Analyse
erfenisrecht
Premium

Erfenisrechten in het centrum van de belangstelling

88% van de Vlamingen is van mening dat de erfbelasting in zijn geheel naar beneden moet. Op zichzelf is daar niets verrassends aan: blijkens dezelfde enquête is de gemiddelde landgenoot gekant tegen ‘alle belasting waarvan hij vreest dat hij haar zelf moet betalen’ (besloot De Standaard van 8 april nogal laconiek). Maar het is wel opvallend dat meerdere politieke partijen de kwestie van de erfenisrechten in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Terecht of onterecht?

Tegengestelde bekommernissen

Die vraag  beantwoorden is niet zo evident. Je zit immers met twee tegengestelde bekommernissen. Enerzijds wil iedere ouder zijn/haar nageslacht op weg helpen in de wereld en zet daarvoor bewust een potje opzij: waarvoor ga je anders werken als je kinderen hebt? Anderzijds hebben je nakomelingen, laat staan verder verwijderde verwanten, geen persoonlijke verdienste aan jouw welstand als erflater (die hebben gewoon het geluk gehad om in een begoede familie geboren te worden).

Moeten we nu echt generatierijkdom in stand houden — het spiegelbeeld van generatiearmoede, waarmee iedereen wél komaf wil maken? Over het evenwicht tussen beide argumenten is net een boek verschenen van een hoogleraar in de politieke filosofie, de Australiër Daniel Halliday. We proberen zijn standpunten in het onderstaande beknopt weer te geven. Ook Guido Erreygers van de Universiteit Antwerpen heeft over hetzelfde onderwerp al gepubliceerd. Maar eerst halen we een wellicht weinig bekende vaststelling aan.

De erfbelasting is een bedreigde soort

In vele landen werd de erfbelasting al dan niet stapsgewijs verlaagd; België is er daar één van, sinds die belasting werd gedefederaliseerd. Maar in Canada en Australië werden erfenislasten ergens in de zeventiger jaren van vorige eeuw gewoon afgeschaft. Nieuw-Zeeland volgde begin van de jaren ’90, en zelfs Zweden, dat bekend staat om zijn sociale herverdeling, stopte er in 2014 mee het nalatenschap via de fiscaliteit af te romen.

Overigens zijn er nog negen andere landen uit de EU die geen erfenisrechten (meer) heffen; doorgaans gaat het om ‘nieuwe’ lidstaten, maar ook Oostenrijk en Portugal horen bij het clubje. Prof. Halliday verklaart dit door de groeiende invloed van de bezittende klasse op het politieke beslissingsproces: zowel de uitvoerende als de wetgevende macht rekruteert doorgaans uit de hogere maatschappelijke lagen, die liever een niet al te grote fractie van hun rijkelijk aanwezige familiejuwelen zien wegvloeien.

Verder gaan bepaalde economen (de bekende Thomas Piketty van Kapitaal in de 21ste eeuw hoort bij dit clubje) ervan uit dat overgeërfde weelde, die in het begin van de vorige eeuw een belangrijke fractie uitmaakte van ’s mensen bezittingen maar daarna om allerlei redenen afnam, opnieuw hoe langer hoe belangrijker wordt. Zijn mening over deze evolutie steekt hij alvast niet onder stoelen of banken (eigen vertaling): ‘Hoge overgeërfde geldstromen maken het onmogelijk voor niet-begunstigden om die rijke erfgenamen bij te benen op het vlak van de accumulatie van middelen’.

Hij drukt het wat kernachtiger uit als ‘the past devours the future’: we dreigen hierdoor een smalle top van renteniers te krijgen die hun middelen doorgeven aan de volgende generaties zonder dat zij bijdragen aan een verhoging van de maatschappelijke welvaart in het algemeen. Prof. Halliday laat evenwel andere onderzoekers aan het woord die op dit vlak tot heel wat gematigder uitspraken komen.

Het herverdelende effect van erfenisrechten

Het boek dat we hier bespreken, The inheritance of Wealth, besteedt erg veel aandacht aan het verband tussen het niet-belasten van nalatenschappen en economische segregatie, en  het boek komt in dit verband tot de volgende uitspraak (eigen vertaling):

‘Overgeërfde rijkdom ondermijnt de sociale rechtvaardigheid wanneer het overheen generaties de economische ongelijkheid tussen groepen bestendigt, in de mate dat iemands levensperspectief afhangt van het gelukkige gesternte dat bepaalt of je al dan niet geboren wordt in een familie die er al warmpjes in zit.’

Anderzijds stelt hij dat transfers van bezittingen naar de onmiddellijk erop volgende generatie kan bijdragen tot het breder worden van de middenklasse, en dat lijkt evenzeer een stevig argument.

Vanuit die redenering komt de auteur al onmiddellijk tot een eerste voorstel: er moet alvast vermeden worden dat belangrijke activa maar blijven doorstromen binnen een smalle groupuscule van opeenvolgende generaties. In zijn woorden: ‘(…) taxing second generation inheritance at higher rates than first-generation inheritance’. Het er nogmaals inhamerend (eigen vertaling):

‘Ruwweg gesteld, luidt de egalitaire klacht met betrekking tot overgeërfde weelde dat het de levensperspectieven van individuen onrechtmatig beïnvloedt wanneer die geboren worden in een familie met geld.’

Maar er zijn ook tegenargumenten…

Je kan met evenveel recht stellen dat de overerving van financiële activa maar een beperkte impact heeft op het vlak van de segregatie tussen verschillende maatschappelijke klassen. Vooreerst erf je normaliter pas op rijpere leeftijd. Je introductie in een bepaalde maatschappelijke klasse is dan reeds achter de rug: je hebt je een bepaald taalgebruik aangeleerd (in onze contreien was dat voorheen het Frans, over het kanaal het Oxford-Engels), je culturele bagage is wat ze hoort te zijn, je vriendenkring is gevormd en je netwerk gestabiliseerd, je hogere studies zijn achter de rug: dat alles weegt in hogere kringen vaak zwaarder door dan je (al dan niet in de schoot geworpen) welstand.

Een erfenisbelasting zal daar niets aan veranderen — temeer omdat de gemiddelde erfgenaam in ons land de rijpe leeftijd van 55 jaar heeft bereikt… Maar al evenzeer geldt dat, als je dan toch al die culturele meevallers in je schoot geworpen krijgt, het aanvaardbaar is om via een erfbelasting een deel van je welstand af te staan ter compensatie…

En ja: het behoort tot de algemene principes van een geëvolueerde beschaving dat je inkomsten geen twee keer belast. Echtparen die eigenhandig een kapitaaltje en een waardevolle woning bijeengewerkt hebben, zullen normaliter daarop al een stevige taxatie achter de rug hebben (tenzij ze Marc Coucke heten); daarbovenop nog eens een doortastende belasting op heffen is van het goede te veel. Hoewel: wanneer we een woning aanschaffen met inbreng van onze zelf gespaarde middelen die al voor 50% werden belast (want je gespaarde kapitaal ontspringt uit inkomsten die je overhoudt wanneer je de hoogste belastingschijf hebt bereikt), betalen we daarop nog eens zware registratierechten. In die optiek zou een verhoogde erfbelasting in ruil voor lagere registratierechten perfect verdedigbaar zijn…

En het simpelste tegenargument, dat allicht te prozaïsch is voor een politiek filosoof en dus ook niet in het boek voorkomt, luidt dat overerving een krachtige motor is die burgers tot ambitie aanzet. Hoeveel vluchtelingen laten niet horen dat hun komst naar onze contreien ontsproot uit de verwachting ‘dat hun kinderen het dan beter zullen hebben dan wij’: de mogelijkheid om de verworven middelen over te dragen op de generatie die erna komt, zet hen extra aan om het heft in handen te nemen. Daarvoor hoef je overigens geen migrant te zijn, en deze bekommernis betekent ook een perspectief voor zingeving dat je mensen niet mag ontnemen

Dus ja… wat doen we ermee?

Prof. Halliday komt, weliswaar erg omfloerst, tot een standpunt. Een erfenisbelasting houdt steek om de segregatie die zou heersen tussen een smalle bezittende klasse en een onderlaag van onvermogenden niet al te uitgesproken te laten worden, maar het systeem moet er ook toe bijdragen om een brede middencategorie in stand te houden. Dat impliceert dat overgeërfde activa niet of niet noemenswaardig belast worden zolang zij een bepaald plafond niet overschrijden, maar dat stevige kapitaaloverdrachten overheen de generaties afgeroomd moeten/mogen worden via een sterk progressief tarief: met andere woorden, precies het omgekeerde van wat in ons land gangbaar is.

En ook dat belangrijke middelen die al sinds generaties doorstromen van vader op zoon (en natuurlijk ook van moeder op dochter) extra zouden moeten worden belast. Dat wordt in het boek evenwel niet geoperationaliseerd, en daar is allicht een reden voor. Het is niet altijd gemakkelijk te bepalen welke fractie van een vermogen onomstotelijk uit een ver verleden stamt; en wat doe je met objecten die naast een emotionele ook een hoge financiële waarde hebben (zoals antiek of kunstwerken): behoort die ook tot de categorie ‘langdurig overgeërfd’ en dus zwaar belastbaar? En wat doe je met de vererving van (aandelen in) familiale ondernemingen: moeten ook die opengebroken worden om de erfbelasting te betalen?

En natuurlijk zijn er nog een heleboel bedenkingen te maken…*

… die natuurlijk buiten het blikveld vallen van een hoofdzakelijk filosofisch/ethische invalshoek. Er valt iets voor te zeggen om de progressiviteit in de erfbelasting niet per erfenis te bekijken, maar over het totale vermogen dat de erfgenaam in heel zijn leven verkreeg. Als ik van een van mijn ouders heb geërfd, met voor de eerste schijf een erg laag belastingpercentage (3%), moet ik dan op de eerste schijf van de erfenis die ik van mijn andere ouder verkrijg, ook nog een schijf met dat laag tarief krijgen?

Een ander interessant thema is het volgende: waarom worden schenkingen aan kinderen laag belast in de schenkingsbelastingen, en krijgen die later wanneer zij erven opnieuw een erg laag tarief op het eerste deel van hun erfenis van de erflater die hen vroeger een schenking deed?

Er kunnen dus argumenten worden ingeroepen om iets meer belasting op vermogens en vermogensinkomsten te laten betalen. Dat kan door een combinatie van schenkings- en erfbelasting, vermogenswinstbelasting en vermogensbelasting, maar telkens tegen zeer lage tarieven gezien de gecombineerde effecten ervan.

 


*Met dank aan Wim Coumans, lid van de Hoge Raad voor Financiën, die zich onder meer met deze problematiek bezighoudt

88% van de Vlamingen is van mening dat de erfbelasting in zijn geheel naar beneden moet. Op zichzelf is daar niets verrassends aan: blijkens dezelfde enquête is de gemiddelde landgenoot gekant tegen 'alle belasting waarvan hij vreest dat hij haar zelf moet betalen' (besloot De Standaard van 8 april nogal laconiek). Maar het is wel opvallend dat meerdere politieke partijen de kwestie van de erfenisrechten in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Terecht of onterecht? Tegengestelde bekommernissen Die vraag  beantwoorden is niet…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.


Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Jan Van Peteghem

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Jan Van Peteghem?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans