fbpx


Cultuur, Media, Religie

Een wijzerplaat

Dagboekaantekeningen (42)


Hemeltje lief!

Zondag 28 februari We spelen romantisch-burgerlijk echtpaartje, Joy en ik: we zitten naar het vervolg op Mamma Mia te kijken, we zwelgen in eendrachtige sentimentaliteit die we haastig onder spot bedelven, want ons genot is zondig, de vrucht verboden… Abba! Die wijsjes begeleidden mijn adolescentie, ze pingelden altijd wel ergens op de achtergrond. In de slotscène wordt een kind gedoopt in een Grieks kerkje op een berg, gevuld met namaakgevoelens, gestukadoord met kitsch, beschilderd met vervalsingen. De moeder is in…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Zondag 28 februari

We spelen romantisch-burgerlijk echtpaartje, Joy en ik: we zitten naar het vervolg op Mamma Mia te kijken, we zwelgen in eendrachtige sentimentaliteit die we haastig onder spot bedelven, want ons genot is zondig, de vrucht verboden… Abba! Die wijsjes begeleidden mijn adolescentie, ze pingelden altijd wel ergens op de achtergrond.

In de slotscène wordt een kind gedoopt in een Grieks kerkje op een berg, gevuld met namaakgevoelens, gestukadoord met kitsch, beschilderd met vervalsingen. De moeder is in hetzelfde kerkje als haar kind gedoopt. De grootmoeder, gespeeld door Meryl Streep, is dood – maar in de door elkaar heen gemonteerde dooprituelen staat ze bij de doopvont en zingt voorafgaande aan de besprenkeling van haar kleindochter een duet met haar dochter, ‘My Love, My Life’.

Die smartlap wiste in mij de muziekgeschiedenis uit, maar een detail in de vorm herstelde haar op hetzelfde ogenblik. Bij het refrein – ‘my love, my life’ – verwachtte mijn natuurlijke oor bij de hoogste noot een tonisch, primair akkoord, maar werd in plaats daarvan op een submediant vergast, dat wil zeggen een akkoord op de zesde noot van de toonladder, een klaaglijk mineur in een zee van majeur (hetzelfde effect maakt het begin van het tweede deel van Griegs pianoconcert zo aangrijpend).

In de kristallen bol van een opwellende traan zag ik twee volgens de anglicaanse ritus gedoopte kinderen; maar Anna was dood en die blonde actrice leek op Hayley, op Vogeltje, en het archetype van de doop groeide en omvatte weldra ook de toekomst, die zich ontvouwde in mijn ongeboren, nog niet eens verwekte kleinkind…

Mij rest enkel nog bekering tot Grieks-Orthodoxe kerk.

Maandag 1 maart

Peter belt – gerinkel rond middernacht is altijd Peter, behalve die ene keer toen het Peter niet was, toen ik op 18 december 2016 een Amerikaans ziekenhuis aan de lijn had.

We krijgen het over Connie. Mijn eerste liefde heette Klaartje, een aanbiddelijke blondine met scheve, naar binnen gedraaide voetjes als enige schoonheidsfout, die naast ons woonde en met mij naar het gymnasium in de stad fietste, een maagd op wier Vestaalse hakblok ik mijn genitaliën legde, die ze met de wreedheid van vijftienjarige meisjes afkapte, wier eunuch ik werd.

‘Heb je haar niet onlangs teruggezien?’
‘Een foto op internet. Ze ziet er nu uit als een enige malen gescheiden vrouw.’
‘Die te veel kruidenthee drinkt,’ zegt hij. Dat is een weerkerende grap tussen ons, onderdeel van een partiële misogynie die dient om van vrouwen te kunnen blijven houden.

De genitaliën groeiden weer aan. Nu moest Connie de rol van aanbedene spelen. Ze was aardig. De dochter van een met mijn ouders bevriende professor en een ook al aardige moeder. Ze woonde in Hilversum. Connie was minder mooi dan Klaartje en de affaire diende, op een afstand van een halve eeuw beschouwd, als inwijding in de liefde. Ik hoop dat zij er net zo over denkt (later is ze met een klasgenoot van me getrouwd). In elk geval nam ik op zaterdag na school de trein naar Hilversum en ging ‘s avonds half aangekleed bij haar in bed liggen, waar ik mij ieder weekend in een vermoeiende loopgravenoorlog tussen de geslachten ongeveer een centimeter voorwaarts wist te wriemelen; we verloren de oorlog allebei.

‘Je weet toch dat ik op haar vriendin verliefd was?’ zegt een stem in Lausanne.
‘Huh? Vertel!’

Zo dobberen hij en ik in een lekker stinkende poel van ouwe dooie gevoelens. Om twee uur (drie uur in Lausanne) zeggen we uiteindelijk welterusten.

Dinsdag

Ik ken Peter sinds december 1961: we naderen onze diamanten vriendschap. In onze puberteit raakte hij geïnteresseerd in politiek en verklaarde dat hij ‘communist’ was. Van mijn moeder leende hij Simone de Beauvoir; van zijn zakgeld kocht hij een Aulapocket over Sartre: ik zie hem daarin lezen op de grazige oever van een riviertje in de Ardennen, waar we met mijn ouders logeerden – hij staat te lezen, terwijl de zon muntjes over zijn hoofd uitstrooit, af en toe zijn rug tegen de bast van een boom schurkend, als een intellectueel paard. Helemaal door mijn verrekijker heen ben ik weer jaloers op zijn vroegrijpe smaak; ik klamp me vast aan de hekel die mijn vader aan Sartre had (niet de atheïst maar de stalinist).

‘Ik weet nog dat jij Dante las,’ zegt Peter, maar ik kan me Dante niet herinneren.

Ik buk me op de oever van de Amblève en raap een munt op: de kop is Enkidu, Jonathan, Hamlet, de grote Meaulnes…

Donderdag

Ik verfoei boeken met een ‘boodschap’, ‘maatschappelijk bewogen’ boeken, ‘politieke’ boeken: als opdringerige getuigen van Jehova staan ze voor mijn deur zodra ik een literair supplement opensla. Daarentegen houd ik ervan als een historische gebeurtenis is verkleind op een wijze die de hoeveelheid schoonheid in de wereld vergroot.

Curiosum: de onmiskenbare actualiteit van Nineteen Eighty-Four. Vijftig jaar geleden las ik het om Peter van antwoord te kunnen dienen, maar het maakte nauwelijks indruk op me, een raar verhaal, een soort sciencefiction, waarvan ik wel begreep dat het de stalinistische terreur parodieerde, en dat was dat. Maar nu! Zonder dat ik de stijl bijzonder briljant vind, zonder dat ik het de mooiste, beste of meest aangrijpende roman van de twintigste eeuw vind, zit ik wel de belangrijkste te lezen. De meeste boeken worden in de loop der jaren beter, ook de slechte, omdat hun documentaire waarde met het vergelen navenant toeneemt – maar in Orwells roman verandert onze voorbije toekomst in 2021. Het omvertrekken van standbeelden, het wijzigen van het verleden, de vernietiging van woorden… zoals Nietzsche de antichristen is, zo is Orwell de antimarxist.

Weg met jullie castraties en lobotomieën! Weg met jullie stralende identitaire afgrond! Weg met mijn eigen esthetiek, misschien…

Zaterdag

Marieke Lucas Rijneveld heeft de vertaalopdracht voor het inauguratiegedicht van Amanda Gorman (en voor haar hele bundel) teruggegeven, zodat de klok nu beiert:

is het wenselijk dat er een identitaire overeenkomst tussen de schrijver en de vertaler bestaat?

Ziehier de klepel: het idee identitaire kerkgenootschappen een rol te laten spelen in de literatuur wordt gemotiveerd door, en leidt langs een esoterische kromme tot het diepgewortelde menselijke verlangen naar apartheid. Want wat is apartheid anders dan de darwinistische wil identiek te zijn aan sommigen en tegelijkertijd beter dan anderen, net als vogelsoorten of hondenrassen? Al dit religieuze geklets is verraad aan de emancipatie, aan de bevrijding uit onze natuurlijke aanleg.

In antwoord op de hele kwestie heeft Rijneveld een gedicht geschreven dat prekeriger is dan het origineel. Dat laatste heb ik nog eens herlezen: het is in artistiek opzicht weinig geslaagd (Gorman is ook pas begin twintig), maar het getuigt zeker niet van intolerantie, ze zwaait niet met vuistbijlen zoals haar primitievere volgelingen. Misschien komt het doordat ze een praktiserende katholiek is, hoogst uitzonderlijk voor een zwarte Amerikaan, en begrepen heeft dat καθολικός universeel betekent.

Zondag 7 maart

Eerste kerkdienst in maanden. Gary zingt en wij ademen alleen maar in ons mondkapje: o boezem, slapende blaasbalg van de godheid!

In de evangelielezing wordt die driftkop van een Jezus kwaad en ranselt de middenstand de tempel uit – maar het is drift met voorbedachten rade, want hij knoopt eerst een zweep. Zo baande Nietzsche met zijn geknoopte zweep zich een weg door het Duitse christendom. En wat doe ik hier in deze kerk? Waarom sla ik al die zoutzakken om mij heen niet naar buiten, vernietig ik niet dat zoete passieve vertoon van intellectuele beperktheid en anglicaanse braafheid?

‘s Avonds

En als Friedrich en Jezus nu eens samen die hersenloze meute uit de tempel van het contemporaine jargon – dat dient om het denken te blokkeren – zouden verdrijven? Uit de krant, van de straat… uit de universiteit allereerst, waar hele faculteiten door uilskuikens worden gedomineerd.

Dinsdag

De realiteit van mijn schrijverschap is momenteel nul, nul komma nul, en zal weldra een misdaad zijn. Om aanzien als bestrijder van onrecht te verwerven zal ik uiteindelijk gedwongen zijn mijn diensten als krantenbezorger aan The Guardian aan te bieden.

(Lees hier ‘patriot’ en ‘Fædrelandet’; de mode is veranderd sinds Kierkegaard, de bekrompenheid gelijk gebleven.)

Woensdag

Wat te denken van Harry en Meghan? In elk geval niet wat ik in veel kranten lees.

Als groot wild opgejaagd door de pers, gaven ze een interview aan Oprah Winfrey, klagend onder de schijnwerpers dat ze martelaars van de schijnwerpers waren. Maar nu reageren de serieuze continentale kranten alsof de voormalige actrice en haar zwakke man, die zijn eigen familie voor een miljoenenpubliek verdacht maakte, per definitie de waarheid spraken. En dat komt doordat de hertog en hertogin van Sussex twee onderwerpen aanroerden waarover diezelfde kranten elke dag berichten: racisme en geestelijke gezondheid. Natuurlijk is de pers als de dood iets kritisch te zeggen.

Maar de gedachte dat de Britse koninklijke familie racistisch zou zijn stoelt niet op enig aantoonbaar feit. De mistige beschuldiging over een naamloos familielid dat gepeild zou hebben naar de mogelijke huidskleur van hun Archie geheten peuter… ik kan me precies voorstellen hoe bijvoorbeeld prins Charles bij de port een beetje zat te speculeren hoe het kind van zijn gemberkleurige zoon en die donkere schoonheid eruit zou gaan zien, en dat niet als gevolg van blank privilege of onbewust vooroordeel. Wat een monsterlijke flauwekul is dat toch: tegenwoordig moet je voortdurend bewijzen dat je geen racist bent, wat onmogelijk is, want er roept altijd wel iemand dat je het onbewust bent.

Wijselijk heeft de Koningin gereageerd met een liefhebbende uiting van ontzetting, vermengd met scepsis. En niet verbazingwekkend wijzen de meeste Britse kranten op dat ene zinnetje: ‘Recollections may vary’, dezelfde gebeurtenis resulteert in heel uiteenlopende herinneringen. Hoewel moeder Windsor weliswaar soms in bepaalde tijdschriften bladert (over paarden geschreven voor centaurs), leest ze nooit een boek, maar niettemin definieert ze trefzeker de Proust en Nabokov in ons, die deelnemen aan ons eigen concours hippique.

Maar dat racisme en de mentale toestand van Meghan (die blijkbaar niet in staat was zelf een psychiater te bellen) passen natuurlijk helemaal in het tijdsgewricht. Gevolg van de hele affaire is dat veel buitenlandse kranten vertellen dat het Verenigd Koninkrijk nare racistische trekken vertoont, en iedereen knikt gelovig van ja, want in een land dat Boris Johnson verkiest en niet bij de Europese Unie wil horen is alles vanzelfsprekend vreselijk mis (hiermee druk ik enkel mijn mening over de pavloviaanse reflexen van de pers uit).

De waarheid is intussen dat het Verenigd Koninkrijk van alle landen die ik goed ken het minst racistische is. Mijn arme dode dochter, die dezelfde huidskleur had als Meghan, werd op haar onzalige school in Vlaanderen voor ‘poepnegerin’ uitgemaakt. Nu woon ik in Engeland (ironisch genoeg in Sussex) en ook hier bestaat racisme, maar niet meer dan in de EU. Minder zelfs.

Dit land juichte Meghan en Harry toe op hun huwelijksdag: het was alsof een rosse Kelt met het Gemenebest trouwde, schitterend, dat was tamelijk algemeen de reactie. Maar toen begon het gepreek van het echtpaar Sussex over van alles en nog wat, milieu bijvoorbeeld, terwijl ze intussen over de halve wereld rondvlogen. Het nam de gemiddelde Brit niet voor hen in. De liefde van het volk bekoelde.

En toen wilden ze wel het geld, maar niet langer de functie. En toen kwam het interview. En nu fonkelen die tragische, getraumatiseerde ballingen dus als postmoderne sterren aan het uitspansel van de collectieve goedgelovigheid.

‘s Avonds

Alles gebeurt in een dorp, ook als het in de stad gebeurt.

Donderdag

De geest van Voltaire wordt over mij vaardig wanneer ik in de tuin ronddrentel: ik haal een snoeischaar uit het schuurtje, begin links en rechts te snoeien, overgoten door zuster zon… Nu stroomt mijn bloed al sneller; en ik bedenk dat men ook moet begrijpen hoezeer ik dingen ontdek door ze op te schrijven: ik weet tegelijkertijd wel en niet wat ik ga schrijven, om de eenvoudige reden dat de taal altijd meer weet dan ik – zij verbindt me met het voorgeslacht, en in haar etymologie circuleert onze wijsheid. (Of ze me ook met het nageslacht verbindt valt nog te bezien, al hoop ik dat men mij over een eeuw beter leest dan nu.)

Vrijdag

Overhandig mij tastbare zaken, geef mij de werkelijke werkelijkheid, niet het zoveelste platonisme van een of andere nieuwe ideologie. Kijk naar mijn handen wanneer ik het espressopotje dichtschroef en op het vuur zet; kijk naar mijn gezicht wanneer het water aankondigt dat het dringend moet percoleren.

Zondag 14 maart

Dichtregels die mijn vader in de jaren vijftig schreef (uit een gedicht dat ‘De kanarie’ heet):

De wereld is een wijzerplaat,
zong hij, waarop het licht rondgaat.
Een dag is maar een uur, zong hij.
De spijlen hielpen hem daarbij.

[ARForms id=103]

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.