Advertentie
Geschiedenis, Onderwijs
Engelstalig hoger onderwijs

Engelstalig hoger onderwijs is asociaal

Volgens de topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) Pieter Timmermans is de taalstrijd voorbij en wordt het tijd voor meer verengelsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Voor het merendeel van de Vlamingen is de taalstrijd inderdaad gestreden. Het Nederlands is vandaag de enige officiële taal in Vlaanderen, en het ‘Et pour les Flamands la même chose’ hoort gelukkig grotendeels tot de verleden tijd. Voor de Nederlandstalige inwoners in de Rand of in het Brussel Gewest is de Franstalige arrogantie echter nog steeds actueel, en blijft de toepassing van de taalwetten problematisch.  

Taalstrijd

Het eerste van zijn redenering klopt dan wel grotendeels, het tweede deel, namelijk de versnelde verengelsing van het hoger onderwijs, slaat nergens op. Pieter Timmermans is oud genoeg om het laatste deel van de taalstrijd te hebben meegemaakt, maar als geschiedkundige leg ik hem graag nog eens de hoofdlijnen ervan uit, vooral die met betrekking tot de onderwijstaal. Wie zo lichtzinnig omspringt met de eigen taal, en zelfs sarcastische opmerkingen maakt over het gebruik van het Nederlands in het hoger onderwijs, heeft volgens mij een opfrissing nodig van de eigen geschiedenis.

De eerste taalwet kwam er in 1873, liefst 43 jaar nadat Belgische provincies zich afscheurden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Voor 1830 was het Nederlands de voertaal, maar na de onafhankelijkheid van België voerde men de algemene taalvrijheid in. In de praktijk betekende dat een volledige verfransing van het overheidsapparaat, en dus van de maatschappij. Tegen dit Franstalige cultureel imperialisme kwam een groep moedige Vlaamse burgers in opstand. Een van de centrale figuren in de strijd voor de taalrechten van de Vlamingen was de Antwerpse volksvertegenwoordiger er Edward Coremans. Hij lag mee aan de basis van de taalwetten over de strafrechtspleging (1873 en 1891), over het middelbaar onderwijs (1883 en 1910) en over het hoger onderwijs (1910). Coremans was ook het eerste Kamerlid die in 1888 de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers toesprak in het Nederlands. Of er een straat of plein naar hem werd vernoemd, weet ik niet, maar hij zou er wel eentje verdienen.  

Samen met de naar Brussel uitgeweken Antwerpenaar Juliaan De Vriendt was hij verantwoordelijk voor de Gelijkheidswet uit 1898. Deze wet De Vriendt-Coremans werd na heel wat discussie en Franstalige tegenkanting goedgekeurd en zorgde ervoor dat het Nederlands, naast het Frans, als officiële taal erkend werd in België. De Franstaligen in Wallonië vreesden, na de massale migratie van Vlaamse arbeiders en boeren naar Wallonië, dat men van België een tweetalig land wou maken. In de taalwet van 1921 kozen de Franstaligen dan ook voor het territorialiteitsbeginsel, met uitzondering voor Brussel en de nationale overheid, en niet voor het personaliteitsbeginsel. Zo hoopten ze het eentalige karakter van Wallonië te bewaren. Omgekeerd, zorgde de eentaligheid op basis van het territorialiteitsprincipe voor de vernederlandsing van Vlaanderen. In 1930, honderd jaar na de onafhankelijkheid van België, kreeg Vlaanderen voor het eerst een Nederlandstalige universiteit in Gent.

Gedurende de daaropvolgende zeventig jaar veranderde er weinig aan de taalwetten in het onderwijs, met de jaren zestig als belangrijk intermezzo. Na de vastlegging van de taalgrens tussen 1961 en 1963 werden de tienjaarlijkse talentellingen afgeschaft. De wet van 30 juli 1963 maakte van het Nederlands de enige officiële onderwijstaal in Vlaanderen, met uitzondering van de faciliteitengemeenten en de Franstalige vleugel van de Katholieke Universiteit Leuven. Na Leuven Vlaams, bij onze Franstalige zuiderburen eerder bekend als Walen Buiten, werd in 1968 besloten tot de overheveling van de UCL naar Wallonië. Daarvoor werd er één van de weinige geplande steden in België gesticht, Louvain-la-Neuve.

De volgende veertig jaar heerst een relatieve taalvrede in het land, met als uitzondering de perikelen in de faciliteitengemeenten. Vanaf de jaren negentig groeit de vraag naar de verengelsing van het onderwijs, onder invloed van de sterke groei van Europese en internationale onderwijs- en onderzoeksprogramma’s. Het structuurdecreet van 2003 verzwakte de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs niet omwille van de strikte beperkingen. Die beperkingen werden door Minister Smet (sp.a) grotendeels tenietgedaan waardoor de verengelsing van het Vlaams hoger onderwijs in een stroomversnelling is geraakt en met rasse schreden het Nederlands model achternaloopt, waarbij de meerderheid van de opleidingen in het Engels georganiseerd worden.

Nederlands emancipeert

De Vlaamse Beweging was en is nooit een louter taalbeweging geweest. In 1836 richtte de Gentenaar Prudens van Duyse het genootschap ‘De tael is gansch het Volk’ op. Deze naam gaf duidelijk aan dat de taalstrijd  symbool stond voor en de hefboom was tot de socio-economische, culturele en politieke emancipatie van Vlaanderen. Door het (hoger) onderwijs te vernederlandsen, kregen veel meer Vlamingen de kans om de ladder van de sociale mobiliteit op te klimmen. Toen in de jaren vijftig de ‘omnivalentie’ van de diploma’s secundair onderwijs werd bekrachtigd, vormde ook het Latijn geen hinderpaal meer om universitaire studies aan te vangen. De meeste jongeren die in de jaren vijftig en zestig hoger onderwijs hebben aangevat, waren ook de eerste van hun familie die een universitair diploma behaalden.

Vandaag beheersen vele jongeren, voornamelijk die met een migratieachtergrond, het Nederlands niet goed genoeg. Door die taalachterstand geraken zij soms maar met moeite door hun middelbare studies. De huidige verengelsing van het hoger onderwijs betekent voor hen echter nog een extra barrière. Naast het Nederlands moeten zij nu noodzakelijkerwijze ook het Engels op een academisch niveau beheersen. Dit is een duidelijke stap terug vanuit sociaal-emancipatorisch oogpunt en een rem om door te groeien op de sociale ladder. Net nu er steeds minder jobs zijn voor laagopgeleiden, zal de huidige keuze om het hoger onderwijs nog meer te verengelsing, het aantal hoogopgeleiden niet doen toenemen. Integendeel, uit onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in opdracht van het Nederlands ministerie van Onderwijs in 2017 blijkt dat het gebruik van het Engels als voertaal een extra drempel is voor studenten met een migratieachtergrond of uit lager opgeleide milieus.

Een opleiding op masterniveau mag sinds 2010 in Vlaanderen volledig in een andere taal worden georganiseerd op voorwaarde dat dezelfde opleiding aan een andere Vlaamse universiteit in het Nederlands wordt aangeboden. In theorie lijkt dit een aanvaardbaar compromis, maar in de praktijk is dit wederom een asociale maatregel. Waar minderbedeelde studenten vroeger dicht bij huis, en dus goedkoper, bijna alle master-opleidingen in hun moedertaal konden aanvangen, kan dat vandaag niet meer. Vele Nederlandstalige alternatieven bestaan trouwens alleen maar op papier, waardoor de keuzevrijheid de facto beperkt wordt. Dat gaat in tegen het gelijke kansenbeleid en tegen het recht op onderwijs in de eigen moedertaal waar zovele Vlamingen voor gestreden hebben. 

Kwaliteit

Hoger onderwijs draait om kennisverwerving, het uitwisselen van ideeën op het academisch niveau en op het leren zelfstandig denken en werken. De verengelsing van het hoger onderwijs gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Vele Nederlandstalige studenten hebben reeds moeite met het academisch Nederlands, hoe zou het dan met de kennis van hun academisch Engels gesteld zijn? En op welk niveau bevindt zich het academisch Engels van Nederlandstalige docenten in Vlaanderen? Docenten en studenten drukken zich veel minder gemakkelijk en duidelijk uit in een andere taal dan hun moedertaal, waardoor er veel nuance verloren gaat. Dit laatste is toch één van de voorwaarden om correcte kennis te verwerven, om erover na te denken en met elkaar in dialoog te treden? Het kan niet ander of de algemene kwaliteit van het hoger onderwijs moet daaronder lijden. Uit het onderzoek van KNAW blijkt dat de universiteiten en hogescholen vaak niet goed zijn uitgerust om Engelstalig onderwijs te geven. Dit is een verontrustende evolutie gezien reeds 20% van de bacheloropleidingen en 60% van de masteropleidingen in Nederland Engels als voertaal hebben. Hoe zit dat trouwens in Vlaanderen, Minister Crevits?

Levende taal

In september 2016 publiceerde de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, ook wel Taalunie, een interessante studie over het Nederlands als taal voor wetenschap en hoger onderwijs. Daarin staat een duidelijke waarschuwing voor zij die het Nederlands koesteren: ‘Wanneer een taal niet langer een belangrijke rol kan spelen in verschillende maatschappelijke, professionele en commerciële omgevingen, dreigt ze te verworden tot een informele taal; een “huis-tuin-en-keukentaal” die enkel nog een rol in een privé-omgeving kan spelen.’ Een taal die voorbestemd is om niet of nauwelijks nog gebruikt te worden in het hoger onderwijs, verliest aan prestige en aantrekkingskracht. Nieuwe gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal blijven achterwege en de reeds bestaande zullen niet meer gebruikt worden.

Het Nederlands dreigt door de verengelsing van het hoger onderwijs te verworden tot een soort archaïsch ‘Bokrijk-taaltje’. Ik kan me niet voorstellen dat Vlaanderen zo weinig liefde heeft voor de eigen moedertaal en zo weinig zelfrespect, dat men dit zomaar zal toelaten. In de publicatie van de Taalunie staan er vier aanbevelingen om de positie van het Nederlands in de wetenschap en het hoger onderwijs te kunnen garanderen: De ontsluiting van wetenschappelijke kennis in het Nederlands te stimuleren in alle kennisdomeinen; de excellente wetenschapsbeoefening in het Nederlands en in andere talen gelijkwaardig waarderen; de ruimte creëren voor de ontwikkeling van taalvaardigheid van studenten in het Nederlands in de bachelor- en masterjaren in alle opleidingen; werk maken van een weldoordacht talenbeleid, waarin de rol en positie van het Nederlands, in relatie tot andere talen, worden geëxpliciteerd.

Internationaal

Een groter aanbod van Engelstalige bachelor- en masteropleidingen in het hoger onderwijs is op zich niet verkeerd, zolang het Nederlandstalige aanbod er maar niet door verkleint. Universiteiten willen graag meer internationale studenten aantrekken, zowel voor het prestige als uit financiële overwegingen, maar het zou zonde zijn indien daardoor de rechten van de Vlaamse studenten op de tweede plaats zouden komen te staan. De Vlaamse universiteiten mogen niet vergeten dat zij in de eerste plaats ten dienste staan van de Vlaamse studenten. Vreemd genoeg drong de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) er vorig jaar nog bij de Vlaamse regering aan op de verhoging van de maximumgrenzen voor het aantal anderstalige, in de praktijk meestal Engelstalige,  opleidingen.

Meertaligheid is vandaag meer als vroeger een conditio sine qua non om te kunnen groeien en bloeien in de hoge schoolomgeving. Talenkennis wordt daarna in de onderzoeks- en arbeidsomgeving nog belangrijker. Het taalonderricht is dan ook van fundamenteel belang voor Vlaanderen met een zeer internationale economie (R&D, ICT, export, transport en instituties). De talenkennis van de Vlaamse jongeren gaat er echter al jaren op achteruit. In de rangschikking van de EF English Profiency Index (EPI) stond België in 2015 op de zeventiende plek van zeventig onderzochte landen qua kennis van het Engels. In 2014 stonden we nog op negen. (Knack, 18/01/2016). Hopelijk kan de onderwijshervorming deze trend ombuigen, want anders krijgen we heel vreemde toestanden: aan de ene kant Vlaamse studenten met onvoldoende kennis van het Engels en aan de andere kant Vlaamse universiteiten met steeds minder Nederlandstalige opleidingen.

Politiek

Het zal niemand verbazen dat de OpenVLD een hevig voorstander is van de verengelsing van het hoger onderwijs. De toekomst ligt volgens hen in een federaal Europa met het Engels als Lingua Franca, en dus is het Nederlands de taal van het verleden. Jammer genoeg verloochenen zij hiermee de inspirerende Europese gedachte van ‘Eenheid in verscheidenheid’, en maken zij onder de noemer van ‘efficiënte’, ‘internationalisering’ en ‘moderniteit’ van de Europese Unie steeds meer een smakeloze culturele ‘Eenheidsworst’. Ook verbazingwekkend is de houding van de oud-VU’ers binnen OpenVLD, die de jarenlange strijd van de Vlaamse Beweging vandaag met zo weinig respect behandelen.

Vreemd genoeg komt er op deze asociale evolutie van het hoger onderwijs bitter weinig kritiek vanuit de linkerkant van het politieke landschap. Integendeel, ze zijn zelfs één van de grootste pleitbezorgers van de verengelsing en het was Pascal Smet die in 2010 de sluizen voor het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs wagenwijd opzette. Links Vlaanderen heeft blijkbaar niet begrepen dat deze evolutie de kansen tot sociale mobiliteit van minderbedeelden en migranten doet afnemen. Sinds mei ’68 heeft de Vlaamse linkerzijde jammer genoeg een gecompliceerde relatie met de Vlaamse cultuur en identiteit, waarmee ze tot op vandaag steeds in de knoop ligt. Ze vergeet echter dat de taalhandicap van de ‘zwakkeren’ in onze maatschappij, hun socio-economische emancipatie deels in de weg staat.

De huidige Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) was in maart dit jaar tevreden met de vaststelling van de Vlor dat het hoger onderwijs in Vlaanderen nog niet zo ver­engelst zoals in Nederland. In de praktijk rukt het Engels met rasse schreden op en is er geen tot weinig controle van de onbestaande Nederlandstalige spookopleidingen.

N-VA is de enige partij, met uitzondering van het Vlaams Belang, die in dit dossier op de rem is gaan staan, maar zonder echt veel overtuiging. Indien ze in 2019 weer mee onderhandelen met dezelfde machtspositie als vandaag, trekken ze echter beter aan de noodrem. Als politieke vleugel van de Vlaamse Beweging wordt van hen verwacht dat ze de ruggengraat hebben om de rechten van de Vlaamse studenten overal in Vlaanderen te vrijwaren, tegen elke prijs. Het is niet voldoende om eventjes tegen te pruttelen voor de televisiecamera’s en het daarna de beperking van het Nederlandstalig aanbod toch goed te keuren. Dat minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) de masters in de Militaire School vanaf het academiejaar 2019-2020 bijna volledig in het Engels laat doorgaan, is een aanfluiting van alles waar de Vlaamse Beweging voor heeft gestreden. Er is niets moderns, sociaal, progressief, conservatief, links of rechts, aan het vervangen van de eigen taal door een vreemde. Het laat alleen een groot gebrek aan zelfrespect en weinig zelfvertrouwen zien, wat men niet van N-VA’ers zou verwachten. Het zou me sterk verbazen dat deze Vlaams-nationalistische partij zo snel werd getemd door het Belgische establishment? Wie de kleine Nederlandse moedertaal niet eert, is de Vlaamse stem niet weerd.

Timmermans

Het sociaal-emancipatorische argument van onderwijs in de eigen taal is voor zij die vertoeven in de ivoren toren der wereldburgerschap, zoals Pieter Timmermans, moeilijk te verstaan. Wanneer hij als voorzitter in typische Belgicistische paternalistische stijl de Vlamingen aanraadt om ‘Et pour les Flamands la même chose’ in te ruilen voor ‘And the same for the Flemings’ dan bewijst hij niets van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd te hebben begrepen.

De Vlamingen hebben het Nederlands niet verruild voor het Frans, en zullen deze ook niet met het Engels vervangen. Misschien moet Pieter Timmermans wat meer Nederlandstalige schrijvers, zoals Willem Frederik Hermans, lezen:

‘Wie een taal spreekt die zijn moedertaal niet is, die wordt naar beneden gedrukt, onherroepelijk. Waarom hebben gekoloniseerde volkeren zoals negers, indianen, enz. de reputatie gekregen dat ze zo kinderlijk zijn? Omdat zij gedwongen waren tegen hun meesters talen te spreken die zij niet goed kenden.’

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans