Buitenland
rassemblement

Front National wordt Rassemblement National

Kan een naamsverandering het Front National een nieuw elan geven? Of volstaat dat niet om de oude gewaden af te schudden en zonder de stigmata uit het verleden verder te gaan als een respectabele partij die mee aan de onderhandelingstafel mag zitten en bondgenootschappen kan sluiten met het oog op regeringsdeelname?

De kans is niet gering dat Marine Le Pen betreurt dat ze op het congres van haar partij in Rijsel vorig weekend een forum gaf aan Steve Bannon. De gewezen bezieler van de conservatieve nieuwssite Breitbart en architect van Trumps verkiezingsoverwinning in november 2016 toert deze dagen door Europa om ideologische medestanders een hart onder de riem te steken. Hij was aanvankelijk niet van plan halt te houden in Frankrijk, maar zou op aandringen van Louis Aliot zijn reisplannen in extremis gewijzigd hebben om het FN alsnog met een bezoek te vereren. Louis Aliot is ondervoorzitter van de partij en levenspartner van Marine Le Pen. Enkele weken geleden bracht hij in Washington een verkennend bezoek aan de in ongenade gevallen spindoctor van Trump.

Duiveltjes uit een doosje

Maar er zat op het congres een kink in de kabel en wel om twee redenen. Dit congres moest de bekroning worden van de in 2011 door Marine Le Pen ingezette ‘dediabolisering’. De titel van erevoorzitter die haar vader nog steeds bekleedt, werd om te beginnen geschrapt uit de statuten. Een naamsverandering van de partij moet potentiële coalitiepartners ter rechterzijde bovendien overhalen om het cordon sanitaire dat ook in Frankrijk tegen ‘extreem rechts’ werd afgekondigd op te blazen en op termijn regeringsdeelname mogelijk te maken. Steve Bannon kreeg veel applaus tijdens zijn speech, tot hij de congressisten uitnodigde zich er niets van aan te trekken voor ‘racisten’ en ‘extremisten’ te worden versleten. Op de eerste rij werd niet geapplaudisseerd, wist Le Journal du Dimanche fijntjes op te merken.

Het werd nog pijnlijker voor Marine Le Pen toen ze met Bannon de media te woord stond op een gezamenlijke persconferentie. Daar zong Bannon de lof van een ‘uitzonderlijke politica’ die alle lof verdient, ‘een van de briljantste vrouwelijke personen’ die hij in zijn carrière ontmoet had. Al goed dat de Engelse tolk zijn job niet kon zodat de voorzitster van het FN niet onmiddellijk begreep wat de Amerikaan stond te vertellen. Die ‘briljante vrouw’ bleek immers niet zij, maar Marion Le Pen te zijn.

Wachten op Marion

Le Pens bloedeigen nichtje verliet de partij vorig jaar uit onvrede met de gevoerde campagne voor de presidentsverkiezingen en met de economisch linkse koers van het Front. Marine was er toen niet rouwig om dat ze plots geen last meer had van de immens populaire Marion. Als ze haar al niet vakkundig naar de uitgang had begeleid. Op je eigen congres dan zo in je hemd gezet worden door iemand als Steve Bannon, dat moet gestoken hebben. Ook al bedoelde Bannon het misschien niet zo.

Iedereen weet dat Marion Maréchal-Le Pen op een dag zal terugkeren naar de politiek. Vorige maand nog stal ze in Washington de show met een opgemerkte toespraak in perfect Engels op de jaarlijkse bijeenkomst van de CPAC (Conservative Political Action Conference), een hoogmis voor alles wat conservatief is in de VS. Ook de Amerikaanse president zelf vereerde een dag na de toespraak van Marion de CPAC met een bezoek.

Bovendien kwam het nichtje eind februari nog eens uitgebreid in de media met haar plannen om in Frankrijk een conservatieve academie op te richten waar het jonge rechtse politiek talent van morgen zal gevormd worden. In tegenstelling tot haar tante noemt Marion zich rechts zonder complexen. Ook op sociaaleconomisch vlak.

Bondgenoten

Natuurlijk moet een politieke partij, zelfs in een land met een bonapartistische meerderheidscultuur zoals het Frankrijk van de Vijfde Republiek, bondgenoten zoeken. Anders kwijnt ze steriel weg in de oppositie. Marine Le Pen wist vorig jaar, ondanks de perceptie van overwinningsnederlaag die ze creëerde na haar desastreus debat tegen Emmanuel Macron, net geen 33 procent van de Franse kiezers te overtuigen voor haar te stemmen in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Die kiezers ambieert ze aan zich binden door hen duidelijk te maken dat ze ‘alle patriotten wil verenigen’. Vandaar de keuze die gemaakt wordt voor de benaming ‘Rassemblement National’. De leden moeten die keuze nog bekrachtigen. Justitie ook. Er blijkt al een politieke formatie te bestaan die de voorbije jaren her en der opkwam onder de naam Rassemblement National.

Marine Le Pen ziet ook wat er in Oostenrijk, Italië en Denemarken gebeurt, waar ‘extreem rechts’ erin slaagt allianties te sluiten met centrumrechts om zo mee op het beleid te wegen. Ze droomt daar ook van. Die droom is perfect legitiem, net als het idee dat een naamsverandering daarbij kan helpen, zinvol kan lijken. Op voorwaarde dat de partij, zoals Maurice Szafran van het economisch tijdschrift Challenges het zondag op LCI treffend verwoordde, niet enkel een cosmetische opsmukoperatie doorvoert, maar ook nadenkt over de haalbaarheid van een aantal standpunten, zoals het verlaten van de Europese Unie en de euro en over de noodzaak van een nieuwe voorzitter.

Indien bovenstaande niet het geval is, dan heeft een naamsverandering geen zin. Neem nu de UMP (‘Union pour une majorité populaire’), de centrumrechtse formatie die op initiatief van gewezen president Nicolas Sarkozy in 2015 haar naam veranderde in ‘Les Républicains’. Sarkozy dacht toen hij het idee van een naamswijziging lanceerde zichzelf opnieuw op de kaart te zetten, maar het pakte anders uit. Niet de partijnaam, maar zijn persoon bleek het probleem te zijn voor veel militanten die ontgoocheld waren over zijn presidentschap. De naamswijziging luidde meteen het einde van zijn politieke carrière in. Ook binnen het FN fluisteren steeds meer leden en sympathisanten off the record dat niet de naam maar de voorzitster het probleem is.

De rechtse kiezers

De politoloog Patrick Buisson heeft het rechtse electoraat in Frankrijk in zijn bestseller La cause du peuple in drie categorieën verdeeld. Er zijn de centrumrechtse liberale kiezers in de grote steden die hartstochtelijke aanhangers van de Europese Unie zijn en er zeer gematigde standpunten inzake maatschappelijke thema’s als immigratie of het homohuwelijk op nahouden. Daarnaast de conservatieve kiezers die de voorbije jaren in groten getale tegen dat homohuwelijk (‘le mariage pour tous’) hebben betoogd en een strak asiel- en immigratiebeleid voorstaan. Ten slotte de volkse kiezers, arbeiders en kleine ambachtslieden veelal, in de periurbane gebieden (het kleinstedelijke Frankrijk buiten de banlieue) die zich in de steek gelaten voelen door de globalisering en die door de niet ophoudende immigratiestroom hun heimat niet meer herkennen. Wil rechts aan de macht komen, analyseert Buisson, moet het die twee laatste categorieën electoraal met elkaar weten te verzoenen.

Laurent Wauquiez, de nieuwe voorzitter van Les Républicains, heeft die les duidelijk begrepen. Hij heeft, zonder excessief taalgebruik, resoluut voor een zeer rechtse lijn gekozen, ook al stoot hij heel wat gematigde kiezers in eigen partij daarmee tegen de borst. De ambitieuze jonge politicus maakt daarmee een berekende gok. Een aantal centrumpolitici die deze gematigde kiezers vertegenwoordigen, hebben er sowieso al voor gekozen om het beleid van Emmanuel Macron te steunen en hebben zich daarmee de facto uit de partij gezet. De laatste die nog moet volgen is Alain Juppé, destijds al de intieme vijand van Sarkozy en vandaag nog meer van Wauquiez. Daarna is de kust vrij. Wauquiez kan proberen zoveel mogelijk van de elf miljoen kiezers aan te spreken die vorig jaar in de tweede ronde voor Marine Le Pen hebben gestemd. Hij heeft al duidelijk gemaakt dat hij dat zal doen zonder akkoorden met het FN te sluiten. De naamsverandering naar Rassemblement National doet er voor hem niet toe.

Lessen uit eigen land?

Alle vergelijkingen lopen mank, maar vergelijk het een beetje met de centrumrechtse en liberale N-VA en het populistische en economisch linkse Vlaams Belang bij ons. Ook het Vlaams Belang heeft vandaag een economisch programma dat haaks staat op alle resoluties die decennia geleden gestemd werden op zijn economische congressen. Inzake maatschappelijke thema’s als immigratie, asiel en veiligheid vaart het een uitgesproken rechtse koers. De N-VA zal nooit compromissen sluiten met de partij van Dewinter en Annemans. Ze voert wel een discours dat erop gericht is om de kiezers die het VB massaal verlieten in 2014 omdat ze het beu waren een machteloze en nutteloze stem uit te brengen niet voor het hoofd te stoten. Ik zie zoiets ook in Frankrijk gebeuren.

De linkse krant Libération vatte het op 1 maart bondig samen op haar voorpagina met een treffende kop tussen twee foto’s van Marine Le Pen en Laurent Wauquiez : ‘Droite de la droite – un fauteuil pour deux.’

Koen Dillen

Koen Dillen (1964) heeft een passie voor Frankrijk en publiceerde opgemerkte biografieën over Nicolas Sarkozy en François Mitterand.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Koen Dillen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans