fbpx


Geschiedenis

Franse socialisten in de collaboratie



Socialistische Collaboratie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sympathiseren de meeste socialisten met het verzet. Of nemen er actief aan deel. Maar zo massaal als na de oorlog voorgesteld, was het helemaal niet. Collaboratie, ook bij links In België herinneren we ons de collaboratie van Hendrik de Man, voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij. In Frankrijk worden de grootste collaborerende partijen geleid door mannen die uit socialistische middens komen. Zo de Parti populaire français (PPF), aangevoerd door Jacques Doriot, gewezen communistische volksvertegenwoordiger van Saint-Denis. Daarnaast…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog sympathiseren de meeste socialisten met het verzet. Of nemen er actief aan deel. Maar zo massaal als na de oorlog voorgesteld, was het helemaal niet.

Collaboratie, ook bij links

In België herinneren we ons de collaboratie van Hendrik de Man, voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij. In Frankrijk worden de grootste collaborerende partijen geleid door mannen die uit socialistische middens komen. Zo de Parti populaire français (PPF), aangevoerd door Jacques Doriot, gewezen communistische volksvertegenwoordiger van Saint-Denis. Daarnaast het Rassemblement national populaire (RNP), geleid door Marcel Déat, gewezen socialistische volksvertegenwoordiger van de SFIO.

Verder zien we nog het Mouvement social révolutionnaire (MSR), onder de leiding van Georges Soulès, socialist en kabinetsmedewerker in de Volksfrontregeringen. Een andere socialist en eveneens Volksfrontcabinetard is Marc Augier (die nadien furore maakt als romancier onder het pseudoniem Saint-Loup nvdr) . Onder de bezetting is hij leider van de collaborerende Jeunes de l’Europe nouvelle en meldt zich als vrijwilliger voor het Oostfront.

Dit waren niet de buitenbeentjes

Neen, dit waren niet de uitzonderingen die de regel bevestigen. De collaborerende socialisten beschikten zelfs over een eigen blad, La France socialiste, met de syndicalist Hubert Lagardelle als hoofdredacteur. Van de 168 senatoren en volksvertegenwoordigers die de SFIO in 1939 telt, worden er in 1945 maar liefst 84 uit de socialistische partij gestoten wegens een of andere vorm van collaboratie. De helft dus.

Bij de liberalen (les Radicaux’) overheerste de economische collaboratie, niet verrassend. De meest opvallende naam is die van Louis Renault, eigenaar van de autofabriek. Die leverde zoveel mogelijk auto’s aan de Duitsers als hij maar kon, inclusief pantserwagens en ander militair materiaal. Of hij dat vrijwillig of onder dwang deed, zullen we nooit weten.

Louis Renault

Bij de Bevrijding wordt de zieke Renault opgepakt en mishandeld. Hij sterft op 24 oktober 1944, een maand na zijn aanhouding, in de beruchte gevangenis van Fresnes. Tot een proces is het nooit gekomen. Wel wordt zijn onderneming meteen in beslag genomen en onteigend (‘genationaliseerd’), zonder dat zijn erfgenamen één cent vergoeding krijgen.

Toch treffen we ook bij de liberalen andere dan louter economische collaboratie aan. Die meer politieke collaboratie krijgt in 1942 vorm in de Ligue de pensée française, geleid door de volksvertegenwoordiger René Château, een ‘radical-socialiste’. Niet-Fransen weten vaak niet dat ‘radical-socialiste’ in Frankrijk voor liberaal staat. Het zijn de Franse Radicaux en Radicaux-Socialistes die mee aan de wieg stonden van de Liberale Internationale.

Het geval Laval

Pierre Laval (1883-1945) was de eerste minister van de collaborerende maarschalk Pétain in de onbezette zone van Frankrijk. De socialist Laval heeft in 1940 al een indrukwekkende carrière achter zich. In 1914 wordt hij het jongste socialistische parlementslid. Van 1923 tot 1944 is hij  burgemeester van de Parijse voorstad Aubervilliers. Daarna senator, minister van Justitie en minister van Buitenlandse Zaken.

In 1931 roept Time Magazine hem uit tot ‘Man van het Jaar’. Laval is met Charles de Gaulle (1958) de enige Fransman die deze eer te beurt viel. Pierre Laval had zich langzaam van het socialisme verwijderd, maar het bleef aan zijn voeten kleven. Hij is overtuigd anticommunist en tegenstander van het Volksfront. In 1939 verklaart Frankrijk de oorlog aan Duitsland (en niet omgekeerd, zoals men vaak leest). In 1940 valt Duitsland in Frankrijk binnen. Laval wordt de rechterhand van maarschalk Pétain, met wie hij al vele jaren contact hield.

Laval krijgt een typisch repressieproces, waarvan zelfs de toenmalige minister van Justitie schande sprak. Zo worden hem alle documenten voor zijn verdediging afgenomen. De ochtend van zijn executie (15 oktober 1945) poogt Laval in zijn cel zelfmoord te plegen met een capsule cyaankali. Maar men vindt hem nog levend. Na een maagspoeling en intensieve zorg is hij dezelfde dag al voldoende hersteld om op zijn benen te staan. Op naar de executiepaal dus en nog dezelfde avond gefusilleerd.

Een late ontdekking

De mythe dat links als één blok in het verzet stond, hield meer dan vier decennia stand. Tot Cyril Buffet en Rémy Handourtzel in1989 hun boek La collaboration… à gauche aussi publiceren. Het verschijnt bij de gerenommeerde historische uitgeverij Perrin.

Alles wordt in het werk gesteld om dit heiligschennende boek onder de mat te vegen. Dat lukt. De ‘grote’ media laten het afweten. Een van de socialistische collaborateurs die in de schijnwerpers komt is immers François Mitterrand. En die is op dat ogenblik president.

Het zal 20 jaar duren eer het onderwerp nog eens aan bod komt. De klokkenluider is ditmaal de Israëlische historicus Simon Epstein, geboren in Parijs. De titel van zijn boek is direct: Un paradoxe français : antiracistes dans la Collaboration, antisémites dans la Résistance (Albin Michel, 2008).  Gênant tot en met.

Het ‘Statut des Juifs’

De lezer ontdekt o.m. de socialistische vakbondsleider René Belin (1898-1977). Die is in 1940 medeauteur van het ‘Statut des Juifs’ en tijdens het Vichy-regime de collaborerende minister van Arbeid. Na 1945 veroordeeld, wordt hij door de kameraden snel opgevist. In 1950 vinden we hem al terug als secretaris-generaal voor het ‘Europees Comité voor Economische en Sociale Vooruitgang’. Hij wordt ook nog burgemeester.

Of Charles Spinasse (1893-1979), socialistisch volksvertegenwoordiger, burgemeester van Égletons en minister van Economie onder het Volksfront. In 1940 sticht hij samen met de socialistische député Paul Rives het socialistische dagblad L’Effort. Dat steunt voluit Pétain en Laval. Spinasse verdedigt in zijn krant de collaboratie en pleit voor een ‘nieuw Europa’ als ‘vrije associatie van socialistische staten’. In 1945 wordt hij relatief licht gestraft, maar de SFIO trapt hem uit de partij.

Toch wordt hij weer burgemeester van Égletons. In 1961 hadden de inwoners van het département Corrèze hem al tot ‘conseiller général’ gekozen, onder het etiket ‘onafhankelijke socialist’. In die jaren steunt Spinasse de opkomst van Jacques Chirac, de latere rechts-liberale president, met de woorden dat ‘diens politieke kleur ongetwijfeld socialistisch is’. Hij vergist zich dus niet voor de eerste keer.

Een partij van socialistische collaborateurs…na 1945

Een hoogst merkwaardig verschijnsel is de Parti socialiste démocratique (PSD), in 1945 opgericht door Paul Faure (1878-1960), volksvertegenwoordiger van de SFIO en in 1932 presidentskandidaat van de socialisten. Zijn aartsrivaal is de voorzitter van de SFIO, Léon Blum.

In 1939, op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, vreest Faure dat het tot een oorlogskabinet zou komen ‘met Blum en heel Israël’ (Simon Epstein). Daarmee doelt hij o.m. op Daniel Mayer, een journalist die van de Ligue des droits de l’homme komt en rijzende ster is in de SFIO.

Paul Faure stemt voor Pétain en wordt benoemd in de Conseil national, het hoogste adviesorgaan van de Vichy-regering. Hij collaboreert verder niet, maar patroneert wel de socialistische collaboratiekrant L’Effort, hierboven vermeld. Als de SFIO hem in 1945 uitstoot, sticht hij de PSD, samen met o.m. de mede-uitgespuwde Louis Sellier (1885-1978), voordien secretaris-generaal van de Parti d’unité prolétarienne (PUP).

‘Operatie beschadiging’

Het bijzondere aan de PSD is dat ze bij verkiezingen geen mandaten kan veroveren, omdat het merendeel van haar kandidaten veroordeeld zijn en dus onverkiesbaar. Het blijft bij een grootschalige ‘operatie beschadiging’ van de SFIO die tot 1954 zal duren. Daarna wordt de PSD langzaam weer geïntegreerd in het ‘officiële’ socialisme. Maar voorman Paul Faure zal in zijn weekblad La République libre tot 1960 aanhoudend de uitwassen van repressie en epuratie blijven aanklagen.

Pas als alles geschiedenis is geworden, 70 jaar na de feiten, besteedt de televisie aandacht aan de socialistische collaboratie. In december 2017 zendt de Franse televisie Quand la gauche collaborait, 1939-1945 uit. Hoogst delicate materie, zo goed als mogelijk weggemoffeld op France 5, ’s avonds om 22.40 u.

Verklikken, een Franse volkssport

Niet alleen de socialisten hebben inzake collaboratie wat te verbergen. Een beduidend deel van de Fransen blijkt boter op het hoofd te hebben. De administratief ordelijke Duitsers hadden alle Franse verklikkingsbrieven nauwkeurig bijgehouden. Dat waren er zowat vijf miljoen: 2.700 per dag.

Daarvan wordt in 50% verklikking-tegen-baar-geld aangeboden. In 40% van de gevallen is er sprake van verklikking om politieke redenen. En in de resterende 10% gaat het om een Fransman die een andere Fransman bij de Gestapo aangeeft, gewoon uit wraak. Liefdesrivaal, lastige buur, ergerlijke concurrent? Geen probleem. Anoniem briefje aan de Gestapo en misschien halen ze hem op.

En het Franse socialisme stond erbij en keek ernaar.

[ARForms id=103]

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.