EU-klimaatactivisme duwt Afrika in klauwen van China

Groeilanden in Afrika hebben dringend nood aan veel en goedkope energie, en niet zozeer aan duurdere, hernieuwbare technologie.

Klimaatactivisten zien maar één groot probleem, het klimaat. Al het andere — zelfs Corona — is daaraan ondergeschikt. Zwart-Afrika ziet veel grote problemen, en Westerse luxekwesties zijn daaraan ondergeschikt. Als je Afrikanen wil helpen, moet je in de eerste plaats hun eigen stem serieus nemen. Anders hou je ze in de miserie en duw je ze naar China. Dat gezegd zijnde, Zwart-Afrika is niet meer het continent van de grote hongersnoden van de vorige eeuw, niet meer het depressieve continent dat bedelt om zijn schulden te laten kwijtschelden en niet meer het economische kerkhof van weleer. Die aarzelende dynamiek moet Europa erkennen en steunen, al is het om de vluchtelingencrisis duurzaam te bestrijden.

De kolonieschaamte van Europa

Ondanks Europa’s schaamte omwille van zijn kolonialistische verleden denkt Europa wel beter te weten hoe Afrika uit de problemen te krijgen: niet enkel over de schuldenkwestie, maar vooral ook de energiekwestie. Afrika heeft geen dure (hernieuwbare) energie nodig, wel goedkope. Maar misschien moet Europa eerst in het reine komen wat betreft zijn verleden, om een klaardere blik te hebben op zijn toekomst. De Europeanen waren namelijk niet de enige of de ergste koloniale slavendrijvers. Ze waren anderzijds wel de eersten die de slavernij en het kolonialisme massaal afschaften.

Koenraad Elst over kolonialisme: ‘Ja, Europa heeft een zwaar verleden, maar niet alleen Europa. Kolonisatie is zo oud als de mensheid, en het is tegen die achtergrond dat we het “kolonialisme” moeten beoordelen.’ En diezelfde Elst over de slavernijkwestie: ‘Men vereenzelvigt de slaafneming met “wit” en slachtofferschap met “zwart”. In werkelijkheid was de slavernij vrij universeel […] Vele culturen hadden vormen van slavernij gekend […] het echt uitzonderlijke was wel dat de [witte] meesters de slavernij zelf vrijwillig afgeschaft hebben.’

Wil Afrika wel schuldenverlichting?

Koloniale schuld of niet, een financiële schuldenverlichting naar Afrika — zoals sommige Europeanen willen doorvoeren — lijkt toch wel nobel? Europa kan zoiets niet eens doen, zo schrijft Samuel Furfari, professor geopolitiek verbonden aan de Brusselse ULB. ‘De Afrikaanse schuld van 365 miljard dollar is vooral een commerciële schuld van 340-346 miljard dollar. Het is daarom moeilijk in te zien hoe Europese staten kunnen besluiten die kwijt te schelden, vooral omdat Afrikaanse landen niet eens van plan zijn om de kwijtschelding te vragen.’ Schuldenverlichting is dus niet eens aan de orde. Laten we het dan ook beter over relevantere zaken hebben.

Er vloeit zeer veel slecht geïnvesteerde kapitaal naar de ontwikkelingslanden — dat valt wat moeilijker aan te pakken. Koen Dillen onlangs in Doorbraak: ‘Tussen 1960 en 2018 kreeg Afrika omgerekend 2000 miljard dollar toegestoken aan ontwikkelingshulp, zo’n 35 miljard dollar per jaar. Dat is tientallen keren meer dan Europa na de Tweede Wereldoorlog ontving via het Marshallplan. Degenen die ervan profiteerden, waren de Mobutu’s en de Bokassas’s van deze wereld, de corrupte staatshoofden die er paleizen mee bouwden aan de Azurenkust.’ Ook Westerse ngo’s zijn niet vrij van kritiek wat betreft het vele geld dat ze in Afrika investeren — maar een analyse daarvan brengt ons te ver. Laat ons voorlopig besluiten met: ‘Europa, let op uw investeringen!’

Afrika staat recht

Hoe moet het dan wel? Laten we eens kijken wat wel goed werkt in Afrika. De reeds geciteerde Furfari ziet ook redenen tot optimisme. ‘We leren ook hoe Afrika dankzij de flexibiliteit van zijn “informele economie” zich snel aan de crisis heeft kunnen aanpassen.’ Dat brengt hem dichter bij de werkelijke noden van Afrika. Voor een informele economie — voor elke moderne economie in feite — is namelijk elektriciteit nodig, veel elektriciteit, goedkope elektriciteit. De EU investeert wel in de energiesector van Afrika, maar dan vooral hernieuwbaar.

Hernieuwbaar in Afrika is volgens Furfari als een tang op een varken. ‘Elke nieuwe intermitterende hernieuwbare energiecentrale moet vergezeld gaan van een nieuwe conventionele thermische energiecentrale (op basis van fossiele brandstoffen). Deze aberrante dubbele investering zal uiteraard niet plaatsvinden (in Afrika).’ Daar waar Europa al overal geïnvesteerd heeft in klassieke energiecentrales, heeft het continent wel de luxe om onstandvastige energiebronnen aan te sluiten op het netwerk.

‘Qu’ils utilisent de la renouvelable!’

Hij gaat verder: ‘Moeten wij, zoals de Europese Commissie en groene ngo’s dat willen, hen dwingen “ons niet te kopiëren” en Afrika de productie van hernieuwbare energie opleggen?’ Het is alsof de EU à la Marie-Antoinette uitroept: ‘Qu’ils utilisent de la renouvelable!’ — ‘Dan gebruiken ze toch hernieuwbare energie!’

Zijn conclusie in één zin: ‘Il est urgent d’électrifier l’Afrique’. Afrika heeft dringend nood aan elektriciteit. Dat is dan ook niet voor niets de titel van Furfari’s eloquente laatste boek over de Afrikakwestie. Arme landen die economisch uit hun ellende willen groeien — China, India, zelfs West-Europa indertijd — deden dat immers steevast door middel van goedkope steenkool, recenter aardgas en (indien mogelijk) waterkracht. Wie zijn wij om deze beproefde weg nu te verbieden aan Afrika?

Miserie in Afrika

Ondanks de onmiskenbare vooruitgang blijft Afrika uiteraard achter op zoveel aspecten. 80% van de Zwart-Afrikanen kookt met de eeuwenoude biobrandstoffen hout en mest. Dat leidt tot enerzijds een massale houtkap van bossen, anderzijds een wel zeer ongezonde lucht binnenshuis. Die is trouwens oorzaak van wel heel wat lastige tot dodelijke gezondheidsproblemen. Slechts 35% van de bevolking heeft er toegang tot elektriciteit. En dan hebben ze af en toe nog af te rekenen met een onvrijwillige ‘earth hour’, ‘earth day’ of zelfs ‘earth week’. Niet om zoals bij ons even stil te staan bij de klimaatcrisis, maar vanwege het barslechte elektriciteitsnetwerk.

Uiteraard is er dan nog de problematiek van de overbevolking. In feite is het enkel het Afrikaanse continent waar bevolkingsaantallen nog flink stijgen. 1,216 miljard in 2016 wordt 2,53 miljard in 2050 en misschien 4,47 miljard aan het einde van de eeuw? Dat zijn hoge cijfers. Maar wat erger is, is dat daarachter een hoop miserie schuilt. Het is een gekend fenomeen dat de afwezigheid van perspectief en vrouwelijke ongeletterdheid niet enkel de gezinsgrootte enorm doet toenemen, maar daarna ook de wens om naar rijke landen — lees Europa — te migreren.

Er is veel nodig om het perspectief sterk te doen verbeteren, maar toegang tot goedkope elektriciteit maakt daar zeker deel van uit. Al is het maar opdat tijdens de lange avonden een lichtje aan kan, zodat vrouw- en manlief iets anders om handen hebben dan elkaar. In het beste geval kunnen ze dan studeren. Of, misschien wat minder aanbevelenswaardig, een Netflix-serie bingewatchen zoals dat heet.

Enter China

Als Afrika dus niet bij de EU kan aankloppen, staat China klaar. Zoals bekend wordt China dan ook al een hele tijd van neokolonialisme in Afrika beschuldigd. Terecht. Het is uiteraard normaal dat China ook aan eigen voordeel denkt als het samenwerkt met Afrika. China gebruikt daarbij echter een agressieve veroveringstactiek waarmee het mikt op de zwakke instituten van Afrika.

Met het Westen heeft China gelijkaardige plannen. Ook daar zoekt het zijn weg via zwakke Westerse instituten, zoals de coronacrisis ons leerde, zoals de WHO. Uiteraard proberen ze ook voortdurend allerlei Westerse ngo’s te beïnvloeden. China’s propagandamolen in typische communismestijl blijft nooit stilstaan. Of waarom denkt u dat enkele jaren geleden onder meer Greenpeace-woordvoerster Lauri Myllyvirta juichte: ‘China is op weg om zijn eigen klimaatdoelstellingen in Parijs veruit te overtreffen’?

Westers betweterig superioriteitsgevoel

The Guardian gaf vlak voor de coronacrisis nog goed de klimaatactivistische mening aan: ‘Hoewel Afrika zich in een unieke positie bevindt om onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en gebruik te maken van overvloedige hernieuwbare bronnen zoals wind en zon, begint het continent aan een enorme uitbreiding van elektriciteit uit fossiele brandstoffen […] De luchtvervuiling door deze nieuwe energiecentrales en geëxpandeerd fossiel brandstofverbruik in transport kan leiden tot een vermijdbare 48.000 vroege sterfgevallen per jaar tegen 2030.’ De betweterigheid druipt ervan af. De WHO schat de doden omwille van luchtvervuiling binnenshuis op minimaal 1,4 miljoen per jaar — een conservatieve schatting waarvan meer dan de helft in Afrika te vinden valt. De oorzaak daarvan is, zoals al verteld, de vuile hout- en mestverbranding die door goedkope elektriciteit vermeden zouden worden.

Zoals bekend ontvangen de EU en westerse ngo’s klimaatactivisten met open armen. Ngo’s doen uiteraard veel voor Afrika. De EU investeert er, met als nobel doel ook de toegang tot energie er drastisch te doen stijgen. Bijvoorbeeld met het EU-programma ‘Energising Development: Commission’s new initiative to help achieve energy access for all by 2030’. Het gaat er echter steevast over duurzame en hernieuwbare energie, en dat is geen dode letter. Spanje moest op 3 april 2019 van de EU de import van Marokkaanse steenkool-elektriciteit stoppen. Zo werkt de EU  een serieuze elektrificatie van Afrika in feite tegen, want het Spaanse geld zou een welkome stimulans zijn voor verdere energie-investeringen in Afrika.

Rob Lemeire :Rob Lemeire (1973) is burgerlijk ingenieur. Hij was radicaal groen, nog voor dat mainstream was. Nu milieuactivisme zelf de heersende stroming is geworden voelt hij eerder de neiging om sterk op de rem te gaan staan.