versnellingen hoger schakelen. Zelfstandigen openden in ijltempo een digitaal verlengstuk van hun fysieke shop. Stedelijke weginfrastructuur wordt hertekend in functie van gewijzigde verkeersstromen.

Deze turbulente tijden zijn ook een opportuniteit om de regulerende bakens te verzetten. Op vlak van arbeidsmarktbeleid bijvoorbeeld vallen klassieke veto’s weg. Asielzoekers mogen onverkort in de landbouw ingezet worden, overuren worden belastingvriendelijk behandeld en studentenarbeid verder versoepeld.

Er is echter maar een klein tijdsvenster om door te kruipen. En dat terwijl de Belgische politieke klasse de afgelopen jaren niet uitblonk in wendbaarheid. Vlaanderen mag de trein die voorbijkomt nochtans écht niet missen. België staat gekend als een zeer open economie, als een land met veel invoer en uitvoer. Dit is in feite volledig te wijten aan de Vlaamse component die 85% van het landelijke totaal levert. We kunnen onszelf nog het best vergelijken met handelsnatie Nederland die een soortgelijke economische structuur kent. Haar commercieel wezen ging evenwel slechts beperkt op slot en opent ook sneller weer meer van haar deuren – weliswaar met de nodige aanpassingen. Vlaanderen moet aan die noordelijke aanpak van verantwoordelijkheid gekoppeld aan moed en doorzettingsvermogen een maatschappelijk voorbeeld nemen.

Corona wordt stilaan communautair

Corona wordt namelijk stilaan een communautair geladen dossier. Het is een gekende boutade dat de Europese mentale scheidingslijn dwars langsheen de Belgische taalgrens loopt. Dat is ook nu weer het geval. De conflictstof zit niet zozeer in de geneeskundige behandeling van de longziekte maar wel het economische recept om de maatschappij hiervan terug te doen herstellen. Het zuiderse medicijn dreigt schadelijker te worden dan de kwaal. Pleidooien voor nieuwe belastingen, hogere overheidsuitgaven en meer staatsinterventie sijpelen wederom binnen.

Wie werkzaam is in de publieke en non-profitsectoren voelt de crisis vandaag natuurlijk amper in zijn of haar inkomen. Volgens de Nationale Bank is 65% van de actieve beroepsbevolking in Wallonië tewerkgesteld bij de overheid, waardoor 60 tot 70% van economie er in handen is van de staat. Daartegenover is in Vlaanderen de private werksfeer dominant. Bijgevolg is de opportuniteitskost om uit dit economische noodweer te geraken veel groter voor het noordelijke landsgedeelte: bij conjuncturele tegenslag vallen de klappen vooral in Vlaanderen.

Eerder onderzoek schat dat de Vlaming gemiddeld 17% meer verdient dan de Waal, maar tegelijk is ons welvaartspeil ook zeer kwetsbaar onder de huidige omstandigheden. De economische schade van een maatschappelijke opsluiting valt vooral in Vlaanderen te betreuren. Anderzijds komt ook een succesvolle relance vooral ten bate van de noordelijke deelstaat. Indien de bedrijfsactiviteiten snel terug op kruissnelheid komen worden de vruchten van het maatschappelijk herstel vooral in Vlaanderen geoogst. De gesuggereerde tegenstelling tussen gezondheid en economie is daarom bij uitstek in onze regio nog meer vals meer dan elders: de poorten van de onderneming heropenen dat gaat net over de mensen het hoofd boven water houden.

Ziekte van Baumol

Vlaanderen mag in ieder geval niet in de historische valstrik trappen waarbij na elke crisis het overheidsbeslag uiteindelijk weer een stukje toeneemt – in de literatuur ook wel de ‘ziekte van Baumol’ genoemd. Evenzeer moet met de terugkeer van de landsgrenzen behoedzaam worden omgesprongen. Hinderpalen in het vrije verkeer zullen namelijk vooral de Vlaamse exportgerichte bedrijven parten spelen. De doorstroom van goederen en kapitaal lijkt momenteel gevrijwaard, maar voor diensten en personen zullen de belemmeringen waarschijnlijk nog even aanhouden.

Waaruit bestaat een Vlaams actieplan dan idealiter wel?

Welnu, de échte sleutels naar de uitgang liggen waarschijnlijk gewoon binnenshuis. Neem bijvoorbeeld dokter Stoffels, topman van Janssen Pharmaceutica, die geruststellende woorden over een spoedig vaccin uitsprak. Het noopte Groen-voorzitter Almaci tot opvallende terughoudendheid in haar terugkerende eis om de grote multinationals zwaarder te belasten. In het licht van zoveel wetenschappelijke wijsheid schijnen sommige partijprogrammapunten plots minder helder door.

Een andere relancemaatregel is het ondersteunen van de binnenlandse consumptie. Vlamingen worden ertoe aangezet om in eigen land te verblijven en te winkelen om zo het lokale commerciële wezen zuurstof te geven. Geen onzinnige maatregel aangezien de internationale mobiliteit toch enige tijd ingeperkt blijft. Weet dat ook in de jaren voorafgaand aan de corona-crisis het hoge binnenlandse consumptiepeil al een cruciale steunpilaar van onze economische groei was.

Ondersteun gezonde bedrijven

Om ondernemingen financieel te ondersteunen biedt een nieuwe wet ‘Cooreman-De Clercq’ soelaas. Zo’n fiscale gunstmaatregel zet spaarders en investeerders ertoe aan om bedrijfsobligaties en aandelen op te kopen. Het risico is namelijk dat je nu een ‘Ricardiaanse reflex’ krijgt: burgers redeneren dat de schulden van vandaag de belastingen van morgen zijn. Vanuit die optiek gaan zij net meer geld opsparen en nog strenger de vinger op de knip houden.

Tegelijk gaan er nu bedrijven kopje onder waar ook al voor de corona-crisis het water aan de lippen stond. Niettemin zullen ook vertegenwoordigers van die bedrijven aankloppen voor steun bij de overheidsbesturen. Indien politici vatbaar zijn voor dergelijk ‘rent seeking behaviour’ zullen niet zozeer de gezondste ondernemingen deze crisis overleven. Toch is het onhaalbaar en onwenselijk om die allemaal proberen te redden. De focus moet liggen op gezonde bedrijven die toekomstvolle activiteiten ontplooien. Daarenboven verdienen in Vlaanderen KMO’s bijzondere aandacht; zij hebben het namelijk per definitie moeilijker dan de grote ketens om bankgaranties los te weken bij financiële instellingen.

Tot slot zal de fors gesolliciteerde staatskas in combinatie met een krimpend BBP de landelijke schuldratio’s wel heel sterk doen oplopen dit boekjaar. Daarom kunnen we niet anders dan de totale kosten van dit alles zo ver mogelijk uit te smeren in de tijd. Zo is het waarschijnlijk dat de toekomstige generaties de coronacrisis zullen betalen, net zoals de huidige generaties nog steeds betalen voor de opeenvolgende crises van de jaren ’70 en ’80.

Lorenzo Terrière :Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).