Fluiten in het donker

Elio Di Rupo, Alexander De Croo en Jan Jambon tijdens een personcferentie over de coronacrisis te Brussel, 16 oktober 2020.

De Belgische overheden troffen schijnbaar daadkrachtige beslissingen om de coronacrisis te bestrijden, zoals de sluiting van de horeca. De beleidsvoerders lijken echter vooral in hun eigen bubbel te leven. De nieuwe maatregelen riskeren de maatschappelijke crisis nog erger te maken.

Geen winkelkarretjes

Terwijl de regeringsafgevaardigden met de experts onderhandelden over strengere coronamaatregelen zoals de avondklok, bezocht ik mijn vertrouwde Aldi-winkel in een volkse buurt: Antwerpen-Deurne. Dat dichtbevolkte en bontgekleurde district is een corona-risicowijk. In dergelijke buurten groeien de besmettingscijfers exponentieel. In mijn Aldi-supermarkt bleek er echter weinig te bespeuren van dat crisisgevoel.

De verplichting om er met een karretje te winkelen, waardoor men meer afstand moet houden, is er al weken geleden afgeschaft. Toen ik arriveerde, waren er bij de ingang weer geen winkelkarretjes meer beschikbaar. In de menigte bij de kassa’s moest ik een korfje oppikken dat ik geacht werd om met een vochtig doekje te ontsmetten, tenminste indien men het rekje met de doekjes bij de ingang had opgemerkt.

Tijdens het winkelen kon er nog enige afstand gehouden worden. Eens bij de kassa liep het goed mis. Gezien karretjes in die Aldi-winkel niet meer verplicht zijn, schoven de wachtenden er vaak bijna tegen elkaar aan. De rode lijnen op de vloer die de verplichte afstand tussen de klanten moesten bepalen, waren nog amper zichtbaar tussen de vele benen en voeten.

Bovendien kwamen heel wat mensen, zoals in de pre-coronatijden, gezellig met man- of vrouwlief winkelen. Toen ik een allochtoon koppel, dat zich zowat tegen me aandrukte, aansprak over de nodige afstand, staarden ze me geïrriteerd aan. Het woord corona of ‘afstand’ leek bij hen niet veel belletjes te doen rinkelen, in het Nederlands, noch in het Frans.

Bubbelconcepten

De regeringen, met op kop ‘professor’ Frank Vandenbroucke als federaal minister van Gezondheid, doen met bepalingen over hoeveel mensen men per maand mag knuffelen alsof ze de samenleving kunnen aansturen als een machine. Ze slagen er echter nog niet in om de afstanden en contacten in de (levensnoodzakelijke) winkels in de risicowijken te controleren. Al is een controle op zo’n centrale, publieke plekken talloze keren makkelijker dan die van bubbelconcepten à la het aantal ‘gemaskerde’ kennissen die je in ‘je kot’ mag ontvangen.

Vele malen makkelijker te controleren ook dan het gedrag van de jeugdige hormonenbommen. Er was een zekerheid toen ik de vorige pandemische maanden ging wandelen in de natuurgebieden of door struiken overwoekerde forten in de Antwerpse rand: bijna altijd troepten achter de struiken wel groepen jongens en meisjes samen om te praten, drinken en feesten. Niet verdedigbaar in deze omstandigheden, maar helaas bijzonder voorspelbaar.

Bij het begin van de tweede golf bleken gebedsplaatsen als moskeeën in steden als Mechelen en Den Haag plekken waar het virus weer in circulatie geraakte. Ook vandaag komen in gebedsplaatsen heel wat mensen op vaak kleine, slecht verluchte oppervlakten samen. Religieuze plechtigheden kunnen de komende tijd, onder voorwaarden, rustig blijven doorgaan. Dit lijkt niet van aard om bij moeilijker te bereiken doelgroepen zoals religieuze minderheden een gevoel van urgentie te stimuleren. Dat ontbrekende crisisbesef in heel wat wijken en milieus is net een motor van het virus.

Schijndaadkracht

Voor wie een beetje vertrouwd is met het straatleven in steden als Antwerpen en Brussel weet: de Belgische regeringen mogen dan nog zo kordaat overkomen, met de huidige aanpak gaan we het virus niet overwinnen. Door een sector als de horeca sterk te beteugelen, lijkt men vooral de illusie van controle en daadkracht hoog te willen houden; wellicht ten koste van vele duizenden jobs en veel sociale miserie, maar zonder bepalend effect op de coronacijfers.

Maar het is waar: zij die zich de beste stuurlui achten, staan aan wal. Niemand weet hoe deze crisis op de minst schadelijke manier aan te pakken. Minister van Gezondheid zijn is anno 2020 allesbehalve een begerenswaardige job en vooral hinkelen op één been. De regering wil sectoren als onderwijs of religie zoveel mogelijk laten functioneren en niet al te veel beperken. Op andere terreinen zoals het sociaal contact, de horeca en het caféleven wordt er dan weer de blok opgezet.

Een democratie zoekt vaak naar delicate evenwichten. Meestal is dat een goede zaak. De vraag is echter of dit, in deze omstandigheden met een virus dat onverbiddelijk de zwakste schakel zoekt, de crisis niet erger maakt? Of die dubbelzinnige aanpak ons bovendien ook zal opzadelen met een kolossale economische crash?

De tragedie is dat we het antwoord pas zullen kennen wanneer het virus bezworen zal zijn. Wel mag men verwachten dat de beleidsmakers zich intussen bij ingrijpende beslissingen baseren op een grondige kennis van de realiteit en op niet-tegenstrijdige cijfers over de broeihaarden. Helaas lijkt dat vandaag niet het geval te zijn.

Chris Ceustermans :Chris Ceustermans is een veertiger die ooit van zijn pen leefde als journalist bij onder meer De Morgen. Na andere wegen te hebben verkend, keerde hij terug naar zijn oude liefde: de literatuur. Op Doorbraak pleegt hij af en toe een stuk over dingen die in de eenzijdige media te weinig aan bod komen. 'Ni dieu, ni roi, ni maître', blijft zijn motto, al lijkt dit voor de meeste zelfverklaarde 'links weldenkenden' al lang vergeten.