JavaScript is required for this website to work.
post

Finland draait naar rechts

Herman Matthijs4/4/2023Leestijd 3 minuten
Petteri Orpo.

Petteri Orpo.

foto © Belga Image

Na Italië en Zweden schuift ook Finland op naar rechts.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Op zondag 2 april hebben de Finse kiesgerechtigden hun 200 leden gekozen voor het nationale parlement: de Eduskunta. Het land kent een proportioneel kiesstelsel met de toepassing van ons systeem D’Hondt. Het land is ingedeeld in 13 kiesgebieden.

Momenteel kent Finland een links kabinet onder leiding van de sociaaldemocrate Sanna Marin. Naast de sociaaldemocraten (SDP) zetelen ook de centrumpartij (KESK), de groenen (VHR), de linkse partij / groene communisten (VAS) en de partij van de Zweedstaligen (SFP) in het kabinet. Maar deze laatsten hun aanwezigheid beperkt zich tot de bemanning met één minister.

De Finse regering was vooral bezig met de volgende thema’s: de hoge inflatie en energieprijzen, de oorlog in Oost-Europa en de Russische dreiging, de slechter wordende begroting en het bendegeweld in de steden. Ook in Finland is het platteland niet te spreken over de dominerende driehoek van de steden Helsinki-Tampere-Turku.

De uitslag is als volgt en dat met een opkomst van ongeveer 72% (met tussen haakjes de uitslag van 2019):

  • Conservatieven (KOK): 48 zetels (38) met 20,9% (17%)
  • Sociaaldemocraten (SDP): 43 (40) met 19,8% (17,7%)
  • De Echte Finnen (PS): 46 (39) met 20,2% (17,5%)
  • Centrumpartij (KESK): 23 (31) met 11,2% (13,8%)
  • Groenen (VHR): 13 (20) met 7,1% (11,5%)
  • Links (VAS ): 11 (16) met 7,1% (8,2%)
  • SFP: 9 (9) met 4,3% (4,5%)
  • Christendemocraten: 5 (5) met 4,2% (3,9%)
  • Liberalen: 1 (0) met 2,4% (-)
  • Anderen: 1 (2)

 

Het is duidelijk dat de regeringsdeelname geen goede zaak is geweest voor drie partijen: de linkse partijen, de centrumpartij en de groenen. De SFP blijft relatief status quo, maar de sociaaldemocraten kunnen rekenen op de ‘kanseliersbonus’ en winnen als enige van de vijf regeringspartijen. Maar in de stand behaalt de SDP de derde plaats, na de KOK en de PS. De groenen en de linkse partij hebben stemmen verloren aan de SDP. Daarentegen is de grote verliezer de centrumpartij, de partij van de boeren en het platteland, omdat deze kiezers naar rechts zijn gegaan omwille van het te linkse kabinet Marin.

Bij de oppositie niets dan winst: de conservatieven met Petteri Orpo winnen tien zetels en bijna 4% der stemmen. Ook de echte Finnen met Riikka Purra winnen vier zetels en 2,7%. Daardoor zijn deze twee partijen de enigen die over de 20% van de stemmen gaan. De liberalen behalen terug één zetel in het parlement en de christendemocraten winnen stemmen, doch geen zetels.

De meerderheid van eerste minister Marin van 115 zetels op 200 tuimelt naar 99 en dus een minderheid in de ‘Eduskunta’. Maar tijdens de campagne was het al duidelijk dat deze ploeg niet zou verder gaan. Inderdaad, de Zweedse partij met haar liberale economisch programma vond de regering te links en de agrarische centrumpartij verklaart openlijk dat ze de groenen meer dan beu is. Ook is er al maanden geruzie over de houding van het linkse VAS tegenover de toetreding tot de NAVO. Dit laatste dossier zal het neutrale statuut van Finland doen verhuizen naar de geschiedenisboeken. Een nieuwe directe grens van 1.300 kilometer tussen Finland en Rusland wordt een uitdaging voor het militair bondgenootschap alsook de nieuwe Finse regering.  Ook stelt zich de vraag welke houding het nieuwe kabinet gaat aannemen in het dispuut tussen Turkije/Hongarije versus de Zweedse toetreding tot de NAVO?

Donaties

Volgens de Helsinki Times is er ook een optelling gemaakt van de giften aan de partijen met drie partijen, die meer dan 1 miljoen euro hebben ontvangen: de centrumpartij (1,8 miljoen), de SDP (1,1 miljoen) en de linkse partij met 1 miljoen euro. Daarna volgende de groenen (887.000), KOK (506.000), de SFP (150.000), de PS (112.000) en de christendemocraten (150.000). Op zijn minst geeft deze lijst merkwaardige verschillen tussen de partijen en blijkt de verliezende KESK-partij de meeste donaties te hebben ontvangen.

Het is nu aan de conservatieve president Niinisto om de leider van zijn partij, Petteri Orpo, te vragen een kabinet te vormen. De optelsom van de conservatieven, de PS-Echte Finnen, de centrumpartij, de Zweedse partij en de christendemocraten geeft een ruime meerderheid in het parlement. Maar het is de vraag of de SFP en de KESK een kabinet zien zitten met de Echte Finnen. Alleen de KOK en de christendemocraten hebben daar geen problemen mee, doch die combinatie geraakt er nipt niet met 99 zetels. Daarom dat er wel eens gedacht kan worden aan de regeringsconstructie van buurland Zweden: een minderheidskabinet met steun van de Echte Finnen. Maar Finland heeft geen ervaring met minderheidsregeringen.

De cruciale vraag is of de Zweedse Partij het ziet zitten om in een regering te stappen met de Echte Finnen van Riikka Purra. In dit laatste geval zijn de centristen niet nodig. De KESK is de grote verliezer van deze stembusslag en dient ook op te passen met zijn houding op het politieke schaakbord. Inderdaad, door hun strakke houding is de Zweedse centrumpartij ook naar de oppositie verwezen en is dat wat de KESK zou willen? Ongetwijfeld zal de centrumpartij nog eens proberen om in een coalitie te geraken met hen, in het midden van het bed tussen de KOK en de SDP. Maar wie zit op deze coalitie te wachten?

In het kader van de Europese Unie is het een nieuw gegeven dat er op korte termijn drie landen naar rechts zijn geschoven: Italië, Zweden en Finland.

In ieder geval, Sanna Marin verhuist naar de oppositie en Petteri Orpo komt naar de kanselarij van de Finse republiek. Voor de conservatieven is het ook niet onbelangrijk om de nieuwe regering te gaan leiden, want in 2024 zijn er rechtstreekse verkiezingen voor de machtige functie van Fins president.

Herman Matthijs doceert publieke en openbare financiën aan de UGent en de VUB. Hij volgt o.m. overheidsadministratie en -begrotingen op, maar evenzeer de politiek van de VS.

Commentaren en reacties