fbpx


Cultuur, Ethiek, Religie

Een zwarte hemel

Dagboekaantekeningen (47)


John Donne

Maandag 10 mei Kleine rituelen van mijn dagelijks leven! Heel het losse zand van mijn bestaan glijdt door die handelingen heen als door een zandloper; wanneer ik opsta, wordt mijn existentie eenvoudig op zijn kop gezet, en hop, alles stroomt weer terug naar waar het vandaan kwam… De praktijk van het nat scheren deel ik met velen; de hondenwandeling met sommigen; de kerkgang met weinigen (dat is een ritueel dat zelf ook weer uit rituelen bestaat); andere eigenaardigheden zijn exclusief…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Maandag 10 mei

Kleine rituelen van mijn dagelijks leven! Heel het losse zand van mijn bestaan glijdt door die handelingen heen als door een zandloper; wanneer ik opsta, wordt mijn existentie eenvoudig op zijn kop gezet, en hop, alles stroomt weer terug naar waar het vandaan kwam… De praktijk van het nat scheren deel ik met velen; de hondenwandeling met sommigen; de kerkgang met weinigen (dat is een ritueel dat zelf ook weer uit rituelen bestaat); andere eigenaardigheden zijn exclusief van mij: het potlood dat de dubbele functie van potlood en bladwijzer bekleedt, de houten wasknijper die de waaier van de al gelezen pagina’s gesloten houdt, het gedicht dat ik aan Christopher stuur…

Vandaag bezorgde ik hem ‘The Flea’ van John Donne, waarschijnlijk nog voor het jaar 1600 geschreven, een liefdesgedicht waarin een jongeman bij zijn vriendin schaamteloos op seks aandringt, seks voor het huwelijk welteverstaan – een vlo heeft hen immers gebeten en hun bloed is nu toch al vermengd in de kleine donkere cel van het vlooienlijf:

This flea is you and I, and this
Our marriage bed, and marriage temple is;
Though parents grudge, and you, we’are met,
And cloistered in these living walls of jet.

Woeste beeldspraak, metafysica van de lust; mijn vrouw mijn christelijk altaar; de bruidegom als schielijke oplichter van de trouwjurk, maar hij kan niet wachten tot ze thuis zijn, hij kan zelfs niet wachten tot de bruiloft…

Maar ik werd getroffen door iets anders. Ik werd getroffen door het woord jet. Dat betekent git, de halfedelsteen, en heeft dezelfde associatie van gitzwart. En ik denk opnieuw aan mijn moeder, die al drie jaar dood was toen mijn zoon geboren werd en die hij alleen maar in verhalen en op foto’s heeft ontmoet, als toehoorder en toeschouwer dus (en wanneer ik me over de vraag buig op welke wijze zij hem ontmoet, verlies ik mijn evenwicht). Git – die drie magere letters roepen haar te voorschijn.

Opnieuw betreedt ze mijn kamer, maar dit keer draagt ze een halsketting van git, de ketting die ze heel soms, bijvoorbeeld voor een concert, als een driedubbel snoer om haar hals wond; ik mocht met mijn fijne vingertjes van prepuberaal jongetje het gouden slotje – niet groter dan de pinknagel die ze er op een keer ter vergelijking naast hield – dichtklikken: nog zie ik het gouden zwanenhalsje dat het oostelijke uiteinde van de ketting vormde in het minieme gouden schatkistje aan de westkant verdwijnen en hoor ik het pianissimo van dat klikje (de verbeelding hoort beter dan de ouder wordende man). Ik word me er nu van bewust dat ik dat achttienkaraats mechaniekje zo in detail voor me zie dankzij mijn vader, die in zijn gebruikelijke amoureuze schooljongensstijl tegen me zei: ‘Heeft je moeder niet de hals van een zwaan?’

‘Mallerd,’ zei Tinka.

Dinsdag (vervolg)

Een parelcollier, die aaneengeregen tumoren van de oester, zou ze nooit hebben gedragen; dat was iets voor dames, vrouwen met wangzakken en pretenties; zij was geen dame, zij was de vrouw van een dichter. Domineesvrouw-zijn vond ze een onaangenaam uitvloeisel van mijn vaders beroepsbezigheden: er werd van haar verwacht dat ze thee- en breikransjes voor de vrouwen van de gemeente organiseerde, maar dat vertikte ze – de breiwol in hun schoot zat ook in hun hoofd, al zou ze zoiets nooit gezegd hebben. Zelf was ze onderwijzeres geweest, tot haar huwelijk: in 1946 waren getrouwde onderwijzeressen chimères. Dat had ze als vernederend ervaren, zei mijn vader; maar zelf klaagde ze nooit, ook niet over het feit dat ze door de crisis van de jaren dertig niet naar de universiteit had gekund; ze had graag willen studeren, wiskunde of geschiedenis. Zowel haar verstand als haar schildklier werkte bovenmatig snel; uit haar mond kwamen nooit schelle papegaaienkreten als ‘emancipatie’ of ‘feminisme’, en toch was ze op haar eigen raadselachtige, onnavolgbare, lieve manier autonoom, haar moederschap was een autonome beslissing. Ook dat weet ik van mijn vader, die een beslissing om geen kinderen te willen zou hebben gerespecteerd. ‘We waren bang voor een nieuwe oorlog, bang voor de bom.’ Toen hij dat vertelde, was ze allang dood.

De bescheidenheid van een dienstmeisje uit haar ouderlijk huis; de moed voor het leven te kiezen ondanks het geknoei van de macht, de dreiging van de nacht; de smalle witte hand – met de onrustig glanzende trouwring – die de hele warme, door olielampen verlichte woonkamer, door mijn samengeknepen ogen vervormd tot een goud gevlamd waas, veilig omvat, terwijl ze een bladzijde van haar roman omslaat… ziehier mijn moeder.

‘Ze liet me wachten tot we trouwden,’ zei mijn vader in een ander gesprek, dat toch hetzelfde was, mijn ene, nog altijd doorlopende conversatie met Guillaume. ‘Voorwaar een hoogstaande marteling.’

Addendum

Ziet u intussen dat git van collega Donne nog even ironisch opgloeien in het gele, onweersachtige licht dat de Engelse avondzon over mijn schrijftafel legt? Ik stuur Christopher een gedicht over een verloofde die zijn verloofde wil bezitten, terwijl hij en zijn Vogeltje op 31 juli trouwen…

Ze trouwen op een ranch in Pagosa Springs, Colorado, in september gevolgd door de beproefde woorden in St George, hiertegenover, gevolgd door een heildronk in de Red Lion, hiernaast, de beide punten die de x-as en de y-as van mijn plek op de kaart markeren; gevolgd door een feestmaal in de tuin van Steve en Judy: de markies is gehuurd, de kok is aangesteld, we raken onze zoon kwijt aan een andere vrouw, we krijgen een andere dochter, we zijn dodelijk gelukkig en extatisch bedroefd, we wiegen op het soort zigeunermuziek waarbij je van pure gelukzaligheid zou willen dat je je polsen zou willen doorsnijden…

Woensdag

Bij een houten overstap tussen twee velden maakt iets in de duistere kop van Sammie dat zij Roffel – een reu – voor laat gaan; hij gaat voor zonder te bedanken en gromt als ze vervolgens te dichtbij komt (maar thuis liggen ze in cryptische vreedzaamheid naast elkaar op de bank).

Terwijl de vochtige lucht van de tuin naar binnen komt (het regent al dagen) overweeg ik de betekenis hiervan, die voor mij buiten kijf staat. Het feminisme heeft het emancipatorische belang van de etiquette niet begrepen: de man die Cro-Magnon achter zich laat, die de deur van de grot openhoudt voor de vrouw, die haar in haar sabeltijgerbontje helpt… die man onderwerpt zijn spierkracht aan de vrouw. Ik ken overigens feministen die dat wel begrepen hebben – die ook begrepen hebben dat ik beslist geen vijand van het feminisme ben, integendeel.

Ik denk dat mijn moeder om dit alles gelachen zou hebben (dat kirrende lachje van haar). Zij had een veel simpeler formule: ‘Etiquette’ – en hoezeer kwelde ze mij met haar omgangsvormen! – ‘etiquette is de kleine ethiek.’

Ik zat nog op de lagere school toen ze dat zei. Het vreemde aan deze herinnering is dat ze helemaal niet vroeg of ik wist wat ethiek was. Dat wist ik niet. Maar iets in de aandrang waarmee ze haar formule uitsprak, alsof de wereld van de ondergang gered kon worden mits men maar de juiste vork gebruikte, maakte dat ik de woorden nooit meer zou vergeten. Begrijpen kwam later wel, een kind is een vat waarin kennis wordt gestopt die je zo doorgeeft aan de volgende generatie – dat moet haar opvatting van onderwijs zijn geweest. Mijn ‘leefwereld’? Mijn leefwereld – dat waren allereerst mijn ouders.

Donderdag

Hayley heeft haar BA summa cum laude gehaald, met de hoogste cijfers van haar jaar. Ze studeert een serieus vak, medicijnen, geen dunne soep als literatuur of zo. We konden haar triomf volgen op het computerscherm: ver weg, met de bergen als paars decor, onder bloeiende kersen en wilde appels, betrad ze het podium in een goudkleurige toga, haar uitgereikt door de universiteit van Colorado. Korte toespraak van de decaan bij de overhandiging van de rol perkament. Buiging van het vergulde vogeltje. ‘Girl power,’ zei Joy. De bergen applaudisseerden geestdriftig.

Zondag 16 mei

De rondbuikige Father Owen en zijn vrouw Anna hebben zich in de pastorie genesteld; we hebben kennisgemaakt, een maaltijd gebracht en boodschappen voor ze gedaan; Anna is donker, zuidelijk, dertig jaar geleden had ze als baby het geluk door een alleenstaande Canadese lerares uit een Roemeens weeshuis te worden gered; nu woont ze pal naast het graf van onze eigen geadopteerde Anna. (Ooit moeten we daarover praten.) Ze is geschoold als operazangeres, maar heeft altijd lesgegeven.

Vandaag hebben de echtelieden zich bij het nieuwe, door Gary opgerichte koor gevoegd – weldra vult Anna’s mezzosopraan de gewelven en heupwiegt daar rond Gary’s tenor; het hele koor kwinkeleert nu alsof het dak van de kerk moet. Pas volgende week neemt Owen de leiding over, vandaag doet hij de oudtestamentische lezing, met een dictie als geslepen glas. Henry begint tijdens de preek (er is een gastprediker) te kraaien in zijn kinderwagen en Owen rijdt hem door het gangpad naar de doopvont en weer terug. Net als ik komt Henry niet voor de preek.

De kerk: een vlo waar alles in past.

Theetijd

Laat ik niet ontkennen dat het beroemde hoofdstuk in De gebroeders Karamazov over de Grootvizier me blijft bezighouden. Het komt hierop neer: Jezus heeft volgens de Grootvizier de mens overschat, met verschrikkelijke gevolgen. Toen Satan hem in de woestijn provoceerde, weigerde Jezus stenen in brood te veranderen, hij weigerde van het dak van de tempel te springen (al zouden engelen hem opvangen), hij weigerde de heerschappij over de wereld die Satan hem aanbood. Hij schonk met andere woorden de mens de vrijheid, de autonomie van het geweten en het recht zichzelf te besturen.

Maar, zegt de Grootvizier, voor dat geschenk had de mens beter kunnen bedanken. Het heeft een ziek, wanhopig, godverlaten wezen van hem gemaakt. En daarom biedt de kerk van Rome de gelovigen haar transsubstantiatie, haar mysterie en haar autoriteit aan (vooral dat laatste). De Kerk, bekent de Grootvizier, doet alsof zij Jezus dient, maar in werkelijkheid dient zij Satan. Het allerlaatste wat de Kerk wil is dat Jezus haar komt lastigvallen.

Maar, vraag ik aan Dostojevski, is het nieuwe Rome een haar beter? De seculiere orthodoxie biedt ons in schijn hetzelfde als Jezus aan, alleen is het toch opvallend dat zij ons een transsubstantiatie van ons voedsel opdringt, ons van een nieuwe erfzonde beschuldigt, banvloek na banvloek uitspreekt over politieke standpunten…

Zo maken de zwartrokken van het nieuwe links mijn oude links kapot, mijn arme oude sociaaldemocratie van de volksverheffing.

Dinsdag

Mijn zus is bezig een fotoalbum voor de bruiloft te maken. Deze huisvlijt leidt tot allerlei ontdekkingen, zoals een foto waarop een prepuberale Christopher in bed ligt te lezen, zijn armen om een voetbal geslagen; op een tweede foto is hij in slaap gevallen, boek als hoofdkussen, bal als minnares, voorname attributen van zijn verdere ontwikkeling.

Ik stuur hem de foto’s (zonder iets te zeggen over het album). Hij antwoordt: ‘Mezelf kennende denk ik dat ik deed alsof ik in slaap was gevallen.’

Donderdag

De brutale Sandra is aan het stofzuigen in de keuken, terwijl ze zogenaamd niet met me flirt door zogenaamd niet met me te flirten maar me integendeel allerlei dwaze beledigingen – ‘Je denkt dat de vrouw is uitgevonden om het stof uit je broek te zuigen!’ – toe te voegen, waar ze als haar eigen schellinkje luidkeels om lacht; en daar, op dat metafysische niveau, breekt ze, een onverhoedse danspas om haar as makend, met het metalen uiteinde van de stofzuigerslang de lampenkap van groen glas boven de eettafel (waaraan ik altijd lees), het erfstuk dat nog in het huis van mijn grootouders Barnard heeft gehangen. Ze laat de slang vallen en slaat haar hand voor haar mond; alle seks vloeit uit haar weg, ze ziet eruit als een dom huisvrouwtje in een reclamefilmpje van lang geleden.

Nerveus knijpt de wasknijper de Grootvizier plat; het potlood maakt hanenpoten in de lucht; het peertje kijkt ons verbluft aan.

‘s Nachts

De wind is woedend op ons en maakt redelijk dromen onmogelijk. Zo komt het dat onverwerkte krantenresten mijn bewustzijn vullen: een week aan onverteerbare berichten over het Midden-Oosten, prins Harry die in een tierende gek uit Shakespeare is veranderd, Shakespeare zelf die ‘white beauty’ verheerlijkt (volgens een clubje academici)… en nog meer wind, wind die hysterisch tekeergaat en mijn slaapdronken bewustzijn geselt…

Vrijdag 21 mei

In Blackpool ontketende het potentiaalverschil in de plaatselijke hemel gisteravond een onweer; de bliksem sloeg in op een voetbalveld en elektrocuteerde Jordan Banks, negen jaar oud, zoon van een metselaar.

‘s Avonds

Vrolijke herinneringen aan Blackpool. Ik was er met Pasen 2011, op een toernooi van de Christopher die in de armen van een voetbal sliep: zijn winnende doelpunt verving de opstanding; de beker, blinkend in het zenit, was de alternatieve avondmaalskelk; de communie was een communie van over elkaar heen rollende jongetjes.

Later zag ik op de pier van Blackpool de achterkant van een kaalgeschoren mannenschedel waarop een patroon van draden was getatoeëerd, een plaatje van zijn hersens waarschijnlijk. De voornaamste functies waren althans duidelijk zichtbaar: vreten, zuipen, neuken, slapen, vreten. Zoiets noteerde ik in mijn dagboek.

Diezelfde man – zo’n man – werd in het grote klotescenario de vader van Jordan en voor de camera van het avondnieuws stond hij in zijn voortuintje ‘My boy’ te snikken en de televisie viel aan scherven en ik stond aan de zijlijn en de hemel betrok en het begon verschrikkelijk te waaien en ik zag Jordan in een druipend trainingsjack onder een zwarte hemel en hij was nog niet geboren en nu mocht hij niet meer meedoen en zijn vader en ik vierden de communie van de ouders van een dood kind en ik schaamde me kapot tegenover mijn broeder.

[ARForms id=103]

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.