Frank Vandenbroucke: Van verschoppeling tot redder des vaderlands?

De nieuwe minister van Volksgezondheid heeft de reputatie zijn eigen zin door te drijven en het omstaanders zo knap lastig te maken. Kan N-VA in hem een bondgenoot vinden op het vlak van staatshervorming?

Frank Vandenbroucke is ‘back in town.’ De nieuwe minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken heeft zich in een mum van tijd op het voorplan gewerkt. In de pers wordt hij als dossiervreter en het slimste jongentje van de klas de hemel in geprezen. Op zijn 65ste schiet hij als een komeet naar de tweede plaats in de politieke hitparade. Vandenbroucke nam in de Vivaldi-regering de touwtjes onmiddellijk strak in handen en communiceerde vlekkeloos zijn strakke aanpak in het coronadebacle.

Voorzitter Conner Rousseau neemt een geweldig risico. Frank Vandenbroucke heeft er een brokkenparcours op zitten. In 2009 werd hij door toenmalig voorzitster Caroline Gennez openlijk de wacht aangezegd. Binnen de nieuwe Vlaamse regering werd hij geen minister. ‘Het onhandelbare jongentje’ kon beschikken. Uit getuigenissen blijkt dat Gennez de steun had van zowat de ganse partijtop. Zijn ‘hardnekkige, betweterige, eigengereide stijl’ botste – zowel binnen als buiten de partij – op de nodige weerstand.

Rebel Vandenbroucke

De vraag is niet of Vandenbroucke zal botsen, maar waar en wanneer. In het regeerakkoord zitten heel wat losse eindjes. Hoe zal Vandenbroucke zich opstellen als het over de begroting, de fiscaliteit, de arbeidsmarkt of de staatshervorming zal gaan? Zal de minister van staat plots vervellen tot een groepsspeler of gaat hij andermaal zijn eigen weg?

Vandenbroucke is steeds een rebel geweest. In 1972 vliegt hij in het Sint-Pieterscollege aan de deur. Later militeert hij in de trotskistische Revolutionaire Arbeidersliga (RAL). Vervolgens wordt hij in het zog van Karel Van Miert als ‘wonderboy’ binnen de toenmalige SP binnengehaald. In zijn beginjaren als voorzitter van de SP werd hij in De Morgen ooit omschreven als ‘een missionaris, een predikant’. ‘Hij verkondigde de Waarheid, zonder veel behoefte om daarover te discussiëren en zo nodig zijn mening bij te stellen.’

In 1995 wordt hij na de saga van het Agusta-smeergeld voor de eerste maal de woestijn ingestuurd. Hij neemt als Minister van Buitenlandse zaken ontslag en gaat even nadien naar Oxford in vrijwillig ballingschap. In 1999 maakt hij als minister van Sociale Zaken en Pensioenen binnen Verhofstadt I zijn politieke comeback.

Onder de flamboyante Steve Stevaert beleeft hij als één van de ‘Teletubbies’ zijn gloriejaren. De SP overstijgt veruit haar electorale waarde. Al vlug bezwijkt het lichtzinnig ‘gratis-verhaal’ van Steve Stevaert onder haar eigen leugens en de partij kalft electoraal af. De spanningen binnenskamers nemen toe.

De ‘vlucht’ naar de Vlaamse regering

In 2004 vlucht hij naar de Vlaamse regering, waar hij superminister van Onderwijs en Werk wordt. Even voordien had hij samen met Johan Vande Lanotte een beruchte open brief geschreven, waarin hij waarschuwde voor de vergrijzing. ‘Om de sociale zekerheid betaalbaar te houden, moeten meer mensen aan het werk.’

Binnen de federale regering stuitte Vandenbrouckes activeringsbeleid op de nodige weerstand van de PS. ‘Iedereen moet aan het werk,’ ook diegenen die zich in de sociale zekerheid hebben genesteld.

Als Vlaams minister moderniseert hij de VDAB en zet hij een activeringstraject op. Hij reorganiseert het volwassenenonderwijs en verlegt een aantal stenen in de brede bedding van het hoger onderwijs. De hervorming van het secundair onderwijs laat op zich wachten. Vandenbroucke staart zich blind op ‘gelijke kansen’, waardoor de kwaliteit in het onderwijs nivelleert.

Dirk Van Damme – gewezen kabinetschef van onderwijsminister Vandenbroucke – haalt in een interview snoeihard uit: ‘We zijn te naïef geweest… Sommigen vinden het belangrijker dat we bezig blijven met gelijke kansen dan dat we resultaten boeken. Wat me zorgen baart zijn de enorme kwaliteitsverschillen in het Vlaamse onderwijs… de onderkant blijft steken op een heel laag niveau.’

Als Vlaams minister komt hij meermaals in botsing met de federale overheid. In het Vlaams Parlement liet hij een belangenconflict stemmen tegen de federale beslissing om het doelgroepenbeleid voor 50-plussers af te voeren.

Intussen was Vandenbroucke een factie binnen de eigen partij geworden. Hij was zo vol van zijn eigen ministerschap dat hij zichzelf als opvolger zag in de volgende Vlaamse regering. Het slimste jongentje van de klas werd een probleem in eigen partij.

Tijdens de onderhandelingen over de nieuwe Vlaamse regering loopt het aardig mis en komt hij openlijk in botsing met voorzitter Caroline Gennez. Vandenbroucke gaat voor de tweede maal door de politieke woestijn. Niet alleen Gennez, maar de ganse partijtop had genoeg van schoolmeester Frank.

Stille bondgenoot van de N-VA?

Dat Vandenbroucke in de bonte Vivaldi-ploeg een prominente rol mag spelen, is niet alleen een grote verrassing, maar tevens een vorm van eerherstel. Binnen de sp.a is er niemand met de intellectuele allures van Vandenbroucke. Hij heeft niet alleen heel wat kilometers op de politieke teller, maar is ook de enige binnen de Vlaamse socialisten die weet hoe je de sociale zekerheid, de pensioenen en de arbeidsmarkt moet hervormen. Bovendien is hij goed thuis in de labyrinten van de staatshervorming en kent hij de angels van de financieringswet.

Vandenbroucke kan het de oppositie met andere woorden knap lastig maken. Binnen de N-VA zijn er weinigen die met hem in debat willen of kunnen gaan. Maar als de staatshervorming en arbeidsmarkt op de regeringstafel komen, kan de N-VA ook een bondgenoot in hem vinden. Vandenbroucke is regionalist, Vlaams en sociaalvoelend. Hij spreekt steeds eerst Nederlands en kent de noden van de Vlaamse man en vrouw. Hij heeft tevens een broertje dood aan de overconsumptie binnen de sociale zekerheid.

De quote die Bart De Wever ooit in een dubbelinterview deed, kan evengoed uit de mond van Vandenbroucke komen: ‘Wanneer je mensen afhankelijk maakt van uitkeringen, beroof je hen van alle verantwoordelijkheid.’ Als het tot grote spanningen binnen de regering komt, dan kan Vandenbroucke een stille bondgenoot worden.

Met de keuze voor Vandenbroucke heeft Conner Rousseau de eerste ronde met verve gewonnen. Maar het echte regeringswerk moet nog beginnen. Het financieel huishouden moet op orde worden gebracht en een aantal grote uitdagingen staan op stapel. Hoe zal Vandenbroucke zich opstellen? Heeft hij zijn streken verleerd of blijft hij bij zijn motto: ‘Wie het niet met me eens is, heeft me waarschijnlijk niet goed begrepen.’

Julien Borremans :Julien Borremans studeerde architectuur, wijsbegeerte en management. Hij is werkzaam in het onderwijs. Borremans publiceerde voor verschillende tijdschriften en kranten. Hij werkt mee aan verschillende internetfora.