fbpx


Actualiteit, Binnenland, Media

Exclusief: Doorbraak voorspelt Antwerpse verkiezingsuitslag

Waarom het artikel ‘Nieuwe betrouwbare peiling bevestigt trend’ in Gazet van Antwerpen (06.10.2012) onbetrouwbaar is.


‘Het verschil zit na de komma’ titelde Gazet Van Antwerpen de fotofinish tussen N-VA (31,9%) en sp.a.-CD&V (31,1%) in Antwerpen. In de slotpeiling van De Standaard lag de Antwerpse N-VA met 37,2% ongeveer 10% voor op de Stadslijst (sp.a-CD&V) van Patrick Janssens (27,7%). ‘Van een nek-aan-nekrace lijkt geen sprake’, beweerde Bart Brinckman in De Standaard stellig. Welke marktonderzoeksbureau zal na 14 oktober het schaamrood op de kaken gaan lopen: TNS Media voor VRT/De Standaard of Dedicated Research voor Gazet van Antwerpen?

Antwerpen 2006

Misschien eerst nog even in herinnering brengen dat de slotpeiling van TNS Media in opdracht van GVA en VRT in 2006 het verkiezingsresultaat van de Antwerpse sp.a-lijst met 12 procent onderschatte. De peiling van het marktonderzoeksbureau week toen in totaal 24,2% af van de uiteindelijke verkiezingsuitslag.

Geen probleem echter, want in België worden er enkel ‘momentopname’-peilingen zonder voorspellend karakter gehouden. Dat betekent dat zelfs de meest flagrante afwijkingen tussen de slotpeilingen en de verkiezingsuitslagen achteraf systematisch worden afgewenteld op zogenaamde verschuivingen die zich tussen het moment van de peiling en de stembusgang voordeden. Ook Jaak Billiet (KUL) zag na de desastreus gepeilde gemeenteraadsverkiezingen van 2006 geen graten in de peiling van GVA en VRT. ‘Telefonisch en met een staal van 800 mensen kan je op zich wel goed werk leveren’ hield de hoogleraar achteraf stug vol. Met het online-panelonderzoek van de VUB in opdracht van Het Laatste Nieuws dat – toegegeven – 23,2% afweek van het Antwerpse verkiezingsresulaat, had de professor dan wel weer een probleem: ‘Het feit dat men zo peilt met het etiket van een universiteit, vind ik zelfs een misbruik’, mopperde hij.

Hoezo ‘internet minder betrouwbaar’?

Maar goed, dat was 2006. Nieuw bij de Antwerpse slotpeiling 2012 van Gazet van Antwerpen is zonder meer dat ze zichzelf vooraf tot “de meest betrouwbare” uitroept. De krant wordt daarbij geruggesteund door vier politicologen en sociologen: Jaak Billiet, Dave Sinardet (VUB/UA), Jan Hertogen (UA) en Herman Matthijs (VUB/UA).

Wie het artikel ‘Waarom deze nieuwe Antwerpse peiling de meest betrouwbare is’ leest, verneemt echter alleen maar dat “internetenquêtes minder betrouwbaar zijn dan telefoonpeilingen”. Het is een stelling met dezelfde kwaliteit als een uitspraak die stelt dat een grill meer betrouwbaar is als een microgolfoven, en dus in essentie betekenisloos. De algemene argumenten die bij deze brute veralgemeningen op tafel worden gegooid, nemen bovendien niet alleen een loopje met de praktijk en de cijfers, maar blijken ook methodologisch gammel onderbouwd. Zo is er tegenwoordig een brede consensus dat de telefoon een weinig betrouwbaar kanaal is om kiesintenties waarheidsgetrouw te peilen. Op dit vlak scoort de anonimiteit van het internet aantoonbaar beter.

Foute foutenmarge

Voorts gaan de opgetrommelde academici er kennelijk nog altijd van uit dat de resultaten van de traditionele telefonische peilingen worden berekend op basis van superieure toevalssteekproeven. Daarbij wordt handig toegedekt het in de praktijk allerminst om toevalssteekproeven gaat omdat zelfselectie – als gevolg van selectieve respons die optreedt als gevolg van deelname- en responsweigering – voor aanzienlijke scheeftrekking van de resultaten kan zorgen. Precies om die reden moeten de resultaten voor publicatie dan ook worden gecorrigeerd. De deelnamebereidheid aan deze peiling blijkt echter groot. Verdacht groot zelfs, namelijk 76% terwijl die bereidheid bij dergelijke telefonische peilingen doorgaans schommelt tussen 15 en 30%.

Onder andere door de responsweigering en de combinatie van vaste telefoonlijnen (willekeurig geselecteerd op basis van een telefoongids) in combinatie met een beperkte beperkte lijst met 2000 mobiele nummers, is er hier alvast geen sprake van een toevalssteekproef en kan de statistische foutenmarge bijgevolg niet eens worden berekend. Desondanks vermeldt de Gazet van Antwerpen een foutenmarge van 4%. Dat is, volgens de tabellen, inderdaad de maximale foutenmarge bij een zuivere toevalssteekproef. Maar dat percentage mag onder geen enkele voorwaarde op de peiling van Gazet van Antwerpen. 

Haperende herweging

Aangezien het hier dus om een niet-toevalssteekproef gaat, moesten de resultaten achteraf herwogen (gecorrigeerd). Dat gebeurde hier enkel op basis van geslacht,  leeftijd en het district van de respondenten. Precies door die povere herweging is de foutenmarge in realiteit aanzienlijk groter dan de opgegeven 4%. In tegenstelling tot TNS Media, herwoog Dedicated Research de peiling voor Gazet van Antwerpen niet op basis van opleidingsniveau of beroep, noch in functie van de Antwerpse verkiezingsuitslag 2006. Nochtans is precies de laatste herweging essentieel. Ook volgens Febelmar, de beroepsorganisatie van marktonderzoeksbureaus, is een herweging op basis van het ‘stemgedrag bij vorige verkiezingen’ een aanbevolen ingreep die de foutenmarge significant kan verkleinen. Indien de resultaten van een peiling niet worden gecorrigeerd op dit onderdeel, dan stellen de cijfers van het verkiezingsonderzoek weinig tot niets voor.

Van momentopname naar prognose

Laten we toch even het slotresultaat van de twee Antwerpse koplopers, N-VA en sp.a/CD&V in de peiling van Gazet van Antwerpen van naderbij bekijken op basis van de door de krant verstrekte gegevens. N-VA haalt in de slotpeiling – bij een opgegeven foutenmarge van 4% – 31,9% en het kartel sp.a-CD&V 31,1%. Voorts raamt de peiling het aantal onbeslisten op 12%. Ter vergelijking: twee dagen voor de verkiezingen schatte het marktonderzoeksbureau iVox het aantal onbesliste kiezers nog op één derde van het Antwerpse electoraat.

Bij de extrapolatie van de resultaten worden de uitgestelde kiesintenties van de onbeslisten gelijkmatig verdeeld over de voorkeur van de 88 procent beslisten op het moment van de afname van de peiling. Ook dat is opnieuw een uiterst betwistbare ingreep die uitgaat van een foutieve veronderstelling dat onbesliste kiezers op een later tijdstip op dezelfde wijze zullen stemmen dan de besliste kiezers op het moment van de peiling. Strikt genomen, op basis van 12% onbeslisten en geen rekening houdend met de foutenmarge, valt het kartel N-VA op het moment van de peiling terug op een tussentijds marktaandeel van 28,1% en sp.a-CD&V op 27,4%.

Bij een correcte interpretatie van de absolute resultaten, rekening houdend met de door de krant vermelde (theoretische) foutenmarge en op basis van het opgegeven aantal onbeslisten, haalt N-VA op 14 oktober in Antwerpen bijgevolg minimaal 24,1% en maximaal 44,1% van de stemmen. Sp.a-CD&V eindigt minimaal met 23,4% en maximaal 43,4% marktaandeel. Dat betekent concreet dat de afstand tussen beide lijsten na zondag ergens tussen de 0 en 20% zal schommelen. De kans echter dat beide partijen ex aquo zullen eindigen is slechts 5%. Na de verkiezingen zullen dezelfde politicologen en sociologen die de kwalificatie ‘meest betrouwbaar’ aan deze peiling toekenden, ‘de traditionele peilingen’ in dezelfde media opnieuw als ondeugdelijk komen afschilderen. Peilen in Vlaanderen is voor beide wetenschappelijke disciplines blijkbaar altijd een beetje warm en koud tegelijk blazen. Het schaamrood op de kaken zal na 14 oktober dan ook weer snel verdwenen zijn.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Frank Thevissen

Frank Thevissen is doctor in de communicatiewetenschappen en auteur van o.a. 'Het is maar een peiling'.