Geldkraan gaat open, controlegaranties blijven uit

De Europese staatshoofden en regeringsleiders bereikten, niet zonder slag of stoot, na dagen onderhandelen, een akkoord goed voor bijna 1800 miljard euro

Het vakantiereces — enigszins ingeperkt door de pandemie die niet wijken wil (hierin gesteund door het dissidente gedrag van burgers die zich onoverwinnelijk wanen) — is een gelegenheid om ook even de boekenkast op orde te stellen. En dat laat soms toe interessant materiaal te (her)ontdekken.

Eén van die (her)ontdekkingen is het boek van Jan Bohets uit 1996, met als provocerende titel De losbandige jaren. Hoe een fortuinlijke generatie met de welvaartsstijging omging. Bohets beschrijft hoe, om een economische crisis aan te pakken, eind vorige eeuw een enorme schuldenberg werd opgebouwd. Een schuld die doorgeschoven werd naar de volgende generaties. Hij dissecteert het falende overheidsoptreden en het gebrek aan langetermijndenken.

De spagaat van Michel Junior

Onwillekeurig wordt immers de link gelegd met de verbeten strijd die de voorbije dagen werd gevoerd om zo diep mogelijk in het EU-coronafonds van 750 miljard euro te kunnen graaien. De Europese staatshoofden en regeringsleiders bereikten, niet zonder slag of stoot, na dagen onderhandelen een akkoord, goed voor bijna 1800 miljard euro (meerjarenbegroting tot 2027 en coronaherstelfonds).

Voor Michel (de man die snel het premierschap van België inruilde voor een lucratieve Europese topfunctie) was Europa nu aan zet. De (historische?) opdracht bestond er nu in geld vrij te maken. Geld, veel geld. Bestemd voor die landen die het hardst geraakt zouden zijn door het coronavirus. Hij kreeg zijn waar echter niet onmiddellijk verkocht.

Bepaalde landen hadden immers zo hun bedenkingen. Vooral het ontbreken van sluitende controles stoorde hen. Europa maalt immers niet om schendingen van begrotingsafspraken. De eenheid ten koste van alles bewaren (zeker na de Brexit) is de leuze. Andere opmerking was dat er andermaal vrij veel geld dreigde te vloeien naar de zuiderse landen. En die graaiden reeds genoeg in de kas. Bij het afscheid van Mario Draghi was in de wandelgangen te horen dat het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) op maat van Italië was gemaakt.

Ook andere zuiderse landen hadden niet te klagen over het beleid van Draghi & co. Als voorbeeld verwees men naar Griekenland. Een land dat vijf jaar geleden bijna de implosie van de eurozone veroorzaakte. Het mocht echter lenen tegen een negatieve rente. De overige landen konden dus tweemaal betalen. Critici wijzen op het gebrek aan controle die de EU en de lidstaten over het beleid van de ECB kunnen uitoefenen.

Herstelfonds zonder controlegaranties

Opnieuw staan bepaalde zuiderse landen goed gerangschikt. Spanje en Italië staan op de eerste plaatsen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat er van terugbetalen en financiële orthodoxie geen sprake zal zijn. Zeker Nederland verzette zich, bij monde van premier Rutte, tegen de voorgestelde regeling. Rutte werd een dwarsligger geheten.

Andere vaststellingen zijn ook dat noodzakelijke uitgaven op het vlak van innovatie en klimaat lager uitvallen. Er werd ook in gezondheidsbudgetten (!) gesneden en er is ook kritiek op het feit dat 90% van het budget van het herstelfonds — zonder controlegaranties —naar nationale budgetten gaat. De eis om een verband te leggen tussen de toegestopte EU-miljarden en het respecteren van de rechtsstaat (Hongarije en Polen worden geviseerd) werd ingeperkt. Naast Hongarije en Polen baren ook andere landen de Europese Commissie en het Europese Parlement zorgen: Malta, Roemenië en Slowakije.

Als glijmiddel werd gemarchandeerd met kortingen op de jaarlijkse EU-afdracht en met de douaneheffingen. Het herstelfonds bestaat nu uit 390 miljard euro aan subsidies en 360 miljard aan leningen. De kassa is open.

De ‘zuinige’ landen, Nederland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk, gesteund door Finland, blijven op hun hoede. Of het Europees Parlement zal volgen, is een andere zaak.

De wilde weldoeners

Ondertussen draaide ook België de geldkraan open. Knack becijferde dat de door de diverse overheden uitgevaardigde maatregelen tot nu toe 14 miljard euro extra uitgaven veroorzaakten. Daarnaast verdampten 24 miljard euro inkomsten. Men rekent op een welvaartsverlies van ruim 50 miljard euro. Bepaalde beslissingen hebben ook geen link met de coronaproblematiek (bv. de pensioenenveloppe voor gewezen mijnwerkers). Andere dossiers blijven dan weer onopgelost (vergrijzing en pensioenproblematiek). Verwacht wordt dat Vlaanderen voor meer dan 1,4 miljard euro aan hinder- en compensatiepremies zal hebben uitbetaald. Daarnaast zijn er de crisiswaarborgen, de achtergestelde leningen, het zogeheten welvaartsfonds en het systeem van win-winlening en vriendenaandelen.

Dat niet alles even correct en transparant verloopt blijkt uit het feit dat de Vlaamse overheid nu reeds ruim 10 miljoen euro terugvordert van bedrijven die onterecht een coronapremie aanvroegen (cijfers Vlaams minister van Werk Hilde Crevits, CD&V). Er gaat ook aandacht uit naar Belgische bedrijven die in verband kunnen worden gebracht met een belastingparadijs.

De pijn verzachten kost inderdaad geld. Dat geld is echter slechts één maal uit te geven, en het vertrouwen van de Belg is ver te zoeken. En deze laatste krijgt hierbij de steun van de Nationale Bank van België (NBB). Begin juni waarschuwde de NBB ervoor dat de Belgische economie zich slechts moeizaam zal herstellen en dat het begrotingstekort structureel hoog blijft. De coronacrisis en de activiteitsonderbreking zorgen voor een economische krimp. De overheidsschuld stijgt en, volgens de prognoses, zou deze zich aan het einde van de projectieperiode ‘op een explosief stijgend traject, ondanks de historisch lage rente’ bevinden.

Zinloos nattevingerwerk

Een interessante projectie (Leuvense economische standpunten, 2020/176, ‘Hoe fel besmet covid-19 onze overheidsfinanciën?’) laat de schuld eerst stijgen tot 116,5% in 2020, daarna daalt die, maar loopt dan weer op tot 115%. Een tweede scenario is minder optimistisch. De release van de World Economic Outlook (April 2020: The Great Lockdown) van het IMF ziet een langere crisis in 2020, gevolgd door een tweede uitbraak in 2021. In dat geval zou de overheidsschuld pijlsnel de hoogte kunnen ingaan (121% in 2020 tot 157% in 2025).

Pierre Wunsch, econoom en gouverneur van de Nationale Bank van België, waarschuwt dat ‘België niet met miljarden kan strooien’. Wunsch heeft ook bedenkingen bij de efficiëntie van een grootschalig herstelplan en wijst op de houding van de Belgische gezinnen. Zolang bijvoorbeeld de consumptie niet herneemt, is een relanceplan niet succesvol.

Econoom en arbeidsmarktdeskundige Stijn Baert van de Universiteit Gent, die onder meer de berekeningen inzake geleden schade ingevolge corona als ‘…puur nattevingerwerk en zinloos…’ kwalificeerde, pleit voor een evidence-based beleid. Te zien als een wetenschappelijk onderbouwd beleid dat los van ideologie of emotie de juiste maatregelen naar voren schuift om maatschappelijke problemen aan te pakken. Eerder waarschuwde hij voor de gevolgen van de versnipperde bevoegdheidsverdeling zodat ‘…niemand nog een overzicht heeft’.

Ter vergelijking: Nederland zat voor de coronacrisis op 48,8 %, gaat nu misschien richting 65 %, maar kan zeker tegen een stoot.

Godot aan bod

De complexe Belgische staatsstructuur met de vele overheden die elkaar voor de voeten lopen, doet eerder aan Vladimir en Estragon denken, die beiden wachten, op een landweg naast een boom, op iemand, of iets, met de naam Godot. Verveling, verwarring en onzekerheid troef.

Econoom Ivan Van de Cloot (De Tijd) ziet allerhande lobbygroepen die het een uitgelezen moment vinden om geld te vragen en ‘denken dat de rest wel op magische wijze in orde komt.’ De vraag is echter of geld geven het probleem oplost: ‘Als er operationele problemen zijn, slecht wordt bestuurd of de foute diagnoses worden gesteld, dan komt dat geld gewoon fout terecht.’

De overheid, zo stelt hij, doet nu beroep op experten om de epidemie te bezweren. Waarom doen ze dat ook niet voor de vele sociale en economische problemen? De subsidiehonger afremmen en slecht gedrag bestraffen zou veel meer opbrengen dan wilde weldoener spelen. Hij bepleit het doorbreken van het taboe. ‘We moeten van de gelegenheid gebruik maken om bepaalde verworvenheden in vraag te stellen. Denk aan de fiscale voordelen voor luchthavens, de nultaxatie op kerosine, enzovoort. Er is een lange lijst van taboes waar we nooit aan durfden te raken.’

Economen fronsen de wenkbrauwen en herhalen dat België geen efficiënt land is: ‘We geven proportioneel meer uit dan anderen. Een relance naar dat oude normaal heeft geen zin.’ De vraag naar de houdbaarheid van de Belgische overheidsschuld en het verwerven van een grondig inzicht in de bepalende factoren van deze schuld, is dé topprioriteit voor Belgische beleidsmakers. De inter- en intragenerationele solidariteit staat op het spel.

Er zijn gelukkig nog zekerheden: België slaagt nog steeds met verve in het ruziemaken en zakt nog immer met verve wanneer het op ‘good governance’ aankomt.

‘Als iets kwaads zich maar herhaalt, geldt het al snel als heel normaal’

De analyse die Bohets reeds in 1996 maakte, is nog steeds de moeite waard. Droogjes verhaalde hij hoe de Belgische overheidsschuld eind jaren 70 tot midden jaren 80 van de vorige eeuw sterk toegenomen was. Die ontsporing schreef Bohets op rekening van ‘de losbandige jaren zeventig’, toen België niet enkel de gevolgen van de eerste olieschok niet goed had ingeschat, maar, meer dan dat, ook de verkeerde recepten bovenhaalde en bleef volharden in de boosheid.

De naakte waarheid vertellen leek politiek te moeilijk te liggen. Er werd geen pact afgesloten tussen bevolking, werknemers en werkgevers, meer nog, men opteerde ervoor om de zaak gewoonweg via algemene kostenstijging en bijhorende loonkostenstijging te verrekenen. Dit leidde tot een toename van het indexcijfer en van de loonkosten. Gevolg: een teloorgang van werkgelegenheid. Tweede fout: de subsidiekraan volledig opendraaien. De overheid hevelde zodoende miljarden frank aan subsidies over naar het bedrijfsleven en zelf creëerde ze allerhande nepstatuten, waardoor ze een nieuw soort ambtenaren creëerde .

De wankele evenwichten die de België kunstmatig mee in leven hielden (en houden), konden niet uit het oog worden verloren. Kreeg Zeebrugge een wereldhaven, dan kreeg Wallonië bijvoorbeeld in Feluy een petrochemisch centrum. En omdat in Brussel een metro werd gegraven, moest er ook in Antwerpen en Charleroi worden gegraven.

Dit alles resulteerde in een ongekend begrotingsdeficit en een schuldenberg die van jaar tot jaar toenam (sneeuwbaleffect). Bijzondere bijdragen voor sociale zekerheid, crisisbelastingen, indexsprongen, aanpassing van de indexberekening, solidariteitsbijdragen op de pensioenen, loonblokkeringen en accijnsverhogingen werden het nieuwe normaal.

Een Europese Gezondheidsunie

Ons besluit: de kritiek van de Nederlandse premier Rutte is terecht. Er is meer mis met die eurotoppen. De brexit werd niet onderkend, de vluchtelingeninstroom werd niet aangepakt, vele prioriteiten zijn wispelturig te heten en de relatie met de burger is voor verbetering vatbaar. De ‘ver van mijn bed show’ mist ook aantrekkingskracht en relevantie.

De eerste reacties hebben het over een staatsgreep van Europa, een afzwakken van de rechtsstaat, het falen van de EU als waardengemeenschap, een verder de dieperik in helpen van die landen die reeds vele openstaande schulden hebben. Niet de coronacrisis brengt de Zuid-Europese landen in de problemen, wel het niet naleven door die landen van het Stabiliteits- en Groeipact. Wie solidariteit hoog in het vaandel voert moet ook de moed hebben de naleving ervan te controleren. Er moet dus worden gekeken of de gemeenschappelijke waarden waartoe alle EU-lidstaten zich hebben verbonden, ook effectief worden nageleefd.

De nieuwe corona-enveloppe komt trouwens bovenop de aankooppolitiek van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB zet de aankoop verder. Begin 2020 verruimde de ECB opnieuw haar opkoopprogramma. Duitsland en Nederland laten zich hier zeer kritisch over uit. Het ongenoegen zit zo diep dat bijvoorbeeld het Duitse Grondwettelijk Hof het opkoop­programma kritisch evalueerde: de gevolgen ervan zijn onvoldoende onderzocht. Heeft de ECB bijvoorbeeld wel nagedacht over de gevolgen voor de spaarders? Financieel experten spreken over een ‘tijdbom’ onder het ECB-beleid.

Opmerkelijk bij dit alles, want het is en blijft een pandemie, is het uitblijven van een grondig debat over de wenselijkheid van een Europese Gezondheidsunie. Verplicht deze coronapandemie ons niet na te denken over een supranationale aanpak?

Een Beke geduld wellicht…

Alain Vannieuwenburg is ethicus en doctor in de interdisciplinaire studie van het recht.